Skip to content

CPI 2013

15 januari 2013

_______________________________________________________________________________________________

In deze bijdrage wordt het niet voor indirecte belastingen geschoonde consumenten prijsindexcijfer bijgehouden vanaf 2000. [3] De cijfers worden bijgewerkt zodra ze beschikbaar zijn.  Tevens wordt een vergelijking gemaakt tussen de werkelijke index en de door het CPB in het CEP geprognotiseerde CPI voor de jaren 2000-2012. Ook hier blijkt, net als bij de bbp-prognose, dat de CPB-prognoses soms flink afwijken van de werkelijk uitkomst.

Verder zoomen we in op de CPI gedurende de periode 2010 – 2013 en vergelijken we de inflatie voor een aantal landen voor de periode 2009-2012 op basis van de HICP (harmonized Index of Consumer Prices). Als we corrigeren voor belastingen blijkt dat Nederland netjes in de pas loopt met Duitsland, ondanks de voor Nederl;and hogere loonstijging. 

_________________________________________________________________________________________________________________

Tabel 1 CPI mutaties in procenten volgens CEP en werkelijk CBS-statline

5001 Tabel 1 CPI mutaties in procenten volgens CEP en werkelijk CBS statline

(2) De gemiddelde inflatie 2000-2012 werd in de CEP’en geprognotiseerd op 1,59% en bedroeg werkelijk 2,10%. De meetkundig gemiddelde afwijking is 0,51% te laag. De cumulatieve afwijking is dan ook maar 6,7%. Relatief (afwijking in percentage prognose) zijn de afwijkingen echter hier en daar zeer fors. Het verband tussen het CPI volgens het CEP en de werkelijke uitkomst is net als bij de bbp-prognose zwak. [2]

(3) Koopkrachtplaatje die mede op het geprognotiseerde CPI zijn gebaseerd krijgen hiermee toch een wat beperktere waarde. Ook de vakbonden kunnen bij de CPB-cijfers wel een half procentje bijtellen bij het bepalen van de te onderhandelen loonruimte.

De volgende grafiek, die het patroon van de afwijking pregnanter laat zien, is aan de tabel ontleend:

Grafiek 1  CPI – prognose CEP,  werkelijk CBS en afwijking 2000-2012

5002 Grafiek 1  CPI – prognose CEP,  werkelijk CBS en afwijking 2000_2012

Als we vervolgens inzoomen op de inflatie 2010-2013 dan ontstaat het volgende beeld [4]:

Grafiek 2 CPI twaalf maandelijks t.o.v. vorig jaar  en cumulatief t.o.v. 1999 – 2010 -2013

(click op grafiek om te vergroten)

5004 Grafiek 2 CPI twaalf maandelijks voortschrijdend en cumulatief t.o.v. 1999 – 2010 - mei 2013

(1) Voor de cumulatieve rode lijn is de basis ook januari 1999. Het vertrekpunt van de rode en de blauwe lijn is dus gelijk.

(2) Sinds april 2011 is de inflatie hoger dan 2%. Deze inflatie is inclusief belastingeffecten. Als het CBS dus 7 maart 2013 schrijft dat de inflatie stabiel op 3% staat dan is dat op zich destabiliserend.

(3) Het effect van de BTW-verhoging  op de cumulatieve CPI vanaf 1 oktober 2013 wordt zo ook goed duidelijk. Dat effect was volgens de MEV 2014 1,7% prijsstijging en in maart 2013 volledig doorberekend ondanks de recessie. Het feit dat de BTW-verhoging van 1 oktober 2012 is uitgewerkt in het CPI twaalf maandelijks voortschrijdend gemiddelde van oktober is recent gevierd in onze nationale media als het achtste wereldwonder, terwijl dat effect natuurlijk gewoon blijft doorwerken. Dit effect schijnt volgens het grote economische licht Jeroen de Boer zelfs een reden te zijn om weer te gaan sparen. [8]

We kunnen de ontwikkeling van de inflatie natuurlijk ook in EU-perspectief bezien. We gebruiken daarvoor de dataset HICP van Eurostat [5].

Grafiek 3 HCIP index 2005=100 2009 – 2013 januari

HICP internationaal Eurostat

(1) De Harmonised Index of Consumer Prices (HICP) is een prijsindex gebaseerd op een mandje bestedingen – voor een uitgebreidere  toelichting zie [5]

[2]Voor de loonontwikkeling in sommige landen  zie

(3) In de HICP wordt geen rekening gehouden met de woonkosten. Men is van plan dat in de toekomst wel te gaan doen. Dit betekent dat deze index voor Nederland in de komende perioden de inflatie te laag voorstelt. Om de juiste woonkosten voor de consument voor Nederland in deze index te verwerken zal nog een breinbrekertje worden met al die subsidies.

(4) En wie geïnteresseerd is in het UK disaster kan hier verder lezen (zie ook grafiek 4). [7]

Het verloop van het Nederlandse HiCP is wat grillig. Zeker zo interessant is het daarom naar de voor belastingen gecorrigeerde indexcijfers te kijken:  de HICP at constant tax rates [8].

Grafiek 4 HICP at constant tax rates (2005 =100) 2009 -2012

hicp adjusted for taxes

(1) Nederland loopt nu praktisch gelijk op met Duitsland.

(2) Zoals we in de grafiek zien, vallen Frankrijk en het Euro-gemiddelde bijna samen.

(3) Zelfs de UK trekt wat bij, maar ligt nog steeds duidelijk boven Italië.  [7]

________________

Laatst bijgewerkt 10 november 2013

[1] [a] CPB, CEP 1999 – 2012, http://www.cpb.nl/publicaties?filters=-language%3Aen%20type%3Apublicatie%20ss_cck_field_typepublicatie%3A%22CEP%22&solrsort=sort_ss_cck_field_publicatiedatum%20desc

[b] CBS, “Consumentenprijzen; prijsindex 2006 = 100″, http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=71311ned&D1=0-1,4-5&D2=0&D3=a&HD=080521-1622&HDR=G1,T&STB=G2

Voor de definitie van het CPI zie: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/methoden/begrippen/default.htm?conceptid=200

[2] Regressieanalyse

regressie

De correlatie is net als bij het verband prognose CEP bbp niet om over naar huis te schrijven.

[3] Het voor indirecte belastingen geschoonde cpi komt voor de hele periode 1996-2012 cumulatief  4,3% lager uit. (Index 1996 = 100;  index cpi  2012: 139; index geschoond 2012: 135) Grafiek 2 toont wel het cumulatieve effect.

De definitie (CBS) is als volgt (blauw toegevoegd):

“Consumentenprijsindex (CPI)

Indexcijfer dat het prijsverloop weergeeft van een pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld wordt aangeschaft door alle huishoudens in Nederland.

Toelichting:

Tot het pakket goederen en diensten behoren onder andere voedingsmiddelen, duurzame goederen zoals huishoudelijke apparaten en auto’s, energie en woningdiensten (huren), en een aantal overheidsdiensten. Ook consumptiegebonden belastingen, waaronder motorrijtuigenbelasting en gemeentelijke heffingen zoals rioolrecht, maken deel uit van de CPI. De basisverzekering voor medische zorg maakt geen onderdeel uit van het bereik van de CPI, maar de aanvullende verzekeringen voor ziektekosten zijn wel opgenomen in de CPI.

Uitgangspunt bij de berekening van de CPI zijn de uitgaven die huishoudens doen. De uitgaven van huishoudens kunnen in de loop van de tijd veranderen, bijvoorbeeld doordat er nieuwe producten op de markt komen of omdat de samenstelling van de bevolking anders wordt. Ook een verandering in het welvaartsniveau kan een ander aankooppatroon tot gevolg hebben. Om deze veranderingen zo goed mogelijk te volgen, wordt het wegingsschema van CPI jaarlijks aangepast.

Deze aankopen worden gedaan uit het netto besteedbaar inkomen, d.w.z. uit het bruto-inkomen minus verplichte afdrachten plus onttrekkingen uit besparingen. Tot de verplichte afdrachten behoren directe belastingen, premies voor de sociale verzekeringen en de basisverzekering voor ziektekosten. De CPI houdt wel rekening met de prijsontwikkeling van overheidsdiensten en met consumptiegebonden belastingen, zoals onroerende zaakbelasting en motorrijtuigenbelasting.

Naast de hierboven genoemde consumentenprijsindex voor alle huishoudens wordt een ‘afgeleide CPI’ berekend. Deze wordt berekend als de gewone index exclusief het effect van veranderingen in de tarieven van de kostprijsverhogende (zgn. indirecte) belastingen en de consumptiegebonden belastingen. Hierbij wordt alleen met het directe effect van tariefsveranderingen rekening gehouden.

Er blijven dus nog wel wat onduidelijkheden over, zoals:

(a) kosten eigen woning w.o. rente hypotheek. De eigenwoningbezitter besteedde 16% van zijn besteedbaar inkomen aan het eigen huis, de huurder 23% in 2009. De huurder mag een marktconforme huur gaan betalen en de eigenwoningbezitter profiteert met de prijsindexering mee!

(b) De behandeling van het eigen risico zorg. Ook de op handen zijn de uitkleding van de basisverzekering  en het effect hiervan op de aanvullende ziektekostenverzekeringen.

(4) CBS , “CBS Persbericht PB13-018”, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/68EDDCA4-CB1E-4B4D-B310-C3C0A04F356B/0/pb13n018.pdf

[5] http://epp.eurostat.ec.europa.eu/portal/page/portal/hicp/data/main_tables

[6] http://epp.eurostat.ec.europa.eu/statistics_explained/index.php/HICP_methodology en ECB, http://www.ecb.int/stats/prices/hicp/html/index.en.html

[7] LRB, John Lanchester, “Let’s call it failure”, http://www.lrb.co.uk/v35/n01/john-lanchester/lets-call-it-failure

[8] http://epp.eurostat.ec.europa.eu/portal/page/portal/hicp/methodology/hicp_constant_tax_rates

http://epp.eurostat.ec.europa.eu/portal/page/portal/hicp/data/main_tables

http://www.ecb.int/stats/prices/hicp/html/index.en.html

[8] Jeroen de Boer, “Grote daling inflatie: sparen loont weer”, http://www.z24.nl/geld/grote-daling-inflatie-sparen-loont-weer-400366

Advertenties

From → 2. Archief

One Comment
  1. Anton permalink

    Opmerkelijk die halfjaarlijkse golfpatronen: een flink stijgende HICP in feb/maart, vervolgens een stagnerende of dalende HICP richting jul/aug, Vervolgens een tweede stijging in sep/okt, om daarna weer te stagneren of iets te dalen richting jaareinde.

    Je ziet dat patroon het duidelijkst in Italië en NL. Maar ook in het Eurogemiddelde is het duidelijk terug te zien. Weet jij een verklaring. Ik kom niet veel verder dan een halfjaarlijkse uitverkoop van kleding en lagere groente/fruitprijzen in de zomer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: