Skip to content

Het spoor bijster (vermogensverdeling)

16 maart 2015

______________________________________________________________________________

Het artikel in MeJudicie met de pakkende titel “Belasting aan de top geen spoor van groeiende ongelijkheid” heeft in de media tot klakkeloos citeren aanleiding gegeven met hier en daar een kritische noot. [1;1a] Ik zou geen flauw idee hebben wat die ontwikkeling in de periode 1990-2012 in werkelijkheid geweest is. Het beschikbare statistisch materiaal, bijna uitsluitend gebaseerd op fiscale gegevens is daarvoor ten ene male ontoereikend zoals al eens eerder op deze site betoogd toen ik de vermogens van de huishoudens behandelde.

Daar helpt ook geen panelonderzoek van 100.000 huishoudens bij, tenslotte wordt de top 0,1% in dat onderzoek, als je geluk hebt en het panel representatief is, met 100 huishoudens vertegenwoordigd. Eerder zagen we al dat bij de overgang van het CBS naar integrale waarneming in 2012 het 10e deciel er € 19,5 mld. van de totale €25,6 vermogenstoename op vooruitging. (panelonderzoeken zijn notoir onbetrouwbaar voor kleine deelgroepen)

Dit is een korte reactie gebaseerd op cijfers die merendeels eerder op dit blog werden gebruikt.

_____________________________________________________________________________

{1} ” Het bruto inkomen bestaat uit inkomen uit arbeid, eigen onderneming en vermogen, de uitkeringen in het kader van de inkomensverzekeringen (i.v.m. werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid, ouderdom en nabestaanden), de uitkeringen ingevolge de sociale voorzieningen (bijstand, kinderbijslag), enkele gebonden overdrachten (huurtoeslag) en alimentatie.” [1]

{2} Het inkomen uit onderneming voor zover dat inkomen uit aanmerkelijk belang inkomen bestaat, geeft maar een beperkt beeld van dat inkomen. Niet geheel toevallig bezit de top 10% vermogens 100% van dat aanmerkelijk belang vermogen. Voor een discussie over het ab-inkomen zie Van Dijkhuizen II en de artikelen van Frederik en Salverda.[3;6] Dat de ab-regeling van 2007 een knik in de inkomens geeft, toont aan dat de gehanteerde systematiek niet deugt: een tijdelijk tariefaanpassing kan natuurlijk nooit effect hebben op het inkomen uit aanmerkelijk belang, hoogstens op de timing van de te betalen belasting. Hoe is men met stille reserves en goodwill omgegaan, men mag toch hopen dat de afschrijving goodwill het inkomen niet verlaagd heeft. Het fiscale winstbegrip mag gebaseerd zijn op “goed koopmansgebruik”, de ab-houder weet beter en heeft allerlei mogelijkheden om de winst te drukken. Pas als de ab-houder verkoopt at arm’s length komt het ware vermogen te voorschijn.

{3} Over de periode 1990-2012 bedroeg het gemiddelde jaarlijkse rendement op aandelen 5,7%, op obligaties 4,9%, op woningen 4,4% en op spaarrekeningen 3,3%. [4] In dit licht is het van belang om nader te kijken naar de behandeling van de eigen woning en pensioenen.

(a) Wat is het rendement dat aan woningen in de studie is toegekend? Het CBS goochelt maar wat met dit inkomen in zijn inkomensstatistieken.[6] (CB staat kennelijk voor Chinees Boekhouden – zie ook [8]) Het eigen woningforfait, zo dit al betaald wordt bij een gebrek aan hypotheekschuld (Wet Hillen) is veel te laag.

Het effect laat zich aan de hand van onderstaande tabel maar moeizaam inschatten (2012).

HET SPOOR BIJSTER

De overige schulden voor het 10e deciel bedragen € 51,1 mld, (totaal : € 95,1 mld.) hierin zijn ook de eventuele hypothecaire schulden op het overig onroerend goed begrepen. Het eigenwoningforfait (EWF) geeft ca 2,9 mld. belastinginkomen en zou aangezien de HRA al wordt afgetrokken dus 4,4% * 30% van 1.151,9 mld in totaal €15,2 mld. aan belasting moeten opleveren. Voor het 10% vermogensdeciel is het EWF niet bekend, aan inkomen zou 4,4% van 314,8 of €13,9 mld. en € 4,2 aan belastingen moeten worden toegerekend. Het is echter niet aannemelijk dat in de studie deze € 13,9 mld. aan inkomen is meegenomen. Voor het overige onroerend goed komt daar dan nog eens 4,4% – 4% VRH of € 0,5 mld. inkomen bij.

(b) De pensioenpremie (werknemer en werkgever) dient natuurlijk bij het bruto-inkomen gerekend worden. Welke belasting je daaraan moet toerekenen is een educated guess. Ik durf te wedden dat het rendement op het pensioenvermogen niet bij het inkomen geteld is. Ik zou ook niet weten hoe de onderzoekers dit per huishouden zouden moeten achterhalen. In totaal is dat inkomen zo’n 5% van € 1.271 mld of € 64 mld. in 2012. [7] Aangezien ca 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent en dat tarief door 7-8% van de Nederlanders betaald wordt, zal duidelijk zijn waar dat inkomen in niet onbelangrijke mate heengaat.

[4] Het CBS geeft zelf toe dat ze geen flauw benul hebben van de omvang van de kapitaalverzekeringen. Salverda schat dit bedrag op ca € 80 mld. voor 2012.[5] Ik zou niet weten hoe het rendement in de cijfers is verwerkt.

[5] Het feit dat nogal wat hoge vermogens in het 1e inkomensdeciel voorkomen, geeft aan dat er aan de inkomensstatistieken het nodige mis is, het zullen tenslotte niet allemaal luchthappers zijn.

Of om een tabel en grafiek uit een eerdere bijdrage te herhalen, die dit adstrueert:

(click op tabel om te vegroten)

P1460 Vermogen naar decielen

P1470 Grafiek vermogensverdeling naar verm en ink deciel

N.B. De inkomens in de tabel en grafiek zijn de “inkomens” volgens het CBS en niet de inkomens zoals gehanteerd in het artikel. Voor een nadere toelichting zie de bedrage Huishoudvermogens 2012.

“Uit cijfers van het CBS blijkt dat zich in de laagste inkomensgroep 38.000 huishoudens bevinden die tot de hoogste vermogensgroep behoren. Hun gemiddelde vermogen bedraagt € 1,8 mln. Dat verklaart waarom het gemiddelde vermogen in de laagste inkomensgroep € 114.000 is, terwijl 75% van deze groep nog geen € 14.000 aan vermogen heeft.”[8]

[6] “De top-1 procent van de vermogensbezitters heeft in 2012 23,4 procent van alle vermogen (exclusief pensioen). De top-5 procent bezit 46 procent, de top-10 procent heeft 61,2 procent. De onderste 50 procent heeft helemaal geen vermogen, maar een (kleine) netto schuld van 2,2 procent van het totale vermogen. “[2] Dat vermogen – inclusief pensioenvermogen) moet wel allerbelabberdst gerendeerd hebben wil je dat in de ontwikkeling van het vermogen (inclusief vermogensaanwas) niet terugzien. Dat je het niet in de inkomens terugziet hoeft gezien de leemtes niet te verbazen.

“De grote diversiteit van die groep is een van de redenen dat Caminada terughoudend is cijfers over de onderste groep te publiceren”. [1a] Helaas is die terughoudendheid voor de bovenste groep niet in acht genomen.

_______________

Laatst bijgewerkt 17 maart 2013

[1] Koen Caminada, Kees Goudswaard, Marike Knoef, “Belasting aan de top: geen spoor van groeiende ongelijkheid”, Me Judice, 14 maart 2015.

[1a] http://www.volkskrant.nl/economie/nederlandse-rijken-zijn-welniet-rijker-geworden~a3906324/

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/belasting-aan-de-top-geen-spoor-van-groeiende-ongelijkheid

[2] Belastingen op kapitaalinkomen in Nederland / B. Jacobs

[3] De correspondent, Jesse Frederik, “Hoe Nederlandse rijkaards out-of-box-2 denken” , https://decorrespondent.nl/951/hoe-nederlandse-rijkaards-out-of-box-2-denken/72430164708-ae55f938

[4] http://www.cpb.nl/publicatie/het-financieel-vermogen-in-box-3-verdeling-en-belasting

[5] Ongelijkheid in en na de financiële crisisW. Salverda

[6] Wiemer Salverda, “Ongelijkheid in nederland”, http://www.wbs.nl/system/files/piketty_socialisme_en_democratie_webeditie_18_mei_2014_0_1.pdf

[7] Circa 40% van dit inkomen (SER) komt overigens de staat toe als aandeel op zijn belastingclaim, die daarmee een aardig rendement maakt op zijn overheidsschuld die meer dan geheel in het pensioenvermogen wordt belegd. We verdienen zo dus een aardige cent op onze overheidsschuld. (rente 2015: € 8,7 mld.) Een breinbreker is derhalve of je het rendement op het overheidsaandeel in de pensioenpot nog eens moet belasten, de overheid is echter nooit vies van dubbele belasting. De commissie herziening belastingstelsel doet dit ook gezien de cijfers.

[8] Aldert Boonen , Vermogen maakt verschil De verdeling van vermogen en de gevolgen ervan, 2015, http://www.deburcht.nl/userfiles/file/Vermogen%20maakt%20verschil%282%29.pdf

De daar behandelde trendbreuk tussen de jaren 1993-2000 en 2006-2012 laat weer eens zien dat Nederland statistisch gezien een bananenrepubliek is.[zie ook 6 en 1] Een zeer leesbare en interessante studie uit 2015 die de media niet zal halen: eerder betoogden we al dat journalistenzweet een uiterst schaars goed is.

Advertisements

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: