Skip to content

Inkomensbeperkende regelingen

22 september 2015

_____________________________________________________________________________

Jaarlijks verblijt onze minister van financiën (MvF) ons met de cryptische bijlage 5.3.1 inkomensbeperkende regelingen die poogt ons uit te leggen hoeveel belastinggeld er weer door het afvoerputje gaat op het gebied van de eigen woning en pensioenen. Bijlage en tabel 5.3.1. zijn sinds de eerste publicatie niet veranderd en onze ministers van financiën geven bij de tegen heug en meug beantwoording van kamervragen niet echt antwoord. Deze Nederlandse vorm van clientélisme maakt dat onze schatkist initieel onnodig wordt geplunderd. Bij een sluitende begroting mogen deze gemiste belastinginkomsten vervolgens door alle belastingplichtigen worden opgebracht. De pensioendeelnemer betaalt twee keer belasting: één keer over zijn uitkering en één keer, nu met de andere belastingbetalers samen,om het ontstane tekort aan te vullen.

In deze bijdrage vergaren we wat nadere informatie om de werkelijke belastingderving van die regelingen boven tafel te krijgen. Voor 2013 kan het bedrag dat we in dat jaar aan belasting misliepen op ca € 47,7 mld. becijferd worden. Daar staat het cijfer van het MvF groot € 25,2 mld. tegenover. Om dit bedrag in perspectief te plaatsen: de loon- en inkomstenbelasting 2016 bedraagt volgens de miljoenennota 2016 € 48.464 mln. Dat de inkomstenbelasting daarvan – 3.078 mln. uitmaakt, hoeft dus niet te verbazen. De inkomstenbelasting is ten opzichte van de loonbelasting van € 51.542 mln. voor veel belastingbetalers dus een tax credit.

Bij een echte vermogensbelasting op het eigen huis, had de overheid in de periode 2008-2014 overigens fors meebetaald aan de daling van de huizenprijzen. Misschien is het dus niet eens zo’n slecht idee om het eigen huis als een consumptiegoed te gaan beschouwen. [7]

Een aantal belastinghervormingen dringen zich op naar aanleiding van de omvang van de inkomensbeperkende regelingen en die leiden tot een vrijkomend bedrag van ca € 34,5 mld., zoals we in § 5 nader toegelichten. Eerder behandelden we in Belasting van kapitaalinkomen volgens Jacobs al een aantal belastinghervormingen, hier gaan we alleen verder in op de eigen woning en pensioenen. De lijst met inkomensbeperkende regelen is natuurlijk veel langer, Caminada komt zelfs op 120 regelingen en wil de zolder opruimen, de politici Kwek, Kwak & Co praten alleen maar over belastinghervormingen en dat doen ze al jaren. [9]

_____________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Blijkens de miljoenennota 2016 zijn de volgende bedragen gemoeid met de hypotheekrenteaftrek (HRA) /het eigenwoningforfait (EWF) respectievelijk pensioenen (inclusief box 3):

188 MN 2016

Omdat deze informatie sinds 2011 verstrekt wordt, kunnen we aan de hand van de miljoenennota’s een tabel construeren die een overzicht geeft voor de bedragen 2009-2020 [1]:

Tabel 1 Inkomensbeperkende regelingen 2009-2020 in € mld.

188_01

(a) De definitie:

“Inkomstenbeperkende regelingen zijn regelingen die de te betalen inkomstenbelasting beperken, maar wel onderdeel zijn van de primaire heffingstructuur. Ze vormen nadere bepalingen voor de draagkracht, die als maatstaf dient voor de inkomstenbelasting.”

In gewoon Nederlands: het gaat hier om belastingdouceurtjes die vooral de (Upper) Middle Class ten goede komen/kwamen.

Het gaat hierbij om:

(i) De derving eigen woning bestaat uit de HRA minus het EWF. Ten onrechte wordt de gederfde VRH niet meegerekend, hoewel dat bij pensioenen wel het geval is.

(ii) Pensioenen: 1) gederfde belasting doordat pensioenpremies in een bepaald jaar worden afgetrokken; 2) extra belastingopbrengsten doordat pensioenuitkeringen in een bepaald jaar worden belast en 3) om gederfde opbrengsten in box 3 omdat het pensioenvermogen niet belast wordt in box 3. (Circa 41 procent van de pensioenpremies werd tot voor kort afgetrokken tegen een tarief van 52 procent. [4])

De logica van ii) 2) is ver te zoeken. De staat heeft immers een belastingclaim op het pensioenvermogen en als de staat die claim int, is dat geen opbrengst maar het innen van een vordering die de staat ten onrechte niet heeft geboekt. De derving door de aftrek van penioenpremie in 1) is voor ca 35% uitstel van belastingen bij uitkering en 2) voor ca 10% derving van belastingen, 3) terwijl daarnaast nog ca 7% premies volksverzekeringen wordt misgelopen. Bij een sluitende begroting wordt dus twee keer belasting betaald n.l. bij de uitkering en om de derving van de belastingen nu alsnog op te brengen.

We kunnen tabel 1 ook grafisch weergeven:

188_03

We zullen proberen de bedragen van de gederfde belasting inzake eigen woning en pensioenen zo goed mogelijk te kwantificeren. Hierbij worden we gehinderd door het feit dat de informatieverstrekking door de overheid op gatenkaas lijkt, zodat we met flinke leemtes in ons cijfermateriaal te maken hebben.

§2 Inkomensbeperkende regelingen eigen woning

(Click op tabel of Ctrl + om te vergroten)

188_04

(a) De HRA -/- EWF is ontleend aan [1], gebuik makend van het meest actuele cijfer.

(b) De bron voor de EWF-cijfers is het rapport Analyse hypotheekrente-aftrek uit 2012, en dus gedateerd in het licht van de huizenprijzen onwikkeling en de EWF-veranderingen.[2]

(c) Voor het berekenen van de VRH maken we gebruik van de CBS-vermogenscijfers eigen woning en hypotheek (per 31-12). De hogere hypotheken en de waardedaling evan de eigen woning maken dat de VRH-opbrengst afneemt i.t.t. het eigenwoningforfait, waarvan het percentage aangepast wordt. Het verloop van het netto-bedrag HRA/EWF is overigens in het licht van de sterk dalende rente toch wat merkwaardig, maar omdat het MvF de splitisng HRA/EWF niet geeft, valt er niet veel over te zeggen.

In elk geval geeft de onderstaande grafiek aanvullende informatie

188_10

(a) Het duurt natuurlijk even voordat de lage rentestand doorwerkt. Maar zolang?

(b) En dan moet je natuurlijk ook nog rekening houden met dit effect: (Link naar De hypotheker i.v.m. © ) De banken manipuleren de rente wel, het heeft alleen minder effect op de hypotheekrente. De banken benadelen daarmee ook de fiscus en de belastingbetaler i.v.m. de HRA.

§3 Inkomensbeperkende regelingen pensioenen

De miljardennota van 2060 zal ongetwijfeld een overeenkomstige tabel 5.3.1 bevatten waarin de belasting op pensioenen wordt afgetrokken en uitgesteld. De belasting op de pensioenuitkeringen in 2060 dienen volgens onze huidige economen om de hogere zorgkosten en AOW dan te kunnen opvangen. De economen anno 2060 zullen constateren dat hun illustere voorgangers toen door de financiële sector lobby, die in 2015 nog in Amsterdam gevestigd was, in het ootje genomen zijn omdat ze het belastinggeld op de pensioendotaties 2060 toch weer echt kwijt zijn.

We kunnen de belastingderving pensioenen als volgt samenvatten:

(Click op tabel of Ctrl + om te vergroten)

188_05

(a) De inkomensbeperkende regeling pensioen is ontleend aan [1], gebruik makend van het meest actuele cijfer.

(c) Het pensioenvermogen is ontleend aan de bijdrage Pensioenen. Vanaf 2015 laten we het pensioenvermogen jaarlijks met ca 7%. stijgen, zoals gemotiveerd in die bijlage.

(d) De derde pijler pensioenen 2012 zijn ontleend aan een lezing van Knot, zie de bijdrage Pensioenen. De ratio van dit extra pensioenvermogen t.o.v. het pensioenvermogen voor 2012 is arbitrair gehanteerd voor de volgende jaren.

(e) Om de VRH over het pensioenvermogen van de belastingbetalers te berekenen moeten we uitgaan van 65% van het pensioenvermogen onder aftrek van de belastingclaim (35%).

(f) Voor gegevens omtrent de pensioenpremie incl. derde pijler zie deze bijdrage voor een correctie op [3] i.v.m. gewijzigde wetgeving.

(g) en (h) Conform statistiek pensioenfondsen DNB.

(i) – (k) We rekenen hier de belastingderving (45%) en uitstel (35%) uit op basis van de pensioenfondsgegevens en de VRH van 1,2% op het pensioenvermogen. Het totaal komt verrassend enigszins in de buurt van de bedragen die het MvF hanteert.

(l) 1,2% van het pensioenvermogen cf. (k)  Het pensioenvermogen van de huishoudens 1/1/2013 bedraagt, exclusief aandeel staat, 65% van {(€ 1.090 (c) + € 181 (d)}  of € 826 mld. Voor 2013 , zonder vrijstelling, gaat het dus om  1,2% van 826 mld. of  € 10 mld. VRH.{ in tabel € 8,5 (j) +€ 1,4 (o)}

(m) Pensioenpremie (f) tegen 10% {verschil tussen 45% (inhouding) en 35% (uitkering)} Voor 2013 dus 10% van 43,4 = € 4,8 mld.

(n) 35% van pensioenpremie – de belasting die uitgesteld wordt. (f). Voor 2013 dus 35% van 43,3 = € 15,2 mld.

(o) Derving sociale lasten 52%- 45% = 7% van de pensioenpremie (f) Voor 2013 dus 7% van 43,3 = € 2,6 mld.

(p) Derving VRH berekend over 65% van geschat pensioenvermogen derde pijler (d) Voor 2013 zie (l)

Het CPB komt voor pensioenen in een recente studie op € 3 mld. derving box 3 en € 6 mld. box 1,  totaal € 9 mld., door lagere tarieven bij pensionering in 2013. [10, blz. 10] Dit komt overeen met een pensioenvermogen huishoudens van slechts € 250 mld. (3/1,2%). {vergelijk € 826 mld. onder (l)} Ik weet niet wat ze gerookt hebben toen ze dat op het MvF uitrekenden, noch bij het CPB toe ze dit bedrag klakkeloos overpenden. Ik kom op € 10 mld. box 3 en € 7,4 mld. box 1 of totaal € 17,4 mld. {die 17% van Jacobs is door hem van het CPB verkregen en wordt ook in de CPB-studie door het CPB  aangehaald, een soort van zelfcitaat van het CPB dus}

§4 Recapitulatie

De gebrekkige resultaten van §3 en §4 laten zich als volgt samenvatten:

(Click op tabel of Ctrl + om te vergroten)

188_07

(a) Als het pensioenvermogen blijft toenemen komt van de € 15,2 mld. uitstel van de belastingen in 2013 materieel ook afstel. De contante waarde van een eeuwig durende vordering is immers nihil. Op de deskundigen die menen dat die pot leegraakt rust dus de plicht om dat dan door simulatie te bewijzen, ze hebben in elk geval de schijn tegen. [8] We zitten dan ook met een forse pot dood geld in de pensioenpot opgescheept die beter gebruikt kan worden om de hele overheidsschuld in een keer af te lossen.

(b) Alleen voor het jaar 2013 beschikken we over een vertikaal doorlopende cijferreeks. Uit de opstelling blijkt dat het belastinglek door de inkomensbeperkende regelingen voor 2013 zeer aanzienlijk is (ruw geschat € 47,7 mld.) en veel groter dan de minister van financiën ons voorhoudt (€ 25,2 mld.) Het verschil kan, voor zover de data dat toestaat, als volgt worden gespecificeerd:

188_99

§5 Belastinghervormingen

Op basis van §4 dringen zich enkele mogelijke belastinghervormingen op waarvan de meeropbrengst 2016 is:

188_100

(a) De eigen woning wordt een consumptoegoed en valt buiten de belastingheffing m.u.z. schenk- en erfbelasting. HRA en EWF vervallen.

(b) Over het rendement op het pensioenvermogen (4,7% volgens herstelplannen) wordt 30% vermogenswinstbelasting afgedragen. De vrijstelling dient dan nog wel in samenhang met het overige vermogen te worden vastgesteld. Deze heffing gaat wel ten koste van de toekomstige pensioenuitkeringen.

(c) Over zowel het pensioenvermogen als over de toename van dat vermogen {exclusief (b)} wordt vanaf 1/1/2016 30% belasting geheven bij het pensioenlichaam cf. de dividenbelasting systematiek. Deze 30% belasting is een voorheffing en wordt verrekend met de pensioenuitkering. Dit levert per 1/1/2016 € 468 mld. op om de overheiddschuld (31-12-2015: € 452,3 mld.) af te lossen en jaarlijks nog eens 14,1 mld.

(d) De belasting opbrengst op de pensioenuitkering valt voor 30% weg – schatting inclusief een derde pijler opslag van 126%. Hier moeten we deze post wel aftrekken omdat immers al 30% van de belastingclaim in (c) is geïnd.

(e) Omdat de overheidsschuld nihil is, is geen rente meer verschuldigd.

Er is dus ca € 34,5 mld. per jaar beschikbaar om nog een aantal aanvullende belastinghervormingen door te voeren. Aangezien de opbrengst loon- en inkomstenbelasting voor 2016 € 48,5 mld. bedraagt is dat een fors bedrag aan smeergeld voor verdere belastinghervormingen.

___________________

Laatst bijgewerkt 25 september 2015

[1] Samenvatting inkomensbeperkende regelingen uit miljoennota’s 2011-2016

188_02

In de miljoenenota 2014 is voor pensioenen overgegaan op integrale waarneming i.p.v. een panel.

[2] http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/brieven/2012/05/25/analyse/analyse.pdf , blz. 8.

[3] Quote:

“Voor de huidige fiscale behandeling van de eigen woning geldt, op grond van de rangorderegeling als bedoeld in artikel 2.14 van de Wet IB 2001, dat zowel de eigen woning als de daarmee samenhangende kosten in box 1 in de heffing worden betrokken, waardoor box 3 niet aan de orde is. In de tabel wordt voor de eigen woning box 3 dan ook buiten beschouwing gehouden.”

Antwoorden op Kamervragen Miljoenennota 2014 (AFB)

Er is natuurlijk sprake van innerlijke inconsistentie in dit antwoord: “waardoor box 3 niet aan de orde is” geldt dan weer niet voor pensioenen en zo laat de Tweede Kamer jaarlijks over zich lopen bij het beantwoorden van kamervragen.

[4] Quote:

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013-2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.”

Antwoorden op Kamervragen Miljoenennota 2013, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/09/28/beantwoording-schriftelijke-vragen-miljoenennota-2013.html

[5]Caminada, “”, http://media.leidenuniv.nl/legacy/kc-2012-07.pdf

“Aangezien het beleggingsrendement bijdraagt aan de latere uitkering, blijft dit rendement te zijner tijd overigens niet onbelast.”

Deze zin riep bij mij de nodige vraagtekens op, die we aan de hand van een voorbeeld nader zullen uitwerken. Met een pensioenpremie van € 100.000 en een belastingtarief van 52%, stort de pensioendeelnemer € 48.000 in de pensioenpot en de belastingdienst € 52.000. Beide ontvangen het door het pensioenfonds gemaakte rendement bij uitkering, als ze geluk hebben. Volgens de herstelplannen is dat 4,7% en dus geen 5,5% VRH. De spaarder kan € 48.000 in zijn pensioenspaarpotje stoppen, maar moet daarover wel VRH betalen, bij de opbouw van zijn “pensioen” en tijdens de uitkering. De spaarder is dat geld t.o.v. de pensioendeelnemer dus kwijt. Dat de staat rendement ontvangt over zijn inleg lijkt mij niet meer dan logisch, maar dat is geen belasting in economische zin. Omdat DNB over dat spaargeld niets te vertellen heeft, weet de spaarder wel dat hij zijn pensioen krijgt i.t.t. de pensioendeelnemer die maar moet afwachten wat bekokstoofd wordt.

[6] http://www.pensioenbelangen.nl/phwp/wp-content/uploads/2012/12/de-pensioenpot-blijft-gevuld-abp-nieuwsbrief-14dec12.pdf

[7] Prof. Dr. A.C. Rijkers, Prof. Mr. I.J.F.A. van Vijfeijken, “Fiscaliteit en vermogensvorming in een inkomensbelasting”, blz 254. in:

” Rapport studiecommissie belastingstelsel,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

“Een en ander voert tot de aanbeveling de eigen woning geheel buiten de inkomensbelasting te plaatsen.”

“De verkoopwinst op de eigen woning valt daarentegen wel onder het in § .. geformuleerde inkomensbegrip.”

Zij zien de bepaling van die verkoopwinst echter als problematisch en zien er daarom vanaf. Die verkoopwinst zal in belangrijke mate ook inflatiewinst zijn. Bovendien zou de belastingdienst dan ook moeten participeren in verkoopverliezen. De overheid kan natuurlijk niet aan cherry picking doen. Indachtig het bekende voorbeeld van Eichholtz van de prijsontwikkeling van het Amsterdamse herenhuis sinds 1650 is daar dus ook geen reden toe:

“De enorme schommelingen in de waarde van woningen laten zien dat kopers er ook na jaren van gestage prijsstijgingen niet van kunnen uitgaan dat een huis zijn waarde wel behoudt. „De geschiedenis laat zien dat één ding zeker is: de huizenprijzen kunnen enorm fluctueren”. (“Hoogste huizenprijzen in bijna 300 jaar”, NRC 10-11-2007)

[8] http://www.pensioenbelangen.nl/phwp/wp-content/uploads/2012/12/de-pensioenpot-blijft-gevuld-abp-nieuwsbrief-14dec12.pdf

[9] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015.,http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

[10] CPB, “Een meer uniforme belasting van kapitaalinkomen, CPB Policy Brief 2015/16”, http://www.cpb.nl/publicatie/een-meer-uniforme-belasting-van-kapitaalinkomen

 

Advertenties

From → 1. Actueel

3 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Twee dingen goed begrijpen:

    1.EMU-saldo houdt per definitie geen rekening met overheidsbezit. Dit in tegenstelling tot een vermogenspositie van een onderneming of een particulier. Die mogen wel schulden opvoeren als negatief bezit, maar moeten die van de fiscus salderen met hun bezittingen.

    2.Het vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is groter dan dat van alle andere eurolanden gezamenlijk. Nu het uitgestelde belastingvermogen niet mag mee tellen, is er weer een reden bijgekomen om het Witteveenkader in een keer finaal te liquideren. Het is on-Europees.

    http://www.tweedekamer.nl/sites/default/files/field_uploads/J.C.%20Kortekaas_tcm181-228038.pdf

  2. Tini van der Heijden permalink

    Geachte heer Mol, ik waardeer Uw inhoudelijke onderbouwing van Uw standpunten zeer. Toch suggereert onderbouwing met cijfers objectiviteit, waar ook U selectief winkelt in de cijferwinkel. Zo is Uw stelling “De pensioendeelnemer betaalt twee keer belasting: één keer over zijn uitkering en één keer, nu met de andere belastingbetalers samen,om het ontstane tekort aan te vullen.” niet houdbaar. De pensioendeelnemer mag zijn bijdragen tegen aanzienlijk hogere belastingtarieven aftrekken, dan hij bij uitkering zal af moeten dragen. Juist dit verschil in tarief is een reden van dit tekort, een punt dat ik van U nu juist geleerd heb. Dus de pensioendeelnemer is juist de oorzaak van het tekort waar juist niet deelnemers ook voor op moeten draaien.

    Overigens is de oorzaak van het tekort per definitie een overheid die nog meer geld uitgeeft dan aan belastingen en heffingen int.

    • Zoals u in de berekeningen kunt zien reken ik met 10% belastingderving en 7% sociale lasten derving. Zo kom ik totaal dus op 17% derving (cf. Jacobs – gemiddeld tariefsverschil tussen aftrek/uitkering). Maar dat is het punt niet. Waar het omgaat is het volgende:

      Laat we een pensioendeelnemer nemen die echt belasting betaalt, dus in alle gevallen 52%. Hij trekt in 2015 zijn € 100.000 pensioenpremie tegen 52% af, dus de belastingdienst derft voor 2015 € 52.000 belasting,die bij een sluitende begroting in 2015 toch moet worden binnengeharkt door een hogere belasting dan anders het geval zou zijn geweest.
      Die pensioendeelnemer betaalt daar met zijn 52% in 2015 aardig aan dat €52.000 tekort mee, met alle andere belastingbetalers (ook diegenen die geen pensioen hebben).

      Bij uitkering betaalt hij terecht ook nog eens 52% over zijn pensioenuitkering.

      Zonder omkeerregel had deze deelnemer in 2015 € 52.000 belasting betaalt, zijn faire aandeel, en zijn pensioen op basis van de netto premie € 48.000 netto opgebouwd. Hij hoeft in 2015 niet verder mee te betalen want er is geen overheidstekort. Hij betaalt dus gewoon alleen belasting over het inkomen dat hij in 2015 verdient en zo hoort het ook. Zijn pensioenuitkering krijgt hij netto in zijn handen en is gelijk aan de netto uitkering bij de omkeerregel.
      Met de omkeerregel betaalt hij dus zijn belastingaandeel van € 52.000 derving in 2015 teveel.

      Ik winkel dus niet selectief in het cijfermateriaal, maar de overheid geeft een onjuiste voorstelling van zaken. Mijn benadering is gewoon een kwestie van ordentelijk boekhouden volgens normen die in het maatschappeijk verkeer te doen gebruikelijk zijn.(accrual accounting en matching principle) Als je het over de cijfers eens bent, kun je altijd nog politiek besluiten wat je met het vrijkomende geld doet. Maar de cijfers kun je niet vervalsen en dat doet de overheid inclusief CBS, CPB en DNB.

      Zoals ik aantoon is de oorzaak van het tekort in de afgelopen jaren puur veroorzaakt door een overheid die zijn latente belastingclaim op het steeds maar sterker toenemende pensioenvermogen niet boekt. en dus niet kan boekhouden. Het “tekort” komt dus omdat de belastindienst geld laat liggen, niet omdat de uitgaven groter zijn dan de inkomsten, want de inkomsten zijn kunstmatig laag gehouden door de belastingvordering niet te boeken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: