Skip to content

Wiebes’ brief (2e versie)

23 juni 2015

_____________________________________________________

De belastingherzieningsbrief van staatssecretaris Wiebes is eerder een houtskoolschets van een schimmige belastingbegroting 2015 dan een substantiële hoogst noodzakelijke herijking van ons belastingstelsel waarop we al zo lang hebben moeten wachten.[1] Een tweetal staatscomissies hadden toch een fors aantal plannen uitgewerkt om het belastingstelsel meer fundamenteel aan te pakken.[2] Als die tijd hebben een CDA-staatssecretaris en de VVD-staatssecretarissen de ambtenaren van het Ministerie van Financiën op hun handen laten zitten. Of eerder hebben die staatssecretarissen de handen van die ambtenaren vastgespijkerd zodat zij geen nadere voorstellen konden uitwerken. Maar nu is er in eens spoed omdat het zoet moet worden uitgedeeld, na eerst een grote mate van verantwoordelijkheid te hebben gehad voor het zuur door het gevoerde  wanbeleid van Balkenende IV, Rutte I en II. Het in de haast opgestelde vodje dat thans voorligt, is hiervan het resultaat.

In deze bijdrage gaan we op een aantal punten uit de brief in nadat we eerst wat cijfermateriaal behandeld hebben. Omdat de brief meer vragen oproept dan zij beantwoordt, is het eigenlijk de vraag wat publicatie van deze plannen eigenlijk voor nut heeft. Caesar Rutte heeft immers weer eens geen kleren aan. We besteden speciaal aandacht aan de UMC (Upper Middle Class), de klasse die onze politici om duidelijke redenen altijd zo graag in de watten leggen.

Waar in deze bijdrage gesproken wordt over de VVD kun je ook de coalitiegenoot PvdA lezen: ze gunnen elkaar veel. De bevriende en niet-zo-bevriende oppositie die het kabinet van tijd steunen heeft ook kilo’s boter op het hoofd, al schijnen b.v. de heren Van Haersma Buma en Omzigt die last hebben van een tabula rasa dat nog wel eens te vergeten.

Dit is een tweede versie waarin we als achtergrond met wat meer grafieken ingaan op het huidige belastingstelsel. De grafiek in de vorige versie riep al enkele reacties op.

_______________________________________________________

Bas Jacobs heeft weer eens gehakt gemaakt van de (belasting)voorstellen van dit kabinet en ik hoef zijn betoog hier niet te herhalen, die valt op zijn blog na te lezen. [3] Eerder behandelden we al zijn voorstellen om het kapitaalinkomen evenwichtiger te belasten.[4] We behandelen slechts enkele thema’s, het onderwerp komt de komende tijd hier nog wel eens aan de orde. Alvorens de brief te behandelen gaan we eerst in op het huidige belastingstelsel voor zover dat voor het behandelen van de brief relevant is.

1. Huidige belastingstelsel

Het huidige belasting-“stelsel” is een ratje toe van allerlei regelingen en uitzonderingen, waaronder het toeslagenstelsel. Daarnaast kent ons belastingstelsel een uiterst gebrekkige belastingheffing op het kaitaalinkomen, waaronder de aanmerkelijk belang regeling. In deze bijdrage behandelen we de box 3 inkomens van werknemers en de zelfstandigen omdat deze groep voor het behandelen van de brief van Wiebes het meest relevant is.

Rob Fransman heeft er in een twitter terecht op gewezen dat de goep pensionado’s ook een uiterst relevant groep is, maar onze staatssecretaris besteed aan deze groep ook geen enkele aandacht. Dat stemvee komt toch traditiegetrouw wel naar de stembus en sterft toch uit. In 2010 bestond het bruto-inkomen van 65-plushuishoudens voor ongeveer 38,5% uit AOW en voor ongeveer 35,2% uit aanvullend pensioen. Het overige inkomen (26,3%) bestond uit inkomen uit arbeid, vermogen en eigen onderneming. [5, blz. 5]. Hun belastingplaatje laat zich dus niet zo eenvoudig in één grafiek samenvatten. Daarbij komt dat de verschillende jaarlagen in die groep door diverse overgangsregelingen nogal verschillend worden behandeld.

Aan een behandeling van ondernemersinkomen en aanmerkelijk belang inkomen waag ik mij maar helemaal niet, de commissie Van Dijkhuizen II heeft daar al zijn tanden op stuk gebeten. Wiebes laat het onderwerp ook maar liever rusten en Samsom natuurlijk helemaal. Voor een aardig artikel over dit onderwerp verwijs ik naar [6]

ZZPnet reageerde op twitter op de eerdere versie van de grafiek 1.1 door te wijzen op de 30% sociale lasten. Ik zou zeggen als je geen sociale lasten betaalt, kun je aan dat niet betalen ook geen rechten ontlenen. Die sociale lasten zijn overigens gewoon loonruimte en worden materieel door de werknemer betaald. De media vergeten dat meestal te melden als ze het weer eens hebben over de premies die door de werkgever worden betaald. De verlaging van b.v de pensioenpremie wordt nu dan ook door de werkgever in zijn zak gestoken, ten koste van het besteedbaar inkomen van de werknemer. Bovendien vallen die sociale lasten buiten het onderwerp van dit artikel. De zzp problematiek is overigens in een tweetal eerdere bijdragen behandeld, waarnaar ik eenvoudigheidshalve verwijs.[7]

Ons belasting- en toeslagensysteem is huishoudinkomens gerelateerd, waarbij het appels en peren begrip verzamelinkomen, het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in de 3 boxen, een cruciale rol speelt. Eigenlijk moet je Wiebes’ voorstellen dus in dat licht beschouwen.

Met frisse tegenzin laat ik hieronder de grafieken zien die het resultaat zijn van een partijtje plussen en minnen voor het inkomenssegment € 2.000 t/m € 80.000 met een vast interval van € 1.000. En ik maar denken dat ik de tijd van strafwerk schrijven inmiddels ver achter mij had gelaten. Overigens met dank aan Raet proforma, die af en toe een onmisbare check opleverde voor al het rekenwerk. [8]

1.1. De oorspronkelijke grafiek met verschil behandeling werknemer en zelfstandige

Het verschil in behandeling van arbeidsinkomen van werknemers en “kleine” zelfstandigen blijkt uit de volgende grafiek (incl. premie volksverzekeringen):

Grafiek 1.1 Belasting in percentage bruto-inkomen

156a_1

(a) Dit was de grafiek in de oorspronkelijke tekst met een marginale aanpassing. De intervallen zijn nu systematisch € 1.000. De verschillen tussen werknemer en zelfstandige worden in grafiek 1.4 nader geanalyseerd.

(a) Duidelijk blijt het effect van de zelfstandigenaftrek, die eigenlijk een heffingskorting is, maar die i.t.t de heffingskorting ook nog eens degressief werkt. Waarom inkomens boven modaal en in feite tot het oneindige, ook nog eens een MKB-vrijstelling (14% van het brutoinkomen) moeten genieten valt ook niet uit te leggen.

(b) Ogenschijnlijk lopen de grafieklijnen vloeiend op vanaf een inkomen rond de € 22.000 omdat het belastingpercentage over het cumulatieve bruto-inkomen wordt berekend.. Kijken we naar de marginale belastingdruk voor elke laatst genoten € 1.000, krijgen we het volgende beeld:

Grafiek 1.2 Belastingpercentage bruto-inkomen top € 1.000 

156A_1A

(a) Door een ratje toe van allerlei afzonderlijke regelingen met verschillende inkomensintervallen laten de verschillen zich redelijk lastig analyseren. Uiterst relevant voor de arbeidsparticipatie is natuurlijk de marginale belastingdruk, hoewel niet zo belangrijk als sommige economen, waaronder het neoliberale CPB, wel menen. Om dit glad te strijken heb je belastinghervormingen en een flinke opruiming van een aantal regelingen nodig en die voorstellen ontbreken nu juist in de Wiebes’ brief. Over de toeslagen heb ik het dan nog niet eens, (Wiebes trouwens ook nauwelijks: dat is te moeilijk)

1.2 Huidige fiscale behandeling werknemer

Grafiek 1.2 Effect heffingskorting en arbeidskorting op bruto-inkomen

156a_2

(a) Zoals we nog zullen zien gaat de arbeidskorting omhoog en wordt de heffingskorting afgebouwd in de voorstellen. Zoals uit de grafiek blijkt zijn de heffingskorting en arbeidskorting geen communicerende vaten en zijn er genoeg lage inkomens die niet (meer) werken en door de netto-netto koppeling dan weer op andere wijze van geld moeten worden voorzien. We bedenken er wel een toeslagje bij.

(b) Met de overdracht van de gederfde heffingskorting door een te laag inkomen naar de fiscale partner is geen rekening gehouden. In 2024 loopt deze regeling trouwens af. Het was politiek niet verantwoord om dit enkele jaren eerder te doen.

1.3 Huidige fiscale behandeling zelfstandige

156a_3

(a) Het belastingparadijs van de zelfstandige is hiermee in kaart gebracht. [zie ook 13]

(b) Uit de grafiek is niet op te maken hoeveel van dit belastingvoordeel de opdrachtgever, die geen werkgever mag heten, maar het, met collaboratie van de belastingdienst, meestal wel is, van dit belastingvoordeel in zijn zak steekt.

(c) Alle andere fiscale voordelen die een zelfstandigenbestaan opleveren zijn ook niet in kaart gebracht zoals daar zijn:

(i) De leasebak – probeer maar een behoorlijke auto als privépersoon te rijden voor dat geld;

(ii) De Fiscale Oudedags Reserve, die je geld weliswaar uit de klauwen van de pensioenfondsen houdt, maar waarbij je van de regen in de drup komt: je wordt dan later, opgelegd door de fiscus, wel in het pak genaaid door de verzekeringsmaatschappijen;

(iii) De riante belastingvrije onkostenvergoedingen., etc.

1.4 Het verschil tussen fiscale behandeling werknemer en zelfstandige

156a_4

(a) Heffingskorting en zelfstandigenaftrek zijn samengevoegd om een zinvolle vergelijking met werknemers mogelijk te maken.

(2) De grondslag arbeidsaftrek is gelijk. De afbouw van de heffingskorting loopt aanzienlijk langer door door de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

En tot slot waar hem omgaat: het verschil in netto inkomen tussen de zelfstandige en de werknemer

156a_5

Het was handig geweest als Wiebes het nieuwe belastingplaatje bij zijn belastingplan had meegeleverd. We zullen het helaas zonder moeten doen en gaan nu over tot de eigenlijke behandeling van de brief. De voorstellen zijn zo wazig dat het onmogelijk is om de effecten van zijn voorstellen, al was het maar enigszins, te kwantificeren.

2 Verlaging tweede en derde belastingschijf met circa 2%-punt (ca € 2,7 mld.)

(a) Onduidelijk is wat de gevolgen zijn voor de HRA. Wordt de afbouw van 0,5% per jaar nu vier jaar naar voren gehaald, of gaat de verlaging nu door tot 36%? Zit dat effect ook in die 2,7 mld.?

(b) De belastingverlaging heeft ook consequenties voor de belastingclaim op de pensioenvermogens van 1,5 biljoen euro eind 2014. Aangezien tot voor kort 41% van de pensioenpremies ad € 45 mld (2014) tegen 52% werd afgetrokken door ca 7% -8% van de bevolking zal deze groep daar bovenmatig van profiteren. Stellen we,volledig arbitrair, dat 70% van het pensioenvermogen van de 2% daling profiteert (we krijgen nooit cijfers van de politiek) dan gaat het om een eenmalige belastingderving van € 21 mld. (3,1% bbp_2015) Uiteraard verschijnt dit bedrag nooit in de boeken omdat we onze belastingclaim niet registreren. “Wat niet weet, wat niet deert”, hoor ik de UMC al zeggen.

3 Forse intensivering van de arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer € 50.000 (€ 2,5 mld) 

(a) Gaarne had ik het effect van het voorstel om tot een “volledige afbouw van de algemene heffingskorting” te komen ook afzonderlijk in de grafieken laten zien. Voor de laagste inkomens toch mooi €2.203 down the drain als zij, of hun partner,  al aan volledige verzilvering toekwamen. De uitkomsten waren echter zo bizar dat de lezer zich zou kunnen afvragen wat ik gedronken had toen ik de grafiek opstelde. De media hadden dit overigens ook aan staatssecretaris Wiebes kunnen vragen toen hij op zijn persconferentie dit belachelijke voorstel lanceerde.

Van de grafiek 1.1 laten we nog twee specifieke inkomens zien n.l. €20.000 en € 80.000 voor een werknemer en een zogenaamde zelfstandige met één opdrachtgever en een VAR-verklaring:

156A_2 TAB

De schijventarief tabel ziet er vergelijkenderwijs zo uit:

156_4

Het verschil in fiscale behandeling leidt er toe dat de zelfstandige voor dezelfde werkzaamheden respectievelijk een 11%/14% hoger netto-inkomen krijgt. Naar ik aanneem, leidt de intensivering van de arbeidsaftrek en de afschaffing van de algemene heffingskorting niet tot een nog grotere ongelijkheid? Of stellen we artikel 1 van de grondwet buiten werking, daar is wel een 2/3 meerderheid voor nodig en zoveel zzp’ers hebben we (nog) niet. Boven de € 50.000 is dat kennelijk helemaal niet nodig, de UMC staat immers boven de wet?

Met de zelfstandigenaftrek is een bedrag van € 1,8 mld. gemoeid en de MKB-winstvrijstelling gaat voor 2015 om een mij onbekend bedrag (2011: € 1,2 mld.) Dat gaat natuurlijk wel een sloot premie volksverzekeringen kosten, maar de fiscalisering van al die volksverzekeringen is toch al lang achterstallig.

Het 52%-tarief gaat straks in bij ca € 65,585. Na aftrek van HRA en pensioenpremie is dat tarief dus veelal pas buiten het bruto inkomensinterval van grafiek 1.1 van toepassing. Het gaat hier om ca 7-8% van de belastingplichtigen.[2a, blz 30; 9] . De IB-ondernemer betaalt over de in de winst uit onderneming begrepen arbeidsbeloning maximaal 44,72%. (52% -/- 14 % van 52%).

Het gejank in de media en op het Web over het oude 52% toptarief heeft overigens een wel een zeer academisch karakter voor het gros van de Nederlanders, zeker als je weet hoe het tarief na alle belastingfaciliteiten, die niet in bovenstaande grafiek verwerkt zijn, werkelijk uitpakt [10]:

156 CAMINADA EN DE KAM

4 Lage BTW

Het lage BTW-tarief heb ik met tabel 1 hierboven eigenlijk al direct behandeld. We zouden ook deze eerder gebruikte grafiek uit de mottenballen kunnen halen:

iNDIRECTE BELASTINGEN

Bij de beoordeling van het effect op bruto- en besteedbaar inkomen moet je natuurlijk even corrigeren voor het uiterst vriendelijke belastingklimaat voor de eigen woningbezitter en de spaarder die tot voor kort zijn bovenmatige pensioen gebruikte om vrij van vermogensrendementsheffing te sparen. [2a, blz 34] Bovendien vraag ik me altijd af hoe niet verrekenbare BTW, die toch ook uiteindelijk bij de consument terecht komt, in dit soort overzichten verwerkt wordt. De truc om de BTW te relateren aan besteedbaar inkomen is weer zo’n UMC-trucje van sommige economen dat met hun gesellschaftliches Seins en hun politieke achtergrond te maken heeft. [12] Mochten de geneesmiddelen en medische diensten ook onder het hoge BTW-tarief gaan vallen dan zullen de zorgpremies en de eigen bijdragen flink om hoog moeten. Die eigen bijdrage is toch al veel te hoog en moet weer gecompenseerd worden met een zorgtoeslag. Dat boeken ook naar 21% gaan is niet zo erg omdat we die van de VVD toch bij de Eurowinkel, die voortaan €1,14-Shop gaat heten, moeten gaan kopen. De UMC leest die boeken toch niet meer, want anders hadden ze wel andere VVD-politici gekozen.

5. Vermogensrendmentsheffing (VRH)

Eind 2012 hadden de huishoudens een vermogen van € 2.114 mld. inclusief 826 mld. netto pensioenvermogen en € 359 mld netto eigen woning. Bij die eigen woning moet je wel een belangrijk deel van de kapitaalverzekeringen tellen die dienen ter aflossing van de hypotheek. (€ 80 mld.) In 2011 werd slechts 27% van het vermogen belast onder de VRH voor aftrek van de vrijstellingen. Het eigen huis en de pensioenvermogens zijn vrijgesteld van VRH. Ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang aandelen (samen €185 mld.) wordt slechts beperkt anders belast. Het meest recente overzicht treft u aan in de bijdrage Belasting Kapitaalinkomen volgens Jacobs.

De discussie in de brief gaat over het rendement dat het belastbaar inkomen vormt tegen (ongewijzigd) 30%. Onderscheid wordt gemaakt in de vermogenstitels spaarsaldo, aandelenportefeuille, en onroerend goed met een periodieke “herijking” op basis van in de markt gerealiseerde rendementen. “Het kabinet beziet de mogelijkheid van een uitvoerbare tegenbewijsregeling”.

Periodiek slaat hoop ik op kalenderjaar anders blijf je tegenbewijzen leveren. Dan moet die herijking overigens wel tijdig plaats vinden als je je aangifte voor 1 april moet inleveren. Voor het begrip gerealiseerde rendementen zal zich nog een interessante casuïstiek ontwikkelen. De tegenbewijsregeling zal nog flink wat belastingcenten gaan kosten en is ongetwijfeld uitvoerbaar voor de belastingplichtige, maar of dit ook voor de belastingdienst geldt? Mag de belastingdienst ook tegenbewijs leveren of is dit alleen een voorrecht van de UMC? Dit biedt ook perspectieven voor het relatiebeheer van de beleggingsportefeuille bij banken. Ongetwijfeld worden er nieuwe producten ontwikkeld om belasting uit te stellen, zo niet te ontgaan.

Van in de markt gerealiseerde rendementen kunnen we gebruik maken van de rendementen van de vijf grote pensioenfondsen. De grafiek ziet er als volgt uit:

RENDEMENTEN GROTE FONDSEN

(a) PMT, PME en bpfBouw zijn nog niet uit hun winterslaap ontwaakt en hebben nog geen jaarverslag 2014 kunnen opleveren

(b) Met zulke stabiele cijfers kun je wel een structureel begrotingsbeleid voeren, terwijl de belastingdienst in het nieuwe voorstel ook eindelijk rendementsverliezen voor 30% voor zijn rekening neemt?

We kunnen natuurlijk ook aansluiting zoeken bij de Commissie Don die de parameters voor pensioenfondsen onderzocht en 27/2/2014 op de volgende parameters kwam:

156 commissie Don

(a) Op basis van deze cijfers loopt Wiebes dus binnenkort binnen. De hoogte van deze parameters brengt echter met zich mee dat anno juni 2015 toch tegenbewijs mogelijk moet zijn, ongeacht of dit uitvoerbaar is of niet. In een rechtsstaat had tegenbewijs allang mogelijk moeten zijn voor de eenvoudige spaarder die geconfronteerd werd met negatieve interest als je de inflatie in aanmerking neemt en dan ook nog eens VRH moet betalen over nooit genoten inkomen. [11] De commissie Van Dijkhuizen kwam in 2013 al op 2,4% rente minus inflatie van 1% (2014) en VRH kom je dan netto op een belasting tarief van bijna 86%. [2c, blz. 7] Sindsdien is dat interestcijfer nog aanzienlijk gedaald.

(c) Uitvoerbaar is gewoon een kwestie van intelligente IT-systemen of bij gebrek aan die intelligentie gewoon handjes. De banken leveren al vele jaren een jaaroverzicht op met rente- en beleggingsinkomsten en leveren nu al de saldi van de bankrekeningen bij de belastingdienst aan. Als je onder private banking valt komen er zelfs fraaie portefeuille-analyses uit het systeem. Dat de belastingdienst een bordeel is, die niet in staat is om de saldigegevens van de bankrekeningen betrouwbaar en volledig in de aangifte te uploaden, toonden we al eerder aan. Het moet echter niet al te moeilijk zijn deze gegevens te gebruiken en dat het probleem te complex en binnen afzienbare tijd voor de belastingdienst niet uivoerbaar is, is een politieke keuze van de toenmalige staatssecretarissen, die daar vanaf 17 juni 2013, de verschijningsdatum van het eindrapport Van Dijkhuizen II, twee jaar aan hadden kunnen werken.

6. Een meer gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen

Het belastingplan voorziet t.z.t. kennelijk in een verlaging van de renteaftrek onder verlaging van de vennootschapsbelasting. Logischer en consistenter lijkt een gelijke behandeling van vreemd en eigen vermogen onder verhoging van de vennootschapsbelasting om het effect te compenseren.

7. Werkgelegenheid

De kabinetsmaatregelen zouden 35.000 banen opleveren en als de mogelijke maatregelen worden meegenomen zelfs 25.000 banen meer. Dit alles gebaseerd op de “spoorboekjes van het CPB”. Zelfs de spoorboekjes van de NS zijn nauwkeuriger.”Anders dan vaak wordt verondersteld, hebben lage inkomens geen relatief voordeel van ons btw-stelsel en kost het btw-stelsel banen.” Laat ik nou altijd gedacht hebben dat administratieve vereenvoudigingen kosten sparen en dus helaas ook banen kosten, maar we hebben hier kennelijk weer, net als het begin van deze eeuw, weer met een “nieuwe economie” te maken.

In elke behoorlijke wetenschap is het usance om te zeggen als je iets niet weet. De macro-economie, ook wel correcter politieke economie genaamd, is hierop een ongunstige uitzondering. In 2008 wisten die economen aantoonbaar niets en daarna zijn ze ook niet veel wijzer geworden. Het gebruikelijke model van het CPB om verkiezingsprogramma’s door te rekenen heb ik op een hoekje van mijn sigarendoosje staan: lonen ↓ werkgelegenheid ↑: zelfs Ford wist en Walmart weet beter.

8. Geheugensteuntje

Mocht er weer geframed worden dat we er dankzij het beleid van de regering Rutte II er zo goed voorstaan dan haal ik altijd het volgende grafiekje uit mijn bureau:

CBS

___________________

Laatst bijgewerkt 23 juni 2015

[1] http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2015/06/19/belastingherziening.html

[2a] Rapport studiecommissie belastingstelsel,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

[2b] “Naar een activerender belastingstelsel interimrapport” ,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/10/16/interimrapport-commissie-inkomstenbelasting-en-toeslagen.html,

[2c] [1a] “Naar een activerender belastingstelsel eindrapport”, http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/18/eindrapport-commissie-inkomstenbelasting.html

[3] Jacobs, Bas, “Strooien met belastinggeld”,https://basjacobs.wordpress.com/2015/06/18/strooien-met-belastinggeld/

[4] Jacobs, Bas (2015), “Belastingen op Kapitaalinkomen in Nederland”, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 47, (1), 24-48, http://people.few.eur.nl/bjacobs/

vergelijk met een eerder epistel: http://people.few.eur.nl/bjacobs/studiecommissie_belastingstelsel_finaal.pdf

[5] CPB notitie 12 juni 2015, http://www.cpb.nl/publicatie/internationale-vergelijking-van-pensioenstelsels-denemarken-zweden-chili-en-australie.

[6] De correspondent, Jesse Frederik, “Hoe Nederlandse rijkaards out-of-box-2 denken” , https://decorrespondent.nl/951/hoe-nederlandse-rijkaards-out-of-box-2-denken/72430164708-ae55f938

[7] Zelfstandigenaftrek op 18 augustus 2013 en ZZP’er = klaploper op 13 januari 2015

[8] http://www.raet.nl/bruto-netto-salaris-berekenen : Witte tabel met jaarinkomen op testbasis gebruikt om berekeningen te checken. Eventuele fouten in de berekening zijn geheel van eigen makelij.

[9] K. Caminada (2011), Overleven we een verhoging van het toptarief?, Almanak 2011 Pecunia Non Olet, Leiden: PNO pp.13-15, http://media.leidenuniv.nl/legacy/kc-2011-06.pdf blz 2.

[10] C.A. de Kam en C.L.J. Caminada, “Belastingen als instrument voor inkomenspolitiek”, blz 223, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

[11] http://fd.nl/economie-politiek/1099641/belasting-op-inkomen-uit-vermogen-kan-strijdig-raken-met-europees-recht

[12] Me Judice, “BTW-verhoging treft hoge en lage inkomens even sterk”,http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/btwverhoging-treft-hoge-en-lage-inkomens-even-sterk

[13] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf blz 29 e.v.

 

 

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: