Skip to content

1.0 Inkomensdecielen en belastingen 2011

14 mei 2014

______________________________________________________________________________________________________________________

De bijdrage Inkomensdecielen belastingen van juli 2012 is nodig aan actualisatie toe en deze bijdrage behandelt de 2011 CBS statline gegevens van de huishoudens. [1]. Deze gegevens zijn voor de jaren 2006 – 2011 beschikbaar. Om de inzichtelijkheid te bevorderen wordt dit maal de bijdrage opgedeeld in een aantal deelonderwerpen die in de volgende afzonderlijke bijdragen zijn opgenomen:

1.1 Traject bruto-inkomen – belastbaar inkomen 2011
1.2 Traject belasting brutogrondslag – belastingen 2011
Speciale thema’s
1.3 Belasting box 3 per deciel 2011
1.4 Belastingen Eigen woning per deciel 2011
1.5 Belastingen Pensioenen per deciel 2013
1.6 Belastingen ondernemersfaciliteiten en box 2 per deciel 2011
 
In de bijdrage belastinghervormingen worden de voorstellen die uit bovenstaande analyses voortvloeien nog eens samengevat. 

Belastingen omvat  de belastingen in box I, II en III en de volksverzekeringen van de huishoudens. Allocatie van de heffingskortingen is niet zo zinvol en leidt alleen maar tot volksverlakkerij en introductie van onzinnige begrippen als fiscalisering van de AOW.

Veelal wordt in discussies over ons belastingstelsel gerefereerd aan het hoge schijventarief dat leidt tot een gemiddeld tarief voor belastingen en volkspremies van 38% in box I over de brutogrondslag van € 379 mld. Gemakshalve wordt dan “vergeten” dat van de totale belastingheffing in box I van € 144 mld. nog eens € 27 mld. aan belastingaftrek en € 36 mld. aan heffingskortingen afgaat. Per saldo blijft dan € 82 mld. over. Daar moeten dan nog de 12,5 mld. toeslagen vanaf zodat netto € 70 mld. aan belastingheffing overblijft. Dat is bijna 19% van de brutogrondslag en 49% van de bruto belastingen over die belastinggrondslag, zodat materieel bijna de helft van de schijventarieven wordt betaald.

_____________________________________________________________________________________________________________________

Het totaalbeeld laat zich als volgt weergeven:

Tabel 1.0.1 Overzicht belastingheffing 2011

(Click op tabel of Ctrl + om te vergroten)

1_0 115 recap Belastingheffing 2011

(1) De post buiten grondslag heeft betrekking op inkomensbestanddelen  die niet in de belastingheffing vallen zoals werkgevers en werknemers premies w.o. pensioenpremies. Een belangrijk deel van de buiten de grondslagposten komt dus nooit of langdurig uitgesteld in handen van de werknemer en vertekent daarmee het beeld van het netto-inkomen (bruto-inkomen minus netto-belastingen) in tabel 1.0.3.

(2) De toeslagen zijn een in een eerdere bijdrage behandeld. Hieraan is de volgende tabel ontleend:

 Tabel 1.0.2 Toeslagen 2011

toesl;agen 201_2010

(1) Van de belastingen (€ 82.488 mln.) wordt dus € 12.450 mln. (15%) teruggegeven door 9.073.723 toeslaguitkeringen, een schoolvoorbeeld van omwegproduktie.

De uitwerking van alle aftrekposten, heffingskortingen, vrijstellingen en toeslagen laat zich als volgt samenvatten:

 Tabel 1.0.3 Belastingtarief en gemiddeld inkomen huishoudens bruto en netto 2011 per deciel

(click op tabel om te vergroten)

1_2_1_3 115 Belasting en volksverzekeringen - tarief en gemiddeld inkomen huishoudens

(1) In de tabellen met een decielindeling huishoudens zullen we systematisch de ratio aandeel (9e +10e deciel)/(2e +3e deciel ) gebruiken om de scheefheid van de verdeling aan te geven. Dit geeft een realistischer beeld dan de gebruikelijke vergelijking met het 1e en 2e deciel omdat het 1e deciel veel kleine inkomens omvat. Piketty werkt standaard met 50%, 40%, 10% en 1% decielgroepen. Het CBS levert standaard geen 1% cijfers op. 

(2) Het 1e deciel loopt € 490 mln. aan heffingskortingen mis omdat deze niet verzilverbaar zijn. [1c]. Voor een deel is dat niet erg omdat het parttimers met zeer kleine banen en studenten betreffen.

(3) Het gemiddelde belastingtarief over de brutogrondslag voor toeslagen van 38.0% komt redelijk overeen met de vlaktaks rapporten van VVD en CDA. Je kunt in de tabel dan ook precies zien wie voor- en nadeel heeft bij introductie van een dergelijk tarief.

(4) De gevonden percentages zijn nauwelijks veranderd t.o.v. 2009 en redelijk in lijn met eerdere publicaties. [3]

(5) Het netto gemiddeld tarief is nog geen 19%., dat is best laag en het is daarom ook interessant om even naar de indirecte belastingen (BTW) te kijken.

iNDIRECTE BELASTINGEN

(1) Zetten we onze inkomenspet op dan drukken deze belastingen zwaarder op de lage inkomens. Met name het 2e deciel is de klos.

(2) De auteurs houden het eerder op de rode stippellijn en kijken naar het besteedbaar inkomen. [4]

Onderstaand overzicht ontleend aan antwoord op Kamervragen Miljoenennota 2012 laat de bovengrens belastbaar inkomen decielen zien en de bijdrage van elk deciel aan de belastingen:

Tabel 1.0.4 Wie betaalt de belasting eigenlijk ?

(click op tabel om te vergroten)

decielen 2007 en 2010 min fuin

(1) Uiteraard gaat dit overzicht van het Ministerie van Financiën alleen over de belastingen.

(2) Regelmatig duikt er een discussie op dat de top 10% het leeuwendeel van de belasting voor zijn rekening neemt. Bovenstaand overzicht is het product van een dergelijke discussie. Het bontst maakt Mathijs Bouwman het altijd.[6] Natuurlijk worden in dit soort overzichten de volksverzekeringen weggelaten. Over het gesjoemel met de volksverzekeringen door de allocatie van de heffingskortingen zie de bijdrage “Fiscalisering” AOW. Belastingen en volksverzekeringen dienen gewoon bij elkaar geteld worden in de analyse.

(3) Zoals we in tabel 1.0.1 zagen daalt het gemiddeld belasting- en volksverzekeringen tarief over het hele inkomen voor de top 10% van 38% (volgens de schijven) naar 21,8% over het hele inkomen. Dat het Nederlandse belastingpercentage in Europees perspectief niet veel afwijkt, kunt u hier zien.[7]

(4) Met een pensioenpremie van € 3.600 en een hypotheek van € 9,500 moet je toch aan bruto ca € 70.000 inkomen komen om in het 52% tarief te vallen. Te oordelen aan de vele discussies op het internet overkomt dit een groot deel van de bevolking die klagen over het hoogste belastingtarief. In werkelijkheid mag maar 8% van de bevolking dat genoegen smaken. [8] Om dit cijfer te completeren voor schijf 3 komt het belastbaar inkomen voor 22% niet boven die schijf uit, voor schijf 2 is dit 30% en voor schijf 1 tenslotte 40%. [2010-cijfers  zie noot 8] Zeventig procent kwam dus in 2010 niet boven een belastbaar inkomen van € 32.738. Een kwart van de werknemers ervaart echter wel een marginale druk van 53 procent of hoger, door de samenloop van inkomensheffing en kortingen op hun toeslagen.[3c]

Dat ons belastingsysteem nodig op de helling moet, behoeft geen betoog. Wie toch een betoog wil, kan hier [4] zijn hart ophalen en onderstaande tabel is daarvan een voorproefje:

cAMINADA INKOMENSBEPERKENDE MAATREGELEN 2012

(1) De cijfers voor de eigen woning in D zijn te laag zoals Caminada onder tabel 2 noot b) al aangaf, voorde pensioenen geldt overigens hetzelfde.

In de bijdragen eigen woning en pensioenen gaan we hier nader op in.

_______________________

Bijgewerkt 14 mei 2014

Bronnen:

 [1a] CBS Statline, “Inkomstenbelasting particuliere huishoudens; bedragen en druk”,

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=80840NED&D1=2&D2=a&D3=0&D4=a&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T

[1b] CBS Statline, “Belastingvoordelen inkomstenbelasting; particuliere huishoudens”,

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=80846NED&D1=1-2,5&D2=a&D3=0,87-96&D4=a&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T

[1c] CBS Statline, “Heffingskortingen inkomstenbelasting; particuliere huishoudens”,

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=80842NED&D1=2&D2=a&D3=0,87-96&D4=a&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T

[2] Aansluiting en decielindeling

We gaan uit van de juistheid van de gegevens in tabel [1a]. Verschillen tussen de specificaties per deciel worden als verschillen opgenomen. Deels kunnen deze verschillen ontstaan door vertrouwelijke informatie. Het is niet gebruikelijk bij het CBS dat de Statline tabellen als een sluitend geheel worden opgesteld . Het CBS vindt zich hiermee in “goede” gezelschap van het DNB, die b.v .voor de BFI-statistieken een zelfde “systematiek” volgt.

Het CBS geeft in de omschrijving in de Excel sheet van de download van Statline omstandig en redundant per deciel aan wat die indeling per deciel inhoudt maar verzuimt de grenzen van de intervallen aan te geven. Na lang zoeken toch een grafiekje van het CBS gevonden die de informatie geeft en deze bij gebrek aan beter maar gebruikt:

http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/informatie/onderwijs/actueel/economie/archief/2012/2012-3676-wm.htm

[3] Een selectie van wat literatuur:

[3a] Wiemer Salverda , “Inkomen, herverdeling en huishoudvorming 1977–2011: 35 jaar ongelijkheidsgroei in Nederland”, http://www.tpedigitaal.nl/assets/static/3_Salverda-1-2013.pdf

[3b] Tineke de Jonge, CBS, “Belastingdruk en belastinguitgaven”, 14 september 2010,http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/3225418C-380B-4C03-AC50-73D38EF090B5/0/2010belastingdrukenbelastinguitgavenart.pdf

[3c[] C.A. de Kam en C.L.J. Caminada, “Belastingen als instrument voor inkomenspolitiek”, blz 223, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

[3d] Rens Trimp, Flip de Kam, “De drukverdeling van collectieve lasten”, ESB, 25 november 2011,http://www.overheidsfinancien.noordhoff.nl/sites/7631/_assets/7631d37.pdf

[3e] Wiemer Salverda, Christina Haas, Marloes de Graaf-Zijl, Bram Lancee, Natascha Notten, Tahnee Ooms, “Growing inequalities and their impacts in the netherlands”,http://www.gini-research.org/system/uploads/512/original/Netherlands.pdf?1380138293

 http://www.uva-aias.net/uploaded_files/regular/MdGZPresentatie_20130926_AIAScongres_Sociaal

[4] Me Judice, “BTW-verhoging treft hoge en lage inkomens even sterk”, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/btwverhoging-treft-hoge-en-lage-inkomens-even-sterk

[5] C.L.J. Caminada* , “Tirannie van de status-quo: belastingpolitiek op het pad naar houdbare overheidsfinanciën”, http://media.leidenuniv.nl/legacy/kc-2011-07.pdf

[6] http://blogs.z24.nl/boumans_blog/2010/05/rijken-betalen-bijna-alle-belasting.html

[7] http://www.hi-re.nl/wp-content/uploads/Belastingen-en-premies-betalen-in-Europa.gif

[8] K. Caminada (2011), Overleven we een verhoging van het toptarief?, Almanak 2011 Pecunia Non Olet, Leiden: PNO pp.13-15, http://media.leidenuniv.nl/legacy/kc-2011-06.pdf

Het genoemde cijfer van de 8% die 52% toptarief betaalt, komt ongetwijfeld uit het rapport Studiecommissie herziening belastingstelsel, blz. 30:

1_1 115 AANTAL PER ACHIJF COMMISSIE HERZIENING BELASTINGSTELSEL

Ik blijf bovenstaande 8% gegeven de deciel bovengrens van  € 82.900 voor het 8e deciel laag vinden, maar het blijkt toch te kloppen:

RTLnieuws komt met als bronvermelding het CBS op:

“900.000 mensen betalen over een deel van hun inkomen het maximum tarief voor de inkomstenbelasting van 52%. Zij komen boven de grens van 54.000 euro voor de inkomstenbelasting uit. Van deze groep is 750.000 man en 150.000 vrouw. 644.000 zijn getrouwd. 515.000 zijn tussen de 45 en 65 jaar oud, 84.000 gepensioeneerden hebben een belastbaar inkomen van meer 54.000 euro.”

http://www.rtlnieuws.nl/economie/48000-nederlanders-verdienen-meer-dan-150000

Vergelijken we deze cijfers met onze Statline gegevens dan ontstaat de volgende grove benadering die de 8% lijken te bevestigen:

1_0 115 aantal mensen die 52 percent betalen

De gevonden 7,1% is te laag omdat >= 4 personen voor 4 personen geteld is. Veel personen zullen dat echter ook niet zijn.

Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: