Skip to content

Belasting op kapitaalinkomen volgens Jacobs

26 maart 2015

_____________________________________________________________________________________

De hoogleraar Bas Jacobs (o.a. public finance, optimal taxation, welfare economics) heeft in het Tijdschrift voor Openbare Financiën een artikel met als titel “Belastingen op Kapitaalinkomen in Nederland” gepubliceerd. [1] In deze bijdrage gaan we nader in op zijn cijfermateriaal op basis van de hem voorgestelde “houtskoolschets” om de belasting op kapitaalinkomen te hervormen. In een eerdere bijdrage deden we al eens een poging tot kwantificering van de leemtes in de vermogensrendementsheffing. (VRH)

Onze overheid vertoont al veel overeenkomst met een hamster, maar na de hervormingen van Jacobs zal de staat helemaal binnenlopen als al dat geld dat vrijkomt niet wordt besteed aan een verlaging van de belasting op arbeid. Ruwweg gaat het op termijn om een verhoging van de belasting op vermogen met ruim € 38 mld.

De belasting op kapitaalinkomen komt daarmee in totaal, met de nodige slagen om de arm, op ca €48 mld., of 7,9% bbp 2013_oud. Uitgaande van een Jacobs’ kapitaalaandeel van 19% bbp komt deze ruwe benadering neer op een tarief van bijna 42%. Dat is 31% meer dan Jacobs aantrof volgens tabel 4 en 7% meer dan volgens hem vermoedelijk kan. [1, blz 30 en 40]

Update:  Het CPB heeft 25/9/15 de publicatie “Kapitaalbelastingen nu een lappendeken” het licht doen zien. [8] De schets is bedoeld om “de discussie over kapitaalinkomen (nieuw) leven in te blazen. ” Ik dacht dat Jacob’s artikel dat al ruimschoots gedaan had en vergeleken met diens artikel biedt het CPB epistel geen nieuwe inzichten. Ik zou kunnen parafraseren: “‘Aan schetsen heb ik niks. Cijfers moet ik hebben“, want helaas mis ik in de teleurstellende CPB-brief elke vorm van kwantificering.

______________________________________________________________________________________

§ 1 Inleiding

Alvorens in te gaan op de belasting op het kapitaalinkomen is het van belang om een globaal inzicht te geven in het aandeel van de diverse belastingen. Daarbij is het niet erg behulpzaam dat het CBS de belasting op vermogens gebrekkig weergeeft in de belastingopbrengsten statistiek omdat het zijn oren laat hangen naar het Ministerie van Financiën voor wat betreft de boxen 2 en 3, net als “onze” Tweede Kamer overigens, die zich ook door het MvF in de luren laat leggen. [3]

Grafiek 1 relatief belang diverse belastingen in totaal van de belastingheffing [2j] 

(click op grafiek om te vergroten)

140 GRAFIEK 1 AANDEEL IN TOTALE BELASTINGOPBRENGTS

(a) De grafiek geeft het aandeel in de totale belastingen van respectievelijk vennootschapsbelasting, dividendbelasting, inkomstenbelasting incl loonbelasting, BTW en overige belastingen weer. Het gemiddelde (in de grafiek de stippellijn van de zelfde kleur) stelt het rekenkundig gemiddelde van het jaarlijkse aandeel in de totale belasting voor. Dit jaarlijkse aandeel heeft een nogal grillig karakter.

Kapitaalinkomen.

(1) De belasting op kapitaalinkomen van de huishoudens exclusief vennootschapsbelasting en dividendbelasting is, als je met de alle subsidies op vermogen rekening houdt, in totaal € 5,2 mld. negatief zoals we nog zullen zien in tabel 4. Dit staat in schril contrast met de belasting op arbeid (ca 40-45%).[1, blz 30] De factor arbeid kan zich immers moeilijk verplaatsen en wordt niet door onze politici in de watten gelegd.”Verlicht despotisme” [1, blz 33] wordt door de overheid bij de belastingheffing uiterst selectief toegepast, waarbij de Upper (Middle) Class stevig wordt ontzien.

 “Het optimale tarief voor kapitaalinkomen ligt op basis van alle argumenten in de literatuur vermoedelijk in de orde van grootte van 30-50 procent. Deze inschatting veronderstelt dat huishoudens hun vermogen om fiscale redenen niet internationaal kunnen verplaatsen, wat in het geval van bezitters van grote vermogens weinig realistisch is. De tarieven op kapitaalinkomen kunnen daarom in de praktijk vermoedelijk niet hoger dan 35 procent zijn. Deze inschatting is echter met grote onzekerheden omgeven. Hoe hoog de tarieven op kapitaalinkomen zouden moeten zijn, kan niet met wetenschappelijke hardheid worden onderbouwd.” [1 blz 40]

Het grote voordeel van deze constatering is dat je de complexe literatuur inzake de optimale-belastingtheorie verder ongelezen kunt laten en er binnen een zekere bandbreedte op los kunt experimenteren. Vooralsnog gaan we uit van 30% en realisatie van dat belastingpercentage zal gezien de huidige stand van zaken een hele klus zijn die Rutte II zeker niet zal volbrengen.

§ 1 Hoe groot is ons overheids- en huishoudvermogen 2013 werkelijk?

1. Vermogen volgens diverse statistieken [2]

(click op tabel om te vergroten)

140 tabel 1

(1) Voor de bronnen zie de noten [2a. 2b en 2c]

2. Pensioenvermogen volgens diverse statistieken

(click op tabel om te vergroten)

140 TABEL 2

(1) De onderbouwing van deze bedragen en een toelichting is te vinden in de bijdrage Pensioenen 2014.

Aan de hand van tabel 1 en 2 en het artikel van Bas Jacobs laat zich de volgende opstelling voor 2013 destilleren, waarbij wij primair uitgaan van het CBS huishoudvermogen 2013:

140 tabel 3

(1) Het totale vermogen is dus ca 25% hoger dan Jacobs aangeeft. Toegevoegd zijn de spaarhypotheken (€ 87 mld. noot [4]) en de levensverzekeringen van de huishoudvermogens DNB (€ 141 mld.). De huishoudvermogens nemen nauwelijks toe doordat een belastingclaim van 35% van de pensioenvermogens wordt afgetrokken. We gaan er daarbij vanuit dat geen sprake is van dubbeltellingen.

(2) Hoewel DNB, CPB en CBS uitgaan van het bruto pensioenvermogen, moet je daar natuurlijk de latente belastingclaim van de overheid op het pensioenvermogen aftrekken, anders stel je het vermogen van de huishoudens wel erg rooskleurig voor. Het pensioenvermogen is voor ca 50% in handen van 65+’ers (Kuné) en dat deel kan dus “op korte of middellange termijn omgezet worden in consumptieve bestedingen of leiden tot inkomsten die deel uitmaken van het inkomensbegrip besteedbaar inkomen.” (definitie CBS). Het pensioenvermogen is, zo slecht als dat overigens gaat, inclusief het derde pijler pensioenvermogen, dat ook “systematisch” door DNB en CBS wordt vergeten.

(3) De gegevens van de overheidsbalans zijn ontleend aan de bijdrage overheidsbalans 2013 en gebaseerd op het CBS. Aangenomen is dat de EMU-schuld eind 2013 groot € 441 mld. goed in de overheidsbalans is verwerkt, je mag toch aannemen dat het CBS minimaal kan boekhouden. Zoals uit de tabel blijkt is latente belastingclaim op het pensioenvermogen van € 458 praktisch gelijk aan de EMU- overheidsschuld eind 2013 groot € 441 mld. (voor 2014 is de claim ca € 76 mld. meer dan de schuld: de netto schuld groei als een koeienstaart)

§2 Hoe groot is het kapitaalinkomen en de belasting daarop en wat leveren de voorstellen tot hervorming (op termijn na transitie) op?

140 TABEL 4

Toelichting:

(a;d) Vermogensrendementsheffing

We beginnen met een samenvattend staatje voor 1.926.000 huishoudens in 2011, Bij gebrek aan actuele informatie geven we gegevens over de vermogensrendementsheffing (VRH) voor 2011 [3;2e, blz 58]:

140 TABEL 5 VRH

De relatie met de vermogensopstelling in bovenstaande tabellen laat zich moeilijk leggen. Spaarhypotheken vallen slechts zeer ten dele onder de VRH, het vermogen beneden de VRH- vrijstelling komt niet af als afzonderlijke component in de statistieken voor.

Jacobs stelt voor het vermogen op basis van werkelijke rendementen te belasten in één box met het zelde tarief voor spaartegoeden, effecten, een eigen huis, opgebouwd pensioen en vermogen dat is gestoken in de eigen onderneming. [1, blz 41] Voor spaargelden zal dit rendement lager zijn dan de forfaitaire 4% (02/2014: 1,37% [2g]), voor aandelen en overige financiële activa hoger.Vermogenskosten zijn aftrekbaar van de vermogenswinst. De vrijstelling is een politieke keuze die voor alle vermogenscomponenten gezamenlijk geldt.

“Gerealiseerde vermogensverliezen zouden bovendien alleen gedurende een beperkt aantal jaren verrekend kunnen worden met gerealiseerde vermogenswinsten.” [1, blz 42] Als ongerealiseerde vermogenswinsten belast worden zou dat m.i.z. ook voor ongerealiseerde vermogensverliezen het geval dienen te zijn. Omdat de vermogensverliezen geïndividualiseerd zijn en dus niet verhandelbaar en daarnaast bij overlijden vervallen, is een in de tijd beperkte verrekening m.i.z. ook niet rechtvaardig.

(b/i) Levensverzekeringen/spaarhypotheken

De levensverzekeringen, inclusief woekerpolissen, vallen met een aantal uitzonderingen onder box 3. Jacobs zal hier dus voor alle levensverzekeringen het werkelijk rendement willen belasten.

De spaarhypotheken betreffen voor een belangrijk deel woekerpolissen en het vermogensinkomen zal dus niet al te hoog zijn. Op basis van de algemene regel zal Jacobs het werkelijk rendement willen belasten. Zeer ten dele is de vermogensbelasting op spaarhypotheken al begrepen in de VRH.[2i] Het rendement na woekerkosten zal rond de 4% liggen. [2h] Brede heroverwegingen 4. stelde de belastingderving van vrijstelling op € 0,7 mld. het geen overeenkomt met een vermogen van € 58 mld. Op basis van de geciteerde gegevens van Salverda zal het totaal ca € 87 mld. bedragen, zodat de vermogensbelasting ca €1 mld. bedraagt. [3]

(e;f) Aanmerkelijk belang en ondernemingsvermogen

Dit is een gecompliceerd onderwerp waarop Van Dijkhuizen II, mede door het gebrek aan beschikbare informatie, zijn tanden stukgebeten heeft. [2e]

Jacobs stelt voor om voor de “directeur-grootaandeelhouder” een fictief rendement van 10% op het “geïnvesteerd aandelenvermogen” in te voeren, niet aftrekbaar voor de Vpb, en de rest van het inkomen als arbeidsinkomen te belasten. Het lijkt mij niet al te moeilijk om hier een schijnconstructie voor te bedenken, ik heb dan ook geen belastinginkomsten ingeboekt.

Ik ken nog al wat familiebedrijven waarvan je van de meeste aandeelhoudende familieleden mag hopen dat zij nooit van zijn/haar leven enige vorm van arbeid in die BV verrichten.

Eerder [1a] heette hete het nog:

Aan vermogensverschaffers in bv’s of eenmanszaken kan een forfaitair kapitaalinkomen worden toegerekend van 10 procent van het geïnvesteerde vermogen dat vervolgens in Box-3 wordt belast. Het resterende deel wordt gezien als arbeidsinkomen, dat wordt belast in Box-1.

Kwantificering van dat belastingeffect is voor mij niet mogelijk.Het voordeel is dat de vlucht in BV’s drastisch zal afnemen. Jacobs had dan wel de buitensporige faciliteiten voor ondernemers even mogen meenemen.

(g) Pensioenopbouw

Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52% belasting.[7] Zoals de commissie herziening belastingstelsel al schreef is het pensioensysteem dus voor een belangrijke groep een oneigenlijk spaarpotje waarover geen VRH wordt betaald. Voor die groep dient het pensioen niet primair als een oudedagsvoorziening.

Jacobs wil de omkeerregel pensioenen handhaven, waarbij de pensioenpremie niet belast wordt en de pensioenuitkering wel. De AOW-premievrijstelling van de uitkering dient versneld te worden afgebouwd. (fiscalisering). Hij wil wel het AOW- effect aanpakken door de uitkering zoveel mogelijk onder het zelfde fiscale regime als de vrijstelling bij dotatie te belasten. Op gezag van het CPB stelt Jacobs de vrijstelling in 2013 op € 34,3 mld. en de pensioenuitkeringen op 32,7 mld. [7] Hiermee correspondeert dan een belastingvrijstelling van € 17,8 mld. (52%) en een belastingontvangst (35%) van € 11,4 zodat de overheid per saldo voor goed voor 2013 € 6,4 mld. tariefeffect kwijt is. In werkelijkheid is het bedrag van de vrijstelling pensioenpremie inclusief derde pijler ca € 43 mld. premie en het belastingeffect ca € 20 mld.[7]

Jacobs wil de pensioenvermogens op basis van het werkelijk behaalde rendement belasten. Gaan we van 4,25% rendement uit dan gaat het om € 54 mld. inkomen en €16,2 mld. belastingen. Voor de staat is dat overigens voor ca 35% een sigaar uit eigen doos omdat zij al ca 35% van dat vermogen bezat. Jacobs vertelt er niet bij dat de deelnemers dan toch ook een lager pensioen zullen genieten. Dat pensioen is indicatief ca 30% lager voor een 25-jarige omdat zowel gedurende de opbouwfase als tijdens de uitbetalingsfase ca 1,2% rendement wordt afgeroomd. Voor een 67-jarige met opbouw onder het oude regime betekent het ongeveer 12% minder pensioen. Maatschappelijk gezien lijkt mij dat noch haalbaar noch wenselijk, toch past het binnen het principe gelijke monniken gelijke kappen. De vrijstelling vermogensbelasting zal dus aanzienlijk omhoog moeten en daarvoor is weer een individualisering van het pensioenvermogen noodzakelijk.

Voor pensioenen mogen we dus volgens de methode Jacobs ca € 22,6 mld. inboeken. Aan de fundamentele onevenwichtigheid in de overheidsfinanciën door de omkeerregel pensioenen ga ik dit keer maar voorbij, in een eerdere bijdrage heb ik daar al genoeg over gezegd.

(h;d) Eigen huis en overig onroerend goed

De hypotheekrenteaftrek (HRA € 13,3 mld.) minus eigenwoningforfait (EWF € 2,8 mld.) bedraagt voor 2013 € 10,5 mld. [1 blz 30; 2d]. Het EWF kan volgens Jacobs geleidelijk naar zo’n 4% van de WOZ-waarde en dit gaat dus op termijn tegen 30% zo’n € 12,5 mld. opleveren, € 0,8 mld. minder dan de HRA. Vermogenswinsten op het eigen huis moeten worden belast onder de vermogensbelasting. Hoe het overgangsregime wordt geregeld wordt in het midden gelaten en wat de peildatum voor die vermogensbelasting is ook. De effecten van het opdoeken van de Wet Hillen (€ 0,4 mld.), een fraai staaltje cliëntelisme, dat niet alleen in Griekenland voorkomt, heb ik maar niet in het overzicht verwerkt, Jacobs besteed hier ook geen aandacht aan.

Een onderbouwing van de 4% wordt niet gegeven. De huurder moet op termijn een magische 4,5% van de WOZ-waarde gaan verwonen. Die 4,5% was echter gebaseerd op een oude calculatie, waarbij het rendement voor de verhuurder te hoog werd voorgesteld (Conijn), de waardestijging van het huis is inbegrepen en de rente ook hoger was. De gemiddelde hypotheekrente is thans 4,47% [2g]. Voor overig onroerend goed wordt dezelfde regeling toegepast.

De overdrachtsbelasting wordt overgeheveld naar de onroerend zaak belasting (ozb). “Die ozb-belasting kan mede functioneren als profijtbelasting aangezien huizenprijzen zullen stijgen bij een groter en kwalitatief hoogwaardig aanbod van lokale publieke goederen.” [1, blz 43]. Het komt mij voor dat deze verdere verhoging van de ozb dus leidt tot een dubbele belasting op de stijging van de huizenprijzen in Jacobs’ systematiek.

Als je, met Conijn, van mening bent dat de ozb in feite niets te maken hebt met het eigen huis, maar een zelfstandige draagkrachtheffing is dan kan de overdrachtsbelasting worden opgedoekt en is de ozb een door de overheid gereguleerde lokale belasting.

Volgens Jacobs is een overgangsregime wel noodzakelijk en om de huishoudens met een hogere restschuld te compenseren (waarde hypotheek minus WOZ-waarde huis) meer dan huishoudens met een lage restschuld. Volgens mij is dat helemaal niet noodzakelijk omdat een ieder die bij zijn volle verstand is deze ontwikkeling had kunnen zien aankomen en de rente momenteel uiterst laag is. Een overgangsregeling waar de overige belastingbetalers ook voor opdraaien is niet te rechtvaardigen. Als huurders in twee jaar 10% huurstijging kunnen ophoesten, hoeven we met eigen woning bezitters geen medelijden te hebben.

(j) Successieheffingen

Indien alle vermogenscomponenten op de voor Jacobs juiste wijze in de vermogensheffing worden betrokken, moet Jacobs, zo te zien zeer tegen zijn zin, toegeven dat de grond voor successieheffingen “in beginsel” ontbreekt. Hier komt het onverholen despotisme van Jacobs, dat ook al uit zijn advies paper bleek [1a], echter pregnant naar voren. Hij gaat een onderscheid maken tussen bedoelde en onbedoelde nalatenschappen om alsnog belasting te kunnen inpikken.

Hij werkt het onderscheid tussen geërfd vermogen dat wel onderhevig is geweest aan vermogensbelasting nieuwe stijl en geërfd vermogen dat niet in de belastingheffing is betrokken niet nader uit terwijl dat toch binnen zijn systematiek voor de hand ligt. In elk geval zou het binnen zijn betoog passen om het spaargeld met onmiddellijke ingang buiten de successieheffingen te plaatsen. De belasting daarop is immers sinds mensenheugenis braaf betaald.

(k) Vennootschapsbelasting (Vpb)

Zoals we zagen in grafiek 1 is het aandeel van de vennootschapsbelasting in de totale belasting nogal wisselend. (1997; 18,2%; 2009: 8,4%).

Jacobs schrijft over de vennootschapsbelasting:

” In een kleine open economie als de Nederlandse zal het merendeel van de Vpb worden afgewenteld op immobiele grondslagen, met name arbeid, waardoor de vpb de lonen verlaagt en daarmee ook de belastingopbrengsten in box 1 verkleint. Jacobs (2008) schat dat meer dan 80 procent van de vpb wordt afgewenteld op arbeid. Dit impliceert dat – bij een gemiddelde belastingdruk van circa 40 procent – de overheid circa 32 procent van de vpb-opbrengst verliest door lagere opbrengsten van de inkomstenbelasting in box 1. Daarnaast dragen de werknemers meer dan 48 procent van de vpb-opbrengst via lagere netto inkomens.” [1, 32]

In de periode 2000- 2014 werd de vennootschapsbelasting verlaagd van 35% naar 25%. Ik denk dat die werknemers dat hogere loon door de verlaging van het vpb-tarief nog steeds te goed hebben en de overheid die extra belastingopbrengst op die extra arbeidsinkomsten ook. In elk geval kostte dit de overheid voor de periode 2000-2011 gewoon € 4,8 mld. Vpb, omdat “in veel lidstaten van de Europese Unie het Vpb-tarief werd verlaagd”.[6]

De aandeelhouders hebben door de lagere Vpb een hoger netto inkomen uit onderneming ontvangen en daarmee steeg de koers-winstverhouding van hun aandeel en ongetwijfeld de waarde van dat aandeel. Door de gebrekkige belastingwetgeving heeft de belastingdienst daar maar beperkt van geprofiteerd.

(l) Dividendbelasting

Zoals we zagen in grafiek 1 is het aandeel van de dividendbelasting in de totale belasting nogal wisselend. (1993; 1,1%; 2001: 4,0%). Nederlandse ingezetenen kunnen de dividendbelasting verrekenen. In Jacobs’ artikel wordt de dividendbelasting niet nader behandeld.

 §3 Wat zijn de leemtes in onze kennis?

Op grond van §2 vallen de volgende leemtes in onze (- althans mijn -) kennis te destilleren:

(a) actuele grondslagen box II en Box III inkomen en belastingheffing daarover inclusief vrijstellingen; [3]

(b) het actuele belastingtarief over de uitkeringen van de pensioenen;

(c) het bedrag aan levens-en kapitaalverzekeringen gesplitst in belastbaar en belastingvrij en de belasting die daarover nog verschuldigd is. [4] Het bedrag is ook van belang om vast te stellen hoeveel eigen woningen echt “onder water staan”. Voor dat juiste cijfer zal je echter alle vermogensbestanddelen samen moeten nemen per huiseigenaar, het HRA-infuus maakt het immers aantrekkelijk om belastingarbitrage toe te passen.

[d] Actuele cijfers van de echte omvang van het pensioenvermogen inclusief derde pijler. [5]

[e] Transparantie over de belastinginkomsten. of eerder het gebrek aan belastinginkomsten, per vermogenscategorie.

De kans dat we dit inzicht krijgen is uiterst klein van enige coördinatie en afstemming tussen CBS, CPB en DNB is zo te zien geen sprake.

§4 Conclusie

(1) Jacobs concludeert:

“Ondanks alle discussies over een fundamentele belastingherziening lijkt de Nederlandse overheid niet voornemens om wezenlijke hervormingen door te voeren ten aanzien van het fiscale regime voor vermogensbestanddelen. Dat is opvallend, nu de belastingheffing op vermogen nationaal en internationaal ter discussie staat. Het zou jammer zijn, wanneer dit maatschappelijke momentum niet wordt aangegrepen om te komen tot een meer fundamentele belastingherziening. “

Met deze conclusie kan men het van harte eens zijn.

(2) Kwantitatieve benadering van zijn in houtskool contouren uitgewerkte voorstellen:

De belasting op kapitaalinkomen komt daarmee in totaal, met de nodige slagen om de arm, op ca €48 mld. , of 7,9% bbp 2013_oud. Uitgaande van een kapitaalaandeel van 19% bbp komt deze ruwe benadering neer op een tarief van bijna 42%. Dat is 31% meer dan Jacobs aantrof en 7% meer dan volgens hem vermoedelijk kan. [1, blz 30 en 40]

(3) Aanvullend kan worden opgemerkt:

(a) Het geld dat beschikbaar komt kan worden aangewend om de inkomstenbelasting aanzienlijk te verlagen, waarbij de hogere inkomens eindelijk eens de belasting gaan betalen zoals die uit de belastingtarief tabellen blijkt en waarover zij altijd, ten onrechte, zo klagen. [2f]

(b) Het wordt tijd dat de statistische gegevens over het vermogen van de huishoudens sterk wordt verbeterd zodat beleidsmatig inzicht ontstaat in de beleidsgevolgen van bepaalde belastingmaatregelen. Het huidige gat in de belastingheffing vermogens is wel erg groot, de vrijstelling kan aanzienlijk worden opgetrokken als pensioenen en het eigens huis ook onder de vermogensbelasting gaan vallen. Individualisering van het pensioenvermogen is daarvoor wel noodzakelijk.

En tot slot, mijn hobby horse:

(c) Opheffing van de omkeeregel pensioenen geeft een aanzienlijk beter inzicht in de vermogenspositie van de overheid en een aanzienlijke bestedingsimpuls onder de strikte voorwaarde dat de overheidsschuld in de toekomst gelijk aan nihil blijft. Groucho Marx zei al « Why should I worry about future generations? What have they ever done for me? ». Het CPB kan zijn volstrekt overbodige houdbaarheidsstudies ook staken.

 ___________________

Laatst bijgewerkt 24 juni 2015

[1] Jacobs, Bas (2015), “Belastingen op Kapitaalinkomen in Nederland”, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 47, (1), 24-48, http://people.few.eur.nl/bjacobs/

[1a] vergelijk met een eerder epistel: l http://people.few.eur.nl/bjacobs/studiecommissie_belastingstelsel_finaal.pdf

[2] Bronnen:

[2a] http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/inkomen-bestedingen/cijfers/incidenteel/maatwerk/2015-vermogen-van-huishoudens-naar-1-procentgroep-van-het-vermogen-2006-2013-mw.htm

[2b] https://www.statistics.dnb.nl/huishoudens/index.jsp

[2c] http://www.cpb.nl/publicatie/vermogensschokken-en-consumptie-nederland

[2d] tabel

140 tabel financien

[2e] “Naar een activerender belastingstelsel eindrapport”, http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/18/eindrapport-commissie-inkomstenbelasting.html

[2f] C.A. de Kam en C.L.J. Caminada, “Belastingen als instrument voor inkomenspolitiek”, blz 223, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

[2g] http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/statistisch-nieuws-2014/dnb307002.jsp

[2h] http://www.consumentenbond.nl/woekerpolis/extra/kosten-woekerpolis/

[2i] http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/wat_zijn_uw_bezittingen_en_schulden/uw_bezittingen/niet_vrijgesteld_deel_kapitaalverzekeringen

[2j] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=81198NED&D1=0-1,54-70&D2=0&D3=0-18,23,28,33,38,43,48,53,57-58&HDR=G1,G2&STB=T&VW=T

[3] Antwoorden op Kamervragen miljoennota 2015 internet bijlagen – vraag 3 internetbijlagen – tweede reeks antwoorden,

http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/09/22/antwoorden-op-kamervragen-miljoenennota-2015/antwoorden-op-kamervragen-miljoenennota-2015.pdf

Waarom zijn de opbrengsten van box 2 en box 3 van de inkomstenbelasting niet opgenomen in tabellen 11.2.1 en 11.2.2? Bent u bereid deze voortaan in de internetbijlagen bij de Miljoenennota op te nemen?

De nadruk bij de Belastingdienst ligt bij het correct vastleggen van de te betalen belasting zoals volgt uit de aanslagen respectievelijk aangifte en de juistheid van de maandelijkse kasontvangsten. Deze kasontvangsten worden op het niveau van de individuele belastingsoort vastgelegd. Toedeling naar onderdelen zoals box 2 en box 3 zou alleen met enige vertraging uit de aangiften kunnen worden geschat. Complicerende factoren hierbij zijn onder andere de van elkaar afwijkende ontvangstpatronen van de diverse onderdelen en de onderlinge samenhang, zoals bijvoorbeeld de persoonsgebonden aftrek. In tegenstelling tot de totale kasontvangsten per belastingsoort betreft een toedeling naar onderliggende onderdelen altijd een schatting . Op dit moment kunnen deze schattingen tot en met het jaar 2011 worden gemaakt, zoals de antwoorden op de vragen 5, 6 en 7 bij de Internetbijlage laat zien. Opname in de reguliere verantwoording van ramingen en realisaties van box 2 en box 3 is derhalve niet mogelijk.”

Dat is natuurlijk best mogelijk, maar onze Minister is daar te belazerd voor en heeft natuurlijk liever niet dat deze cijfers beschikbaar komen: die Piketty discussie is zo al vermoeiend genoeg. Je werpt dus een rookgordijn op en de Tweede Kamer laat weer eens over zich lopen. Op mijn aangifte staat het box II inkomen en Box III inkomen toch echt afzonderlijk vermeld. Zo af en toe werp je wat informatie toe als er weer een studiecommissie belastingen aan de slag gaat. (Van Dijkhuizen II) Je zou natuurlijk de persoonsgebonden aftrek ook gewoon afzonderlijk kunnen vermelden net als de algemene heffingskorting e.d. overigens. Het gefoefel van de staat die een flink deel van de AOW-premie inpikt wordt dan echter wel erg transparant.

[4 ] Jacobs wijst erop dat het bedrag aan spaarhypotheken niet beschikbaar is. Het CBS stelt in een toelichting bij de vermogensstatistiek 2013 dat “Opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via kapitaalsverzekeringen, spaar-, beleggingshypotheken e.d. niet kunnen worden waargenomen.” Het CBS geeft aan dat dit op de agenda staat, maar daar wachten we al jaren op en het is natuurlijk een te zware administratieve last voor onze verzekeringsmaatschappijen die eerst nog het vuiltje van zeven miljoen woekerpolissen moeten wegwerken en in een vlek moet je niet poetsen. “Waar een wil is, is een weg”, zei mijn moeder altijd:”gewoon beter je best doen.”

Gelukkig helpt de literatuur ons verder:

Gebaseerd op Laura Oudman, “Netto hypotheekschuld positie (Bank)spaar- en beleggingsdepots” met een bedrag van € 79,3 mld. (conclusie), met overigens een aantal slagen om de arm en gebaseerd op een extrapolatie.

http://files.smart.pr/cd/6f1a90f07411e38a7609587973a212/Onderzoek-netto-hypotheekschuld-positie.pdf

zoals geciteerd in: Aldert Boonen , Vermogen maakt verschil De verdeling van vermogen en de gevolgen ervan, 2015, http://www.deburcht.nl/userfiles/file/Vermogen%20maakt%20verschil%282%29.pdf, blz 22

en

Wiemer Salverda, “Ongelijkheid in en na de financiele crisis”, Tijdschrift voor Openbare Financien, 2014, nummer 3, http://wimdreesstichting.nl/page/downloads/TvOF_2014_3_6_aangepast.pdf

citaat:

“Ten tweede wordt een belangrijke vorm van vermogen niet waargenomen, doordat ze buiten de heffing van de inkomstenbelasting valt. Dat geldt met name voor de depots van spaarhypotheken. Het daarin opgespaarde bedrag is onlangs geschat op 80 miljard euro aan het eind van 2012, en groeit naar verwachting tot 135 miljard euro in 2018. Als dat cijfer lineair mag worden teruggelegd naar 1 januari 2008 (53 miljard euro) en 1 januari 2012 (83 miljard euro), dan compenseert deze post 30 miljard euro van de voortgaande schuldengroei. Over de periode 2008-2012 nam de schuld van gezinnen voor de financiering van hun eigen huis toe met 75 miljard euro. Afhankelijk van waar het spaardepot neerslaat in de vermogensverdeling, is het mogelijk dat een aanzienlijk deel van deze schuldengroei wordt gecompenseerd.” [blz 179]

Meetkundig is het bedrag voot 2013: 80*{1+ (135/80)^(1/6)-1} ≈ € 87 mld. In hoeverre dit cijfer in het DNB-cijfer levensverzekeringen van € 141 begrepen is, is volstrekt onduidelijk. Ik heb aangenomen van niet, want dan had het CBS dit cijfer wel vermeldt.

[5] Over de omvang van het pensioenvermogen:

[5a] Klaas Knot, “De spaarzin en schuldenlast van de Familie NL”, http://www.dnb.nl/binaries/Speech%20afscheid%20Jan%20Hommen_tcm46-297055.pdf

[5b] Leen Preesman, “”, Onduidelijkheid over herkomst 300 miljard pensioenvermogen”, http://nederland.ipe.com/nederland-guest/onduidelijkheid-over-herkomst-300-miljard-nederlands-pensioenvermogen_58530.php#.UogKw8RWxcZ

De heer Preesman doelt hierbij op de 300 miljard boven de “bekende” € 966 mld. van de pensioenfondsen aan het einde van het tweede kwartaal. Zoals aan de hand van de bijdrage Pensioenen 2013 te constateren valt, is dit bedrag ook niet aan te sluiten met DNB-statistieken. Ik zou ook niet weten waar dit bedrag vandaan komt. Verder hanteren we als Knot’s Washington cijfer 212% van bbp 2012 of 599.338 dus € 1.271 mld, uit [4] i.p.v. 1.287 mld. uit Preesman’s artikel.

[5c] Klaas Knot, “Stilstand op een hoog niveau”, http://www.dnb.nl/binaries/speech%20Klaas%20Knot%20-%20Stilstand%20%20op%20een%20hoog%20niveau_tcm46-297988.pdf , blz 5.

[6] Analyse Vpb-opbrengsten 2000-2011, beantwoording Wiebes in 2015: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2015/02/12/analyse-vpb-opbrengsten-2000-2011.html

De Jezuïtische analyse (tabel 1) verduistert meer dan zij verklaart, maar het valt buiten het bestek van deze bijdrage om hier verder op in te gaan. Daarvoor dient men de analyse zelf (uiteraard kritisch – zie het motto van deze site-) te lezen. Zo wordt de energiebelasting die slechts voor een bepaalde sector relevant is, er met de haren bijgesleept. Tijdelijke verschillen worden breed uitgemeten maar hebben geen invloed op de uiteindelijk te betalen belasting, etc.

[7] De DNB statistiek pensioenfondsen geeft voor 2013 de cijfers dotatie pensioenen € 34,3 mld en aan uitkeringen € 26,5 mld. voor alleen de pensioenfondsen. De dotaties liggen echter aanzienlijk hoger als je de derde pijler meeneemt:

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013-2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent. “

Antwoorden op Kamervragen Miljoenennota 2013, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/09/28/beantwoording-schriftelijke-vragen-miljoenennota-2013.html

Waarom het CPB Financiën andere 2013 cijfers voorschotelt dan Jacobs, onder het motto u vraagt en wij draaien, is niet duidelijk.

Ook de commisie Don komt op €43 mld. voor de aftrek pensioenpremie. De pensioenuitkeringen voor de derde pijler zijn mij niet bekend., zodat een correctie op Jacobs’ cijfers niet mogelijk is.

[8] http://www.cpb.nl/publicatie/een-meer-uniforme-belasting-van-kapitaalinkomen

Advertisements

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: