Skip to content

Vermogensongelijkheid volgens het CPB

25 januari 2016

_________________________________________________

Er is nogal wat kritiek op het CPB. [3] We zullen in deze bijdrage bekijken of het CPB met de publicatie Vermogensongelijkheid in Nederland, 2006-2013 (= 2012) zijn leven onder de bezielende leiding van Laura van Geest aan het beteren is. Vooralsnog heeft het er de schijn van dat dit niet het geval is.

Regelmatig zal hierbij naar eerdere bijdragen op deze site worden verwezen om niet al te veel in herhalingen te vervallen.

We zullen hier aantonen dat het onderliggende cijfermateriaal zoals dat door het CPB gebruikt wordt volstrekt onvoldoende is en zelfs substantieel onjuist. Conclusies over de ontwikkeling in de verdeling van het huishoudvermogen in de periode 2006-2012 laten zich dan ook op basis van het CPB-cijfermateriaal niet trekken.

Het CPB heeft dus weer een kans voorbij laten gaan om zijn reputatie te verbeteren.

_________________________________________________

§1 vermogensstatistieken CBS

De vermogensstatistieken van het CBS zijn sterk voor verbetering vatbaar. Door de gebrekkige financiering van het CBS ontbreken geld en mankracht om deze statistieken op korte termijn te verbeteren. In hoeverre hierbij sprake is van voorwaardelijke opzet van de staat valt te bezien.

De vermogenscijfers van het CBS kunnen als volgt worden samengevat [2]:

Tabel 1 Vermogen huishoudens volgens CBS Statline

196_1

(1) In 2010 is door het CBS overgegaan van een panelonderzoek naar integrale waarneming. Het vermogen steeg daarmee met € 22,8 mld. Hiervan kwam 19,5 mld.  toe aan het 10e vermogensdeciel waarvan weer € 18,2 mld. voor de vermogens > 1 miljoen. In het CPB document zult u ter vergeefs naar deze aanpassing zoeken, terwijl ze toch voor een historische vergelijking voor het 10e vermogensdeciel niet onaanzienlijk is.  De waarde van een panelonderzoek waarbij men op zoek is naar de ontwikkeling van de top vermogens is beperkt. Zo is de kans dat Goldschmeding ∧  Wessels ∧  De Mol, samen goed voor zo’n € 10,2 mld., in zo’n steekproef vallen praktisch nihil (2,4 * 10^-22) om over de overige 497 Quote 500 gelukkigen, met zijn allen in 2014 goed voor € 83,3 mld. vermogen (2006: € 121,5 mld. !!!), maar te zwijgen.

(2) De ontwikkeling van het aandeel in het vermogen van het 10e vermogensdeciel voor de componenten eigen woning, ondernemings- en aanmerkelijk belang (AB) vermogen en het overige vermogen laat zich uit de tabel aflezen. De eerste twee componenten laten zich als volgt specificeren [2]:

Tabel 2 Specificatie vermogen eigen woning

196_2

(1) De ontwikkeling van de waarde van het eigen huis is volstrekt oninteressant als je het eigen huis als een consumptiegoed beschouwt. De woonlasten zijn immers door de lage rente alleen als maar lager geworden en het huis-onder-water probleem doet zich alleen voor als je het huis gedwongen moet verkopen. Als de eigen woning als een speculatieobject werd beschouwd, waarbij de waardestijging werd aangewend om, gefaciliteerd door het HRA-infuus, de consumptie te verhogen is de situatie natuurlijk volstrekt anders.

Tabel 3 Specificatie ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen

196_3

(1) De ontwikkeling van het ondernemingsvermogen geeft geen juist beeld omdat goodwill en stille reserves niet in de waardering tot uitdrukking komen. Dat geldt evenzo voor het fiscaal ingegeven aanmerkelijk belang vermogen. Toch vergroot de toename volgens de statistieken kennelijk de vermogensongelijkheid (zie grafiek 1). In totaal is 96% is in handen van de top 10% vermogens.

Persoonlijk zou ik kijken naar de ontwikkeling van het gemiddeld vermogen exclusief eigen huis en ondernemingsvermogen. Dat beeld ziet er als volgt uit:

Grafiek 1 Index gemiddeld vermogen exclusief eigen woning

196_6

§2 De vermogenscijfers volgens het CPB

In tegenstelling tot het CBS houdt het CPB terecht wel rekening met de pensioencijfers, zij het bruto zonder ten onrechte geen rekening te houden met de belastingclaim, terwijl ook de kapitaalverzekeringen verband houdend met de eigen woning financiering worden meegenomen.

Het CBS rekent het pensioenvermogen niet tot het vermogen omdat het pensioenvermogen volgens zijn jezuïtische redenering niet “op korte of middellange termijn omgezet kan worden in consumptieve bestedingen of ook niet leiden tot inkomsten die deel uitmaken van het inkomensbegrip besteedbaar inkomen.” Daarnaast is dat pensioenvermogen niet overdraagbaar bij overlijden. Sommige economen en de pensioenlobby nemen deze zienswijze graag over: je hoeft dan natuurlijk de rendementen op het pensioenvermogen ook niet te belasten.

In gelul kan je niet wonen volgens een Jordanese  banketbakker, dus het eigen huis is ook geen vermogen volgens deze definitie. Het pensioenvermogen van de (bijna) gepensioneerden komt natuurlijk wel binnen afzienbare tijd tot uitkering. Een pensioendeelnemer die voortijdig overlijdt laat zijn pensioenvermogen bezit na aan de overige deelnemers en mocht hij dat pensioenvermogen in eigen beheer hebben, dan gaat dit spaarpotje zelfs gewoon over naar zijn erfgenamen. Leeft hij langer dan de actuaris heeft berekend dan strijkt hij het geld op van de eerder overleden deelnemers. Er is dus alle reden om het pensioenvermogen tot het huishoudvermogen te rekenen. Er is daarbij echter één probleem: het “beste” Nederlandse pensioenstelsel heeft er een zootje van gemaakt zodat het pensioenvermogen niet naar deelnemer te verbijzonderen valt.

Tabel 4 Aanpassingen CPB op CBS cijfers

196_4

Toelichting:

(a) De gegevens van statline zijn in aanzienlijke mate gebaseerd op de fiscale gegevens met dien ten gevolge alle makke die aan deze fiscale gegevens, die overigens uitsluitend ten behoeve van een uiterst coulante belastingheffing van de Upper Middle Class (UMC) geregistreerd worden, kleven.

(b) Bij het pensioenvermogen rekent DNB de algemene reserve van de pensioenfondsen niet mee. Voor de bankencrisis stelde de algemene reserve door de hoge dekkingsgraad nog wat voor. In de vermogensontwikkeling had het CPB dat effect dus mee moeten nemen, dat vermogen is immers voor ca 65% (na belastingen) materieel bezit van de pensioendeelnemers.

De omvang van de derde pensioenpijler is niet bekend. De heer Knot heeft daar in 2012 een gooi naar gedaan en kwam op een totaal pensioenvermogen van ca € 1.271 mld. inclusief derde pijler. Het verschil nemen we netto in §3 mee.

Zowel het CBS, DNB en het CPB rekenen het bruto pensioenvermogen toe aan de huishoudens. Op dit vermogen rust echter nog een belastingclaim van ca 35% (CPB-cijfer), zodat het vermogen van de huishoudens systematisch veel te hoog wordt voorgesteld en het overheidsvermogen overeenkomstig veel te laag. In §3 corrigeren we hier voor.

Omdat 41% van de pensioenpremie wordt afgetrokken tegen 52% belasting door ca 7%-8% van de bevolking zal het pensioenvermogen redelijk ongelijk zijn verdeeld. In welke mate dit in de CPB cijfers tot uitdrukking komt, laat zich raden. Pensioenen in eigen beheer, zeer populair bij de topinkomens, komt immers in het cijfermateriaal dat het CPB gebruikt niet voor.

(c) In welke mate een belastingclaim rust op de levensverzekeringen is onduidelijk. Hiermee is in de opstelling geen rekening gehouden.

(d) Het bedrag aan kapitaalverzekeringen is bij het CBS niet bekend. Blijkens een studie kan dat bedrag voor 2012 gesteld worden op ca € 80 mld. oplopend naar 135 mld. in 2018. Dat is dus aanzienlijk meer dan het CPB hier toerekend.

§3 De (bekende) aanpassingen van de CPB cijfers

Tabel 5 Aanpassingen op CPB-vermogen

196_5

Een aantal posten zijn reeds in §2 toegelicht onder de letters a – d.

(f) Voor de bepaling van het kapitaalverzekering vermogen 2012- 2015 zie noot 4 in de bijdrage Belastingen op kapitaalinkomen volgens Jacobs. Het totale bedrag is dus hoger dan het CPB hanteert.

(g) De correctie van het pensioenvermogen derde pijler is in deze bijdrage nader toegelicht. Het bedrag van 2012 is voor de latere jaren aangehouden.

(h) Het ondernemingsvermogen en het AB-vermogen zouden natuurlijk op de waarde in het economisch verkeer moeten worden gewaardeerd. Veelal wordt daarvoor de contante waarde van de toekomstige cashflow in aanmerking genomen. Het inkomen uit aanmerkelijk belang is afhankelijk van de wens van de ab-houder om dividend uit te keren en fluctueert nogal in de loop der tijd, net zo als het aantal ab-aandeelhouders (?). Het zal duidelijk zijn dat de waarde van het ondernemingsvermogen en ab-belang voor het CBS niet reëel valt te berekenen. Die waardering  is daarmee irrelevant. Van het CPB zou je verwachten dat hier aandacht aan zou worden besteed maar die moest natuurlijk van Asscher bewijzen dat de vermogensontwikkeling geen reden tot zorg is (zie verslag Piketty discussie in parlement). Voor een nadere discussie zie ook de bijdrage Aandeel Quote 500.

De conclusies van het CPB zijn dus van beperkte waarde daar het gebruikte cijfermateriaal uiterst gebrekkig is. In elk geval is het onderliggende cijfermateriaal volstrekt onvoldoende om een conclusie te kunnen trekken over de ontwikkeling van de verdeling van het huishoudvermogen in de periode 2006-2013.

Appendix Cijferanalyse op panelonderzoek

Het CPB maakt gebruik van een representatieve steekproef uit het integrale vermogensbestand (IVB). Naar wij aannemen betreft het een postensteekproef van 2,3 miljoen huishoudens. Daarnaast wordt een steekproef getrokken van uitsluitend huishoudens die zowel in 2006 als in 2013 (lees 2012) in het IVB bestand voorkomen. Deze laatste steekproef is niet resprestatief omdat zowel jongeren als ouderen door discontinuïteit uitvallen. Toch worden op basis van deze niet representatieve steekproef vergaande conclusies getrokken over de ontwikkeling van het vermogen.  Het gemiddeld vermogen voor deze balanced panel groep is substantieel hoger.

Op basis van tabel 2.2 [1] valt de volgend analyse te maken. Hierbij is het jaar conform de bestendige gedragslijn in deze bijdrage per 31-12 van enig jaar weergegeven.

Tabel 6 Netto gemiddeld vermogen (€ ‘000) en corresponderende totalen in € mld. 2005-2012 

196_7

(1) De CPB-cijfers gaan van het 10e deciel uit na aanpassing in 2010. In hoeverre dat nog effect heeft op de vergelijking met voorgaande jaren (b.v. 31-12-2006) is onduidelijk.

(2) Helaas moet de lezer deze gevens zelf uit de tabel destilleren. Het gemiddeld balance panel vermogen is dus niet representatief. Onderstaande grafiek maakt het verloop 2006- 2012 duidelijker:

196_10

(i) Met name de afwijking gedurende de grote recessie is duidelijk.

(2) In het achtergronddocument wordt het gemiddeld vermogen na de CPB aanpassing voor pensioenaanspraken en kapitaalverzekering niet op de voorgrond geplaatst. De gegevens ontbreken zelfs geheel.

(a) Het CPB maakt bij de toerekening van het pensioenvermogen gebruik van het Pensioenaansprakenbestand en het Integraal Persoonlijk Inkomen (IPI) voor de berekening van het pensioenvermogen. In hoeverre de toerekening in totaal van het actieve deelnemersbestand en gepensioneerden bestand ook maar in buurt aansluit op de DNB-statistiek pensioenvermogen gegevens laat zich raden. Ik houd het er maar op dat een dergelijke aansluiting op zuiver toeval zou berusten, gezien de toleranties en de gehanteerde rekenmethodes. Bij een deugdelijke wetenschappelijke publicatie was deze informatie wel verstrekt of kwamen de uitkomsten niet zo goed uit?

(b) De hanky panky excercise van de allocatie van de kapitaalverzekeringen maakt dat we deze allocatie ook maar op de blauwe ogen van het CPB moeten geloven.

__________

Laatst bijgewerkt 25 januari 2016

[1] CPB, http://www.cpb.nl/publicatie/vermogensongelijkheid-in-nederland-2006-2013

en

Mejudice, Arjan Lejour, Thomas Kooiman, “Toegenomen vermogensongelijkheid heeft alle schijn van tijdelijk fenomeen”, 19 januari 2016, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/toegenomen-vermogensongelijkheid-heeft-alle-schijn-van-tijdelijk-fenomeen

[2] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80056NED&D1=0%2c2&D2=0&D3=0%2c3-12%2c14-15&D4=1%2c4-6%2cl&HDR=G1%2cT&STB=G2%2cG3&VW=D

[3] Die kritiek richtte zich met name op de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s van het CPB.

NRC, “Politieke partijen verliezen vertrouwen in modellen planbureau”, 21 januari 2016, http://digitaleeditie.nrc.nl/losseverkoop/NH/2016/0/20160122___/1_02/index.html#page2

Eerder wezen we in eerdere bijdragen, zonder te streven naar volledigheid, al op:

(1) Een model dat simplistisch uitgaat van de relatie lonen  , werkgelegenheid ⇑. Het vergt zeker twee jaar lagere school om een dergelijk model te ontwikkelen. Werkgelegenheid is daarbij een containerbegrip. De politiek maakt van dat model dankbaar misbruik om hun “progressieve uiterst sociale hervormingsprogramma’s” te laten doorrekenen. De uitkomst laat zich raden en de berekening zou ook op de achterkant van een sigarendoosje kunnen worden verricht. 

(2) De doorrekening van de verkiezingsprogramma’s, waarbij b.v. bij de VVD de verkoop van 1,2 mld. sociale woningen geen effect had op de overheidsfinanciën. (Toch ca 20% HRA-infuus op € 150.000 * 1.2000.000 woningen of € 36 mld. belastingderving)

(3) Het klakkeloos aanlopen achter het trio Reinhart, Reinhart en Rogoff inzake overheidsfinancien, met voor Nederland de laagste werkelijke staatsschuld in Europa (nihil). Dat Laura van Geest dit niet op het netvlies had en haar gehoor misinformeerde (= voorloog) over de historische ontwikkeling van deze schuld vermelden we al eerder. Dat bij een dergelijke lage overheidsschuld de banen niet aan te slepen zouden moeten zijn, kan het CPB dan weer niet verklaren.

(4) De motivering van het toptarief in de belastingen met gebruikmaking van een volstrekt ontoereikend panelonderzoek. De conclusies van dat onderzoek onderbouwde overigens bij close reading het huidige toptarief, dat door de uiterst royale HRA en omkeerregel pensioenen (spaarpot voor de UMC met pensioenen in eigen heheer) toch al zelden betaald werd/wordt.

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: