Skip to content

Het verstand komt met de jaren

22 september 2013

____________________________________________________________________________________________________

Zoals bekend komt het verstand met de jaren. Yvonne Hofs (“YH”), met 44 lentes niet meer een van de jongste, mag dus wel opschieten. Als economieredacteur van de Volkskrant debiteert zij flink wat onzin zodat het te hopen is dat zij het onderwerp pensioenen niet in haar portefeuille heeft. [1] Anders worden die 271.000 abonnees en hun meelezers van die krant dagelijks op het verkeerde been gezet. We zullen haar drogredenen stuk voor stuk onder loep nemen, hoewel haar ingezonden brief niet aan mij gericht kan zijn. Ik ben namelijk nooit boos, alleen maar verdrietig over zoveel onwetendheid.

Tijdens de behandeling van de drogredenen zal ik hier en daar teruggrijpen op eerdere bijdragen op deze site. Omdat de drogredenen rijp en groen door elkaar adresseren zal ik de pensioenproblematiek per thema behandelen. Veel van YH’s argumenten zijn als eens eerder behandeld in de bijdrage Pauw & Witteman en de “lege” pensioenpot en De gebedsmolen van Maartin Pikaart.

Achteraf ben ik (67) zo blij dat de pensioenbeker geheel aan mij voorbij gegaan is. Ik ben dan ook geen belanghebbende in deze discussie.

____________________________________________________________________________________________________

§ 1. Inleiding

Sinds de Verlichting met het voortuitgangsdenken van Kant zijn we er inderdaad aanmerkelijk op vooruit gegaan. In de periode 1860 – 1913 groeide ons Nederlands bbp gemiddeld met 2,38 % per jaar. [2] Van dat vooruitgangsdenken is momenteel weinig over. Nu komen de babyboomers uit een tijd dat Lieftinck kort na de Tweede Wereldoorlog nog klaagde over de “deplorabelen toestand ’s lands financiën”. [3] De overheidsschuld was eind 1946 132% bbp. De echt “Gouden jaren” braken natuurlijk aan in de jaren zestig toen de teugels van de geleide lage lonen politiek werden gevierd. Deze Gouden jaren duurden tot 1975 toen de effecten van de oliecrisis zich manifesteerden. [4] Dat laatste zou Lieftinck ook niet voorzien hebben, in elk geval moesten we in zijn tijd nog de eerste koloniale oorlog “Operatie Product” voeren om de eindjes aan elkaar te knopen. Nederland meende Indië, na door de Duitsers te zijn leeggeroofd, immers economisch nog niet te kunnen missen.

De jaarlijkse gemiddelde groei ziet er per decennia als volgt uit:

Tabel 1 Groei bbp 1947 – 2012 nominaal en reëel 

8700 bbp werkelijk reeel 1946_2012

(1) De nominale groei van het bbp is alleen goed voor je EMU-schuld/bbp ratio, het gaat natuurlijk om de reële groei. De reële groei sinds de opkomst van het neoliberalisme in de periode 1979-2012 bedraagt 2,5% (nominaal 6,2%).

(2) Door de de gegevens geboortejaar, start werken en pensionering op te nemen is snel te zien welke jaarlagen van de groei profiteerden. Maar zoals YH al stelde, het is gewoon een kwestie van “op het juiste moment op de juiste plaats zijn”, dus verder niet relevant.

(3) De Jaren Zestig springen er duidelijk uit en de jaren 1989-2007 zijn duidelijk een voorschotje op de huidige bestedingscrisis. In de periode 1995-2007 groeide het bbp gemiddeld met 2,5% p.j. of 67% in totaal. De hypotheekrenteaftrek nam tussen 1995 en 2007 echter met 300% toe, waarmee de basis voor de huidige huizencrisis werd gelegd. 

§ 2. Iedereen is voor de wet gelijk

Het is op geen enkele wijze te verdedigen dat 65+ ‘ers fiscaal anders behandeld worden dan 65- ‘ers. Pensioen is loon waarvan de betaling is uitgesteld en dient dus als inkomen uit arbeid behandeld te worden met gelijke algemene heffingskorting en arbeidskorting. 65+ plussers dienen zelf hun woonkosten en maaltijden te betalen en als ze dat niet kunnen is er de bijstand. Dat geldt overigens ook voor 65- ers. Uiteraard moet de AWBZ-premie dan ook overeenkomstig lager worden. De vele cliëntelistische voordelen die de politiek de upper middle class gunt, komen ook de ouderen ten goede. Door die privileges af te schaffen worden ook de oudere welgestelden geraakt. In § 11 zullen we daarvoor een aantal voorstellen doen.

Het vermogen van de ouderen is overigens dermate toegenomen, dat de commissie Don nu al 14,5 mld. bij de oudjes denkt weg te halen. Dat is toch een mooie opsteker voor de “jongeren”. Het gaat natuurlijk wel ten koste van de erfenis.

§ 3.. Pensioenregeling

Pensioen is uitgesteld loon dat gedurende de oude dag wordt opgegeten.[5] In het verleden “hadden” de Nederlanders een voorwaardelijk toezegging tot een welvaartsvast pensioen op basis van 70% final pay. Omdat de lamlendige jongeren te beduveld zijn om zich in een vakbond te organiseren hebben de werkgevers dit pensioenrecht weten om te buigen tot 70% van het gemiddeld loon, waarbij de werkgever ook nog geen enkele verplichting meer heeft naar de werknemer toe. Daarbij worden overigens de hogere inkomens meer benadeeld dan Jan met de Pet, want die maakt geen carrièresprongen meer na zijn 45e.  In het verleden werden pensioentekorten nog wel eens aangevuld, b.v. als de VUT-regeling een te zwaar beslag op de reserves legde. Je wordt geen vakbondslid en klaagt dan dat de vakbond alleen voor de belangen van de ouderen opkomt. Door die gebrekkige organisatiegraad is straks elke baan veranderd in een flex-baan. Dat noemen de progressieve politieke partijen dan een progressieve hervoming van de arbeidsmarkt. volgens het Pavlov-model van het CPB gaat dit heel wat banen opleveren. Dat model heeft veel overeenkomst met de leuze “hogere lonen en lagere prijzen” waarmee de CPN in de Jaren Zeventig door de Amsterdamse grachten voer. De neoliberale leuze is nu alleen “lagere lonen, hogere werkgelegenheid”, een systeem zit er niet achter.

Kenmerk van het pensioensysteem is dat het elementen van een geïndividualiseerd kapitaaldekkingsstelsel combineert met solidariteit. De pensioenpot wordt niet toegedeeld, de pensioenpremie is een doorsneepremie en langlevenrisico wordt uit de pot gefinancierd. In een tijd van voorspoed is dat geen probleem als het even tegenzit gaat men plotseling contracten lezen en blijkt de garantie van de pensioenfondsen ook tot de spreekwoordelijke deur te gelden. Geld dat er niet is, kunnen tenslotte alleen de ECB, tegen een flut rente, en de banken, tegen een woekerrente, creëren.

De pensioenpremie wordt berekend op basis van een doorsneepremie van het loon, zodat iedereen dezelfde premie betaalt ongeacht zijn leeftijd. Het gevolg is dat geen actuariele premie in rekening wordt gebracht en je dus voor je 46e jaar te veel premie en daarna te weinig premie betaalt. Bij gelijke cohorten, een langdurig dienstverband zonder uittreders is dat geen probleem, maar dat is natuurlijk niet meer de bestaande situatie. Daarnaast leven vrouwen langer en gaan ook hogeropgeleiden langer mee. Deze dooreepremie heeft dus een hoog kettingbrief karakter en het is duidelijk wat de jongeren ermee opschieten als dit systeem wordt opgedoekt en wordt vervangen door een actuariële premie. Helaas vergeten ze er bij te vertellen wat er dan met de 46+ ers moet gebeuren, die dus naar de suppletie kunnen fluiten, maar daarvoor wel jaren te veel premie betaald hebben.

Zo leeft de 44-jarige YH statistisch 3,5 jaar langer omdat zij vrouw is en heeft ze daarnaast te weinig premie betaald omdat haar collega in de printstraat met vmbo 6 jaar korter leeft maar wel doorsneepremie afdraagt. Gaat zij de te weinig betaalde premie bijstorten? En hoe denkt zij die extra premie die zij tot haar 44e heeft opgebracht ooit nog binnen te krijgen? Gaat zij die nog eens betalen?

§ 4. AOW

Onze econome YH weet precies hoeveel we voor onze AOW betalen: 17,9% premie alleen op te brengen door de jongeren < 65 jaar en vergeet daarbij dat we sinds de heffingskorting en arbeidskorting uit 2001 helemaal niet meer weten hoeveel we voor die AOW betalen, omdat de overheid die derving van de AOW die dat met zich meebracht bijstort en de rest in zijn zak steekt. Bovendien is al een deel van de AOW gefiscaliseerd en wordt deze als de commissie Van Dijkhuizen zijn zin krijgt in 18 jaar volledig gefiscaliseerd. Stel dat dit met ingang van 2015 bij de volgende bezuinigingsronde IV wordt ingevoerd dan betaalt onze welgestelde thans 65 jarige daar dus mooi zo’n 19 (m)/22 (v) jaar aan mee.

De meeste individuele AOW’ers hebben te maken met het feit dat de AOW in de periode 1970-2010 de welvaartsstijging voor een derde volgde:

Van 1970 tot 2010 stegen het aantal AOW’ers met een factor 2,5. Het totaal bedrag aan AOW-uitkeringen steeg met een factor 12, Toch steeg de totale AOW-uitkering als percentage van het bbp in die periode maar van 4,1% naar 4,6% van het bbp. Dit komt omdat de AOW de welvaart, d.w.z. de groei van het bbp, niet volgt. Het bbp steeg in die periode met een factor 10 (6% groei plus inflatie). terwijl het aantal uitkeringstrekkers met een factor 2,5 steeg. De uitkeringen hadden dus grofweg met een factor 2,5 x 10 of 25 moeten stijgen om de welvaart bij te benen. [zie]

Voor een deel is dat terecht want waarom zouden zij delen in de welvaartsstijging door de toename van het aantal tweeverdieners, behalve voor een oppasvergoeding? De uitkering van de AOW is echter geen recht waar premie voor betaald wordt. Het is een gunst, waarbij ouderen of ze het nodig hebben of niet, de kruimels, nu vooruit enkele boterhammen, krijgen die van tafel vallen. Voor de gegoede AOW’er is de AOW een fraai zakcentje waar je met wat vrienden in een Michelin sterrenrestaurant goed van kan eten.

Waarom die jongeren trouwens nog steeds vanaf hun 15e al AOW opbouwen, terwijl ze nog jaren op school zitten of in de collegebanken hangen  is mij een raadsel.  Waarom vrouwen die niet minstens 60% van hun tijd werken dat ook doen ook.

§ 5 In het verleden is te weinig pensioenpremie betaald.

Er zijn boekdelen vol geschreven over wat er in het verleden allemaal mis gegaan is met de pensioenen en dat is inderdaad een hoop. Als ik een probleem tegenkom ga ik terug in de tijd en als het probleem nog niet bestond, stop daar dan mee, en ga vanaf dat moment kijken wat er sinds dien misgegaan is. Gelukkig hoeven we bij de pensioenen maar terug tot 2007. Het CPB heeft een analyse verricht op de daling van de dekkingsgraad. Deze analyse hebben we al een keer behandeld in de bijdrage Pensioengat en de tabel nemen we hierbij voor het gemak nog maar even over:

Tabel 2 Verloop dekkingsgraad 2008-2011 

0500 dekkingsraad mutatie 2008 crisis

(1) Zoals we dus zien was er begin 2008 ruim voldoende geld in kas om aan de welvaartsvaste “verplichtingen” te voldoen. Voor welvaartsvast pensioen is een dekkingsgraad van zo’n 135 nodig en 145 is dus een alleszins acceptabele dekkingsgraad. [6] We kunnen dus alle verhalen over te weinig premiebetaling vòòr 2008 naar het rijk der fabelen verwijzen, maar daarmee is het geld nog niet terug.

(2) Als er te veel premie betaald is. dan is dat door de ouderen tussen de leeftijd 46 – 65 die met hun doorsneepremie van hun 25e tot en met hun 45e jaar teveel premie betaald hebben. Voor de curve zie grafiek 1.

(3) Ik meen toch een van de vele bijstellingen voor levensverwachting  (overigens maar 7%) in de opstelling te ontwaren. (Bij het ABP daalde in 2010 de dekkingsraad  met 1,4% en in 2009 met 5,8% door actualisatie van de sterftetafels)

Dat neemt niet weg dat er een fors pensioengat is als wordt gerekend op een welvaartsvast pensioen. Daarvoor is een dekkingsgraad met een veilige marge van ca 145% vereist. Dat tekort laat zich dan met behulp van een staartdeling, wat plussen en minnen en de gegevens op deze site, eenvoudig berekenen, daar is geen “boekhouddiploma” voor nodig [11] :

Tabel 3 Berekening pensioentekort in mld.

(click op tabel om te vergroten)

8730 Pensioentekort

(1) Het pensioentekort van de pensioenfondsen voor een welvaartsvast pensioen bedraagt dus per 30 juni 2013 zo’n € 281 – 371 mld.  op basis van de geldende rekenrente. [14] De pensioenpremies zijn voor toekomstige pensioenen, het rendement op de beleggingen zal dit tekort voorlopig niet inlopen. Dit tekort behandelt alleen de pensioenaanspraken van pensioenfondsen, we nemen daarbij aan dat verzekeringsmaatschappijen niet failliet gaan en niet hoeven af te stempelen. Te zien aan hun gebouwen zitten die er nog steeds warmpjes bij.

(2) Meer dan een nominaal pensioen zit er dus voorlopig niet in, welvaartsvaste indexeringen ook niet. “Meer dan 5% verlaging in één jaar is misschien inderdaad wat gortig” (YH) maar helaas onontkoombaar als ze vindt dat de rekenregeltjes kloppen. Je moet wel consistent blijven en niet ineens met de wolven in het bos gaan meehuilen.

(3) Door 1% stijging van de rekenrente (dat is iets anders dan stijging van de rente) neemt de dekkingsraad overigens weer met ongeveer 15% toe of het pensioengat met € 135 mld. af. Als de rekenrente dus van zo’n 2,4% naar 3,8% gaat dan scheelt dat een slok op een borrel, maar komen we nog altijd grofweg minimaal 100 mld. tekort of wel een afstempeling van ruim 11%. Voor een goede verstaander: die 11% slaat op een welvaartsvast pensioen, voor een waardevast pensioen (inflatie volgend) is de dekkingsraad dan al voldoende.

§ 6. De ouderen zijn erop vooruitgegaan

Helaas is van het eerder gememoreerde vooruitgangsdenken niet zo veel meer over, met uitzondering van onze premier natuurlijk. Als ik erop achteruit ga, betekent dat in normaal spraakgebruik dat IK op moment M (t+1) slechter af ben dan op M (t). Met mijn voorouders heb ik, tenzij ze een erfenis hebben achtergelaten, financieel niet zoveel te maken. Voor mijn kinderen zorg ik onder het oikos systeem zelf wel, zoals mijn kinderen voor mij zullen zorgen. In onze verzorgingsstaat hebben we een deel van die taken overgeheveld naar de overheid en die probeert daar in zijn opgelegde participatiesamenleving. die als een participatiemaatschappij wordt gerund, nu weer onderuit te komen. Dit overigens zonder het belasting- en premiegeld dat daar voor was uitgetrokken terug te geven.

Sinds 1945 zijn we er inderdaad hard op vooruitgegaan zoals we in tabel 1 zagen. Dat de ouderen die overlijden armer zijn dan de 65-jarigen die instromen is een zegen voor de jongeren. De bestedingen van die ouderen leveren straks BTW en inkomstenbelasting op terwijl over het vermogen ook nog eens belasting wordt betaald. In de pensioenpot zit zo’n 380 mld. toekomstige belastingen, los van de indirecte belastingopbrengsten van de vrijkomende pensioenbestedingen. Dat geld hebben die ouderen wel gespaard uit inkomen uit arbeid in het verleden. De AOW was anders helemaal onbetaalbaar geworden, die overleden ouderen hadden er tenslotte echt nauwelijks aan meebetaald. Die AOW is sinds 1958, toen nog geen basisvoorziening, al zo veel opgehoogdDaar zou je nu eens om moeten komen. 

Mocht EH gaan tegenwerpen dat die ouderen ook nog een overheidsschuld van zo’n € 430 mld. achterlaten dan wijs ik op de eerder genoemde belastingclaim op de pensioenpot zodat onze netto schuld 30-6-2013 ca 9,8% bbp of maar € 59 mld. bedraagt. Zoals we eerder zagen was die schuld eind 1946 132% bbp en willen de media, de regering Rutte-Asscher en Brussel ons nog steeds doen geloven dat die Nederlandse overheidsschuld nog steeds 73,2% bbp is. Om die reden hebben we inmiddels zo’n € 54 mld. aan bezuinigingsplannen maar vooral lastenverzwaringen te verstouwen gekregen.

Als het vermogen van jongeren onder de 45 jaar is gekrompen dan komt dat omdat de contante waarde van de erfenissen nog niet in hun vermogen is meegenomen. Bij de huidige lage rentestand, neemt die contante waarde overigens alleen maar jaarlijks toe. De eigen huizen van de ouderen staan echt niet allemaal onder water en verder valt er ook nog wel wat te halen. Bovendien hebben die oudere jongeren onder de 45 een flink aandeel gehad in de huizenbubbel door de verdrievoudiging van de hypotheekrenteaftrek in de periode 1996 -2007 door toename van aflossingsvrije 125% hypotheken. Eigenlijk zijn alle “jongeren” die nu boven de 42 (YH) zijn dus medeplichtig aan de huidige bestedingscrisis met hun aflossingsvrije 125% hypotheek.

Om een indruk te krijgen van de komende erfenissen, die de jongeren gaan opstrijken, voordat de staat zijn deel opeist [bron]:

(click op tabel om te vergroten)

Tabel 4 Vermogen Hoofdkostwinner ouder dan 65 jaar in mld.

8799 vermogen ouderen 2011

(1)  Naast een vermogen van € 427 mld (excl. pensioen, incl. eigen huis) hebben de ouderen ouder dan 65 jaar ook nog een 50% aandeel in de pensioenreserves totaal groot € 1.088 mld. eind juni 2013. Hun pensioenaandeel is ca 50% en zal oplopen naar ca 67% in 15 jaar tijd [J.B. Kuné].

(2) Het vermogen is echter zoals men ziet ongelijk verdeeld.

§ 7 Beleggingen

Het meest komische onderdeel van YH’s verhaal gaat over het rendement op de beleggingen. Zij doet alsof het hele vermogen van de pensioenfondsen in vastrentende waarden zijn belegd en doet ook nog alsof een deel van het renterisico niet is gehedged. Als ik haar verhaal samenvat is het rendement op de beleggingen allemaal lucht in een ballon, die leegloopt als je er met een speld inprikt (liquidatie) en komt het rendement alleen van de rentestijging op vastrentende waarden.

Laten we eerst eens een eerder gebruikte grafiek van het voortschrijdend 10-jaars rendement van het ABP uit de kast halen:

Grafiek 1 ABP voortschrijdend 10-jarig gemiddeld meetkundig rendement 2002-2012

7099 ABP meetkundig voortschreidend rendement

(1) Duidelijk is dat buiten het crisisjaar 2008 het rendement alle jaren boven de 4% uitkwam. Bijna twintig jaar een dergelijk rendement halen op vastrentende waarden, die toch eens tot aflossing komen, is voor waar een prestatie! Maar dat is natuurlijk niet zo, de beleggingsportefeuille is veel gevarieerder nadat het ABP in 1996 is verzelfstandigd en geen domme voorschriften van de overheid meer hoefde te volgen. Zeker net zo relevant is daarom de ontwikkeling van de aandelenkoersen. [9] Voor de samenstelling van de activa van alle pensioenfondsen zie de bijdrage Pensioenfondsen 2012. & [16] voor een analyse van de beleggingsportefeuilles door DNB. Een aantal pensioenfondsen is in het verleden gedoken en hebben daarvan verslag gedaan, een voorbeeld hiervan is het Philips Pensioenfonds. [10]

De door de commissie Don voorgestelde parameters conform artikel 144 van de pensioenwet bedragen:

Tabel 5 pensioenparameters commissie Don 

8740 commissie Don

(1) De commissie signaleert wel de discrepantie tussen het voor vastrentende beleggingen veronderstelde rendement en de rentes waartegen de verplichtingen worden gewaardeerd., maar biedt geen oplossing. De discrepantie is is er natuurlijk niet alleen voor de vastrentende waarden, tenslotte zijn alleen de rentes van de verplichtingen risicovrij. (het punt dat EY in haar artikel ook aankaart)

(2) Een cruciale rol in de gemiddelde risicopremie aandelen speelt het jaar 2008 dat in de berekening van KvED is meegenomen. Het gemiddelde daalde in periode 2005-2008 met 0,6% maar Indien je 2009 meeneemt wordt dat gemiddelde 0,3% hoger en zo doet iedereen aan cherry picking al naar gelang de gewenste uitkomst.

In 2008 was het gemiddeld rendement van de pensioenfondsen -18,5% de twee daaropvolgende jaren +16,4% (2009) en +12,1% (2010).

En dan nog even onze nationale belegging, de gasbel. Ik neem aan dat YH wil dat we flink gaan sparen voor als we straks onze schaliegas voorraad hebben opgestookt? ik zou er maar snel mee beginnen, hoeveel mag ik dit jaar boven de € 6 mld. inboeken? Ik meen mij ook van mijn HOVO cursus astronomie te herinneren dat de zon nog zo’n 5 miljard jaar meegaat, dus daar hoeven we gelukkig nog niet voor te sparen. Maar als de jongere generatie iets meer haast maakte met milieu-investeringen kunnen we flink wat langer met die gasvoorraad toe. De kolenvoorraad in Limburg heeft onze generatie ook nog laten zitten. Wie weet wat al die jonge knappe ingenieurs daar nog mee kunnen doen, nu de pretstudies op universiteit en hoge scholen een beetje uit de mode zijn geraakt bij onze echte jongeren?

§ 7. Rentetermijnstructuur

De rekenrente is volgens YH “een inschatting van het toekomstige beleggingsrendement op lange termijn”. Dat is een opmerkelijke definitie voor een economieredacteur van de VK, die het toch beter zou moeten weten dan die “onwetende” oudjes.

“De technische voorzieningen van een pensioenfonds worden bepaald op basis van de contante waarde van de verwachte uitgaande kasstromen voor de pensioenverplichtingen. Verdiscontering van deze kasstromen vindt plaats met behulp van de rentetermijnstructuur.” “Het meest gebruikelijk is om een zogenaamde risico-free zero coupon rentetermijnstructuur af te leiden. Dit is een rentecurve waarvoor de effecten van coupon betalingen en risicopremies is gecorrigeerd. Onder andere de Europese Centrale Bank (ECB) en De Nederlandsche Bank (DNB) publiceren rentecurves.” [7]

Het zal duidelijk zijn dat de pensioendeelnemers wel degelijk risico lopen, hun nominale verplichtingen kunnen zelfs worden afgestempeld. Over de beleggingen van de pensioenfondsen wordt in elk geval flink risico gelopen en niemand kan de toekomstige rente voorspellen. Als YH dat wel kon zou zij niet voor een hongerloontje bij de VK werken.

Dat die pensioendeelnemers van de vijf grote pensioenfondsen risico lopen hebben ze gemerkt doordat die fondsen de behaalde rendementen 2008-2012 (€ 116 mld.) ruimschoots zagen verdwijnen in het zwarte gat van de wijziging rentetermijnstructuur groot € 179 mld. Werd eind 2008 nog gerekend met een rente rond de 4,7% voor het bepalen van de pensioenverplichtingen, eind juni 2013 was dit gehalveerd tot ca 2,4%.

Nu heeft de rentetermijnstructuur niets te maken met een voorspelling van de toekomstige rente, hij geeft de markt aan van de huidige risicovrije rente per looptijd. En de markt heeft altijd gelijk, behalve is zij ongelijk heeft. In 2008 had de markt zoals we nu weten, het gelijk niet helemaal aan haar kant. Daarnaast is de huidige rente gemanipuleerd door de overheid via de centrale banken. Een bijkomend probleem is dat de pensioenreserves nogal omvangrijk zijn (30-6-2013 : 1.087 mld. ; 1,8 x bbp) en dat de pensioenfondsen dus een belangrijke marktpartij zijn op de interest swap markt die mede die markt bepaalt.

Maar laten we nu eens aannemen dat YH gelijk heeft, dan hebben de oudjes op basis van de dekkingsraad van augustus 2013 hun verplichtingen dus voor 104% gedekt en bijna nominaal zeker gesteld (105). Het pensioenfonds kan dus aan zijn verplichtingen voldoen. Maar stel dat zij ongelijk heeft en dat de rente op termijn weer op een normaal niveau komt van zeg inflatie (2%) plus reële rente 1,8% of 3,8%. Wie gaat er dan strijken met dat rentevoordeel en de ingehouden indexeringen en hoeveel geld is Opa dan misgelopen als hij binnen een paar jaar de pijp uitgaat? (Inmiddels  heb ik dat in een andere bijdrage Genept door de rekenrente eens voorgerekend)

De OESO stelt overigens voor om de verplichtingen te verdisconteren met hooggekwalificeerde ondernemingsobligaties en dat is ook internationaal te doen gebruikelijk. [17 en 18]

§ 8. Langleven risico

Volgens YH hebben de ouderen maar voor 7 levensjaren pensioenpremie betaald, terwijl zij gemiddeld 13 jaar leven na hun pensionering . De huidige levensjaarcijfers zijn  18,3 jaar (m) en 21,3 jaar (v). Ik weet dus niet wat YH rookte toen ze het artikel schreef of welke snode plannen ze heeft met die oudjes? Zij doet alsof de pensioenpremie niet herhaaldelijk wordt aangepast op basis van de sterftetabellen (1985-1990;1990-1995; 1995-2000; etc.) Vaak werd dan ook een leeftijdsterugstelling gepleegd van -2 voor mannen en -1 voor vrouwen, zowel voor- als na de pensioendatum) of voor de CRC-tafel +2 voor mannen en vrouwen voor de pensioendatum. Van de langere levensverwachting van de meest recente Prognosetafel AG2012-2062 zullen alleen de jongeren profiteren:

”Gemiddeld zullen de verplichtingen door het gebruik van de nieuwe prognosetafel, afhankelijk van de gehanteerde rente, met ongeveer 1% kunnen toenemen.” “Op grond van de nieuwe inschatting stijgt de levensverwachting van nuljarigen tussen 2011 en 2062 van 82,9 jaar voor vrouwen en 79,2 jaar voor mannen, naar respectievelijk 87,4 jaar en 86,9 jaar. Voor 65-jarigen is dat van 85,9 jaar voor vrouwen en 82,9 jaar voor mannen naar respectievelijk 89,3 jaar en 88,2 jaar.” [8]

Als straks meer dan 50% van de vrouwen ouder dan 100 wordt dan zullen die toch echt hun eigen premie moeten opbrengen.

In het verleden hebben heel wat bedrijven geprofiteerd van het technisch resultaat op de pensioencontracten bij verzekeringsmaatschappijen die tot een terugstorting van premies leidde.

En tot slot nog even een grafiekje om het geleuter over de levensjaren in perspectief te plaatsen [19]:

Grafiek 2 Levensverwachting in jaren voor een 65-jarige – 1950-2012

8799 Levensverwachting

(1) Ik ben geen demograaf/actuaris maar de ontwikkeling van de levensverwachting lijkt mij voor de vrouw althans redelijk voorspelbaar. Visueel lijken de man en vrouw na 2002 qua stijging gelijk op te gaan.

(2) Voor de pensioenen is relevant het aantal levensjaren van iemand die net met pensioen gaat. De pensioendatum is weer afhankelijk van de ontwikkeling van de gezonde levensjaren. De politiek ziet graag dat je de toename in gezonde levensjaren volledig inlevert, dat framed kereltje Pechtold dan als zijnde progressief.

(3) In elk geval is het een ontwikkeling waar de telkens aangepaste sterftetafels redelijk rekening mee hielden respectievelijk houden.

Een beter inzicht in de ontwikkeling geeft overigens de volgende grafiek die van dezelfde gegevens is afgeleid:

Grafiek 3 Toename levensjaren van een 65-jarige – 1951-2012

8799 Toename levensverwachting

(1) Van de toename in levensjaren wordt dus door verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 bijna de helft (man) of een derde (vrouw) ingeleverd. Dat scheelt dus ook weer voor de pensioenuitkering.

§ 9 pensioenaanspraken

“De meeste boze zestig plussers ontvangen 70% van het laatst genoten loon, de jongeren worden helaas afgescheept met een veel lager pensioen en moet 50,5 jaar werken”.aldus YH.

Gelukkig houdt het CBS een statistiek bij van de pensioenaanspraken en deze statistiek kan als volgt worden samengevat [13]:

Tabel 6 Te bereiken jaarlijkse pensioenaanspraken in €

8740 pensioenaanspraken

(1) Volgens bovenstaande statistiek kom ik voor mannen op een vervangingspercentage van 54% voor die boze oudjes. Voor vrouwen ligt die veel hoger om dat de vervangingspercentages worden gerelateerd aan het inkomen. Ik neem aan dat dit percentage voor de boven 65-jarigen niet hoger is. YF doet dan ook net of er geen pensioenbreuken zijn door o.a. werkeloze jaren, arbeidsongeschiktheid, werkjaren zonder pensioenregeling, overdrachtsverliezen en nagelaten indexeringen van slapers.

(2) Ik meen tevens een stijgende lijn te onderkennen van de te bereiken aanspraken bij afname van de leeftijd.

(3) Als je dertig jaar werkt. bouw je ook dertig jaar pensioen op dus 52,5% i.p.v. 70% van het laatst genoten loon (excl. AOW), tenzij de werkgever bijstort. (40 * 1,75% = 70%)

(4) Over de kleine zelfstandigen en de zzp’ers zullen we het maar helemaal niet hebben., over de allochtonen met hun AOW-gat ( 50 jaar @ 2%) ook niet.

De vervangingsratiocijfers zijn overigens aanzienlijk gevarieerder dan EH voorstelt blijkens de CPB notitie generatie-effecten versobering pensioenopbouw [15] :

vERVANGINGSRATIO

Bron CPB [15]

(1) Citaat

“In werkelijkheid bereikte lang niet iedereen het maximaal haalbare pensioen, vooral omdat de opbouw minder dan 40 jaren betrof. Bovendien leidde de overgang naar een andere baan dikwijls tot een pensioenbreuk. Verder werden deeltijders, in de praktijk vooral vrouwen, in het verleden soms uitgesloten van pensioenopbouw. Volgens het CBS bedroeg het te bereiken pensioen inclusief AOW voor 60-jarigen in 2008 gemiddeld 61% van hun toenmalige inkomen. Voor mannen was dit 52%, voor vrouwen 87%. Het percentage valt voor vrouwen hoog uit, doordat zij veel in deeltijd werken en de AOW voor hen relatief hoog is in verhouding tot hun looninkomen.”

Een eventueel gebrek aan “slimheid of spaarzaamheid” heeft in veel gevallen toch geleid tot een hypotheekvrij huis. In elk geval waren de upper middle class oudjes wel zo slim (het verstand komt daar meestal wat eerder) de politieke partij die voor hun vermeende belangen opkomt te kiezen.  Als we een huis van vier ton nemen zou het eigenwoningforfait in de meeste gevallen (42% belasting*0,6%) € 1.008 hebben bedragen, maar door de Wet Hillen is dat niet verschuldigd.  Als dat huis onder de 1,2% vermogensrendementsheffing had gevallen zou dat € 4.800 belasting hebben opgeleverd. Maar eigenlijk wordt gewoon een fictief inkomen van de marktconforme huur van € 18.000 (4,5% WOZ-waarde) genoten naast de AOW en het pensioen. Dat is toch mooi (belastingvrij) meegenomen.

§ 10. Maatregelen pensioenen

Zijn er dan helemaal geen maatregelen nodig? Zeker wel, maar daartoe ontbreekt de politieke wil van de politieke partijen, maar natuurlijk vooral van de kiezers zelf. Ik meen toch vrij zeker te weten dat de hoogte van de pensioenpremie zo’n 25% van de pensioengrondslag (werknemer + werkgever = loonruimte) nooit een echt thema is geweest in het verkiezingsdebat.

(1) De pensioenreserves moeten worden geïndividualiseerd zodat niemand meer uit de pot kan halen dan hij erin gestopt heeft.De rekenrente is dan alleen nog relevant voor het bepalen van de premie en zelfs dat is maar betrekkelijk omdat die premie in rekening-courant wordt geboekt minus de kosten.

(2) Het probleem van de doorsneepremie dient te worden opgelost. Daarbij is het niet zo dat de jongeren een free lunch kunnen genieten door het voordeel van de eerste jaren op te strijken en de ouderen met het nadeel te laten zitten. Die ouderen wil ook een fair share van de in hun jonge jaren teveel betaalde premie terug. De gepensioneerden spelen al quitte.

(3) Om te beginnen nemen het voorstel van Van Praag maar over en laten een berekening maken van de toedeling van de reserves op basis van gestorte premies en behaalde rendementen uit het verleden. [5] Daarna mag een staatscommissie zich buigen over een voorstel om de reserves te verdelen.

(4) Er moet een collectief fonds komen voor de (her)verzekering van het langlevenrisico. De afwikkeling van dit risico vindt in cohorten van b.v. een decennia plaats. Hiervoor moeten de hogeropgeleiden een kostendekkende premie gaan betalen.

(5) Het voordeel van de verdeling van de pensioenreserves is dat nooit meer een generatieconflict plaats vindt over de rekenrente en misschien krijgen de ouderen wel een deel van hun indexatie achterstand terug? De rente zal ook niet altijd 2,4% blijven. 

(6) Alternatief kunnen de jongeren een nieuw fonds starten of een aparte pool in een bestaand fonds. De reserves moeten dan wel even zuiver afgerekend worden met een glijclausule voor de afwijkingen t.o.v. de aannames en een redelijke bijdrage voor het doorsneepremie tekort die ze anders nog zouden moeten betalen.

§ 11 Privileges upper middle class

Zoals in § 2 aangegeven is het wenselijk dat een aantal faciliteiten voor de upper middle class ongedaan gemaakt worden. Een aantal maatregelen van de commissie Don hebben ook dat karakter maar zijn alleen toegespitst op de ouderen. Te denken valt hierbij aan:

(1) Volledige afschaffing van de HRA in 10 jaar en het gelijktijdige onderbrengen van het eigen huis in box III onder der vermogensrendementsheffing onder afschaffing van het belachelijk lage eigen woning forfait. De Wet Hillen kan met onmiddellijke ingang worden afgeschaft. Dit gaat gepaard met een (uiterst beperkte) teruggave van de belastingbesparing zoals in de bijdrage “Analyse hypotheekrenteaftrek is uitgewerkt.

(2) Maar 27% van de vermogens valt onder de vermogensrendementsheffing. Het pensioenvermogen (€ 729 mld., na aftrek belastingclaim) en het eigen huis (netto € 505 mld.) vallen buiten de heffing. Dat kan beter door de in §10 toegerekende pensioenreserves ook in de heffing te betrekken. Dat levert de belasting bruto € 11,6 mld. per jaar op, maar dat is inclusief haar eigen aandeel, de 35% aan belastingclaim.

(3) Door de toename van de heffingsgrondslag kan de vrijstelling vermogensrendementsheffing worden verhoogd naar € 100.000 per persoon. De vermogensrendementsheffing zou over het werkelijk behaalde rendement moeten worden berekend i.p.v. het huidige 1,2% forfaitaire tarief. De oudjes en de jongeren worden momenteel door de overheid bestolen door uit te gaan van 4% rendement op spaargeld i.p.v. het werkelijk behaalde rentepercentage van 2,4%. Voor hogere vermogens is die 2,4% weer te laag omdat het rendement met behulp van de private banking accountmanagers voor een neutrale/defensieve portefeuille ca 5% bedraagt.

(4) De ouderen gaan voor hun eigen huisvesting en verzorging betalen. De verpleging valt onder de zorgverzekering onder streng indicatietoezicht. De AWBZ-premie wordt overeenkomstig verlaagd. Ouderen die dit niet kunnen betalen komen vanzelf in de bijstand terecht.

(5) De successierechten wetgeving wordt aangepast. Zodra immers alle vermogenscomponenten fatsoenlijk worden belast is er geen reden om hoge succesrechten te heffen op vermogen dat al is belast. Voor vermogens die niet onder de vermogensrendementsheffing vielen en die zijn verkregen voor bovengenoemde wetswijziging wordt een afzonderlijke eenmalige belasting geheven, die wordt verhypothecaird en verschuldigd is bij overlijden. Voor het eigen huis is dit goed te verdedigen omdat de overheid tenslotte door de HRA ca 36 – 41% van dat huis heeft gesubsidieerd en dus mag meedelen in de woekerwinst op de eigen woning.

(6) Helaas zal er door deze maatregelen de erfenis voor de jongeren iets minder florissant uitvallen, maar egoïsme is nu eenmaal een heel slechte eigenschap, zoals Yvonne Hofs al aangaf.

§ 11. Nog wat losse flodders

(a) De jongeren verwijten dat zij op de top van de markt hebben gekocht.

Ik roep maar even een tekst op uit de eerdere bijdrage Consument en huizenprijs op:

“De huidige huizencrisis is niet bijzonder. Aangezien de meeste mensen klagen over hun geheugen en niet over hun verstand is het misschien goed om even te memoreren dat in de periode 1979-1985 ook een crisis plaats vond. Op het hoogtepunt van de markt, eind 1978, kostte een koopwoning in Nederland gemiddeld 198.600 gulden, in 1983 was daar nog 137.900 gulden van over, een daling met meer dan 30 procent. Het zou tot 1993 duren voor dat verlies weer was goedgemaakt.”

Om het wat persoonlijker te maken. In 1974 kocht ik een huis van 85.000 gulden met 10% eigen geld, in die tijd spaarden we nog. In 1979 kocht ik een appartement in de Amsterdamse binnenstad voor f 350.000 en verkocht mijn eerste huis, dat al een tijdje door de crisis een tweede huis geworden was voor f 160.000, een forse daling t.ov. f 240.000 enkele maanden daarvoor. In 1987 verkocht ik mijn huis in Amsterdam voor f 180.000 een verlies van f 170.000. maar kocht een huis terug van f 460.000. Dat huis was in 1979 gebouwd en had de oorspronkelijke koper f 625.000 gekost. Die was er dus f 165.000 bij ingeschoten, maar kocht een appartement dat ook in waarde was gedaald. Per saldo verloor ik dus aan het tweede huis eigenlijk niets. Het enige verschil met nu is dat ik 10% bij aankoop zelf betaalde i.p.v. 125% leende en dat ik begon met een lineaire aflosbare hypotheek en dat is precies de reden waarom de huidige huizencrisis ernstiger is. Ons rupsje-nooit-genoeg moest lenen, lenen, etc. en die oude keuken en badkamer waren zo Jaren Zeventig, daar kun je met goed fatsoen niet meer in wonen. Daarom sloopten we die er uit, onder verhoging van de hypotheek.

(b) Veel tieners hebben ook nu nog een bijbaantje naast school

Toen ik met 15 jaar op de HBS een bijbaantje bij V&D nam, kreeg ik bruto f 18 (€ 8,17) per week voor een 48-urige werkweek, inclusief de zaterdag. Daarvan werd toen ook al AOW ingehouden en restitutie van belastingen bestond nog niet. Voor een paar goede nieuwe voetbalschoenen moest ik een week werken, want die werden toen nog niet in de lagelonenlanden gefabriceerd.

Bovendien ben ik nog 17 maanden onvrijwillig van mijn vrijheid beroofd omdat ik in militaire dienst moest. Zeventien maanden met een bruto startsalaris van f 500 per maand is opgerent tegen 4% in 2013 bruto € 26.800, mag ik even vangen?

(c) De lasten om de verzorgingsstaat in stand te houden drukken onevenredig op de jongeren. 

De lastenverdeling tussen de generaties wordt verstoord indien er te veel ouderen (“grijze golf”) of te weinig jongeren (“ontgroening””) komen. Door de ontgroening sparen de jongeren een hoop kosten. Wij kunnen er tenslotte ook niets aan doen dat de Amerikanen niet een paar jaar later in Normandië zijn geland. [12] Voor de groei van het bbp om dat op te vangen zullen de jongeren zelf moeten zorgen zoals wij dat in het verleden ruimschoots hebben gedaan.

Valt de ouderen dan niets te verwijten.? De ouderen valt in elk geval het verwijt te maken dat er schandalig weinig geld wordt uitgegeven voor R&D en Onderwijs. (zie § 3 overheidsbestedingen). Maar daar zijn dan wel 9.665 duizend kiezers jonger dan zestig jaar (73%) medeschuldig aan.

______________________________________

Bijgewerkt 9 oktober 2013

[1] Yvonne Hofs, “Beste 60-plussers. ik schrik van jullie schaamteloze egoïsme en ontwetendheid”, http://www.volkskrant.nl/vk/nl/11304/Vonk/article/detail/3513800/2013/09/21/Beste-60-plussers-ik-schrik-van-jullie-schaamteloze-egoisme-en-onwetendheid.dhtml

Zoals bekend voeden de kinderen de ouders op en ik mag aannemen dat brieven aan de VK voor het merendeel door VK-lezers geschreven worden. Zou de economieredacteur YH het soms niet al te duidelijk hebben opgeschreven of kunnen de VK-lezertjes niet lezen? Ze lijden in elk geval kennelijk aan geheugenstoornis:

Yvonne Hofs, “Enorme verslechtering van pensioenen”, http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/3360363/2012/12/08/Enorme-verslechtering-van-pensioenen.dhtml

zie ook : http://www.mijnvakbond.nl/Documenten%20MijnVakbond.nl/Senioren/2012%2012%2008%20VK_Enorme%20verslechtering%20van%20pensioenen.pdf

De Volkskrant is (met Rutenfrans) een opinie dagblad en geen kwaliteitskrant die veel waarde hecht aan feiten, zoals de meeste buitenlandse kwaliteitskranten. Je feiten moet je bij elkaar schrapen.  Dat kan dan ook met behulp van dit artikel: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3516032/2013/09/26/Werkende-van-nu-krijgt-later-een-goed-pensioen.dhtml Door de meest onzinnige (in VK ook nog rabiaat domrechtse) opinies en de reacties daarop te publiceren wordt nieuwsgaring automatisch amusement. De NRC gaat onder Peter vanderMeersch ook die kant op, je moet ten slotte met je tijd en de tijdgeest meegaan.

[2] Jan Luiten van Zanden, Arthur van Riel, “Nederland 1780-1914 – Staat, instituties en economische ontwikkeling”, Amsterdam, 200, 345.

[3] http://resourcessgd.kb.nl/SGD/19501951/PDF/SGD_19501951_0000303.pdf

[4] Maarten Prak en Jan Luiten van Zanden, “Nederland en het poldermodel”, Amsterdam, 2013, 248.

[5] Bernard van Praag, “Pensioenkorting ouderen is geen structurele oplossing”, 3 oktober 2012, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/pensioenkorting-ouderen-is-geen-structurele-oplossing

[6] Commissie Frijns “Een sterke tweede pijler”, pagina 23 van de CPB Notitie.

[7] DNB, “Rentetermijnstructuur”, http://www.toezicht.dnb.nl/2/50-201928.jsp# en

AG, Principes voor de Rentetermijnstructuur “Dé juiste curve bestaat niet”, http://www.ag-ai.nl/view.php?action=view&Pagina_Id=514

[8] AG, Prognosetafel AG2012-2062 zie [4AG, “Prognosetafel AG2012-2062″, http://www.ag-ai.nl/view.php?Pagina_Id=333

[9] DNB statistiek aandelenkoersen http://www.statistics.dnb.nl/index.cgi?lang=nl&todo=Aandelen

[10] Stichting Philips Pensioenfonds, “Premie in historisch perspectief 1972 – 2011”, “, http://www.philipspensioenfonds.nl/philips/assets/File/Over%20PPF/Rapport%20’Premie%20in%20historisch%20perspectief’.pdf

[11] De suggestie dat economen die zo van de universiteit komen na een doctorandussen diplomaatje economie wel zouden kunnen boekhouden, moet ik op grond van 37 jaar praktijkervaring afwijzen.

[12] CBS, “Babyboomers”,http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/6885F6C8-F3AA-4AE1-91DF-97BF08682701/0/2012a327pub.pdf

[13] CBS statline , “Pensioenaanspraken van personen; leeftijd, herkomst en burgerlijke staat”, http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=80455ned&D1=a&D2=1-2&D3=0,5-10&D4=0&D5=0&D6=0&D7=l&HDR=G6,G5,T&STB=G4,G1,G2,G3&VW=T

[14] Jacobs rekent met 145% dekkingsgraad en komt op €400 mld (september 2012) : Bas Jacobs,”Onduidelijkheid over eurocrisis, woningmarkt en pensioen” http://www.eur.nl/fileadmin/ASSETS/ese/Nieuws/2012/20121001_Jacobs_onduidelijkheid_over_eurocrisis__woningmarkt_en_pensioen.pdf

[15] CPB, “Generatie-effecten versobering pensioenopbouw”, http://www.cpb.nl/publicatie/generatie-effecten-versobering-pensioenopbouw

[16] http://www.dnb.nl/binaries/Toegenomen%20gevoeligheid%20pensioenfondsen%20voor%20beleggingen%20in%20buitenland_tcm46-223156.pdf

[17] FT, “Rising bond yields close gap for corporate pension liabilities” http://www.ft.com/intl/cms/s/0/f40f9f64-e5a6-11e2-ad1a-00144feabdc0.html#axzz2g4wvMRQS

[18 ]Jesse Frederik komt voor 2012 op de navolgende rekenrentes: US: 6,5%; UK 4,8%; Canada 4,78 ; Zwitserland 3,5%, Australie 3,38% en Nederland 2,38%. Maar dit is gebaseerd op practice. http://www.ftm.nl/exclusive/pensioenmythes-volkskrant/

Zie ook Dirk van der Wal, “The measurement of international pension obligations – have we harmonized enough? ” http://search.oecd.org/officialdocuments/publicdisplaydocumentpdf/?cote=STD/CSTAT/WPNA(2013)11&docLanguage=En voor nadere info met name pagina 11, waaraan de eerder geciteerde percentages zijn ontleend., Gegeven de spreiding en de internationale kapitaalmarkt kun je dus alle kanten op.

De door Frederik gegeven effecten van 1% rentestijging en  1% rentedaling (dus markt) gaat er vanuit dat de huidige Nederlandse rekenrente de juiste is. De effecten op de dekkingsgraad vallen dan lager uit dan 15% bij 1% aanpassing van de dekkingsgraad omdat de negatieve (positieve)  effecten in de waardering van de activa wordt meegenomen.  Van DNB (die hij citeert) kun je ook niet anders verwachten.

Dat het Nederlandse pensioenstelsel heavily gebaseerd is op defined benefit pension plans moet Dirk van der Wal  de miljoenen pensioendeelnemers met een indexatieachterstand nog maar eens uitleggen.

[19] CBS, Statline, http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=37360NED&D1=3&D2=a&D3=65&D4=a&HDR=G1,T&STB=G2,G3&VW=T

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: