Skip to content

Inkomstenbelasting 2013

8 maart 2016

___________________________________________________

In een aantal bijdragen zullen we de belasting in box 1, 2 & 3 voor 2013 behandelen. Deze bijdrage geeft een totaaloverzicht en behandelt box 1.

In afzonderlijke bijdragen behandelen we:

1. Belasting box 3 2013  – vermogensrendementsheffing

2. Belasting Box 2 2013 – aanmerkelijk belang inkomen

3. Belasting ondernemingsinkomen 2013

___________________________________________________

§1 Inleiding

Einde januari kwam het CBS met de inkomstenbelasting cijfers voor 2013. Met toenemende tegenzin vat ik deze cijfers in deze bijdrage weer eens samen. Die tegenzin wordt ingegeven door het zeer betrekkelijke inzicht dat deze cijfers geven in de inkomensverdeling en de ontwikkeling daarvan.

Dat gebrek aan inzicht kan op hoofdpunten als volgt worden samengevat:

(1) De fiscale uitgangspunten zijn voor het CBS, mede door gebrek aan mankracht. lees gebrek aan door de overheid gefourneerd geld, leidend bij de bepaling van het inkomen. Aangezien wij “een belasting naar het inkomen zonder een richtingbepalend inkomensbegrip” hebben kun je hier de nodige kanttekeningen bij plaatsen. [3] Door dit inkomensbegrip klakkeloos te volgens is “ons” CBS ook de weg kwijt.

(a) Het inkomen uit onderneming wordt overgepend uit de fiscale aangiften.

(b) Het aanmerkelijk belang inkomen wordt door de AB-aandeelhouder grotendeels zelf bepaald door zijn dividendpolitiek. Het dividend (= inkomen) valt aanzienlijk hoger uit als de fiscus een lager tarief douceurtje weggeeft.

(c) Het inkomen uit vermogen wordt voor slechts 23% belast onder de vermogensrendementsheffing. 10% van het vermogen valt onder de heffingen (a) en (b). Daarnaast is  35 % van het vermogen als pensioenvermogen onbelast. Voor  18% is het inkomen zelfs negatief (eigen woning), terwijl ook nog 7% is vrijgesteld.

(i) Het rendement op het pensioenvermogen (Q3 2015 ca € 1.350 mld.  bruto vermogen) is vrijgesteld van vermogensbelasting. De gestorte pensioenpremie (ca € 45 mld.)  is langdurig vrijgesteld van belasting en sociale premies (52%) en wordt uiteindelijk belast tegen gemiddeld ca 35%.  De overheid geeft dus direct 17% weg, het effect op de inkomensverdeling zult u in de CBS-cijfers niet vinden. Dit geldt ook voor FOR, lijfrentes en pensioenen in eigen beheer, die buiten deze cijfers vallen en waarvan de omvang om onduidelijke redenen niet bekend is. (2012 bruto ca € 181 mld.).

(ii) De hypotheekrente ( € 33 mld.) wordt tegen ca 46% afgetrokken ( € 15 mld.) Het eigenwoningforfait bedraagt slechts ca € 3 mld. Op basis van 4,5% WOZ-waarde zou de bijtelling in 2013 marktconform € 47 mld. dienen te bedragen.

(d) Bij de specificaties in Statline worden de regels alleen gepubliceerd voor populaties van minimaal 20 duizend huishoudens. Zo laat je detailanalyse voor de topinkomens deels buiten schot en moet je het met rubriekstotalen doen.

Toch nemen “onze” media de cijfers van het CBS klakkeloos over om vergaande conclusies te trekken over de ontwikkeling van de vermogens- en inkomensverdeling, terwijl daar op basis van het CBS-cijfermateriaal geen zinnig woord over valt te zeggen.

§2 Inkomen 2006 – 2014

Het bruto-inkomen, besteedbaar inkomen en bruto belasting grondslag laat zich als volgt samenvatten:

Tabel 1 Bruto-inkomen en besteedbaar inkomen 2006-2014; bruto grondslag 2006-2013 [1]

200_1_1

Voor een nadere toelichting op de rubrieken {a} t/m {y} zie noot 2.

{a}Het inkomen uit arbeid valt als volgt nader te specificeren [1a]:

Tabel 2 Inkomen uit arbeid 2006 – 2014 in € mln.

200_1_2

{v} Het totaal bedrag aan belastingen en premies volksverzekeringen wordt hier verder behandeld. Daarbij wordt de volstrekt arbitraire toerekening van de heffingskortingen naar belastingen en volksverzekeringen buiten beschouwing gelaten. Dit is immers volksverlakkerij om de zgn. rijksbijdrage in de AOW-premie  i.v.m. “premietekorten” te kunnen opvoeren.

{s} Terugname bijtellingen CBS betreffen posten die door het CBS bij het bruto-inkomen worden geteld, maar niet relevant zijn voor de belastingheffing. Te denken valt aan de door het CBS toegerekende huuropbrengst eigen woning ( € 12,9 mld.), huursubsidie (€ 2,7 mld.), kindertoelagen (€ 4,0 mld) en de bijdragen van werknemers, werkgevers, uitkeringsontvangers en uitkeringsinstanties in de premies voor de sociale verzekeringen.

Tabel 3 Specificatie bruto-inkomen naar inkomensdeciel 2014 vs 2006

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

200_1_3

(1) Zoals uit de tabel blijkt is de toename van het inkomen in de hogere inkomensdecielen een ietsjepietsje hoger.

§3 Bruto-netto traject 2006 – 2013

Tabel 4 vergelijking bruto-netto traject 2013 vs 2012

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

200_1

(a) Het begrip bruto-inkomen is in noot 2 nader toegelicht.

(b) De belasting- en premielast nam in 2013 met 1,8% toe tot 21,9% van de heffingsgrondslag.

Tabel 5 Traject bruto-inkomen – bruto grondslag 2006-2013

200_2

Tabel 6 Traject bruto-inkomen – bruto grondslag  Index 2006=100

200_3

(a) Het toaal van de aftrekposten is t.o.v. 2006 praktisch gelijk gebleven.  Grote stijgers zijn de ondernemersfaciliteiten, grote daler is de PGA uitgaven zorg.

(b) Het HRA-infuus neemt bijna 64% van de aftrekposten voor zijn rekening. Ondanks de dalende rente en de tendens om meer af te lossen is de aftrek in de periode 2006-2013 toch nog met 21% gestegen. Over de periode daarvoor zullen we het maar helemaal niet meer hebben.

Grafiek 1 Traject bruto-inkomen – bruto grondslag 2006-2013

200_4

Tabel 7 Traject bruto-grondslag – belastingheffing 2006-2013

200_5

200_6

(a) We kunnen wat meer leven in de brouwerij brengen door de ontwikkeling na te gaan op basis van index 2006-100:

200_7

(a) De heffingskortingen volgen kennelijk niet de ontwikkeling van het inkomen.

§4 Belastingdata per inkomensdeciel

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

200_8

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

200_9

(a) Zoals uit de tabel blijkt dalen de heffingskortingen relatief in belangrijke mate bij de lagere inkomensdecielen neer.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

200_12

(a) Uit de tabel laat zich aflezen welke hobby horses direct naar het paardenrusthuis kunnen worden afgevoerd c.q. waarvan de regeling kan worden afgetopt.

________________

Laatst bijgewerkt 8 maart 2016

[1] Bronnen CBS Statline

[1a] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=0-15&D3=115-124&D4=5-13&HDR=G3,T&STB=G1,G2&VW=T

[1b] CBS Statline, “Vrijstellingen en aftrekposten inkomstenbelasting;particuliere huishoudens”,  http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80838NED&D1=2&D2=a&D3=0,96&D4=a&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T, 29 januari 2016

Als de vrijstellingen box 1 in CBS Statline zouden optellen werd de statistiek een stukje bruikbaarder.

[1c] CBS Statline, “Heffingskortingen inkomstenbelasting; particuliere huishoudens”,  http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80842NED&D1=1-2,5&D2=a&D3=0&D4=a&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T , 29 januari 2016

[1d] CBS Statline, “Inkomstenbelasting particuliere huishoudens; verdeling belastingdruk”,  http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80844NED&D1=1&D2=a&D3=87-96&D4=a&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T , 29 januari 2016

[1e] CBS Statline, “Belastingvoordelen inkomstenbelasting; particuliere huishoudens”,  http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80846NED&D1=1-2,5&D2=a&D3=0,95-96&D4=l&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T, 29 januari 2016

[2] Nadere toelichting tabel 1

De cijfers en de toelichting zijn meer gedetailleerd terug te vinden in [1a] nadat de spreadsheet is gedownload.

“Het bruto-inkomenbestaat uit het primair inkomen (inkomen uit arbeid, onderneming en vermogen) verhoogd met: -uitkeringen inkomensverzekering voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen en nabestaandenpensioen. Dit zijn uitkeringen zoals uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW/nWW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Algemene Ouderdomswet (AOW), -uitkeringen sociale voorziening zoals de algemene bijstandsuitkering (Abw, vanaf 2004 WWB), -gebonden overdrachten voor wonen en studie zoals huursubsidie (vanaf 2006 huurtoeslag) en tegemoetkoming studiekosten, en -ontvangen inkomensoverdrachten zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e). Het weergegeven bedrag is inclusief de bijdragen van werknemers, werkgevers, uitkeringsontvangers en uitkeringsinstanties in de premies voor de sociale verzekeringen.”

(a)  Inkomen uit arbeid bestaan uit loon, salaris, tantième, spaarloon en uit de beloning van arbeid die niet in dienstbetrekking is verricht. Ook beloningen in natura (de waarde van het privé gebruik van de auto van de werkgever) zijn hiertoe gerekend. Inkomen uit arbeid omvat ook loon dat vanuit het buitenland is ontvangen. Het weergegeven bedrag is inclusief de werknemers- en werkgeversbijdrage in de premies voor de sociale verzekeringen.

(b) – (d) Inkomen uit vermogen –  Saldo van inkomsten uit bezittingen en betaalde rente op schulden. Voor een nadere toelichting zie de bijdrage Belasting box 3 VRH 2013.

(e)  Inkomen uit eigen onderneming bestaat uit het fiscale resultaat uit onderneming vermeerderd met het bedrag van de investeringsaftrek.

(f)  De uitkeringen inkomensverzekeringen geven een verzekering tegen (gedeeltelijk) verlies van inkomen bij werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid, ouderdom en nabestaanden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een voor iedereen verplicht deel (volksverzekering), een verplicht deel voor ontvangers van loon of uitkering (sociale verzekeringen) en een vrijwillig deel (particuliere verzekeringen). Het weergegeven bedrag is inclusief de premies ten laste van uitkeringsontvangers en uitkeringsinstanties voor de sociale verzekeringen.

(g) Uitkering bijstand en uitkering in kader van bijstandsgerelateerde sociale voorzieningen.

(h) Gebonden overdrachten zijn uitkeringen die gebonden zijn aan bepaalde uitgaven. De gebonden overdrachten omvatten individuele huursubsidie (vanaf 2006: huurtoeslag), rijksbijdrage eigenwoningbezit en tegemoetkoming studiekosten.

(i) Overdrachten in verband met wonen en tegemoetkoming in de studiekosten voor kinderen tot 18 jaar.

(j)  Het secundair inkomen bestaat uit uitkeringen inkomensverzekering, uitkeringen sociale voorzieningen, gebonden overdrachten en overige ontvangen inkomensoverdrachten.

(o)  Bedrag aan verschuldigde inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting betreft de belasting die over het inkomen van het betreffende jaar verschuldigd is. Het bedrag is het saldo van de verschuldigde (bruto) inkomstenbelasting (IB) en het IB-deel van de heffingskorting (vanaf 2001). Indien geen aanslag inkomstenbelasting is opgelegd is de inkomstenbelasting gelijk aan de voorheffingen in de vorm van loonbelasting en dividendbelasting.

[3] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf, blz 31-33

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: