Skip to content

Handen en ogen in de zakken

2 januari 2013

____________________________________________________________________________________________________________

Jan Bouwens, Hoogleraar accountancy aan de universiteit van Tilburg betoogt in een artikel in de NRC van 1 januari 2013 dat de handen van de rekenmeesters te veel gebonden zijn. Hij poneert daarbij enkele boute stellingen die de wenkbrauwen minstens doen fronsen.  Duidelijk zal zijn dat de sommige accountants in de periode van de kredietcrisis en daarna  flinke steken hebben laten vallen  Daarbij moeten ze echter alleen naar hun eigen functioneren kijken, het overtuigt niet de deconfitures te wijten aan het feit dat de accountant niet in de openbaarheid kan treden.

____________________________________________________________________________________________________________

Sinds  ik mijn kostuum aan de wilgen heb gehangen, houdt ik mij liever met andere zaken bezig. Als accountant in ruste ( “Leden zonder arbeidsinkomen”, heet dat in het NAB-jargon), ben ik gelukkig vrijgesteld van bureaucratische permanente educatie richtlijnen en ook aan de toezichtkneuzen hoef ik mij niet langer te ergeren. [2] Het artikel in de NRC van Bouwens deed echter toch de vraag rijzen of de oud collega’s er sinds 2003 echt zo’n zooitje van gemaakt hebben. Ik citeer enkele opmerkelijk passages letterlijk uit het artikel, waar ik het even over wil hebben:

(a) De wetgever geeft de accountant de opdracht om te controleren of de jaarrekening in overeenstemming is met de regels.

(b)Voorzover dan de regels zijn overschreden, dient aanpassing te worden doorgevoerd. Voorzover alsnog blijkt dat de gebruiker mogelijk op het verkeerde been wordt gezet door de verstrekte informatie, moet de accountant deze vaststelling in een zogenoemde ‘managementletter’ samen met andere opmerkingen aanhangig maken bij het bestuur en de raad van toezicht. {cursief toegevoegd}

(c) Nu met de beschuldigende vinger naar de accountant wijzen als hij niet in de openbaarheid mag treden, is weinig productief zolang we zijn handen binden.

Een hoogleraar die dergelijke onzin aan zijn studenten mag verkopen, maakt dat aan de permanente educatie wel erg hoge eisen moet worden gesteld. De nascholing krijgt dan eerder het karakter van een herscholing, waar de accountantskantoren voor mogen opdraaien.  Nu ben ik niet van plan 10 jaar permanente educatie in te halen maar gezond verstand en het substance over form principe  maken dat de volgende kanttekeningen toch mogelijk zijn:

(ad a) De opdracht wordt nog steeds gegeven door het te controleren orgaan en de condities worden vastgelegd in een engagement letter. De accountant is autonoom in de uitvoering van de opdracht en subjectieve verhinderingen worden niet geaccepteerd. In het uiterste geval wordt de opdracht teruggegeven. Regels zijn één ding , overriding principe is echter dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft.

(ad b) Indien het aantal pagina’s van het jaarverslag niet van te voren door de afdeling marketing en communicatie van het gecontroleerde orgaan is vastgelegd, biedt de toelichting bij de jaarrekening voldoende ruimte om de juiste informatie te vertrekken, zonder dat die informatie overigens het beeld dat de jaarrekening oproept mag corrigeren. Een correctie van het getrouwe beeld in de management letter, die immers voor een beperkt verkeer bedoeld is, is al helemaal uit den boze. Alleen accountants met zwakke knieën  en die zijn er natuurlijk niet, zullen hiertoe hun toevlucht nemen. Een concept afkeurende controleverklaring doet vaak wonderen om het bestuur en toezichthouders te doen besluiten om eieren voor hun geld te kiezen.

(ad c) Zonder op individuele gevallen te willen ingaan, komt het mij voor dat het probleem eerder is dat de niet functionerende accountant zijn handen en ogen in zijn zak heeft gehad i.p.v. dat zijn handen op zijn rug gebonden waren. Als zijn handen wel op zijn rug zitten dan is dat waarschijnlijk verdiend omdat de schriftelijke controleverklaring “Wij hebben …. gecontroleerd” dan een overtreding van artikel 225 WvS was. Het is dan ook terecht dat die rekenmeester met de handen op de rug wordt afgevoerd.

Daar komt nog bij dat de accountantsberoepsgroep zeer goed weg komt met het huidige klachtrecht dat bepaalt dat de klacht kan worden ingediend  met een termijn van drie jaar die begint te lopen op het moment dat de potentiële klager het handelen of nalaten heeft kunnen constateren. [3] In het normale leven staat daar bij mijn weten toch twaalf jaar voor.

___________________

Laatst bijgewerkt 2 januari 2012

[1] NRC, “Handen van de rekenmeesters zijn te veel gebonden. Accountants moeten ook de klok kunnen luiden.”, 1 januari 2013 ; het artikel is ook hier te vinden:

http://www.accountant.nl/Accountant/Opinie/Meningen/Kritiek+op+de+accountant+is+onterecht.aspx

[2] Ik denk hierbij in het bijzonder aan de tijdens de kredietcrisis zo falende falende toezichthouders DNB en AFM (opgericht 1 maart 2002), wier core competency hindsight lijkt te zijn.

[3]Zie annotatie Blokdijk:

http://www.accountant.nl/Accountant/Nieuws/Tuchtrecht+Besef+verwijtbaarheid+telt+niet+bij+ver.aspx

Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: