Skip to content

Evenwichtigere vermogensverdeling door pensioenvermogen?

25 november 2015

____________________________________________________________________

Volgens Asscher en Wiebes daalt het aandeel van het 10e vermogensdeciel in het totaalvermogen door de toerekening van het pensioenvermogen van 61,1% naar 51,1% als we de antwoorden op Kamervragen mogen geloven. Dat wekt de nodige verbazing, want sinds wanneer kunnen we in Nederland binnen ons krakkemikkige pensioensysteem het bruto pensioenvermogen individueel aan de pensioendeelnemer toerekenen? Om van een netto pensioentoedeling na aftrek van de daarop nog drukkende belasting maar helemaal te zwijgen.

In deze bijdrage zullen we dan ook aantonen dat de heren maar wat uit hun duim zuigen en dat over de vermogensverdeling van het totale vermogen per deciel nauwelijk iets zinnigs valt te zeggen, laat staan over de ontwikkeling van dat vermogen in de tijd.

Vroeger leerde je op de lagere school dat je appels en peren niet mocht optellen. Zowel het MvF als het CBS telt vermogenscomponenten waarop geen belastingclaim rust en pensioenrechten met nog een forse belastingclaim van gemiddeld 35%. maar materieel binnen de inkomens- en vermogensdecielen fluctuerend van 19% tot 52%, rustig bij elkaar. Op die krakkemikkige basis slaat men dan onzinnig aan het rekenen.

De staat wordt door het CBS en het MvF natuurlijk buiten de verdeling van het pensioenvermogen gehouden en die heeft toch echt een belastingclaim van ca 35% van het pensioenvermogen. Zou je dat wel doen dan heeft de staat ineens geen overheidsschuld en overheidstekort meer, en dat kan het CBS echt niet gebruiken als his masters voice op het gebied van overheidspropaganda.

De inkomens- en vermogensstatistieken zouden overigens ook aanzienlijk verbeteren als de belastinghervormingen eens systematisch zouden worden aangepakt. De erfbelasting, mede een correctie op in het verleden onbelast genoten inkomen en vermogenstoename, speelt daarbij een belangrijke rol, omdat deze belasting ook nog eens economisch nauwelijks verstorend werkt.

____________________________________________________________________

Om bepaalde clientèle van het Ministerie van Financiën (MvF) bij de belastingheffing een genoegen te doen hanteert dit ministerie zowel een wazig particularistisch inkomens- [2] als vermogensbegrip [3]. Ons armzalig toegeruste CBS bepaalt aan de hand van die gegevens de inkomens- en vermogensstatistieken die daarmee nogal wat leemtes vertonen. [4] “Het brede gebruik van deze cijfers in academische kringen”, maakt echter dat deze cijfers “geenszins suggestief” zijn, volgens staatssecretaris Wiebes en Minister Asscher.[1a] Hoewel ik niet tot die academische kringen behoor, meen ik toch dat er op deze cijfers het nodige valt af te dingen. We hopen dit in deze bijdrage nogmaals duidelijk te maken. In een een eerdere bijdrage gingen we hier voor het 10e vermogensdeciel al uitgebreid op in.

In het antwoord op vraag 30 [1a] wordt aangegeven dat de verdeling van het vermogen na pensioenrechten gelijkmatiger is dan de verdeling voor pensioenrechten. Hierbij kan het staatje van de staatssecretaris, na bewerking, onder aanvulling van de daarmee gemoeide bedragen, als volgt worden weergegeven [1a]:

Tabel 1 De allocatie van de pensioenrechten naar vermogensdeciel 

(click op tabel om te vergroten)

194_1

(a) De paarse cellen zijn ontleend aan het antwoord van de staatssecretaris. Het is zowel bij het CBS als bij het MvF te doen gebruikelijk om van het vermogen per 1/1 van enig jaar uit te gaan. Bij de uitwerking zijn we uitgegaan van het private vermogen per 1/1/2012 (“2012”) maar voor het pensioenvermogen eind 2010 (“2010”). Alleen de percentages worden door de staatssecretaris gegeven en we hebben er de bedragen even bijgezocht aan de hand van CBS Statline. De totale pensioenrechten laten zich dan hieruit berekenen op € 472,3 mld. als we ons op de 50,1% aandeel van het tiende vermogensdeciel concentreren

(b) Voor de volledigheid hebben we ook de vermogensverdeling volgens de inkomensdecielen voor 1/1/2012 opgenomen. Zoals u ziet wijkt die nogal af van de vermogensdecielindeling. Daarnaast hebben we vermogenscomponenten die het CBS wegens onbekendheid of anderzins laat zitten even pro memorie in de tabel opgenomen.[1e] Dit alleen al om te laten zien dat de beweringen van Asscher en Wiebes over de evenwichtige vermogensverdeling met een flinke korrel zout moet worden genomen: we weten het gewoon niet.

(c) De pensioenrechten zijn berekend op actuariële basis. [1b] Op welke wijze rekening is gehouden met de daarop drukkende belastingclaim bij uitkering laat de staatssecretaris in nevelen gehuld. Het is usance bij het DNB, CBS en CPB om het pensioenvermogen bruto weer te geven. Raadpleging van het artikel van Knoef en Caminada geeft enige duidelijkheid over de gehanteerde systematiek. [5] Op grond daarvan moet de conclusie getrokken worden dat de voorstelling van zaken door de minister en staatsecretaris geheel in lijn is met het motto van deze site, immers het artikel licht toe dat de pensioenrechten bruto zijn opgenomen:

“Alle bedragen zijn bruto berekend. Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen). Het is niet op voorhand duidelijk welk effect (uitgestelde) belastingheffing zou kunnen hebben op de mate van scheefheid van de vermogensverdeling.”

Op grond hiervan kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

(1) Het bruto pensioenvermogen voor 2012 bedraagt, inclusief derde pijler ca € 1,271 mld. Omdat slechts bruto ca € 472,3 mld. is verbijzonderd in tabel 1 is dus bruto € 799 mld. pensioenvermogen buiten de boot gevallen. Dat het pensioenvermogen niet valt te verbijzonderen naar deelnemer hoeft niet te verbazen, gezien ons pensioenstelsel, met een € 100 mld. doorsneepremieproblematiek, indexatieachterstanden, dekkingstekorten en garantie tot de deur van de pensioenrechten. Je moet dan ook het netto pensioenvermogen verdelen over de deelnemers – meer valt er immers niet te verdelen.

(2) Het gemiddelde belastingtarief bij pensioenuitkering is ca 35%, maar aangezien 41% van de pensioenpremie tot voor kort werd afgetrokken tegen 52% door ca 7% van de bevolking ligt dat percentage voor de hoge inkomens bij uitkering ook rond de 52%. Er is ook een substantieel verschil tussen de vermogensverdeling op grond van vermogen en de vermogensverdeling op grond van inkomen, mede door de gehanteerde inkomens- en vermogensbegrippen, naast de eigen woning en het sparen voor de oude dag. Uiteraard heeft dat ook effect op het effectieve belastingpercentage. Kortom inzicht in het belastingpercentage bij uitkering per vermogensdeciel is niet beschikbaar.

(3) Een substantieel deel van het vermogen valt niet te verbijzonderen naar vermogens- noch inkomensdeciel of is zelfs niet bekend.(4) Onder in de tabel is te zien dat belangrijke vermogenscomponenten überhaupt buiten de statistieken van het CBS vallen. De stelling van Knoef en Caminada dat

het lastig is om iets te zeggen over de al dan niet groeiende vermogensongelijkheid in Nederland vanwege gebrek aan data.

heeft dus, ook na hun artikel, niets van zijn actualiteit verloren.[5]

[4]In de bijdrage Aandeel Quote 500 lieten we al zien dat het CBS het vermogen van de top 0,1% systematisch onderschat wordt met name door de onderwaardering van het ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen. Ruwweg kunnen we op grond hiervan zo al € 75 mld. bijtellen voor het 10e deciel en dat is maar een begin.

(5) Met moet aannemen dat deze feiten bij het MvF genoegzaam bekend zijn. Waarom levert men dan toch zo’n onzintabel op?

Nu we de onjuiste voorstelling van zaken van het MvF behandeld hebben, kunnen we ook de recente CBS publicatie nog even onder de loep nemen voor zover die over het zelfde onderwerp gaat. [1d]

Het CBS richt de verdeling van de pensioenaanspraken op de inkomensverdeling. Daarbij komt het tot de conclusie dat de toedeling het verschil tussen Q5/Q1 vermogensratio stijgt van 6,4 naar 7,8. Dat betekent dat het het totale vermogen van de rijkste 20% huishoudeninkomens 7,8 keer zo groot als het vermogen van de armste 20% huishoudeninkomens als je de pensioenrechten meerekent. Zoals door het CBS vermeld wijkt dit af van Knoef en Caminada die de verdeling op basis van de vermogensverdeling naar vermogen hebben uitgewerkt. Overigens kleeft aan de CBS-methodiek dezelfde makke: de pensioenaanspraken worden bruto meegerekend. Dit heeft tot gevolg dat de topinkomens een hoge pensioenaanspraak krijgen toegerekend terwijl hier nog wel 52% belasting afgaat. Het is dus niet zo’n wonder dat de ongelijkheid met pensioentoedeling volgens de CBS-“methode” licht stijgt.

194_2

De toelichting is deels aan de CBS-spreadsheet ontleend [1d]:

(1) Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op: a) hun werkgevers, b) een pensioenfonds, c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).

Naast deze pensioenrechten hebben we natuurlijk ook nog te maken met lijfrenten, pensioenen in eigen beheer, Fiscale OudedagReserves (FOR), etc., die kunnen worden omgezet in pensioenrechten. Volgens het CBS zijn “de pensioenrechten tussen 2005 – 2012 sterk gestegen als gevolg van de gedaalde rente”.[1d] Er bestaat echter ook nog een algemene reserve pensioenfondsen die mede dankzij de bankcrisis fors daalde. In 2008 bedroeg die nog € 203 mld.. De rentestand heeft bij een dekkingsgraad > 100 alleen effect op de verdeling tussen pensioenverplichtingen/algemene reserves, die immers communicerende vaten zijn.  Het CPB concludeerde vrij recent dat het pensioenvermogen sinds 1990 met 8% per jaar was toegenomen, de helft door premiestortingen en de andere helft door rendementen.

(2)Woningen: gebouwen die geheel of hoofdzakelijk zijn bestemd voor bewoning.

(3) Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.

Aan de hand van [1d] valt de volgende vergelijking te maken met de bijdrage Vermogen huishoudens 31-12-2012 “2013”:

194_3

(a) We blijken nu ineens in 2012 ca € 484 mld. meer vermogen te hebben waarvan de bron niet hoeft te worden vermeld door het CBS. Ik kwam niet verder dan

“Ondanks dat het vermogensconcept in de nationale rekeningen omvangrijker is dan in de meeste microstudies, is het niet alomvattend.”

Zou het niet handig zijn geweest als die € 484 mld. , toch 41% van het oude CBS-Statline huishoudvermogen wel was toegelicht door het CBS?

Tot slot:

Als de belastingwetgeving wat evenwichtiger was en een ieder naar vermogen belasting betaalde zou er niet zoveel reden zijn om aandacht te besteden aan de inkomens- en vermogensverdeling.  Een van de redenen van de scheve vermogensverdeling is de vrijstelling van erfbelasting van het  geërfd bedrijfsvermogen van 87%. De staatssecretaris  motiveerde dit met:

“De vrijstelling heeft tot doel te voorkomen dat de heffing van schenk- of erfbelasting een belemmering vormt voor de voortzetting van een gezonde onderneming in opvolgingssituaties.” [1a; vraag 46]

Ale je je onderneming verkoopt aan een Venture Capitalist kan de koper de overnameprijs financieren door de overgenomen onderneming een lening te laten opnemen en mag die onderneming de rente ook nog eens aftrekken van de belastingen. Daardoor kan de verkoper ook nog een hogere verkoopprijs bedingen. Als er 20% erfbelasting betaald moet worden, een fractie van de koopprijs, is deze constructie ineens niet mogelijk en moet de ondernemer worden ontzien omdat anders de continuïteit in gevaar komt. Doelredeneringen zijn in de politiek voor de bezittende klasse altijd ruim voor handen en ze worden onbeschroomd geventileerd, ook als de PvdA in de regering zit. {zie ook [2]}

________________

Laatst bijgewerkt 30 november 2015

[1] Bronnen

[1a] “Kamerbrief met antwoorden op de vragen van de vaste commissie voor Financiën over de Nederlandse vermogensverdeling”,

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2015/01/09/antwoorden-op-de-vragen-over-de-nederlandse-vermogensverdeling

[1b] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2014/11/17/kamerbrief-antwoorden-op-vragen-over-vermogensverdeling/kamerbrief-antwoorden-op-vragen-over-vermogensverdeling.pdf

[1c] https://www.eerstekamer.nl/bijlage/20150206/verslag_van_een_nader_schriftelijk/document3/f=/vjr7h0a8z5s5.pdf

[1d] CBS, “Ongelijkheid tussen huishoudens vanuit verschillende concepten”, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/34DD12FC-7E6B-43EF-80F6-E392091D2BF1/0/2015DNE05ongelijkheidtussenhuishoudensvanuitverschillendeconcepten03.pdf

[1e] Bronnen: Pensioenen en Vermogen Huishoudens.

[1f] Koen Caminada, “Verdeling van (top)inkomens en vermogen in Nederland.”

http://media.leidenuniv.nl/legacy/1-inkomens-en-vermogensverdeling.pdf

[2] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

Rijkers heeft het over “In alle gevallen vormt, dankzij ons huidige wazige inkomensbegrip, een ruimhartig toegepast instrumentalisme de glijbaan naar de belastingvrijdom. ” [blz. 29]

[3] Slechts 21% van het vermogen (exclusief ondernemingsvermogen en ab-vermogen) wordt immers maar belast onder de vermogensrendmentsheffing. (€ 374 mld. van totaal € 1.784 mld.). Het EWF van het eigen huis is een schijntje, zeker met de Wet Hillen, en pensioenvermogen is geheel vrijgesteld. Voor een overzicht van de gatenkaas die de belastingheffing op het vermogen voorstelt zie de  bijdrage Belasting op kapitaalinkomen volgens Jacobs.

[4] Dat het CBS systematisch geld en mankracht wordt onthouden om zijn statistieken op orde te brengen, blijkt uit de antwoorden op kamervragen [1a], [1b] en [1c]. Uit die antwoorden blijkt ook dat fractiespecialisten van de Eerste en Tweede Kamer, die de regering horen te controleren, meer weg heeft van een kleuterklasje, gezien de kwaliteit van de vraagstelling. Hadden de Eerste Kamerleden hun leesbril wel bij zich? Asscher ventileerde dan ook de mening: “Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.”, waarvan acte. “Ik zie niets”, zei de struisvogel en stak zijn kop nog dieper in het zand.

De makke in de CBS-vermogensstatistiekcijfers zijn door het CBS op verzoek van de staatssecretaris nader uiteengezet in [1c]. In publicaties van het CBS zelf moet je die forse kanttekeningen met een lantaarntje zoeken en veelal ontbreken die in de rapporten, een toch een fors voorbehoud op de juistheid en volledigheid van de cijfers. [b.v. 1d] Die makken zijn o.a.:

Reactie CBS:

In de beschikbare reeksen van de vermogensstatistiek zijn zowel aan de onder- als bovenkant van de vermogensverdeling bepaalde posten beperkt opgenomen:

Aan de bezittingenkant is tot 2012 alleen een deel van de kleine tegoeden opgenomen. Weliswaar wordt/werd steeds het contant geld (boven de fiscale vrijstelling van jaarlijks ongeveer 500 euro) regulier ingeteld maar konden tot 2012 de kleine «bank- en spaartegoeden» en «effecten» vanwege onvolledigheden in de onderliggende fiscale databronnen alleen deels worden opgenomen. Vanaf 2012 worden deze posten volledig waargenomen en dienovereenkomstig ook volledig ingeteld.

♦ Ook kleine schulden zijn alleen gedeeltelijk in de vermogensstatistiek opgenomen. Sinds kort beschikt het CBS over informatie van hypothecaire geldleningen, persoonlijke leningen en consumptief krediet. Deze nieuwe informatie zal vanaf 2016 deel uitmaken van de reguliere vermogensstatistiek.

♦ Het CBS kan sinds kort ook beschikken over informatie over studieschulden waardoor in 2016 ook op dit vlak een verbeterslag in de schuldenspecificatie van de vermogensstatistiek gerealiseerd zal worden.

♦ In de huidige vermogensstatistiek wordt het aantal directeuren en grootaandeelhouders (DGA’s) onderschat en daarmee ook hun aanmerkelijk belang in vennootschappen. Daardoor is er misclassificatie in de hoogte van het vermogen dat door ondernemers in een onderneming is opgebouwd. Dit heeft een versluierende weerslag op (vooral) de bovenkant van de vermogensverdeling. Inmiddels zijn werkzaamheden opgestart voor de ontwikkeling van een nieuwe, zogeheten, DGA-datasatelliet waarin DGA’s en hun aanmerkelijk belang in vennootschappen correct en met teruglegging tot 2007 zijn vastgelegd. Aldus zal eind 2016 een op dit vlak verbeterde reeks vermogensstatistieken beschikbaar komen. Om deze verbeteringen mogelijk te maken heeft het CBS een financiële bijdrage gekregen van het Ministerie van Economische Zaken.

♦ Verder is het opgebouwde vermogen in spaar- en beleggingshypotheken niet bekend waardoor de netto hypotheekschulden volgens de huidige vermogensstatistiek worden overschat. Het CBS heeft nog geen toegang kunnen krijgen tot de noodzakelijke brongegevens om deze informatie beschikbaar te krijgen. {Dit bedrag is recent bepaald op ca € 80 mld. in 2012 oplopend tot 135 mld. in 2018}

Aanvullend valt hieraan toe te voegen:

♦ Pensioenaanspraken maken geen deel uit van de vermogensstatistiek omdat zij niet overdraagbaar, overerfbaar en beschikbaar zijn. Dat is in elk geval niet het geval voor pensioenen in eigen beheer voor een directeur/eigenaar in een BV, noch voor de FOR van een ondernemer, waarover vrij kan worden beschikt bij liquidatie of vererving, uiteraard na belastingheffing. Bovendien geldt volgens de commissie Van Weeghel dat de pensioenopbouw is in voorkomende gevallen zodanig groot is dat deze niet meer als hoofddoel het bieden van een oudedagsvoorziening heeft, maar er veel meer sprake is van vermogensopbouw. Tot voor kort werd immers 41% van de pensioenpremie tegen 52% afgetrokken en dat geld hoopt zich op in het pensioenvermogen. Tot het pensioenvermogen horen niet alleen de aanspraken maar ook de potjes (b.v. algemene reserve pensioenfondsen) die worden aangehouden.

♦ De waarde van het ondernemingsvermogen en de aanmerkelijk belangaandelen wordt overgepend uit de belastingaangifte. Uiteraard berust deze waardering op goed koopmansgebruik en heeft derhalve geen enkele relatie met de waarde in het economisch verkeer. Alleen al voor de Quote 500 kwamen we grofweg, met uiteraard veel slagen om de arm, op een hogere waardering van € 75 mld.

♦ In Nederland is het not done om informatie te verzamelen over de schaduweconomie. De inefficiëntie van onze belastingdienst zou dan immers ook aan de orde moeten worden gesteld en ” je wilt natuurlijk niet dat achter elke boom een belastinginspecteur staat” (Weekers). Toch gaat het om ca 9,1% van het bbp (Zwitserland 7,1%) en er zullen dus ook de nodige schaduwvermogens zijn. De opvolging van de uitkomsten van inkeerregelingen en de erfbelasting moeten toch een aardig inzicht geven, hoeveel geld het CBS met zijn vermogensstatistieken laat liggen. Ook hiervoor zal de overheid het CBS wel geen geld beschikbaar stellen, het desfunctioneren van de overheid wordt dan wel erg transparant.

[5] Koen Caminada, Kees Goudswaard, Marike Knoef, “Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw”,Me Judice, 27 juni 2014.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: