Skip to content

Achterstelling werknemers

3 mei 2016

__________________________________________________________

Het aantal zelfstandigen (906.000)  rijst de pan uit, waarvan 60% ouder is dan 45 jaar. Voor wat die cijfers waard zijn overigens.[9;10] Reparatiewetgeving van de VAR/DBA-regels blijft dweilen met de kraan open. Een dergelijk probleem moet je bij de wortel aanpakken en dat betekent dat het principe gelijke moniken gelijke kappen conform artikel 1 van de grondwet ook eindelijk weer zijn beslag krijgt in de fiscale wetgeving. Contracten zijn dan alleen nog maar nodig om de commerciële contractpositie vast te leggen en de belastingdienst kan eindelijk zijn eigenlijke werk doen: aangiften controleren. Daarvan komt nu bijzonder weinig terecht.

Net als bij de zorgpremie discussie enkele jaren geleden is de zzp-lobby uiterst sterk vertegenwoordigd in de media en het zal dus moeilijk vallen om de verworven “rechten” af te bouwen. Daar is het uiterst schaarse goed van politieke moed voor nodig, die zoals genoegzaam bekend (zie b.v. pensioenen) volstrekt ontbreekt.

Telkens als ik mij weer eens verdiep in het bruto-netto traject krijg ik de indruk dat ik in een gekkenhuis ben beland. Het wordt daarbij ook nog elk jaar gekker als onze parlementariërs er zich weer eens tegenaan bemoeid hebben. Uiteraard moet je daarbij ook het substantiële effect op de hoogte van de toeslagen meenemen. (zie §4)

In plaats van de discussie te focussen op het voortrekken van ondernemers, kun je beter naar de achterstelling van werknemers kijken en dat aanpakken. Geef ze in elk geval een gelijke fiscale behandeling. Het schip van staat lijdt dan vanzelf schipbreuk.

__________________________________________________________

§1. Inleiding

Naar aanleiding van de door Jort Kelder opgerakelde discussie over het belastingtarief ben ik me weer eens gaan verdiepen in het bruto-netto traject voor de werknemers en zelfstandigen. We concentreren ons op de één verdiener om het een beetje simpel te houden met een bruto-inkomen tot twee keer modaal 2016. We nemen ook de premies volksverzekeringen mee (Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene nabestaandenwet (Anw) en Wet langdurige zorg (Wlz)).  Het onderscheid tussen belastingen en deze premies is immers je reinste semantiek. Het verschil in fiscale behandeling in box 1 tussen een werknemer en zelfstandige laat zich als volgt samenvatten [1]:

Grafiek 1 Verschil in belastingtarief tot 2 x modaal tussen werknemer en zelfstandige

214_1

(1) Bij het rechtereind van de grafiek – twee keer modaal – betaalt de zelfstandige dus 8,7% van het hele bruto-inkomen minder belasting dan de werknemer. De relevantie van de schijventarieven is in dit inkomensinterval uiterst gering.

We zullen de verschillen voor het topinkomen in de grafiek voor een bruto-inkomen van  € 73.000 nader toelichten:

Tabel 1 Ondernemersvoordeel voor bruto-inkomen van € 73.000

214_2

(1) De ondernemer heeft recht op zelfstandigenaftrek en 14% MKB-winstvrijstelling, de werknemer op arbeidsaftrek.  Beide hebben recht op heffingskorting. [1] De reden van de MKB-winstvrijstelling is om de belasting min of meer gelijk te trekken met de belasting die de aanmerkelijk belang aandeelhouder betaalt: MKB 52% van (100%-14%) = 44,72% t.o.v. AB 20%/25% vennootschapsbelasting over winst+ box 2 0,25% van 80%/75% = 40% respectievelijk 43,75% over de uitkering. Daarbij moet je echter natuurlijk ook nog de zelfstandigenaftrek van € 7.280 in aanmerking nemen.

(2) De zelfstandige betaalt dus € 6.355 minder belasting dan de werknemer en ontvangt bij € 73.000 bruto-inkomen nog steeds heffingskorting (grens voor werknemer € 66.417 bruto-inkomen).

(3) Over de laatste € 1.000 euro bruto-inkomen betaalt de werknemer € 560 belasting en de zelfstandige € 389.

(4) Door de afbouw arbeidskorting en bij een lager inkomen ook de afbouw heffingskorting betaalt de werknemer marginaal meer belasting (56%) dan het top schijventarief van 52%.

Is dit het complete plaatje? Zeker niet. De werknemers is verzekerd voor diverse sociale verzekeringen, die de zelfstandige zelf moet/kan verzorgen. [2]:

(a) Volgens het après nous le déluge principe wordt verzekering veelal achterwege gelaten, zo de premie overigens al valt op te brengen gezien het marktuurtarief.  De participatiemaatschappij kan dan als vangnet fungeren zonder dat er premie werd betaald. Het is natuurlijk ook mogelijk dat de opdrachtgever bij schijnzelfstandigen dat premiegeld in zijn eigen zak heeft gestoken. Wat dat betreft zijn we, dankzij de “progressieve” hervormingen op de arbeidsmarkt, weer terug bij de proto-industralisatie van de 18e en 19e eeuw (b.v. TNT Nederland – Jeroen Veldstra – onthoud die naam! [12]). Die jachtige overwerkte pakjesbezorgers maken inmiddels de weg knap onveilig en de buren kunnen als onbezoldigde werknemer van het internetbedrijf optreden. Ook dit is een typisch voorbeeld van de participatiemaatschappij, die we zo snel mogelijk moeten opdoeken. [7]

(b) In tegenstelling tot wat veelal wordt beweerd is het werkgeversdeel van die premies gewoon loonruimte en dus inkomen van de werknemer en moet je daar dan de premies weer van aftrekken. De werkgever trekt die premie af van zijn belastingen (veelal vennootschapsbelasting). Als de werknemer die moest betalen kon dat uit een hoger bruto-inkomen. Hij betaalt dan nog steeds evenveel belastingen. De ondernemer kan zijn particuliere premies aftrekken, de eventuele uitkeringen zijn dan belast. Voor de overbrugging van het verschil zie (d)

(c) Pensioenpremie betaalt de werknemer geheel zelf, ook het werkgeversdeel, om dezelfde reden, de uitkering is t.z.t. belast. De ondernemer kan het zelfde doen en ook nog een FOR reserveren en zich vervolgens door de financiële maffia een oor aan laten naaien bij beëindiging van de FOR. (zie 7 miljoen woekerpolissen)[2]

(d) Indien de ondernemer op de arbeidsmarkt in concurrentie treedt met de werknemer zal hij de private verzekeringen in zijn kostprijs moeten doorberekenen, doet hij dat niet dan is hij een onderkruiper en moet niet zeuren dat hij slechter af is. Hij heeft als (contrecoeur) marktadept daar immers zelf voor gekozen.

(e) De effecten op het toeslagencarrousel brengen we in §4 ten dele nader in kaart. Ook hier wordt de ondernemer t.o.v. de werknemer buitensporig in de watten gelegd.

We kunnen de belasting die betaald wordt over elke € 1.000 meer bruto-inkomen als volgt in kaart brengen:

Grafiek 2 Marginaal belastingtarief

214_1b

Uit deze wirwar van lijnen kunnen we voor het bruto-inkomensinterval € 20.000 – € 40.000 het belastingvoordeel van de zelfstandige t.o.v. de werknemer destilleren en als volgt samenvatten:

Grafiek 3 Belastingvoordeel ondernemer voor bruto-inkomen € 20.000 – € 40.000

214_1c

(1) Het verband tussen bruto-inkomen en belastingvoordeel (blauwe lijn) is in dit interval redelijk lineair met een correlatiecoëfficiënt van 99,4%.[3]

(2) Het verschil in fiscale behandeling valt niet te rechtvaardigen, zoals reeds vele malen door economen en fiscalisten werd betoogd. [4]

(3) Geheel niet te rechtvaardigen valt de rode lijn, waaraan het toeslagenvoordeel van het toeslagencarrousel vooruitlopend op §4 t.o.v. de blauwe lijn is toegevoegd. (zie casus §4) Dat voordeel ontstaat door het lagere toetsingsinkomen door zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. Het grootste voordeelverschil bedraagt € 4.457 (16,7% bruto-inkomen) bij een bruto-inkomen van € 27.000, hiervan wordt € 3.336 (12,4%) veroorzaakt door toeslagen. Netto wordt dan 2,2% belasting betaald door de ondernemer.

We gaan nu eerst meer in detail in §2 in op de werknemersbelasting, vervolgens in §3 op de belasting op het inkomen van zelfstandigen om in §4 af te sluiten met het toeslagencarrousel.

§2. Werknemers

Grafiek 4 Belasting, arbeidskorting en heffingskorting in percentage bruto-inkomen

214_3

(1) De belastinglijn (blauw)  herkennen we van grafiek 1. Een buitenstaander zal zich op basis van de grafiek afvragen wat de ontwerper van dat belastingsysteem gedronken c.q. gerookt heeft toen hij het ontwierp. We zoomen daarom ook even in op de grafiek voor het inkomensinterval € 0 – € 20.000:

Grafiek 5 Belasting, arbeidskorting en heffingskorting in percentage bruto-inkomen tot € 20.000.

214_3a

(1) Het wordt er niet beter op. Gezien de grafiek moet het niet al te moeilijk vallen om het belastingtarief voor dit inkomenssegment wat slimmer te regelen en daarbij ook even een deel van de toeslagen mee te nemen.

(2) Sinds 2001 halen de arbeidskorting en heffingskorting een flink deel van de premie volksverzekeringen weg bij de sociale fondsen, zodat de overheid mooi weer kan spelen met de suppletie van o.a. de AOW.

De volgende grafiek laat zien op welke wijze de heffingskorting en arbeidskorting de belasting ten opzichte van het uiterst theoretische schijventarief vermindert:

Grafiek 6 opbouw belastingheffing werknemer

214_3b

(1) Het belastingtarief volgens de schijventabel (top groene segment) loopt cumulatief op van 36,55% tot 40,4% bij € 73.000 bruto-inkomen.

(2) Het blauwe segment geeft de werkelijk te betalen belasting weer na aftrek arbeidskorting (rood) en heffingskorting (groen).

§3. Zelfstandigen

Grafiek 7 Belasting, arbeidskorting en heffingskorting in percentage bruto-inkomen

214_4

Ook hiervan kunnen we de componenten als volgt weergeven:

Grafiek 8 opbouw belastingheffing ondernemer

214_4b

(1) Het gele en rode segment geven het belastingeffect van respectievelijk zelfstandigenaftrek (schijventabel) en MKB-winstvrijstelling (restant incl. uiterst gering progressie-effect).

(1) Over de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling, de ondernemersfaciliteiten, wordt geen premie volksverzekeringen  betaald. Daarnaast verlagen deze posten het verzamelinkomen. Overigens is dit laatste ook voor de pensioenpremie, lijfrentes en de HRA het geval, hetgeen tot een nog meer ongelijke fiscale behandeling (inclusief toeslagen) leidt.

§4. Toeslagencarrousel

We behandelen hier alleen de zorg- en huurtoeslag. De belastingdienst heeft een rekenmodule ontwikkeld om de toeslagenregeling nog een beetje toegankelijk te maken.[6] Een normaal mens komt er zonder deze module zeker niet uit.

4.1 Zorgtoeslag.

De inkomensgrens bedraagt € 27.012.  Dit betekent dat de ondernemer met een bruto-inkomen tot € 38.690 in aanmerking komt voor zorgtoeslag. Een werknemer met een bruto-inkomen van € 20.000 ontvangt € 960 zorgtoeslag per jaar, een ondernemer met hetzelfde bruto-inkomen ontvangt € 996 aan zorgtoeslag per jaar. Dat is dus 3,75% meer.

4.2 Huurtoeslag

Men komt in aanslag voor huurtoeslag als:

(a) de rekenhuur minimaal € 231,87 en maximaal € 710,68 per maand is;

(b) het inkomen maximaal € 22.100 per jaar is en men maximaal € 24.437 aan vermogen heeft

Het inkomen van € 22.100 van een werknemer komt overeen met € 33.094 van een zelfstandige. Een werknemer met een huur van € 500 per maand en een bruto-inkomen van € 20.000 ontvangt jaarlijks € 1.308 huursubsidie. Een ondernemer met het zelfde bruto-inkomen ontvangt € 2.844 huursubsidie. Dat is dus  217% meer omdat zijn belastbaar inkomen aanzienlijk lager (€ 10.939) uitvalt.

Per saldo ontvangt de ondernemer met € 20.000 bruto-inkomen voor deze twee toeslagen dus € 1.572 meer netto toeslag of 7,9 % van zijn bruto-inkomen.

We kunnen het effect voor het bruto-inkomensinterval € 20.000 – € 40.000 als volgt weergeven:

Grafiek 9 Zorg- en huurtoeslag voor bruto-inkomen € 20.000 – € 40.000

214_5a

(1) Het belasting plus toeslag voordeel voor de ondernemer valt als voorbeeld bij € 27.000 bruto-inkomen, zoals in de inleiding vermeld, als volgt uit:

214_5c

(2) Het effect van de zelfstandigenaftrek en MK-winstvrijstelling op de toeslaggrenzen is dus substantieel. Uiteraard is dat voor de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget ook het geval. Gelukkig valt dit buiten de casus.

Als we resultaten voor belastingen en toeslagen voor dit inkomensinterval samenvoegen ontstaat het na volgende netto beeld:

Grafiek 10 Belasting werknemer en ondernemer inclusief zorg- en huurtoeslag 

214_5b

(1) Een ondernemer met een bruto-inkomen van € 20.000 hoeft voor de toeslagen maar een inkomen van € 10.939 op te geven. De logica daarvan is ver te zoeken. [8] Alleen een windhapper, dat is iemand die van de lucht leeft, kan van een dergelijk inkomen, met een huur van € 6.000 rondkomen.

(2) Zou het niet logisch zijn om het bijstandsinkomen (voor onze casus 70% netto minimumloon) als minimumgrens te nemen en de aftrek voor zelfstandigen en MKB-winstvrijstelling uit te sluiten? Dat zou mutatis mutandis ook moeten gelden voor b.v. HRA, lijfrenten en pensioenpremie voor alle toeslagaanvragers.

[3] De netto huur in ons voorbeeld is voor de werknemer € 500 per maand en voor de ondernemer € 313 per maand, dat is respectievelijk 27,4% en 13,8 % van het netto inkomen. Enkele jaren geleden besteedde de huurder gemiddeld 23% van zijn besteedbaar inkomen en de eigen woning bezitter 16% aan wonen. [11, blz 25]

Bij de vermogenstoets (zorgtoeslag, de huurtoeslag en het kindgebonden budget) wordt het ondernemingsvermogen niet meegeteld, hetgeen weer de mogelijkheid biedt door (tijdelijke) stalling van vermogen hogere toeslagen te verwerven dan een vergelijkbare werknemer.

Uiteraard kan het toeslagensysteem zelf aanzienlijk eenvoudiger, zeker als je daarbij ook negatieve belasting kunt toekennen. Met het toeslagensysteem gebeurt dat immers al voor de ondernemer.[5]

§5. Schijnzelfstandigheid

Door het forse verschil in belastingheffing tussen een zelfstandige en een werknemer is  er een schijndiscussie ontstaan over het begrip schijnzelfstandigheid. [10] De werkgever/opdrachtgever c.q. de klant is altijd de baas, tenzij je natuurlijk een monopolie aan jouw kant hebt. Werknemer en zelfstandige zijn dus beiden even schijnzelfstandig. Dat schijnzelfstandigen probleem onstaat alleen maar omdat er een kunstmatig onderscheid wordt gemaakt bij de belastingheffing. Dat is eenvoudig op te lossen door de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling geheel op te doeken.

De huidige regeling waarbij de werkgever in de eerste twee jaar voor langdurige ziektekosten opdraait, moet ongedaan worden gemaakt en vervangen door een collectieve verzekering van overheidswege, waarbij die periode drastisch wordt beperkt. (b.v. drie maanden)

Wie echt ondernemertje wil spelen gaat maar de BV in. Als de aandeelhouder in dat geval alleen eigen diensten verleent, die hij b.v. voor meer dan 75% aan één of enkele opdrachtgever(s) (groep) afzet, moet  hij zich een verplicht gebruikelijk salaris toekennen dat gelijk is aan de behaalde winst in het jaar.  De ab-aandeelhouder in loondienst bij zijn BV betaalt dan gewoon belasting in box 1 even veel als elke werknemer zonder allerlei ingewikkelde DBA-regels. De uitgekeerde winst wordt in elk geval tegen minimaal 40% belasting in box 2 afgerekend. Incidentele verlagingen van het box 2 tarief om de ab-aandeelhouder te behagen worden afgeschaft. (b.v. 2007 en 2014). Beroepsboefenaren die materieel in loondienst zijn en vaak onder een gezagsverhouding werken die veel overeenkomst vertoont met een arbeidsovereenkomst kunnen dan net zo goed in loondienst gaan. Hun rechtspositie gaat er dan veelal ook nog op vooruit.

De noodzakelijke belastinghervormingen zijn inmiddels ruim over tijd door het traineren van De Jager, Weekers en Wiebes en de coalitiegenoten, met medeplichtigheid van de gedoogpartners.[4a t/m 4e en vooral 4f; 4g]

__________

Laatst bijgewerkt 6 mei 2016.

[1] Belastingregime heel kort – bron site belastingdienst:

214_bel_1

Afbouw heffingskorting: € 2.242 – 4,822% x (belastbaar inkomen uit werk en woning – € 19.922)

Afbouw arbeidskorting:

214_bel_2

De zelfstandigenaftrek is in 2016 € 7.280 voor ondernemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. De mkb-winstvrijstelling is een percentage van de behaalde winst uit één of meer ondernemingen. In 2014, 2015 en 2016 bedraagt de mkb-winstvrijstelling 14% van de winst. U moet de winst eerst verminderen met de ondernemersaftrek.

Met een eventuele startersaftrek van € 2.123 heb ik geen rekening gehouden.

Sociale verzekeringen:

http://www.ondernemersplein.nl/ondernemen/freelance-en-zzp/uitkeringen-voor-zzpers-en-freelancers/

[2] http://www.ondernemersplein.nl/

[3] Regressie analyse:

214 regressie

[4a] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

“In alle gevallen vormt, dankzij ons huidige wazige inkomensbegrip, een ruimhartig toegepast instrumentalisme de glijbaan naar de belastingvrijdom.”, blz. 29.

[4b] 7 april 2010: Rapport studiecommissie belastingstelsel, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

“De zelfstandigenaftrek is dus onvoldoende gericht op groei en kan bovendien leiden tot verstoringen tussen verschillende categorieën werkenden, zowel binnen als buiten de winstsfeer (IB-ondernemer versus dga respectievelijk IB-ondernemer versus werknemer). Het voorgaande pleit dan ook voor afschaffing van de zelfstandigenaftrek.” [blz 95]

“De commissie adviseert daarom een geleidelijke afschaffing van de zelfstandigenaftrek onder handhaving van de MKB-winstvrijstelling bij gelijktijdige invoering van een vermogensaftrek.” [blz 96]

[4c] C.A. de Kam en C.L.J. Caminada, “Belastingen als instrument voor inkomenspolitiek”, blz 223, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

“Om te komen tot een meer evenwichtige verdeling van de belastingdruk over sociaal-economische groepen is het gewenst de fiscale faciliteiten voor zelfstandigen te beperken. Met het oog hierop kan de zelfstandigenaftrek verdwijnen en de MKB-winstvrijstelling worden versoberd.” [blz 223]

[4d] 16 oktober 2012: “Naar een activerender belastingstelsel interimrapport” ,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/10/16/interimrapport-commissie-inkomstenbelasting-en-toeslagen.html

“Voor de zelfstandigenaftrek ziet zij echter geen plaats meer.” [blz. 98]

“Met het vervallen van de zelfstandigenaftrek en de kleine faciliteiten vervalt ook de bestaansreden voor het urencriterium. Door dit af te schaffen worden besparingen op de administratieve lasten en uitvoeringskosten bereikt.” [blz. 99]

[4e] 18 juni 2013:  “Naar een activerender belastingstelsel eindrapport”, http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/18/eindrapport-commissie-inkomstenbelasting.html

“Met de introductie van de MKB-winstvrijstelling is het evenwicht met de werknemer verloren gegaan.” [blz 24]

“Dit is het maximale tarief door de MKB-winstvrijstelling in box 1 52%*86% = 44,72%”  [blz 26]

Door het vervangen van de vrijstellingen door een kapitaalbeloning tegen 25% belasting waarna de rest van de winst in box 1 wordt belast worden de ondernemersfaciliteiten teruggebracht van € 3,3 mld. tot € 0,8 mld. (blz 51]

Suggesties om het belastingstelsel eens wat grondige aan te pakken:

[4f] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

[4g] Jacobs, Bas (2015), “Belastingen op Kapitaalinkomen in Nederland”, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 47, (1), 24-48, http://people.few.eur.nl/bjacobs

[5] http://www.divosa.nl/sites/default/files/sprank_bestanden/sprank_juli2013_armoedebeleid_kan_effectiever.pdf

[6] Rekenmodule toeslagen: http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen/

[7] NRC, Margo Trappenburg, “Zeg eens nee tegen al dat participeren”, http://digitaleeditie.nrc.nl/digitaleeditie/NH/2016/3/20160430___/2_06/index.html#page7

[8] http://www.ikwordzzper.nl/zzp-kennisbank/fiscale-zaken/ontvang-ik-ook-toeslagen-als-zzp-er

http://www.administratie-info.nl/zzp/zzp-er-heeft-ook-recht-op-toeslagen/

[9]http://www.ikwordzzper.nl/landelijk/zzp-kennisbank/cijfers-en-kengetallen/wat-zijn-de-zzp-kengetallen-volgens-het-cbs

[10] Het resultaat van onderstaand onderzoek naar schijnzelfstandigheid overtuigt niet:

http://www.narcis.nl/research/RecordID/OND1351995/Language/en

“Slechts een tot twee procent van de zzp’ers werkt structureel en weloverwogen als schijnzelfstandige en dan meestal op initiatief van de opdrachtgever.”

https://www.imk.nl/uploads/wp-content/helpdesk-wp-content/uploads/2013/04/SEOR-eindrapport-zzp-tussen-werknemer-en-ondernemer.pdf

“Voor de bouw komen we op 3 tot 5 procent, voor zorg en welzijn op 9 tot 15 procent, in het vervoer rond 14 procent en in de zakelijke dienstverlening op 5 tot 10 procent.” (blz 51)

Anders:

https://www.fnvbouw.nl/actueel/nieuws/paginas/Enqute_FNV_Bouw_ruim_dertig_procent_zzpers_is_schijnzelfstandige_1352.aspx

Maar die bouwvakkers zullen tijdens de telefonische enquête hun telefoon wel uit gehad hebben: die waren gewoon aan het werk.

[11] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2010/04/01/4-wonen

[12] http://www.subcopartners.nl/wp-content/uploads/2014/06/Akkoord-6-juni-2014.pdf

Alleen naar de contractondertekening komen was kennelijk te riskant. Als directeur personeelszaken heb je met al die “zelfstandige ondernemers”, die je letterlijk en schriftelijk alles moet voorkauwen, ook zoveel te doen, dat kan je niet alleen af.

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: