Skip to content

Op de achterkant van een sigarendoosje

28 juni 2014

____________________________________________________________________________

Geheel onwetenschappelijk ingesteld, heb ik het niet zo op ingewikkelde econometrische modellen die toch nooit uitkomen. Meestal volstaat een berekening op de achterkant van een sigarendoosje.[1] Om eens te zien hoe de nieuwe Financieel Toetsingskader (FTK) regels uitpakken voor de indexering bij een gemiddeld pensioenfonds passen we die techniek hier toe.[2] Gewapend met tabel  2 en eventueel tabel 3 kan een ieder op de deelnemersvergadering van een pensioenfonds vragen:

(1) Wat zijn de uitgangspunten van het herstelplan van mijn pensioenfonds en waar leidt dat qua indexering toe?

(2) Bij doorvragen bij een vermoedelijk inadequaat antwoord op (1): hoe ontwikkelt de dekkingsgraad zich per jaar volgens dat herstelplan concreet?

(3) Aan zijn vakbondsvertegenwoordiger in het pensioenfondsbestuur: wat is de verwachte loonontwikkeling in de sector als de vakbond echt zijn best doet?

De deelnemer kan dan zelf met de nieuwe FTK-regels uitrekenen hoeveel indexering hij in de komende jaren tekort komt. Hij kan dan ook meteen vragen waarom het bestuur dat soort informatie niet transparant ter beschikking stelt en misschien zelfs wel een ander bestuur kiezen?

Het wordt in elk geval de komende tien jaar op een houtje bijten ondanks al die fraaie reële ambities van uw pensioenfonds. Bovendien haalt niet iedereen 70% van zijn gemiddeld genoten salaris.[3]

____________________________________________________________________________

Bij het berekenen van het indexatietekort zijn de volgende veronderstellingen gehanteerd:

120 000 Veronderstellingen en startpositie fonds

Op grond van deze veronderstellingen laat zich gegeven de nieuwe FTK de volgende prognose uitschrijven uitgaande van een bepaalde ontwikkeling van de dekkingsgraad:

120 002 Prognose pensioen-, loon- en indexatie-ontwikkeling

(1) De ontwikkeling van de dekkingsgraad is puur speculatief en gebaseerd op een toename van 1,87% per jaar. Het plan voldoet aan het criterium dat het reservetekort wordt weggewerkt binnen 15 jaar.In 2025 is er geen reservetekort meer en derhalve geen jaarlijks herstelplan meer nodig. Bij een 2,11 punten lineaire stijging van de dekkingsgraad per jaar wijkt de indexatieachterstand in 2023 nauwelijks af. De dekkingsgraad ABP eind mei 2014 was 106,5% en voor PFZW 110%. (De herstelplannen van ABP en PFZW hebben volgens hun jaarrekening rond 2023 hun reservetekort ingelopen met een dekkingsraad van 124% respectievelijk 122,7%)

(2) Op basis van de nieuwe FTK- voorschriften bedraagt de indexering (bij benadering) een tiende van het verschil tussen de huidige dekkingsgraad en een dekkingsgraad van 110%. [2 blz, 3]

(3) Pas in 2031 is sprake van volledige indexatie en kunnen de indexatie-achterstanden worden ingelopen. (groen in tabel)

(4) Deze (arbitraire en puur indicatieve) cijfers dient u te vervangen door de “werkelijke”cijfers (garantie tot de deur) zoals die door uw pensioenfonds onder het “wakend oog” van de AFM worden opgeleverd. Mocht u deze cijfers niet krijgen dan is er werk aan de winkel op de deelnemersvergadering. U zou dan ook kunnen vragen of de “reële pensioenambitie ” niet een tikkeltje reëler kan door zich niet alleen te concentreren op de wenselijkheid van een onhaalbare volledige indexatie, maar eerder op een haalbare prognose.

(5) De generatie die rond 2003 met pensioen is gegaan kunnen we in elk geval als een lost generation aanmerken. De generatie-effecten van de aanpassingen van het FTK mogen beperkt zijn zoals het CPB schrijft, het huidige pensioensysteem is dat geenszins.[2] De rest van de politieke de kool en de geit sparende conclusie is dan ook quatsch, want de wetsaanpassing van dit kabinet lost niets op:

“De voorgestelde aanpassingen in het FTK lossen echter niet alle knelpunten in het huidige kader op. Er blijft een zekere spanning tussen de ambitie van veel fondsen om aandelen- en renterisico te nemen en de vereiste van nominale zekerheid. Het gebruik van verschillende discontovoeten voor de bepaling van de verplichtingen, de premie en de houdbare indexatie is met het oog op de gewenste stabiliteit van de premie en het aanpassingsvermogen aan financiële schokken wel te verdedigen, maar conceptueel gezien minder fraai.” [2, blz. 8]

Het huidige systeem is gewoon een achterhaald systeem, waarbij de problematiek van de rekenrente, de doorsneepremie, de indexatie-achterstanden en de telkens opduikende generatieconflicten een keer moeten worden opgelost.

De ontwikkeling van de indexatie achterstand laat zich in echt geld voor een jaarlijks volledig geïndexeerd pensioen van € 11.200 als volgt grafisch weergeven:

120 010 pensioen

(1) Het startpensioen in 2014 is € 10.000 met een indexatie-achterstand van € 1.200.

(2) Nominaal bedraagt de cumulatieve derving voor de periode 2014-2035 (22 jaar) ruim € 72.000. Tegen contante waarde (2,75%) is dat ruim € 52.000. [4] Het verschil is maximaal in 2030 en bedraagt dan € 4.231, d.i. 38% van het nominale pensioen van € 11.200.

(3) Voor de gepensioneerden is materieel dus sprake van een woekerpensioenpolis waarvan de resultaten direct merkbaar zijn bij de pensioenuitkering. Voor de jongeren geldt dat ook maar die kunnen dat alleen zien bij ontvangst van hun jaarlijkse pensioenbrief.

APPENDIX

We gooien er nog een sigarendoosje tegenaan om de relatie uitkering rekenrente wat duidelijker te maken en borduren voort op tabel 2. We gaar weer uit van 22 jaren pensioenuitkeringen en een dekkingsgraad van 105%.

(Click op tabel of CTRL + om te vergroten)

120 099 scenarios

(1) Scenario 1: Er is geen surplus dus de dekkingsgraad is 100%. Na 22 jaar is de pensioenpot gemiddeld finaal op. De contante waarde van de uitkeringen tegen 2,75% bedraagt € 187.627. Dat is dan ook het startbedrag.

(2) Scenario 2: De dekkingsraad is 105%. Aan het einde van de rit blijft, ondanks de gedeeltelijke indexatie € 17.040 in de pensioenpot zitten voor de jongere deelnemers. Dat is de oprenting (  € 7.659) van de 5% procent extra dekkingsgraad bij start ( € 9.381) en totaal dus € 17.040.

(3) Scenario 3: We stappen af van de huidige systematiek en de pensioenpot wordt verdeeld. De deelnemer krijgt 105% van 187.627 of € 197.009 toebedeeld. Ook gaan we nu reëel rekenen en wordt het rendement en de rekenrente in dit voorbeeld gemakshalve aan elkaar gelijk gesteld op 3,7%.[5] Het pensioenfonds rekent de deelnemer voor dat hij op grond hiervan een volledig geïndexeerd pensioen van € 197009 /22 = € 8.955. kan krijgen zodat zijn indexatie achterstand t.o.v. € 11.200 nominaal reëel nu 20% wordt. [5] Toch mag opa zich in zijn handen wrijven. Geen geleuter meer over een reëel ambitieus pensioen dat hij toch niet krijgt en je krijgt je pensioen gewoon controleerbaar in handen met jaarlijkse bijschrijving van het collectief behaalde rendement. Hij gaat er nominaal €45.231 op vooruit of tegen contante waarde € 29.739 (2,75%) en in werkelijkheid € 25.831 (3,7%). Een dekkingsgraad van 116% is voldoende om dit pensioen op te kunnen hoesten. (217.367/187.627) bij een rendement van 3,7%.

(4) Scenario 4 laat zien hoeveel geld er onder het oude systeem bij 3,7% in de pot blijft zitten. In werkelijkheid echter wordt de toegestane indexatie dan natuurlijk wel hoger, maar door de demping duurt dat lang en in the long run we are all dead. De werkelijkheid wordt mede bepaald door b.v. de pensioenpremie die in de pot gaat en het technisch resultaat inclusief aanpassing sterftetafel en niet in de laatste plaats het werkelijk behaalde rendement.

Ik had graag gezien dat het CPB enkele van deze scenario’s (ongetwijfeld veel beter en grondiger en met aanzienlijk meer kennis van zaken) had voorgerekend, maar je moet natuurlijk niet meer leveren dan gevraagd wordt en tenslotte is dat politiek niet opportuun. (zie tabel 2 – punt 5) Het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid houdt de pensioenproblematiek graag slepende en schuift de problemen liever voor zich uit. De politici volgen de opeenvolgende ministers daarin graag.

___________________

Laatst bijgewerkt 3 juli 2014

[1] De vuistregel was onder het oude regime dat je een dekkingsraad van zo’n 135 (145 met buffer) nodig had om volledig te kunnen indexeren. Onder het nieuwe FTK laat een dekkingsraad van 135 een indexatie van (135-110)/100 % = 2,5% toe van de pensioenuitkering en een dekkingsraad van 145 dus 3,5%. Dat wisten we dus al zonder al die regeltjes. In het nieuwe systeem moet je minimaal een dekkingsraad van 127 hebben om risico’s op te vangen. (97,5% “zekerheid ” dat het fonds over een jaar nog solvabel is) en mag je dan 1,7% indexeren als je die dekkingsraad op pijl kunt houden. Bij 2,5% loonstijging neemt je vermoedelijk al bestaande indexatietekort dan jaarlijks met 0,8% per jaar toe.

Uitgaande van een dekkingsgraad van 135% komen de Nederlandse pensioenfondsen gezamenlijk eind 2013, zoals je op een hoekje van die sigarendoos kunt uitrekenen € 195 mld. aan pensioenvermogen tekort (bij een dekkingsgraad van 145%: € 281 mld.).

[2] CPB, “Generatie- en premie-effecten aanpassing FTK”,http://www.cpb.nl/publicatie/generatie-en-premie-effecten-aanpassing-ftk

[3] “In werkelijkheid bereikte lang niet iedereen het maximaal haalbare pensioen, vooral omdat de opbouw minder dan 40 jaren betrof. Bovendien leidde de overgang naar een andere baan dikwijls tot een pensioenbreuk. Verder werden deeltijders, in de praktijk vooral vrouwen, in het verleden soms uitgesloten van pensioenopbouw. Volgens het CBS bedroeg het te bereiken pensioen inclusief AOW voor 60-jarigen in 2008 gemiddeld 61% van hun toenmalige inkomen. Voor mannen was dit 52%, voor vrouwen 87%. Het percentage valt voor vrouwen hoog uit, doordat zij veel in deeltijd werken en de AOW voor hen relatief hoog is in verhouding tot hun looninkomen.

Aanpassingswet pensioenwet, 33610, nr 3 memorie van toelichting,

En zo wordt je door manipulatie van de noemer bijna op het verkeerde been gezet en hoe zat het ook weer met gemiddelden? Als je het terecht niet zo op gemiddelden hebt bij inkomensverdeling statistieken kun je ook op CBS-Statline kijken:

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=80455ned&D1=a&D2=1-2&D3=0,5-10&D4=1-2&D5=0&D6=0&D7=l&VW=T

Over de korting op de AOW voor onze allochtone landgenoten rep je natuurlijk als minister ook niet. Après moi, le déluge.

[4] Als je van DNB je pensioenverplichtingen tegen 2,75% contant moet maken, geldt dat natuurlijk ook voor het indexatietekort. Tenslotte staan die twee niet los van elkaar.

[5] Voor de onderbouwing van de rekenregel zie: Bernard van Praag, 2011, “De noodzaak van een alternatief pensioenakkoord”, Me Judice, 4e jaargang, 3 oktober 2011,http://www.mejudice.nl/artikel/682/de-noodzaak-van-een-alternatief-pensioenakkoord en de bijdrage Hervorming pensioenen. De rekenregel luidt: zolang de indexatie en het rendement gelijk zijn, kun je om de pensioenreserves en de opbouw te berekenen met nominale bedragen werken. B.V. 10 jaar opbouw van € 10.000 geeft 20 jaar uitkering van 100.000/20 of € 5.000. etc.

Het CPB gebruikt in haar recente studie Minder zorg om vergrijzing een discontovoet van 5%. De motivering daarvan is interessant in het kader van de rekenrente discussie:

“In deze studie gebruiken we een discontovoet van 3% reëel (5% nominaal). Dat is dezelfde waarde als in Vergrijzing verdeeld en ook gelijk aan de waarde die de Europese Commissie gebruikt in haar houdbaarheidsstudies (Europese Commissie, 2012). De reële rente is de afgelopen jaren flink gedaald. Het is niet duidelijk in hoeverre de recente daling van de reële rente tijdelijk is en gedreven door de financiële crisis en het monetaire beleid. Naast het rendement op obligaties is het vereiste rendement op aandelen van belang. Dit rendement is onzeker en moeilijk te meten. Op dit moment is er te weinig bewijs om over te gaan op een andere discontovoet dan in de vorige studie. Wel is het nu nog duidelijker dat de onzekerheid over de discontovoet groot is.”

Het is in elk geval duidelijk op welke partij DNB dat risico afwentelt met de huidige rekenrente.

Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: