Skip to content

De 3% EMU-tekort en 60% EMU-schuld

5 december 2013

_______________________________________________________________

Het doel van deze bijdrage is om de EU-normen inzake EMU-tekort en EMU-schuld in Nederlands perspectief te plaatsen. Eerdere bijdragen hebben hier een poging toegedaan maar dit is kennelijk nog steeds niet afdoende. [1]  Nu moet je cijferfetisjisten altijd met hun eigen wapen bestrijden en deze bijdrage is daar een aanzet toe. Aan de hand van een aantal stellingen zal worden aangetoond dat de EU-stabiliteitspact normen voor Nederland nergens op slaan en meer landspecifiek gemaakt moeten worden.

samenvatting

_______________________________________________________________

§1 Inleiding

EU-lidstaten mogen maximaal een begrotingstekort van 3% van het bruto binnenlands product (bbp) hebben en een maximale overheidsschuld van 60% bbp. Een land dat niet aan deze normen voldoet wordt geconfronteerd met de procedure bij buitensporige tekorten. Deze procedure leidt tot een inmenging in binnenlandse aangelegenheden met aanbevelingen door een niet door de Nederlandse bevolking gekozen Europese Commissie die zijn neoliberale hobby horses mag berijden.[3]

Aan de 3% en 60% norm ligt de volgende model casus ten grondslag:

In jaar(0) bedraagt het bbp 100 en de EMU-schuld 60. De ratio schuld bbp is dan 60% (60/100). Met een groei van 5% (2% inflatie en 3% groei) bedraagt het bbp in jaar(1) 105. Met een EMU-tekort van 3% bbp of 3 is de schuld in jaar(1) dus 60+3=63. De ratio 63/105 is dan weer 60% bbp. Onder deze strikt academische voorwaarden blijft de schuldratio dus constant op 60%, een met veel kabbalisme omgeven grootheid.

Gegeven een bepaalde schuldratio in % bbp en groei van het bbp (inflatie + reële groei)  blijft die schuldratio constant voor de volgende EMU-tekort waardes:

Tabel 1  EMU-tekort voor groei bbp en voor schuldratio 71,3% en 60% bbp.

10301 groei bbp en schuld

(1) De model casus komt overeen met een bbp-groei van 5% en een EMU-tekort van 3% bbp onder deze condities blijft bij een schuld/bbp ratio van 60%., de schuld constant als percentage van het bbp.

(2) Bij een veel op langere termijn gehanteerde norm van 3,7% groei bbp (2% inflatie en 1,7% reële groei) is bij een schuld/bbp ratio van 71,3% een EMU-tekort van maximaal 2,7% nodig om de schuld op het 71 ,3% peil te houden. Bij de groei als een koeienstaart is dit percentage nog veel lager.

(3) Bij een EMU-tekort van 3% en een schuld/bbp ratio van 71,3% is 4,1% groei bbp. nodig om de ratio constant op 71,3% te houden.

Dit laat zich als volgt grafisch weergeven:

Grafiek 1 Toegestaan EMU_tekort voor gegeven schuld/bbp ratio bij een gegeven bbp-groei

1010300 EMU-tekort (5 bbp) en bbp-groei bij gegeven ratio schuld

(1) Het volstrekt imaginaire 3%- 60% bbp-model heeft natuurlijk geen enkele relatie met de werkelijkheid en een discussie over de uitgangspunten vindt nauwelijks plaats. Toch zijn er vanuit Nederlandse optiek een groot aantal kanttekeningen te plaatsen bij de eisen uit het Stabiliteitspact. We zullen dat aan de hand van een aantal stellingen doen.

§2 De EMU-tekort norm van 3% van het bbp

2.1 Een maximum EU-tekort van 3% bbp leidt tot een rampenscenario bij onvoldoende groei.

Indien Nederland gebruik had gemaakt van een maximum  EMU-tekort van 3% bbp in de periode 1990 -2012 dan had de overheidsschuld eind 2012 op 86% bbp bedragen, 15 procentpunten hoger dan werkelijk het geval was zoals uit onderstaande tabel blijkt:

10300 SCHULD BIJ NORM EMU TEKORT

(1) In de periode 1999-2012 steeg de schuld/bbp ratio van 61,1% in 1999 naar 71,3% in 2012. Indien het EMU-tekort alle jaren 3% had bedragen dan was de schuldratio eind 2012 op 86% uitgekomen, een kleine 15% hoger. De schuld was dan eind 2012 € 514 mld. geweest i.p.v. € 427 mld.

(2) De meetkundige gemiddelde groei van het bbp inclusief inflatie was 3,7%, dat is 1,3% minder dan het eerder genoemde model waarbij van 5% bbp-groei werd uitgegaan. Om de schuld niet te laten toenemen zal het EMU-tekort dus aanzienlijk lager dan 3% dienen te zijn. (maar zie 2.2)

2.2. Een EMU-tekort norm zonder rekening te houden met de specifiek Nederlandse omkeeregel pensioen leidt tot een onzinnige norm.

Om deze stelling te bewijzen kijken we uitsluitend naar het jaar 2012. Voor overige jaren zie de bijdrage {link}

10315 EMU-tekort 2012 materieel

(1) Door de omkeerregel pensioenen ziet de overheid tijdelijk af van  20 mld. belasting die wordt geïnd bij uitkering van de pensioenen en lijfrentes. Uit het matching oogpunt dienen deze inkomsten aan  de overheidsinkomsten voor het jaar 2012 te worden toegerekend. Het werkelijk EMU-tekort is dus slechts € 3,9 mld. of 0,7% bbp.

2.3 Rentekosten horen een rol te spelen bij het bepalen van een EU-normen, zeker als het in feite renteopbrengsten zijn.

P1170 Interest overheidsschuld werkelijk in op basis % bbp 1990

(1) In 1990 bedroegen de rentekosten € 14,3 mld. of 5,9% bbp. Voor 2014 verwacht de regering een rentelast van 11 mld. of 1,8% bbp.

(2) Voor 2014 bedraagt de rentelast volgens de troonrede € 11 mld. Uitgaande van pensioenreserves tweede pijler eind 2012 groot € 1085 mld., een belastingclaim van € 380 mld. en een rendement van 4,25% geven de pensioenreserves een rendement van 16,1 mld. voor de fiscus, zodat in 2014 in feite minimaal 5 mld. aan de overheidsschuld wordt verdiend.(Die € 1.085 mld. is immers exclusief de € 65 mld. belastingclaim op de pensioenreserves van Knot waar ook nog rendement op wordt gemaakt)

§3 De EMU-schuld norm van 60% van het bbp

Ook voor de EMU-schuldnorm concentreren we ons op 2012. Per eind 2012 kan de Nederlandse schuldpositie als volgt worden weergegeven:

10355 Stand EMUschuld 31122013

(1) De belastingclaim is gebaseerd op 35% van de pensioenreserves eind 2012 groot 212% bbp. [zie bijdrage]

(2) De mutatie financiële activa is gebaseerd op tabel  van dezelfde bijdrage.  “Normaal” worden activa van de overheid niet in beschouwing genomen. De financiële transacties ten gevolge van de bankencrisis 2008 zijn echter zo exceptioneel dat hierop een uitzondering gemaakt zou moeten worden voor het juiste inzicht. Een belangrijk deel van de mutaties valt terug te lezen in tabel 4.1. Mutaties deelnemingen van de bijdrage De Staatsbalans 2012.

(3) Per saldo is dus sprake van een actief van ca € 80 mld. in plaats van een schuld van €427.

(4) Als onze Minister van Financiën met Rehn gaan overleggen over onze “te hoge” overheidsschuld dan zou hij hem ook nog eens kunnen wijzen op de pensioenreserves van ABP en tot op zekere hoogte ook van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Deze reserves bedragen per eind 2012:

10370 Pensioenvermogen ABP & PFZW

(1) In tegenstelling tot veel andere landen in de EU zijn de pensioenen van ambtenaren en gezondheidswerkers dus afgefinancierd. De belastingclaim is in tabel  al meegenomen en dus op de pensioenreserves van ABP en PFZW in mindering gebracht, zodat netto € 267,5 mld. rest.

§4 Conclusie

Het zal duidelijk zijn dat politici die de Nederlanders bang maken door op onze overheidsschuld te wijzen zich schuldig maken een grove misleiding (cry wolf) .  Een aandachtspunt is nog wel de vele uitstaande garanties en het risico dat de overheid hier over loopt. Maar een prudente minister van financiën heeft allang voorzieningen getroffen voor mogelijke risico’s. Tenslotte rapport de Rekenkamer hier ook jaarlijks over.

_____________________

Laatst bijgewerkt 6 december 2013

[1] De eerdere bijdrage 3%-norm en logica is hiermee vervallen.

[2] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2013:140:0011:0023:NL:PDF

[3] http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/nd/csr2013_netherlands_nl.pdf

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: