Skip to content

De grote ongelijkmaker

20 juli 2015

https://cormol.wordpress.com/2015/07/15/erfbelasting/________________________________________________________

In een artikel in MeJudice heeft Alman Metten gepoogd om een redelijk betrouwbare schatting van het inkomen uit effecten te maken.[1] Met deze schatting is hij dan in staat om te kwantificeren hoeveel inkomen buiten de CBS inkomensstatistieken en buiten de belastingheffing valt. Dit is eigenlijk geen taak voor een gewone burger, die veel cijfermateriaal wordt onthouden, maar als het CBS daar de middelen niet voor krijgt, zal je zelf iets moeten proberen. Dat het CBS daar de middelen niet voor krijgt, heeft minister Asscher (pvdA)  nog eens bevestigd aan de Tweede Kamer, hoewel het budget van het CBS natuurlijk onder minister Kamp (VVD) valt, en die zal het geld daar zeker niet voor uitgegeven, je moet tenslotte working towards the Upper Class voter. [8] De Nederlandse economen leuteren graag over Piketty, maar economenzweet is een uiterst schaars goed dus veel nuttige cijfers ( m.u.z. Salverda [9]) hebben we daarover nog niet op tafel gekregen.

De commissie Van Dijkhuizen II heeft er zich immers destijds met een jantje-van-leiden van af gemaakt toen zij voorstellen moest doen om de vermogensrendementsheffing (VRH) aan te pakken. Zij kwam met de volgende oplossing om het inkomen uit vermogen te belasten:

“Concreet stelt zij voor het forfaitaire rendement te berekenen door het gemiddelde te nemen van in de vijf voorafgaande jaren gerealiseerde spaarrente. Dit zou voor 2014 neerkomen op 2,4 procent in plaats van 4 procent.” [5]

Daarnaast werden enkele voorstellen gedaan om het voortrekken van ondernemers en aanmerkelijk belang aandeelhouders te verminderen. Ook de commissie stuitte op de volstrekt ontoereikende inkomensstatistieken van de aanmerkelijk belang aandeelhouders, die niet geheel toevallig bijna allemaal top 10 decielers zijn. [10] Niet dat de politiek daar ooit iets mee gedaan heeft en dat is voor de VRH maar goed ook, anders was Alman Metten’s zijn berekening nog pregnanter uitgevallen.

We maken een onderscheid tussen obligaties (10%), overige aandelen (34%) en aanmerkelijk belang aandelen (56%) voor het 10e vermogensdeciel., een groep die 90% van de waarde van alle effecten in handen heeft.

De ondernemingsfacilteiten, waarvaan de topinkomens ook bovenmatig profiteren, heeft zoals Rijkers beeldend stelde in zijn afscheidsrede het karakter van een glijbaan naar belastingvrijdom, We behandelen hier dit onderwerp niet maar lezing van zijn rede wordt  van harte aanbevolen. [12]

_________________________________________________________

§1 De samenstelling van het vermogen van het 1oe vermogensdeciel

Tabel 1 10e vermogensdeciel vermogen 2006-2012 [6]

(click op tabel of Ctrl+ om te vergoten)

162_1

(a) Aan de tabel kan niet zoveel waarde worden toegekend als in de media te doen gebruikelijk is. Tenslotte wordt door het CBS niet ingegaan op de waarderingsgrondslagen voor ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang aandelen, incourante aandelen, etc, etc en die zijn juist uiterst relevant voor het 10e deciel vermogen. Men wil toch niet gaan betogen dat fiscale waarderingsgrondslagen enige relevantie hebben voor de waarde in het economisch verkeer, inclusief goodwill, patenten, stille reserves, etc?

(b) De correctie voor het jaar 2010 heeft betrekking op de overgang van panelonderzoeken naar integrale waarneming van de vermogens. Laat niet geheel toevallig het 10e vermogensdeciel daarvan bovenmatig “profiteren” (83%) en dan nog grotendeels 58.000 aanmerkelijk belang aandeelhouders die er € 18,2 mld. bijkregen. Panelonderzoeken zijn notoir onbetrouwbaar voor kleine deelpopulaties, zoals al eens eerder uiteengezet.

(c) Als je voor de aanpassing in 2010 corrigeert, is het bekende vermogen in de periode 2006 – 2012 met 0,8% per jaar toegenomen en dan heb ik het nog niet eens over een inflatiecorrectie (2,1% per jaar in die periode). Voor de afzonderlijke vermogenscomponenten is de jaarlijkse stijging -2,3% eigen woning, +2,9% ondernemingsvermogen en +2,2% overig.

(d) Als er dus een fors rendement op effecten gemaakt zou zijn, dan is dat bedrag ingeteerd. Overigens zou je natuurlijk met mutaties tussen de vermogenscomponenten onderling rekening moeten houden, zo zijn de bank- en spaartegoeden met 5,5% per jaar gestegen. De onttrekkingen uit het vermogen onttrekken zich aan onze waarneming voor zover zij besteed zijn of de vermogens naar het buitenland zijn uitgeweken. De waarde mutaties ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang reflecteren niet de de mutaties in waarde in het economisch verkeer.

(e) De makkes in de vermogensstatistieken spelen ons ook voor het 10e vermogensdeciel parten, zoals b.v. het werkelijk laag belaste rendement op het pensioenvermogen, dat toch ook inkomen vormt, maar niet in de statistieken tot uitdrukking komt. (Tot voor kort werd 41% van de pensioenpremie afgetrokken tegen 52% door 7-8% van de bevolking.)

(f) Ook het 10e vermogensdeciel heeft een fors bank- en spaargeld saldo dat ook nog flink is toegenomen.

Een verband tussen het vermogen en het inkomen uit dat vermogen wordt ook zelden een op een gelegd en valt eigenlijk ook niet te leggen omdat daarvoor de toelichtingen van het CBS volstrekt ontoereikend zijn. Dat blijkt ook uit de CBS Statline gegevens inzake belastingen box 2 en box 3, die voor 2006-2011 als volgt kunnen worden samengevat:

162_5

(a) Allereerst is het AB-inkomen 2007 behoorlijk hoger dan in de voorgaande jaren en ook de navolgende jaren, omdat de politiek graag een douceurtje wilde geven aan de 10e deciel vermogens door de box II belasting tijdelijk te verlagen van 25% naar 22%, althans voor de eerste € 250.000. Dit % is voor al het 2007 box II inkomen aangehouden, en het box II belastbaar inkomen zal dus lager zijn. In 2014 kreeg men een gelijk douceurtje. Het inkomen in box II is dus volledig afhankelijk van wat het de AB-aandeelhouder behaagt om de belasting dat jaar te doen toekomen en het CBS kalkt dit inkomen en diens vermogen jaarlijks kwakkeloos over i.p.v. dat het kijkt wat de AB-aandeelhouder werkelijk heeft verdiend of wat de waarde van het AB-belang in het economisch verkeer werkelijk is.

De volgende tabel laat zien dat de statistieken van het CBS eufemistsich gezegd minder betekenisvol zijn voor het inzicht in de inkomens- en vermogenspositie van de AB-aandeelhouder:

162_20

Aangezien het AB-vermogen ca 20% van het totale vermogen van de 10e decieler uitmaakt is dat niet onbelangrijk. Hooggeleerden waardevrije economen die stellig beweren dat het vermogen van de top vermogens niet is toegenomen weten dus niet waar over zij het hebben of hebben andere bijbedoelingen. De stelling kan in elk geval niet gebaseerd zijn op feiten, want de gegevens zijn er gewoon niet.

(b) Voor wat betreft box III is het inkomen het forfaitaire inkomen van 4% over het vermogen. Een bruto grondslag van € 18.380 bruto inkomen box III komt overeen met een totaal vermogen van € 459 mld. dat slechts onder de VRH valt, zonder rekening te houden met  de vermogens beneden de vrijstelling. Voor het top 10e deciel is dat bedrag € 145 mld. (5.790/0,012).  Uiteraard is elke gelijkenis met het vermogen van tabel 1 voor 2010 van € 320,6 voor het 10e deciel ver zoek.

(c) Voor het inkomen uit onderneming valt helemaal geen verband met het vermogen te leggen. Zie hiervoor.

§2 De berekening van het inkomen uit effecten.

Alman Metten komt met de volgende resultaten van zijn berekening. Ik ga daarbij alleen in op de “Rijkste 10%” [1]:

Tabel 2 resultaten berekening Alman Metten

162_2a

(a) Alman Metten gaat uit van een startvermogen effecten van € 253,4 mld. per 1/1/2011. Dit bedrag kan ik niet aansluiten met de vermogensstatistiek in CBS statline – zie tabel 4. De stijging AEX-herbeleggingsindex is voor de periode 1-1-2011 en 1-1-2015 volgens hem 36,44% dat komt neer op afgerond 8,1% per jaar. [2].

(b) De uitkomsten van tabel 3 zijn ter vergelijking opgenomen in de kolom berekening.

(c) Uitgaande van de uitgangspunten van tabel 2 kom ik op basis van eigen berekeningen op de volgende resultaten:

Tabel 3 resultaten eigen berekening 

162_2B

(a) Alleen voor de VRH kom ik tot andere uitkomsten, ik ben uitgegaan van het startvermogen uit tabel 1 en gelijke beleggingsrendementen op basis van een rendement van 8,07753% per jaar.[2]

Tabel 4 “Effecten” 10e vermogensdeciel 2010-2012

162_2c

(a) Het start vermogen is dus volgens CBS € 228,4 mld. De afname tussen 1/1/20111 en eind 2012 € -1,7 ( voor alle vermogens € -4,9), maar let b.v. op de mutatie bank- en spaartegoeden in tabel 1.

(b) Zouden we de berekening met een startvermogen van € 228,4 mld. uitvoeren dan krijgen we de volgende tabel:

162_2D

§3 Commentaar op de berekening

Allereerst zullen we het rendement 2011-2014 van ABP in kaart brengen per vermogenscomponent.

162_1z

(a) Welgestelde vermogenden hebben toegang tot allerlei private partijen die het ABP kunnen evenaren. Daarbij zal een ruimere beleggingsmix dan aandelen gekozen worden. Het totaal rendement van 9,3% is derhalve redelijk representatief. Alman Metten is met zijn afgerond 8,1% dus, zoals hij zelf schrijft, bescheiden. Hij vergelijkt ook met het ABP die 42,6% “rendement op aandelen” maakt. Dat 42,6% rendement komt overeen met 9,3% per jaar en slaat dus kennelijk op het totaal rendement van het ABP. Voor de andere grote pensioenfondsen was dit rendement in dezelfde periode respectievelijk PFZW: 10,2%, PMT: 10,0%, PME: 10,1% en bpfBouw 12,7%, zodat het ABP percentage redelijk representatief is.

De commissie Don (2009) die zich met parameters voor pensioenfondsen bezig hield kwam op de volgende waarden:

162 Don

Inmiddels is dit stuk zo gedateert dat het eigenlijk niet meer relevant is omdat alle rendementsparameters aan de vastrentende waarde werd opgehangen. Ik neem de getallen dan ook enkel op ter illustratie en het laat in elk geval zien dat voor bepaalde vermogenscomponenten het 4% forfaitaire rendement al vele jaren aanzienlijk te laag was. Dit soort studies gooi je in Den Haag dan ook zo snel mogelijk in een la.

We gaan er tevens van uit dat onze 10e decieler geen ADHD-belegger is, noch bediend wordt door een vermogensbeheerder die het moet hebben van zijn bonus gebaseerd op het aantal transacties die hij de belegger in de maag kan splitsten.

Ook het CPB heeft zijn licht laten schijnen over de box III systematiek. Een combinatie van twee tabellen geeft de volgende informatie [4]:

162 CPB

(a) Het verschil tussen tabel 3,4 en 3.3 is dat in tabel 3.4 het jaar 2012 niet meegenomen is omdat “data over de waarde van vermogens op 31-12-2012 ontbraken” volgens een voetnoot. Het totaal rendement 2007-2011 in tabel 3.3 was € 17,5 mld., het rendement voor 2012 alleen € 19,5 mld. Als je de cijfers niet optelt zal het CPB je er niet op attent maken bij lezing van tabel 3.4.

(b) Het rendement op spaargeld is praktisch gelijk aan het commissie Van Dijkhuizen II voorstel. Het ABP maakte sinds 1993 – 2014 een rendement van 7,5% p.j., toch weet onze 1% volgens het CPB in de periode 2006-2011 slechts 0,2% en de top 10% 0,7% te halen. (ABP 4,2% p.j.) . Neem je 2005 ook mee dat wordt het ABP percentage 5,4% en dan nog eens incl. 2012 wordt het 6,4%. Welk percentage wilt u hebben: u vraagt en wij draaien! Het ABP maakte in 2008 een rendement van -20,2% en in 2009 van 20,2%, het duurt dus even voor je dat weer ingelopen hebt. Maar wij van het CPB zijn gek op zwarte zwanen, vooral als we die niet aan zien komen vliegen.

Dit soort gehannes maakt in elk geval duidelijk dat forfaitair rendement berekenen voor belastingheffing uit den boze is: er is geen enkele reden om niet op het werkelijk behaalde rendement af te rekenen. Jaarlijks leveren de banken fraaie portefeuille analyses aan die exact de informatie opleveren die daarvoor nodig is. De fiscus hoeft de data alleeen nog maar in te lezen. Niet dat ze dat al kunnen overigens.

§3.2 Obligaties (2012: €23,5 mld., 10%)

Het zal duidelijk zijn dat de AEX herbeleggingsindex niet de relevante index is om het rendement op obligaties te berekenen. Bij een niet muterende obligatieportefeuille leidt de koersontwikkeling van de obligatie slechts tot een andere verdeling van het rendement in de tijd. Dit valt als volgt in te zien:

!62_4a

(a) Het in de tabel opgenomen rendement is het effectieve rendement gebaseerd op de koers over de hele resterende looptijd van de lening (bron DSTA).

(b) Indien de koers van de obligatie hoger is dan 137,5% wordt er meer VRH dan 30% van de ontvangen rente betaald, indien de koers lager is minder. Als je de op 2 januari 2002 aangekochte obligatie houdt tot 15-1-2028 dan is het inkomen constant en de rest volledig oninterrassant behalve dat de fiscus zijn met de koers schommelende deel opeist.

(c) In de periode 2011-2014 werd dus een koerswinst gemaakt van € 30.586, naast een interestinkomen van € 22.000, totaal dus € 52.686. Hierover werd € 6.501,90 VRH betaald of 12,3%.

(d) Indien een tarief van 30% over het hele “inkomen” zou worden betaald dan moet er € 15.806 vermogensbelasting betaald worden en dit gaat ten koste van het besteedbaar inkomen of men moet overgaan tot verkoop van obligaties.

(e) Uiteraard wordt het agio op de obligatie eind juni 2015 gedurende de resterende looptijd van de lening ten laste van het resultaat gebracht en ontvangt de staat in de toekomst dus ook minder belastingen ter grootte van € 49.652 tegen 30% of € 14.896. Als die obligaties eerst 10 jaar op gemiddeld 120 hebben gestaan dan heb je de daarover dus eerder € 2.400 belasting betaald, dat is dus mooi meegenomen. Dan is gewoon belasten van € 5.500 tegen 30% toch een stuk eenvoudiger. Ik wens Wiebes dan ook veel succes met zo’n nieuwe regeling.

§3.3 Overige aandelen (2012: €86 mld.,34%)

De AEX is een volstrekt niet representatieve graadmeter voor het rendement op aandelen omdat enkele grote fondsen een onevenredig aandeel in het AEX-mandje hebben. Dat neemt niet weg, zoals we eerder lieten zien dat het cijfer van 8,1% rendement zoals gehanteerd door Alman Metten nog aan de lage kant is. We kunnen dan voor een range de belastingderving weergeven:

162_3s

(a) Op basis van Alman Metten zijn rendementspercentage is de belastingopbrengst dus € 4,11 mld. hoger.

§3.4 Aanmerkelijk belang aandelen (2012: €140,8 mld., 56%)

Voor een toelichting op het aanmerkelijk belang (AB) regime zie noot [3].

Het AB vormt het grootste deel van de totale effectenportefeuile en is eerder ondernemingsvermogen. Deze aandelen zijn niet onderhevig aan VRH maar vallen onder Box II in de inkomstenbelasting. Het is dan ook merkwaardig dat in het artikel van Alman Metten een vergelijking met de VRH wordt gemaakt. Dat neemt niet weg dat de belastingheffing op het inkomen in box II uitermate problematisch is en het ontbreken van voldoende inzicht kan niet geheel los worden gezien van de wens om niet al te transparant te zijn. Als je onvoldoende informatie verzamelt aan de hand van de aangiftes, kan de commissie Dijkhuizen natuurlijk ook geen afdoende analyses laten uitvoeren.

Aan de hand van het rapport van de commissie Van Dijhuizen II valt de volgende opstelling te maken van aanmerkelijk belang aandeelhouder in het jaar 2010:

162_5

(a) Zoals we zagen in tabel 4 is het aandeel van het 10e deciel 97,4% van het totale AB-vermogen. 13.165 AB-houders (4%) hebben een inkomen > € 200.000 met een totaal inkomen van 7.480 mln. (86% resultaat of 58% van de winsten). 53.520 AB-houders (19%) hebben een vermogen > € 500.000 met totaal vermogen van € 129,775 mln. (92%)

(b) Het valt te betreuren dat de commissie Van Dijkhuizen II geen verband heeft gelegd tussen de grootte van het vermogen en het rendement op die vermogens.

(c) De belasting in box 2 voor dat jaar is € 1.759 mln. Op basis van 134 mld. AB-vermogen zou Alman Metten € 3,2 mld. belasting hebben toegerekend over een vermogenswinst van 10,8 mld. Die winst is 3,8 mld. hoger dan de AB-winst. De VRH tegen 1,2% zou € 1,6 mld. hebben bedragen.

(d) De AB-winst is echter afhankelijk van de winst die men in het jaar 2010 uitkeert en dus redelijk willekeurig. Het aantal personen dat in 2010 AB-winst aangaf was 60.800. In de periode 2007-2010 hadden in totaal 172.000 personen voordeel uit aanmerkelijk belang. De belastingopbrengst van jaar tot jaar fluctueert dan ook aanzienlijk, vooral als je als douceurtje eenmalig het tarief naar 22% verlaagt ( het lijkt Griekenland wel), zoals in 2007, met als resultaat eenmalig €6 mld. meer belasting. [8]

Het box II regime kan dan ook als volgt worden aangepast:

(i) Bij de belasting van box 2 zou gewoon kunnen worden uitgegaan van een belastingpercentage van 30% over het aandeel in het behaalde resultaat. De belasting kan dus niet langer worden uitgesteld. Uitgaande van een rendement van 7% op de lange termijn wordt de jaarlijks opbrengst dan ca € 3 mld. Het effectieve belastingpercentage wordt daarmee 44% -47,5%.

(ii) Het arbeidsinkomen kan marktconform worden vastgesteld. De commissie Van Dijkhuizen II kwam al op een belastingopbrengst van 1 mld indien een bandbreedte van 10% t.o.v. een marktconforme beloning zou worden aangehouden. Voor AB-houders die in feite een eenmanszaak zijn (zoals consultants e.d.) kan het arbeidsinkomen gelijk worden gesteld aan de behaalde winst. De AB-constructie is immers alleen een methode om belasting te ontgaan, al wordt ook het aansprakelijkheidsrisico als argument gehanteerd.

(iii) De opvolgings- en erfbelasting-faciliteiten worden ook opgedoekt. Indien een Venture capitalist een lening kan opnemen t.l.v. de vennootschap om een acquisitie te financieren kan de opvolger dat ook.

(iv) Box II wordt ineens een stuk minder aantrekkelijk, en dat is precies de bedoeling.

In totaal kom ik dus nog steeds op een ruim € 8 mld. hogere belastingopbrengst, € 4,4 mld. minder dan de € 12,4 mld. van Alman Metten. Nog steeds een bedrag waar Den Haag, gegeven hun clientèle, overigens niet echt warm voor zal lopen. En dan heb ik het niet eens over de MKB-vrijstelling die toch ook onder het mes zal moeten onder het adagium, gelijke monniken, gelijke kappen.

___________

Laatst bewerkt 28 juli 2015

[1] Alman Metten, “Inkomen uit vermogen: de grote ongelijkmaker”, Me Judice, 17 juli 2015. http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/inkomen-uit-vermogen-de-grote-ongelijkmaker

[2] 1, 3644^0,25 -1

[3] Het aanmerkelijk belang (AB) regime heeft populair kort samengevat de volgende faciliteiten (2015):

– het stelt professionals, materieel vaak gewoon loonslaven, in staat om inkomen uit te stellen en buiten box I te houden – het salaris mag ca 30% afwijken van marktconform. Dit wordt nog relevanter nu de pensioenpremie gemaximeerd is;

– Alleen uitgekeerde winst wordt belast tegen 25% na aftrek vennootschapbelasting (20% tot € 200.000 – 25% daar boven), het effectieve tarief is derhalve 40% – 43,75%;

– bij verkoop van de aandelen moet 25% over de verkoopwinst worden afgedragen;

– bij erfenis zijn er faciliteiten om de erfbelasting uit te stellen c.q. te vermijden. Dit betekent dat nog niet belaste reserves onbelast kunnen worden doorgeschoven en de belastingheffing met Sint-Juttemis plaats vindt.

– Het gevolg is dat de box II belastingopbrengst sterk fluctueert, en aanzienlijk lager uitvalt dan het toptarief in box I.

[4] CPB, “Het financieel vermogen in box 3, verdeling en belasting”, http://www.cpb.nl/publicatie/het-financieel-vermogen-in-box-3-verdeling-en-belasting

[5] “Naar een activerender belastingstelsel eindrapport”, http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/18/eindrapport-commissie-inkomstenbelasting.html

[6] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80056NED&D1=2&D2=l&D3=a&D4=a&HDR=G1,G3,T&STB=G2&VW=T

[7] Wiemer Salverda, “De tektoniek van de inkomensongelijkheid in Nederland”, http://www.wrr.nl/fileadmin/nl/publicaties/PDF-verkenningen/V28_Hoe_ongelijk_is_NL_hfdst02.pdf, blz 56.

[8]  http://www.rijksbegroting.nl/2014/kamerstukken,2015/2/5/kst205221.html

[9] Artikelen van Salverda naast [7] over dit onderwerp en verdere literatuur aldaar:

W. Salverda, “ONGELIJKHEID IN EN NA DE FINANCIËLE CRISIS”,http://wimdreesstichting.nl/page/downloads/TvOF__2014_3__h6.pdf

W. Salverda, “De cijfers van de ongelijkheid, ook in Nederland”, http://www.wbs.nl/opinie/all/de-cijfers-ongelijkheid-ook-nederland

Salverda, W., C. Haas, M. de Graaf-Zijl, B. Lancee, N. Notten en T. Ooms (2013) Growing Inequalities and Their Impacts in The Netherlands, Country report for the Netherlands. gini Project. http://www.gini-research.org/CR-Netherlands

Salverda, W. (2013a) ‘Inkomen, herverdeling en huishoudvorming 1977-2011: 35 jaar ongelijkheidsgroei in Nederland’, tpedigitaal 2013, 7, 1: 66-94.http://www.tpedigitaal.nl/assets/static/4_Salverda-1-2013.pdf

[10] Het moet voor het CBS een koud junstje zijn om voor 61.000 huishoudens (2013) met aanmerkelijk belang aan de hand van de aangiften vennotschapsbelasting  het inkomen te bepalen. Het is dus alleen een kwestie van geld en mankracht. En als je toch geen belastinghervormingen wil doorvoeren is het niet opportuun om slapende honden wakker te maken.

[11] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80840NED&D1=0,2&D2=0-4,16-17&D3=0,96&D4=a&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T

[12] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf blz 29 e.v.

Advertenties

From → 1. Actueel

2 reacties
  1. Van Lanschot zou er ook belang bij moeten hebben om de juiste cijfers boven tafel te krijgen. Daarvoor moeten ze echter niet bij het CBS zijn, zoals omstandig op deze site is aangetoond.
    Ze moeten ook niet bij het CBS zijn om de erfbelasting in Europees perspectief te plaatsen zoals we in de bijdrage erfbelasting lieten zien..

  2. Is weer actueel vandaag met de nieuwe miljonairscijfers van het CBS. Dank voor het overzicht.
    Het CBS rapport werd aangevraagd door Van Lanschot Bankiers, in hoeverre zou deze “conflict of interest” een rol spelen bij de door Metten veronderstelde onderrapportage?
    https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2016/21/rapport-miljonairs-in-cijfers-2016.pdf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: