Skip to content

1.5 Inkomensdecielen en belastingen 2011 – pensioenen

14 mei 2014

__________________________________________________________________________________________________

In de reeks Inkomensdecielen en belastingen 2011 behandelen we de pensioenen.voor huishoudens.

Het Nederlandse pensioenstelsel slaat een grote bres in de belastingopbrengst en is de belangrijkste reden waarom we niet aan het EU Stabiliteitspact voldoen. In totaal wordt jaarlijks € 43,4 mld. (2017: €  48,3 mld.) buiten de belastingheffing gehouden, hetgeen tot een belastingderving van ca € 20 mld. leidt. Theoretisch wordt de belastingbetaling door de omkeeregel uitgesteld, in werkelijkheid wordt de belasting nooit betaald omdat de pensioenreserves in de praktijk alleen maar toenemen. [5] Cumulatief werd zo € 460 mld. aan de belastingheffing onttrokken, meer dan onze overheidsschuld. Ook wordt geen vermogensrendementsheffing over de pensioenreserves geheven zodat jaarlijks zo’n kleine € 10 mld. vermogensrendementsheffing wordt gemist. De totale jaarlijkse derving van zo’n € 30 mld. is aanzienlijk groter dan ons EMU-tekort (2014: € 17,8 mld.).

De inkomensstatisteken kennen een belangrijke leemte: de rendementen op de pensioenreserves komen niet in de inkomensstatistieken tot uitdrukking. Gaan we uit van een pensioenvermogen eind 2012 van € 1.271 mld. dan hebben we het snel over € 54 mld. rendement (4,25%) dat jaarlijks bij het pensioenvermogen wordt bijgeboekt. Deze rendementen worden net als een deel van de pensioenreserves in de statistieken aan ons gezicht onttrokken. Het aandeel van de huishoudens is 65% of € 35 mld. of 1,9 keer het hele forfaitair bruto-inkomen uit box III (18,3 mld.). De rest ( € 54 mld. – € 35 mld.) is al van de overheid maar zal deze voor een deel nooit bereiken omdat de pensioenreserves blijven stijgen. [5] Aangezien de top 30% inkomens 78 % van de pensioenpremies aftrekt, weet u waar het grootste deel van dit niet getoonde inkomen uitgesteld terechtkomt.

Het stelsel moet dan ook met de meeste spoed op de helling. 

 __________________________________________________________________________________________________

In het overzicht van de VA-posten is de belastingderving door de omkeerregel pensioenen aan het gezicht onttrokken omdat deze post, m.u.z. van lijfrente plaats vindt in het traject bruto-inkomen – belastinggrondslag. In totaal wordt zo een aftrek pensioenpremie inclusief werkgeversaandeel van € 43,4 mld. niet zichtbaar. Daarmee is een belastingderving gemoeid van 46% van € 43,4 mld. of € 20 mld. jaarlijks.[3] Dit bedrag is praktisch gelijk aan ons begrotingstekort ( CPB 2014: € 17,8 mld.).

Het Ministerie van Financiën zet ons ook voor 2013 weer op het verkeerde been in de bijlage bij de miljoenennota 2014:

Tabel 1.5.1. De onvolledige voorstelling van het Ministerie van Financiën

BIJLA PENSIOENEN EN Hra

Het gaat ons hier om de pensioenen die inclusief box 3 een derving van € 13,4 mld. inhouden, althans volgens onze Minister van Financiën. Zoals we hiervoor zagen is de derving uit hoofd van de omkeeregel al € 20 mld. Daar komt dan nog bovenop dat pensioenspaarders geen vermogensrendementsheffing betalen i.t.t. tot gewone doorsnee spaarders die 1,2% over hun spaarvermogen aftikken bij een rendement van 2,4% en een inflatie van ca 2%. Het Ministerie van Financiën gaat er van uit dat die € 20 mld. bij de pensioenuitkering weer in de staatskas vloeit maar “vergeet”gemakshalve dat de pensioenreserves blijven stijgen zodat dit bedrag eeuwig durend aan de schatkist wordt onttrokken.

Overigens is dit allemaal wel bekende stuff, zoals uit de beantwoording van Kamervragen n.a.v. de miljoennota 2013 blijkt:

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013-2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent. “[4]

Waarom dèze cijfers niet in de miljoennota staan is een raadsel. Zoals betoogd zolang de pensioenreserves oplopen zal de schatkist daar echt geen cent van zien. [5] De € 20 mld. werd ook gehanteerd door de commissie Don. [3]

Indien over de pensioenreserves vermogensrendementsheffing zou worden betaald zou dit neerkomen op 11,6 mld. [2] Het pensioenvermogen bedroeg eind 2012 € 1.271 mld. en de vermogensrendementsheffing daarover zou dan 1,2% of € 15,3 mld. hebben bedragen. Trekken we daar het staatsdeel (35%) vanaf omdat dit een sigaar uit eigen doos is , dan gaat het om netto € 9,9 mld. Uiteraard mag je echter aannemen dat dan de vermogensvrijstelling ook omhoog gaat.

Dat de pensioenvermogens nogal ongelijk verdeeld zijn, is een feit dat niet iedereen tot zijn geestelijke bagage mag rekenen. De heren Beetsma en Gradus zijn in een recent artikel in de NRC van mening dat “deze vermogenspost (cm: pensioenvermogen) veel minder ongelijk verdeeld is dan andere vermogensbestanddelen“. En uiteraard ,mag je deze onzin ongestraft in de NRC zetten. [9]

Tabel 1.5.2 Inkomensvoorziening aftrek en belastingbesparing 2011

1_5_2 115b Inkomensvoorziening incl lijfrente 2011

(1) Gezien de 7 miljoen woekerpolissen kun je voor de oudere polissen beter spreken van inkomensberoving dan van een inkomensvoorziening.Het is altijd opmerkelijk om telkens te zien dat hebzucht en anti-fiscale constructie geilheid van overigens verstandige mensen, leidt tot het afsluiten van uiterst stompzinnige financiële producten zoals ook in de jaren tachtig de ALP- beleggingsproducten.

(2) Sparen via deze verzekeringsvorm leek aantrekkelijk mede door de vrijstelling vermogensrendementsheffing. De vraag is natuurlijk tegen welk belastingpercentage de uitkering t.z.t. wordt afgerekend. Het CPB gaat voor pensioenen, gezien het forse aandeel van de hogere inkomens, van gemiddeld 45% uit.

Tot slot laten we nog even zien hoeveel belasting we in de jaren 2014 -2017 mislopen door de omkeeregel pensioenen [4]:

115e derving pensioenpremie 2013-2017

(1) Bron zie [4].  Overige jaren doorgerekend op basis van meetkundige groei en gemiddeld belasting percentage 2013/2017. De effecten van de op handen zijnde aanpassing Financieel Toetsingskader zijn ook vast meegenomen. [8]

(2) We raken dus in de periode 2014 – 2017 weer ca € 82,5 mld. aan belasting kwijt. In de pensioenpot kunnen wij er dan maar € 63,5 mld. als belastingclaim bijplussen  omdat we conservatief uitgaan van 35% belastingen over de uitkering.  Volgens de juni-raming van het CPB is het EMU-tekort 2015 2,2% bbp bedraagt. (13,8 mld.).

(3) Voor de pensioenfondsen groeide het pensioenvermogen met 5,5% per jaar in de periode 2007-2013 naar € 973.9 mld. Naast de pensioenpremie (2013: € 33, 8 mld.) zijn er natuurlijk nog andere mutaties in het pensioenvermogen van de pensioenfondsen  zoals de pensioenuitkeringen (2013: € 26,5 mld.) en de bruto beleggingsopbrengsten (2012:   € 111,6 mld.), naast de mutaties in de technische reserves.

______________________

Laatst bijgewerkt 30 juni 2014

[1] http://www.rijksbegroting.nl/2014/voorbereiding/miljoenennota,kst186728_14.html

[2] Studiecommissie herziening belastingstelsel, pg 34 : “Voor 2010 ontstaat hierdoor een belastingderving van € 11,6 mld. als wordt uitgegaan van het belasten van de aangroei van het pensioenvermogen in box 3. ”

[3] Min Fin, “Inkomen en vermogen van ouderen: analyse en beleidsopties – [IBO Inkomens- en vermogenspositie en subsidiëring 65+’ers]“, http://www.rijksoverheid.nl/regering/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/09/13/ibo-rapport-inkomen-en-vermogen-van-ouderen-analyse-en-beleidsopties.html 

[4] Antwoorden op Kamervragen Miljoenennota 2013, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/09/28/beantwoording-schriftelijke-vragen-miljoenennota-2013.html , en dan pdf 3 van 4

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4  miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013-2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de
pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.”

Maar tegenover de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen staan dan weer de pensioenpremies die dan worden afgetrokken. Aangezien het inkomen dan hoger is verdwijnt er steeds meer gederfde belasting in de pensioenpot. (Q.E.D)

[5] ABP, “De pensioenpot blijft gevuld”, http://www.abp.nl/over-abp/nieuws/2012/de-pensioenpot-blijft-gevuld.asp

[6] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33847-3.html

[7] CPB, “Premie-effecten herzien FTK en versobering Witteveenkader”, http://www.cpb.nl/publicatie/premie-effecten-herzien-ftk-en-versobering-witteveenkader

[8] CPB, “Generatie- en premie-effecten aanpassing FTK”,http://www.cpb.nl/publicatie/generatie-en-premie-effecten-aanpassing-ftk

[9]  NRC, Roel Beetsma,  Raymond Gradus , “Valt mee, die ongelijkheid in inkomen en vermogen”. http://digitaleeditie.nrc.nl/losseverkoop/NH/2014/5/20140625___/1_16/article2.html

“ Bovendien kiest de WRR ervoor om het pensioenvermogen van ongeveer 1.000 miljard euro niet mee te nemen. Omdat het pensioenvermogen gelinkt is aan het pensioengevend salaris en in menige pensioenregeling afgetopt is, is deze vermogenspost veel minder ongelijk verdeeld dan andere vermogensbestanddelen. Het pensioenvermogen moet dus voor een zeer groot deel worden toegerekend aan de midden- en lagere inkomens. Opvallend is dat de WRR wel een Gini-coefficiënt berekent voor de gemeten vermogensverdeling, maar niet corrigeert voor de belastingdruk op vermogens.

Uiteraard was dit een “wetenschappelijk” artikel en dat artikel had niets met CDA-politiek te maken. Alhoewel waar had ik dat pleidooi voor een kleinere overheid eerder gelezen?: https://www.cda.nl/wi/actueel/toon/opinieartikel-roel-beetsma-en-raymond-gradus/ We zagen eerder al dat dat belastingpercentage op het vermogen slechts 0,35% was.

N.a.v hun artikel schreef ik het volgende naar de NRC als ongepubliceerde lezersbrief:

“De heren Beetsma en Gradus stellen het pensioenvermogen op € 1.000  terwijl dat eind 2013  ca € 1.300 mld. bedraagt. De echte cijfers van die pensioenreserves zijn nauwelijks bekend en we hebben aan Knot te danken dat we eindelijk weten dat die eind 2012 212% bbp of € 1,271 mld. bedroegen. De derde pijler pensioenreserves groot ca € 182 mld waren tot zijn redes een black box en die pensioenpremie wordt echt niet door werknemers opgehoest.  Netto moet van al die pensioenreserves natuurlijk nog de latente belastingclaim van de staat van ca 35% vanaf, als we het echte vermogen van de huishoudens willen weten, iets wat CBS, DNB en CPB systematisch nalaten.  Die 35% is overigens wel € 455 mld., meer dan de hele overheidsschuld, die we dus , maar dit terzijde, eigenlijk niet hebben. Dat die “pensioenreserves veel minder ongelijk verdeeld zijn dan de overige vermogensbestanddelen”, zoals de heren stellen vraagt toch om enige onderbouwing. Als je weet dat ca 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent en dat slechts 8% van de bevolking dat tarief betaalt dan kun je dat zeer sterk betwijfelen.  Als je ook nog weet dat de € 43,3 mld. pensioenpremie (inclusief derde pijler)  tegen een belastingtarief van 46% gemiddeld wordt afgetrokken wordt de twijfel nog groter. Hiervan neemt het  10e inkomensdeciel  40% voor zijn rekening en de top 30% zelfs 78%. Als de heren zo goed weten wat de werkelijke vermogensverdeling pensioenvermogen cijfers zijn laat ze die dan eens per inkomens- en vermogensdeciel  publiceren, dan kunnen het CBS, DNB, en CPB ook eindelijk het juiste cijfermateriaal opleveren.”

Die brief neem ik deze bij deze maar op. “De redactie Opinie ontvangt per week gemiddeld 150 brieven, daarvan kunnen er hooguit 30 worden geplaatst. We moeten daarom streng selecteren. Onze voorkeur is uitgegaan naar andere brieven.”

Dat de NRC gemiddeld 150 brieven krijgt hoeft niet te verbazen. Trouwe lezers van dit blog weten dat soms de grootst mogelijke economische onzin in dat blad geplaatst wordt. We roepen even in herinnering: Teulings’ speelbal , Pensioenen en staatsschuld zijn Siamese tweeling en  Tamminga kletst weer eens uit zijn nek. Aan de onzin die mevrouw Marike Stellinga, hoofdredactie NRC  (ex Elsevier), dagelijks ter berde brengt, ben ik zelf maar nooit begonnen. Daar heb je dagwerk aan en dan kom je aan iets anders niet meer toe. [zie ook http://www.huizenmarkt-zeepbel.nl/29-09-2013/marike-stellinga-ziet-het-al-jaren-helemaal-fout/]

 

 

Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: