Skip to content

SER Pensioenen

15 februari 2015

______________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage gaat in op enkele aspecten van het ontwerpadvies van de SER inzake de pensioenproblematiek. [1] Ons poldermodel werkt tegenwoordig uitstekend. Als het politieke klimaat dat toelaat regel je je zaken met het kabinet en als de politieke situatie even niet meezit, hetgeen zich in Nederland niet zo snel voordoet, dan schuif je de zaak op de lange baan door de SER te vragen om met een oplossing te komen. De vakbonden zijn tenslotte toch een quantité négligeable die alleen maar met zichzelf overhoop liggen en nauwelijks meer een representatieve achterban hebbenKomen de de kroonleden van de SER eens ongevraagd en politiek niet opportuun met een goed uitgewerkt voorstel (b.v. over wonen) dan behandel je dat niet in de SER en laat je het rapport in een bureaula verdwijnen.[2] Sommige politieke partijen willen de sociale partners hun macht ontnemen zonder zelf overigens met uitgewerkte voorstellen te komen. Heeft u ooit een verkiezingsdebat gezien waar de pensioenproblematiek aan de orde kwam? Het gaat ten slotte maar over 10% van uw bruto-inkomen. Dat regelen die partijen wel als u uw stem heeft uitgebracht. Er is niets veranderd sinds 1673: nous traiterons sur vous, chez vous, sans vous.

In deze bijdrage gaan we uit van het principe dat iedere pensioendeelnemer en pensioengeneratie zijn eigen broek ophoudt. Dit houdt ook in dat er geen inkomenspolitiek wordt bedreven via de pensioenregeling: daar is ons belastingstelsel voor. Voorstellen die proberen toekomstige generaties het pensioentekort in de schoenen te schuiven dienen dan ook met klem te worden afgewezen. Voorstellen die proberen de jongeren te bevoordelen evenzeer. Het is niet de taak van de overheid om pensioentekorten aan te vullen.

De SER vindt de variant waarbij – binnen een collectieve regeling – sprake is van een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling interessant. We zullen dan ook aan deze variant enige aandacht besteden.

______________________________________________________________________________________________

§1 Het Nederlands pensioenstelsel behoort tot de beste van de wereld

In dit hoofdstuk zullen we laten zien wat het beste pensioenstelsel van de wereld er de afgelopen jaren van gebakken heeft. We concentreren ons op de pensioenfondsen waarvoor de sociale partners nadrukkelijk verantwoordelijk zijn. Van die taak heeft de SER zich de afgelopen jaren nauwelijks gekweten, ten dele omdat de werkgevers wijzer dachten te worden van de eigen politieke lijntjes om de pensioenkosten te beperken. Dat is ook goed gelukt door de bijna volledige overgang van een eindloon naar een middelloon opbouw. Het aan de politiek overlaten van de pensioenproblematiek was echter ook niet echt de oplossing omdat de noodzakelijke brains daarvoor ontbraken zodat er al jaren nauwelijks voortgang wordt gemaakt.

De pensioenkosten zijn gewoon loonkosten en alle pensioenpremie wordt dus, al willen de media ons soms anders doen geloven, materieel door de werknemer betaalt uit zijn loonruimte. Een verlaging van de pensioenpremie kan dus alleen tot een loonstijging leiden als de vakbeweging en de rechtelijke macht ten minste hun werk goed doen. Waarom de werkgevers nog steeds zo veel over de pensioenen te vertellen hebben, terwijl zij financieel geen enkel risico meer lopen blijft ook een raadsel.

Onderstaande tabel geeft de vermogenspositie van de pensioenfondsen weer per eind september 2014. Ter vergelijking zijn de cijfers per eind 2007 opgenomen.

 (click op de tabel om te vergroten)

135 ser pesnioen

(1) De dekkingsgraad per 30/9/2014 bedraagt officieel 110,7%. Onder de huidige systematiek is de dekkingsgraad een dagkoers die geen enkele relatie met het behaalde rendement noch met het toekomstig rendement heeft. Een belangrijk deel van het pensioenvermogen wordt immers niet risicovrij belegd en de UFR heeft dus een beperkte relevantie. De uitkering is geenszins nominaal gegarandeerd, de deelnemers lopen het volle risico voor tekorten. Zo moet voor een reëel rendement van 4% volgens Steenkamp minimaal 65% in aandelen worden belegd.[12a, blz 12]

(2) Uitgaande van een koopkrachtbestendig en levenslang pensioen zou de benodigde dekkingsraad niet al te ruim bemeten zo’n 135% dienen te zijn. [1, blz 17 gaat uit van 130%]

(3) De SER geeft zelf aan dat er door de doorsneepremie systematiek die we nader in §2 behandelen een tekort van € 100 mld. bestaat. [8] Daarmee daalt de officiële dekkingsraad met 10%. Overigens kun je natuurlijk die € 100 mld. ook opvoeren als nog te ontvangen pensioenpremie, hetgeen bij de officiële dekkingsgraad materieel (onzichtbaar) gebeurt in de huidige systematiek. Als die toekomstige premie niet wordt geïnd zal moeten worden gekort op de rechten.

(4) De werkelijke dekkingsgraad op basis van een koopkrachtbestendig en levenslang pensioen bedraagt dus eerder 74,6%.

(5) Eind 2007 bedroeg de officiële dekkingsgraad nog 141,4%. Het doet de vraag rijzen hoe goed ons stelsel eigenlijk is. Je hoeft je niet over deze uitkomst te verbazen als je weet dat de vijf grote pensioenfondsen die 52% van het beleggingsresultaat voor hun rekening nemen € 117 mld. aan beleggingsresultaat haalden in de periode 2008-2013 maar daar tegenover een bedrag van € 168 mld. zagen verdwijnen in het zwarte rentermijnstrucuur gat. Hierbij dient nog rekening te worden gehouden met indexatie-achterstanden van de pensioenfondsen van gemiddeld 13% die overigens materieel niet meer dan een natuurlijke verbintenis jegens de pensioendeelnemers vormen. Het ABP b.v. kan die indexatie-achterstand eerst inhalen als een dekkingsraad van 135% bereikt wordt. Dat zal dus voor de gepensioneerden wel met Sint-Juttemis worden aangezien de target voor 2024, op basis van het reservetekort, 124% is en dit resultaat geenszins zeker is.

Tot zover de resultaten van het beste pensioenstelsel ter wereld. Dat is natuurlijk best een zelffelicitatie van de sociale partners waard al geven ze zelf ook toe dat

de toereikendheid van toekomstige pensioenen onder druk kan komen omdat pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken de afgelopen jaren niet geïndexeerd zijn en
het waarschijnlijk is dat dit in het huidige systeem met de huidige regels de komende jaren ook niet zal gebeuren. [1, blz 20]

Zoals we bij de behandeling van het nieuwe FTK al aangaven zal de indexatie-achterstand eerder nog oplopen.

§2 Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling

Deze variant, ogenschijnlijk het Walhalla op pensioengebied, heeft de volgende kenmerken [1,blz 47]

i Opbouw van persoonlijk pensioenvermogen als onderdeel arbeidsvoorwaarden met verplichtstelling;

ii verplicht delen langlevenrisico

iii belegging volgens het life cycle principe (risico neemt af naarmate men ouder wordt) met keuze opties en meer of mindere mate van collectivisering beleggingrisico’s;

Deze variant scoort volgens het advies drie werf plus op de volgende punten: beleggingsresultaat, goede aansluiting op maatschappelijke trends en gunstige macro-economische effecten. Hij scoort even slecht op de transitieproblematiek. De laatste problematiek heeft betrekking op het verdelen van de pensioenpot, de doorsneepremieproblematiek en het infietsen van de bestaande pensioenaanspraken.

De maatschappelijke trend slaat op de flexibilisering van de arbeid, een modieuze trend die over ons heen schijnt te komen als gevolg van de globalisering en waaraan we zelf niets kunnen doen, als we onze politici mogen geloven. Deze modieuze trend is overigens niet geheel nieuw, in het verleden hadden onze voorouders al eens te maken met proto-industralisatie met zzp’ers avant la lettre, waarbij het platteland systematisch werd uitgebuit. [7] Samsom en Asscher moeten maar eens in de historie duiken om te kijken hoe we daar vanaf zijn gekomen.

§3 Doorsneesystematiek en problematiek

De doorsneepremie problematiek ontstaat voornamelijk door het kettingbrief karakter van de doorsneepremie.[3] Voor het overgrote deel van de pensioendeelnemers wordt de ketting van deze kettingbrief echter nooit verbroken omdat de deelnemers bij baanwisseling bijna altijd weer in een pensioenfonds met dezelfde systematiek terechtkomen of daar sowieso toe tot veroordeeld zijn (b.v. ABP en PFZW). De door de SER zo gepropageerde flexibele arbeidsmarkt is dan ook voor veel pensioendeelnemers geen realiteit [4] De problematiek wordt opgeblazen door de zzp’ers die oververtegenwoordigd zijn in de media en door de financiële pensioenlobby die graag omzet wil maken bij hun adviezen. Netspar heeft daar zelfs een heel instituut voor opgetuigd.[5] De informatievoorziening van dit instituut inzake pensioenen begint overigens monopolieverschijnselen te vertonen: het SER-advies citeert Netspar 26 maal.

De pensioenfondsen hanteren een uniforme premie over de pensioengrondslag ongeacht geslacht, leeftijd of aard van de arbeid. Dit heeft tot gevolg dat een jonge werknemer (relatief) evenveel premie betaalt als een oudere werknemer terwijl diens inleg langer rendeert. Bij een gunstig carrièreverloop neemt het premietekort in de latere jaren nog toe.

De doorsneepremie problematiek laat zich het beste aan de hand van een grafiek uitleggen. We maken daarbij gebruik van een eerdere bijdrage en de masterscriptie van Hans Starink voor het PFZW [6].

135 grafiek 1 doorsneepremie

De eerst jaren betaalt een deelnemer relatief te veel premie t.o.v. de actuarieel benodigde premie. In dit voorbeeld loopt dat effect cumulatief op tot 8,3% rond op 44-jarige leeftijd, waarna het verschil uiteindelijk terugloopt tot nul. De deelnemer betaalt dus cumulatief zijn hele premie op actuariële grondslag.. Het betreft alleen een verdeling van de premielast in de actieve periode van de deelnemer. Impliciet zijn een aantal belangrijke aannames bij een faire toepassing van het doodsneepremiestelsel van toepassing.:

(a) er wordt gedurende de opbouwperiode een kostprijsdekkende premie betaald met een gelijk premiepercentage van de pensioengrondslag en het aantal deelnemers per jaarlaag is gelijk;

(b) de loonontwikkeling is conform de aannames bij het vaststellen van de premie zonder carrièresprongen die veelal bij de hogere inkomens ook nog na het 45e jaar plaats vinden;

(c) het profijt na pensionering is gelijk, dit is niet het geval b.v. door het verschil in levensjaren van man/vrouw en hoog- en laagopgeleiden.

(d) De doorsneepremie is een middel om de premie in percentage van de loonsom gedurende het werkzame leven constant te houden zodat ouderen niet nog meer gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. Gepensioneerden hebben bij een kostprijsdekkende premie in het verleden niets met deze toerekening te maken, zij hebben immers de verschuldigde premie al betaald. Burgers die niet bij een pensioenfonds zijn aangesloten hebben natuurlijk helemaal niets te maken met de doorsneepremieproblematiek.

Zzp’ers die eerst werknemer waren laten een deel van de te veel betaalde premie achter in het pensioenfonds. Mochten die werknemers zijn ontslagen dan heeft die werknemer, als de rechter zijn werk gedaan heeft, een schadeloosstelling ontvangen in zijn ontslagvergoeding. Mocht de werknemer denken beter af te zijn als zzp’er dan zal hij het verlies in zijn calculatie hebben meegenomen. (b.v. ambtenaren die zich na vertrek op grond van hun expertise en relatienetwerk weer uitlenen aan diezelfde overheid als zzp’er tegen een aantrekkelijk tarief)

Afschaffing van de doorsneepremie leidt tot een verhoging van de pensioenverplichting van 9% van het pensioenvermogen en creëert een additioneel pensioengat van ca € 100 mld. [8] Omdat boven 65-jarigen ca 50% van het pensioenvermogen voor hun rekening nemen dien je die € 100 mld. m.i.z. eerder te relateren aan ca € 550 mld. pensioenvermogen, zodat eerder sprake is van een tekort van 18%. Het effect is dus geenszins beperkt zoals het SER-advies ons wil doen geloven. [1, blz 57;4]

Maarten Pinkaert heeft ad nauseam aangetoond dat in het verleden te weinig premie is betaald. [10] Dat is met name het geval voor de periode 1979-2006, zoals ook blijkt uit onderstaande grafiek voor alle pensioenfondsen gezamenlijk die aan een eerdere SER-publicatie is ontleend [11]:

Grafiek 2

135 GRAFIEK II

Een citaat uit 2009:

 “De (internet CM) crisis maakte een sterke stijging van de premies nodig. Daarbij zij echter aangetekend dat in de voorgaande jaren, mede als gevolg van premiekortingen en ook wel premie-holidays, sprake was van een lage premie en volgens de huidige maatstaven van een veelal te lage premie. Een belangrijk deel van de inkomsten van de fondsen was afkomstig uit de rendementen, zie figuur 5. De kostendekkende premie is hierop een antwoord.

 In de periode voor 2001 vallen de premieinkomsten laag uit in verhouding tot de beleggingsopbrengsten. In deze periode was namelijk geen sprake van kostendekkende premies. De rendementen werden ook gebruikt voor de financiering van nieuwe aanspraken.”

[SER 2009 noot 11 ]

Een andere pensioenpolitiek zou overigens gezien de toenmalige zeer hoge dekkingsraad en het oogje dat onze politici op die pensioenpot hadden laten vallen (ook het CDA van de wat kort van memorie zijnde heer Omtzigt) niet mogelijk zijn geweest [11]:

Grafiek 3

135 grafiek iii

Het is opmerkelijk dat het SER-advies achteloos aan deze historie voorbijgaat en alleen toekomstgericht constateert dat de deelnemers met een geboortejaar rond 1970 het hardst worden getroffen door afschaffing van de doorsneepremie zonder compensatie. [1; blz 59].

Het zal duidelijk zijn dat de doorsneepremie problematiek een zaak is van de actieve pensioendeelnemers bij een pensioenfonds onderling. Het is begrijpelijk dat de sociale partners door een greep in de overheidskas bij de overheid willen neerleggen door b.v. een tijdelijke verhoging van de AOW of financiering door beperking omkeerregel pensioenen, een free lunch is immers nooit weg. Dat moet echter met klem van de hand worden gewezen. De geluksmachine van Uhri Rosenthal en Rutte kan immers niet voortdurend uit de kast worden gehaald. Bovendien betalen dan burgers mee die niets met deze problematiek uitstaande hebben.

En wat moeten we dan met die zzpp’ers? Het aantal zzp’ers kan drastisch worden teruggedrongen door de fiscale voordelen voor de zzp’er op te doeken en de fiscus eindelijk eens werk te laten maken van het aanpakken van schijnzelfstandigen die materieel gewoon (deels onderbetaalde) werknemers zijn. [9;15] Al die studies over zzp’ers zijn dan volstrekt overbodig. Als we dan het aantal pensioenfondsen nog drastisch terugbrengen hoeft men bij baanwisseling minder over te stappen van pensioenfonds hetgeen aanzienlijke administratiekosten bespaart. Men is overigens al goed op weg: het aantal pensioenfondsen bedroeg in 2001 nog 916 en thans minder dan 350. [DNB]

De eenvoudigste oplossing voor de doorsneepremie problematiek is dan ook om de huidige systematiek gewoon te handhaven. Dat is gegeven de lage dekkingsraad van de pensioenfondsen en de indexatie achterstand ook maar het beste. Het onrechtvaardig bevoordelen van de hoger opgeleiden is door de aftopping van de premiegrondslag al deels gerepareerd. Afschaffing is een hele dure hobby, die we ons thans niet kunnen permitteren.[4]

§4 Beleggingresultaten – lifecycle principe.

Het SER-advies ziet veel in het lifecycle principe waarbij waarbij het percentage aandelen in de beleggingsportefeuille afneemt naarmate de pensioneringsleeftijd nadert. Jongeren lopen dan eerst meer risico, maar zouden ook een hoger rendement behalen. Er worden daarbij vaak allerlei rekensommetje gemaakt om aan te tonen dat dit het beste uitpakt voor het pensioenresultaat. Bij die rekensommetjes krijg je eruit wat je erin stopt. [12a]. Er zijn ook perioden geweest dat de koers van het aandeel niet vooruit te branden was, met cherry picking kunt u elke redenering opzetten:

135 AANDELENKOERSEN

“Over de gehele twintigste eeuw gerekend, zijn vanaf eind 1899 de koersen van Nederlandse aandelen gemiddeld met 4% per jaar gestegen. In een eeuw zijn de aandelen per saldo 43 keer meer waard geworden.” [14] Die stagnatieperiode 1960-1980 komt natuurlijk nooit meer terug. (De meeste mensen klagen over hun geheugen en niet over hun verstand.)

Nu heb ik geen verstand van beleggingen, ik zie al jaren de relatiebeheerder van mijn private banking afdeling niet meer. Mijn eerste vraag aan zo’n steeds wisselende beheerder was altijd “hoe komt het dat u nog altijd loonslaaf bent als u zo veel verstand van beleggen heeft?'” en dan verstomde het gesprek al snel. Zeven miljoen woekerpolissen laten zien dat heel veel Nederlanders daar ook al geen verstand van hadden. Die lieten zich liever oplichten door de financiële maffia, gestimuleerd door ons fiscale regime. Het SER-advies stipt ook de financiële ongeletterdheid van menig pensioendeelnemers aan, maar meent toch dat een grotere keuzemogelijkheid wenselijk is. Als de voorlichting aan de media wordt overgelaten zal daar veel van terechtkomen, voorlichting door de overheid zal, conform het motto van deze site, vrijwel direct leiden tot een veroordeling van de Reclame Code Commissie.

Dat de jongeren beter af zijn als zij meer risico lopen is dan ook nog maar de vraag. In elk geval geldt dat de pensioeninleg die in de eerste, voor de pensioenvorming belangrijke jaren, mogelijk wordt vergokt door een te hoog risico in latere jaren nauwelijks kan worden ingelopen om tot een goed pensioen te komen. Voor een duidelijke uitleg van het dilemma en een inzicht in reële parameters zie noot [12b] .

§5 Huidig pensioen

Het advies citeert instemmend dat de volgende percentages als component van het pensioen uitmaken:

135 tabel 2

Het gemiddeld pensioeninkomen zou dus ruim € 54.000 bedragen. De bedragen zijn aan de hand van het bedrag aan gehuwden-AOW en het percentage 35% herleid en komen mij op zijn minst ongerijmd voor, ik heb sowieso niets met gemiddelden. In het algemeen kan gesteld worden dat in het advies bijzonder weinig aandacht wordt besteed aan de benodigde bestedingsruimte naar leeftijdscategorie gepensioneerde. De 70% middelloon is een heilige graal die nergens wordt onderbouwd.

Nu moet volgens mij aan de toekenning van het pensioen eigen woning bedrag geen enkele waarde worden toegekend.[zie §6] Door de overgang op aflossingsvrije hypotheken verschilt het inkomen in natura per eigenaar, vaak overigens alleen bezitter, van de eigenwoning aanzienlijk terwijl de 60% huurders dit voordeel helemaal niet genieten en met forse huurverhogingen worden geconfronteerd om het scheefwonen tegen te gaan. Scheefwonen is immers alleen voorbehouden aan de eigen woningbezitter die, nauwelijks onverminderd, aan het HRA-infuus hangt.

Het pensioenvermogen is ook zeer ongelijk verdeeld aangezien 78% van de pensioenpremie door de top 30% inkomens wordt gedoteerd. Gemiddelden zeggen dus niet zoveel. De grafiek 2.2.in het SER-advies waarbij de ontwikkeling het vermogen pensioenfondsen in percentage van de beloning werknemers wordt getoond is dan ook van een volstrekte stompzinnigheid: de lonen stijgen alleen door loonstijging en het pensioenvermogen accumuleert door bruto premiestortingen (+) en uitkeringen (-) en (onbelaste) rendementen en technische resultaten. (±). Men had beter grafiek 2 kunnen presenteren., maar dat zou maar onnodig het licht werpen op het wanbeleid in het verleden.

§6 De eigen woning als pensioen en zorgsparen

De gemiddelde waarde van de eigen woning is zo’n €233.000. Indien de woning hypotheekvrij is, hoeft geen eigenwoningforfait betaald te worden conform de Wet Hillen. Het pensioen in natura is dus belastingvrij 4,5% van de WOZ-waarde of € 10.485. Volgt de WOZ-waarde de inflatie dan is dat inkomen overeenkomstig geïndexeerd. Dat is meer dan je van het huidige pensioencontract kunt zeggen. Door het HRA-infuus treden oneigenlijke elelementen in de afweging op of je je hypotheek wel moet aflossen. Gelukkig is het pesnioenvermogen vrijgesteld van vermogensrendementsheffing zodat de situatie wat dit betreft vergelijkbaar is met het eigen huis vermogen. Burgers die geen eigen huis hebben en geen pensioen maar hun pensioen regelen door te sparen hebben het nakijken en tikken gewoon 1,2% vermogensrendementsheffing af over hun vermogen dat toch ook voor de oude dag wordt aangehouden.

Gaarne zou de financiele lobby zien dat we ook nog een vorm van zorgsparen krijgen opgelegd. Met het pensioen- en het eigen woning sparen sparen wij en de overheid (omkeerregel) ons natuurlijk al suf maar nu moeten we ook al geld opzijleggen voor onze buitengewone zorgkosten. Dat we ons hele gepensioneerde leven met 70% van het gemiddeld loon moeten toekomen is natuurlijk niet genoeg (wat doen we na ons tachtigste met al dat geld?): er moet nog meer gespaard worden. Zonder een nader inzicht in het benodigde bestede inkomen op zeg 75-jarige leeftijd etc. lijkt mij deze stelling moeilijk te verdedigen. Tenslotte sparen we inmiddels ook al miljarden bij de zorgverzekeringsmaatschappijen door een te hoge premiestelling voor ons zorgomslagstelsel, maar er kan natuurlijk nog meer bij. De politici verdelen de banen wel bij die instellingen.

§7 Verdelen van de pensioenpot

Als we een persoonlijk pensioenvermogen willen toerekenen zullen we de pot moeten verdelen, waarvoor een juridische basis ontbreekt. omdat de rechten op zijn minst onduidelijk zijn geformuleerd. Het advies zet de problemen op een rijtje maar komt niet tot een begin van een oplossing:

(a) In het verleden hebben de deelnemers deels ontoereikende premies gestort en daarover is een zeer behoorlijk rendement gemaakt. Ook zijn er grepen in de kas gedaan (ABP €30 mld. en VUT waarvoor nauwelijks premie is betaald) die zouden moeten worden verrekend;

(b) de nominale aanspraken zijn wel bekend en moeten worden gewaardeerd, het verschil met het netto actief is de algemene reserveve die ook moet worden toegerekend;

(c) er bestaan indexatie-achterstanden die niet meer dan een natuurlijke verbintenis vormen, al zal de getroffen deelnemer daar anders over denken.

Je kunt de verdeling benaderen als een verdeling van activa op grond van inbreng of een verdeling op grond van al of niet vermeende aanspraken. Het advies behandelt de eerst optie niet eens. Deze optie is wel uiterst globaal uitgewerkt door Van Praag en ik had toch minstens een behandeling van dit onderwerp in het SER-advies verwacht. [13]

Ik geloof dan ook niet dat de SER de aangewezen partij is om dit advies nader uit te werken, daarvoor heeft zij zelf te veel boter op het hoofd en is zij te veel belanghebbende. Dan toch maar een breed samengestelde staatscommissie en als het kan snel. Die kan zich dan ook buigen over de governance, waarbij de pensioendeelnemers alle zeggenschap krijgen. Misschien is omzetting van de stichting in een Coöperatie wel een aantrekkelijke optie, waarbij de toezichthouders en de staat ook op afstand gezet worden. Als dan de omkeerregel pensioenen wordt afgeschaft hoeft kan de staat het Witteveen kader ook opdoeken. Het netto geld is dan tenslotte van de pensioendeelnemers alleen en van niemand anders.

____________________

Laatst bijgewerkt 17 februari 2015

N.B. Voor de goede orde nog maar eens vermeld dat ik in de pensioenkwestie alleen belanghebbende ben als belastingbetaler, ik heb namelijk gelukkig geen pensioen en me ook niet laten uitbenen door de financiële maffia.

[1] https://www.ser.nl/nl/publicaties/adviezen/2010-2019/2015/toekomst-pensioenstelsel.aspx

Teksten in italics in de tekst zijn aan dit SER-ontwerpadvies of en eerdere SER-publicatie ontleend. 

[2] SER,”Rapport Naar een integrale hervorming van de woningmarkt”,http://www.ser.nl/nl/publicaties/commissie%20sociaal%20economisch%20beleid/b28704.aspx , juni 2008.

[3] Artikel 8 wet bpf:

De door of voor de deelnemers verschuldigde bijdrage is voor alle deelnemers gelijk of bedraagt voor alle deelnemers een gelijk percentage van het loon dan wel van het gedeelte van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, met dien verstande dat er voor verschillende vormen van pensioen en voor verschillende pensioenregelingen verschillende bijdragen kunnen worden vastgesteld.

[4a] Adri Jansen AAG, mr. Tom Dimmendaal, “Is er iets mis met de doorsneepremie???”,

http://www.sprenkelsenverschuren.nl/media/publicaties/Artikel_Doorsneepremie_Pensioen_Bestuur_en_Management.pdf

[4b] Paul de Beer, http://m.mejudice.nl/m/a/ar/wie-neemt-het-nog-op-voor-ons-pensioenstelsel

[5]http://www.netspar.nl/

[6] Hans Staring, “Een Optimaal Pensioencontract vanuit het Oogpunt van Jongeren”, http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=112918 In de nieuwste versie ook al onder Netspar auspiciën. De grafiek is berekend uit de gegevens in appendix D en van toepassing op een relatief jong pensioenfonds (PFZW).

[7] Joel Nokyr, The ENLIGHTED ECONOMY an economic history of Britain 1700-1850, London, 2009, 94.

[8] [1] blz 57:

Bij een effectief gemiddeld belastingtarief van 40 procent gaat het om 60 miljard in netto termen. Bij een rente van 3 procent en een groeivoet van de reële loon en de bevolkingsgroei van 1 procent bedragen de transitiekosten 102 miljard euro. Bij een rente van 2 procent bedragen de transitiekosten 87 miljard euro. Bij een rente van 4 procent blijven de transitiekosten gelijk aan 102 miljard euro. { CM; laatste zin ???}

Als je een deel van het tekort op de toekomstige generatie afwentelt (d.w.z. het toekomstige premievoordeel van de jongeren inpikt) komt het Actuarieel Genootschap op ca € 40 mld. tekort.

[9] Overgang naar een B.V. is volgens zzp-Nederland pas lucratief bij een inkomen boven de € 150.000 anders moet je te veel sociale lasten betalen en kun je bter aan het ZZP-infuus blijven hangen – zie ” Flex BV niet interessant voor de meeste zzp’ers”, http://www.zzp-nederland.nl/nieuws/69379-flexbv-zzp

[10] Maarten Pikaart. De Pensiosnmythe, Amsterdanm, 2011, blz 98. Dit betreft ABP en PFZW. De grafiek op die bladzijde valt ook te bewonderen in Bernard van Praag, “De pensioenmythe doorgeprikt”. Me Judice,http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-pensioenmythe-doorgeprikt

[11] https://www.ser.nl/~/media/files/internet/publicaties/overige/2000_2009/2009/b27875/b27875_2.ashx

[12a] CPB, “Risicoverdeling bij hervorming van het aanvullend pensioen”, http://www.cpb.nl/publicatie/risicoverdeling-bij-hervorming-van-het-aanvullend-pensioen

zie ook, voor een cijfermatig onderbouwde discussie

[12b ] Tom Steenkamp, Pensioenresultaat en DC-premiestaffels, http://www.robeco.com/nl/professionals/visie-en-themas/pensioen/2013/overheid-geeft-te-rooskleurig-beeld-van-pensioenopbouw.jsp

[13] Bernard van Praag, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/pensioenkorting-ouderen-is-geen-structurele-oplossing

[14] http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/macro-economie/publicaties/artikelen/archief/2000/2000-0426-wm.htm

[15]  Zzp netwerk Nederland, “Is afschaffing starters- en zelfstandigenaftrek nu werkelijk zo erg?”, http://www.zzpnetwerknederland.nl/nieuwsbericht/is-afschaffing-starters-en-zelfstandigenaftrek-nu-werkelijk-zo-erg

Advertisements

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: