Skip to content

De Commissie Van Dijkhuizen

24 oktober 2012

_______________________________________________________________________________________________________________________

N.B. deze bijdrage heeft betrekking op het interimrapport. Een bijdrage over het definitieve rapport is hier opgenomen: Vermogensrendementsheffing II – Van Dijkhuizen van 15 juli 2013.

Voor ons ligt de interim rapportage van de commissie Van Dijkhuizen. Voor wat betreft de woningmarkt zijn de voorstellen van de commissie in vergelijking met het SER-rapport wonen en Wonen 4.0 dermate inferieur dat het rapport eigenlijk direct de prullenbak in kan. Ook het verjubelen van de belastingopbrengst door het afschaffen van de omkeerregel pensioenen kan niet bekoren. De BTW-verhoging zou doelmatiger tot het lage BTW tarief kunnen worden beperkt. De vraag kan dan ook worden opgeworpen of deze commissie het niet beter bij dit interimrapport kan laten. Aan de minister van Financiën zou ik willen vragen om nu eindelijk eens een commissie te installeren die zijn karwij wel ineens behoorlijk met een operationele uitwerking afmaakt.

De pensionado levert door de fiscalisering van de AOW van zijn voor inflatie geïndexeerde pensioentje van  €10.000 11,1% in. De eigen woning bezitter met een annuïteitenhypotheek mag van zijn subsidie 3% (42%) of 8% (52%) van de koopprijs over de hele 30-jarige looptijd van de lening inleveren. Heeft hij een aflossingsvrije hypotheek dan komt daar nog eens 10% (42%) of 14% (52%) bij.

_______________________________________________________________________________________________________________________

Na de motie Dijkgraaf d.d. 6 oktober 2011, ondersteund door de Kunduz coalitie en de PvdD, SGP en PVV,  zag de commissie Van Dijkhuizen  eindelijk op 17 februari 2012 het licht. [1]  Op verzoek van de anders zo lakse staatssecretaris Weekers kwam de commissie met een versnelde tussenrapportage. [2&3] Deze tussenrapportage is natuurlijk nodig om het op handen zijnde  kiezersbedrog van de VVD (mantra: “Hypotheekrenteaftrek staat bij ons als een huis”) te rechtvaardigen.[2]  De samenvatting van het CPB laat zien wat daar al tijdens het kabinet Rutte aan gesleuteld is.  [3, 7& 8] Het HRA-huis staat inderdaad nog, maar is waarschijnlijk door een “bevriende” bouwrelatie uit de provincie gestut.

Na de studiecommissie Belastingstelsel die i.v.m. val van het kabinet Balkenende IV versneld rapport uitbracht is dit de tweede commissie die voor alsnog half werk aflevert.  De commissie zondigt al direct tegen een van de hoofdconclusies van het Mirrlees rapport die luidt dat het belastingstelsel als één geheel moet worden bekeken. [R, 26] De belastingen in box II en III volgen later evenals een aantal belangrijke uitwerkingen, zoals de huishoudenstoelage. Zoals we nog zullen zien is dat b.v. niet onbelangrijk voor de uitwerking van de fiscale behandeling van het eigen huis. Ook wordt vooruitgelopen met de behandeling van de ondernemingswinst van zelfstandigen die natuurlijk mede in het licht van de box II belasting en de fiscale behandeling van het ondernemingsvermogen dient te worden bezien. We zullen nu een enkele onderwerpen uitlichten en maken daarbij gebruik van het cijfermateriaal uit eerdere bijdragen.

I Algemeen

1) De banken en financiële instellingen worden met het rapport een grote dienst bewezen.  De uitstaande risicovolle hypotheek portefeuille wordt verkleind. Voor het rest schuld risico mogen alle hypotheekgevers dokken door een opslag op de hypotheekrente, waarbij de staat 37% voor zijn rekening neemt. Het Economisch Instituut voor de Bouw verwacht dat er in de periode 2015 tot en met 2030 voor in totaal 220 miljard euro wordt afgelost op spaarhypotheken, maar dit gaat de banken kennelijk niet snel genoeg. De beter gesitueerden zullen de beperking van de pensioenpremieaftrek moeten compenseren door naar alternatieve beleggingsmogelijkheden te zoeken. De financiële instellingen zullen zich warmlopen om producten te ontwikkelen die een “beter rendement” opleveren dan een versnelde aflossing van de hypotheek. De kleine lettertjes zullen hierbij weer niet worden gelezen.

2)  De commissie schaft de HRA niet af en handhaaft hiermee de verschil in behandeling van de eigen woning bezitter en huurder. Daarmee is derhalve de discussie over de HRA i.t.t. b.v. de voorstellen van de SER-commissie en Wonen 4.0 niet voor eens en altijd beëindigd en blijft deze discussie nog steeds boven de markt hangen.

3) Een financiële samenvatting van de voorstellen is als volgt:

Tabel 1 – Samenvatting voorstellen Commissie Van Dijkhuizen in Mld.

II Eigen Huis

1) Voorgesteld wordt om de HRA te beperken op basis van aflossing volgens een al of niet imaginaire annuïteit (“forfait-annuïtair”)  tegen 37% belastingaftrek. Op termijn wordt dit 34%.  Het eigenwoningforfait wordt niet besproken en blijft kennelijk ongewijzigd. Eerder berekenden het effect van de subsidies in relatie tot de koopprijs voor respectievelijk 42% en 52% belastingaftrek voor een annuïteitenhypotheek en een aflossingsvrije lening. Het effect van de aanpassing naar 37% laat zich als volgt becijferen:

Tabel 2 Gecontinueerd HRA-infuus in relatie tot koopprijs voor annuïteit

(click op tabel om te vergroten)

Voor de 52%-belasting categorie is de daling van de subsidie 8%, voor de 42%-categorie 3% en derhalve uiterst marginaal. Met een aflossingsvrije hypotheek wordt nog eens 14% (52%) of 10% (42%) ingeleverd zoals bij de genoemde eerdere bijdrage valt na te lezen.  De door mij in de opstelling meegenomen daling van de geprognotiseerde geïndexeerde waarde huis na 30 jaar komt door een aangenomen initiële daling van ca 3%. Dat is vermoedelijk te weinig maar meer dan het CPB macro-economisch berekent (1,7%). Ik neem aan de consument micro-economisch wel kan rekenen en weet hoeveel hij minder kan besteden.

2) “In de jaren negentig van de vorige eeuw en begin deze eeuw is de grondslagerosie door de hypotheekrenteaftrek fors toegenomen.” [2,25] Toch meent de commissie het vrijgekomen geld door de vermindering van de HRA integraal aan de belastingplichtige te moeten doorspelen. De contante waarde van de subsidie bij een aflossingsvrije hypotheek is inmiddels opgelopen tot 54% (52% belasting)  van de koopprijs. Daar hebben de 500.000 woningeigenaren zonder hypotheek en de 2,9 miljoen huurders al die jaren dus fors aan mee betaald.

3) Het te hanteren forfaitair-annuïtair schema gaat uit van de woningschuld op het moment van aangaan van de schuld. “Voor bestaande gevallen wordt de schuld op 31 december 2013 als uitgangspunt voor het schema genomen.” [2, 11]. Bij deze passage kan ik mij van alles voorstellen maar een concrete uitwerking met voorbeelden van de impact ontbreekt. Het CPB schrijft hierover dat de precieze wettelijk vormgeving van de forfaitair-annuïtaire korting nadere studie vraagt.[3, 3] Ik houd het er op dat het voorstel onvoldoende is uitgewerkt en vraag me dan ook af met welke aannames het CPB de berekeningen heeft uitgevoerd.

4) Handhaving vrijstelling vermogensrendementsheffing op eigen woning kost de schatkist jaarlijks na aftrek eigenwoningforfait ca. € 6,2 mld. Hieraan maakt de commissie nauwelijks een woord vuil.[R,10] Natuurlijk mag de huurder wel 4,5% van de WOZ-waarde aan huur betalen. Voor de veel gehanteerde kromme redenering dat de eigen woning deels een consumptiegoed is, die een lage bijtelling rechtvaardigt zie een eerdere bijdrage [Noot 5].

5) De opgeofferde waarde van belastingopbrengst 0,6 mld. overdrachtsbelasting moet je natuurlijk verrekenen op het moment dat die opbrengst zo’n beetje zijn laagste stand bereikt heeft. In 2010 bedroeg die opbrengst tegen 6% nog € 2,2 mld. Wie die 1,6 mld. inmiddels heeft mogen ophoesten is in nevelen gehuld.

6) Uiteraard moet de gevestigde eigen woning bezitter, i.v.m. zijn 125% hypotheek kun je van eigendom nauwelijks spreken, worden ontzien. Deze kiezers kun je i.t.t. de AOW’ers niet negeren, voor de AOW’er zijn die rechten kennelijk wel uiterst vloeibaar.

7) De rente op de restschuld ontstaan bij verkoop van woningen die onder water staan, mag nog 12 jaar worden afgetrokken. De garantiekosten mogen alle hypotheekgevers gaan betalen door een (beperkte) opslag op de hypotheekrente. Dat gaat dus betaald worden door nieuwe hypotheekgevers of bij rentewijziging? Naar analogie van de verhuurdersheffing kan dus de bankenbelasting worden verhoogd met de bate die ontstaat doordat die banken minder rente en leningen hoeven af te boeken. Dit schandelijke voorstel laat de burgers en de staat weer voor het falen van de bankiers opdraaien.

8) Het effect op de huizenprijzen is een daling van 1,7% in 2017, structureel een stijging van 3,5% door het afgenomen aanbod van huurwoningen. [3, 10&11] Dat de toekomstige waardestijging zal afnemen door de afname van de HRA vertelt het rapport en het CPB i.t.t. tot het voorstel wonen. 4.0 niet.

9) Naar Ik moet aannemen heeft de commissie, aan het linkeroog blind, de Wet Hillen faciliteit (geen of geringe hypotheekschuld – 384 mln) over het hoofd gezien.[2, 70]

III Huur

1) De marktconforme huur wordt zonder daar veel woorden aan vuil te maken gesteld op 4,5% van de WOZ-waarde. Het heeft weinig zin de discussie over de marktconform huur hier weer op te rakelen. Ik verwijs daarvoor naar de bijdrage wonen 4.0 huur.  De toenemende krapte op de woningmarkt zal in elk geval een prijsopdrijvend effect op de huurmarkt hebben.[3,12] Het prijsopdrijvend effect hiervan op de koopmarkt wordt door het CPB structureel op 3,5% becijferd.  [3, 12]

2) Aangezien de verhuurdersheffing de gestegen huurkosten overtreft, zal er weinig ruimte voor investeringen zijn.[3,11] . Aan de aanzienlijke mate van juridische onzekerheid van de verhuurdersheffing gaat de commissie voorbij. Het CPB moet hier in een voetnoot op wijzen. [3,12] De commissie heeft ook niet kunnen uitleggen hoe institutionele beleggers door haar voorstellen wel gestimuleerd worden om te investeren. [3, 67] Of het geld bij de door wanbeheer en speculaties noodlijdende woningcorporaties te halen valt, is ook een vraag die niet door de commissie geadresseerd wordt.

4) De huurder mag nog steeds niet de rentecomponent van zijn huur tegen 37% van de belastingen aftrekken, terwijl hij straks wel een marktconforme huur mag ophoesten. Dit zal de beter gesitueerde huurder wel doen verhuizen naar een eigen woning. Zoals te doen gebruikelijk heeft het CPB bij dit onderwerp weer zitten pitten. In de notitie valt over het effect van een forse toename van de HRA en vermindering van de vermogensrendementsheffing die dit tot gevolg heeft niets te lezen. [3,12] Voor het effect zie deze bijdrage.

IV Pensioenen

1) De commissie wil “het grote goed” van de omkeerregel voor pensioenen handhaven. [R, 5] Daarmee houdt zij, zonder motivering,  het grote beleggingsrisico dat de staat loopt over haar belastingclaim op de pensioenvermogens van inmiddels 35% van 1.198 mld. of 419 mld. in stand.[5] De bezwaren daartegen zijn eerder door mij uitvoerig uiteengezet. Het toezicht van DNB op de pensioenfondsen dient dus tevens ter bewaking van de financiële stabiliteit van de Staat der Nederlanden.

Die latente belastingclaim van de overheid moet natuurlijk ook herrekend worden door de belastingtarief aanpassing, zeker als op termijn nog eens 3% wordt weggegeven door een additionele verlaging (49%–>36% en 37% –>34%), dat is toch direct € 36 miljard down the drain. De hogere inkomens trokken de premie tegen 52%/42% af en gaan in de toekomst respectievelijk 34% en 46% betalen. Dat is dus mooi meegenomen. Geen wonder dat de commissie zo’n voorstander van de omkeerregel is. Ik zou maar eens snel nazien of er nog een pensioengat is dat voor 1-1-2013 kan worden gedicht zodat die premie nog snel even tegen 52% kan worden afgetrokken. Hoeveel geld de overheid erbij inschiet vertelt de commissie en het CPB niet. Naast het beleggingsrisico loopt de staat dus ook nog het risico van allerlei ondoordachte commissievoorstellen.

2) De commissie is nog steeds in Hosha Na stemming over de opgebouwde pensioenrechten en citeert daarbij uitermate selectief.  Welke “rijping van de pensioenfondsen” de commissie voor ogen staat, is dan ook niet geheel duidelijk, eerder is sprake van een mislukte oogst. [2, 74] Kennelijk is het de commissie ontgaan dat voor een welvaartsvast pensioen een tekort van ca 250 miljard bestaat. en dat het nog maar zeer de vraag is of de pensioenfondsen aan hun nominale verplichting kunnen voldoen. Maar ja, fiscalisten kunnen nu eenmaal alleen in nominale termen denken.

3) De structurele meeropbrengst van de beperking van de pensioenpremieaftrek tot een inkomen van € 62.500 van 3,8 mld. , heeft natuurlijk een even groot effect op het houdbaarheidstekort en levert dus per saldo alleen het verschil in belastingpercentage op. [6] De toekomstige BTW-opbrengsten op de bestedingen uit de  pensioenuitkering , die een belangrijke rol spelen in de beperking van het houdbaarheidstekort verdwijnen daarmee ook.  Mij kan dat niet schelen, het CPB kennelijk ook niet meer. Een eerder voorstel van de PvdA kon de kritiek van het CPB echter nog niet doorstaan.

4) Door de fiscalisering van de AOW is het verzekeringskarakter van de AOW geheel verdwenen. Het ligt dan ook voor de hand deze AOW toe te kennen aan alle belastingplichtige Nederlanders. Op deze manier is de AOW-tekort problematiek ook direct opgelost. De Sociale Verzekeringsbank kan worden opgedoekt en de uitbetaling kan door de belastingdienst plaats vinden.

Wijnbergen heeft erop gewezen dat het effect van de belastingverhoging  in niet onbelangrijke mate  (“je ziet niets in de CPB-doorrekening”) buiten de CPB-koopkrachtplaatjes tot 2017 blijft.[6] De fiscalisering van de AOW loopt door tot 2032 i.p.v. oorspronkelijk 2075.[2,5]  Indicatief laat zich voor de gemiddelde gepensioneerde die op 1/1/2014 65 wordt en een pensioen van 10.000 krijgt nominaal becijferen op een extra last gedurende zijn leven van  ca € 17.000 of contant gemaakt tegen 3% € 12.300. Hij levert daarmee ca 9% van zijn pensioenreserve (ruwweg € 137.500, 18 jaar, 3%) in op 1/1/2014. In het onwaarschijnlijke geval dat de pensionado een voor inflatie geïndexeerd pensioen ontvangt dan levert hij in plaats van 9% zelfs 11,1% van zijn pensioen in. Voor een hoger opgeleide is dat nog meer door de vier extra levensjaren. Daar staat natuurlijk de belastingverlaging tegen over, maar die geldt voor iedereen, voor schijf I op termijn naar 34% en schijf II naar 46%. Tabel 1 illustreert overigens dat de ouderen met een eigen huis van de € 6,1 mld. overige maatregelen, m.u.z. van de fiscalisering AOW, vermoedelijk weinig last zullen hebben, als zij hun hypotheek op tijd hebben afgelost.

5) De pensioenreserves zijn vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing. Vermoedelijk zal de commissie deze faciliteit net als de eigen woning faciliteit ook wel handhaven en daarmee de rechtsongelijkheid t.o.v. zelf sparen handhaven. In 2010 bedroeg die derving € 11,6 mld.

6) Kennelijk is het de bedoeling van de commissie dat pensioen boven een inkomen van € 62.500 buiten een pensioenfonds blijven. Aan de problematiek van een gemengd belastingvrij /belast pensioen met de toerekening van rendementen, kortingen e.d. wordt geen aandacht besteed. [6]

7) Een eventuele fiscalisering van de AWBZ wordt door de commissie ten onrechte niet behandeld. Deze ligt net zo voor de hand als een fiscalisering van de AOW. De hogere inkomens gaan dan naar draagkracht mee betalen. Het moet dan ook mogelijk zijn de geldstromen van €22,2 mld. “iets” te versimpelen. [zie stroomschema en bedragen 7]

V Toptarief

1) In het verleden werd nog wel eens aandacht besteed aan een toptarief bij de invoering van een vorm van vlaktaks [8] De commissie ziet daar niets in. In het verenigd Koninkrijk werd in 2010 een toptarief van 50% voor inkomens boven de £ 150,000 ingevoerd. “Nu twee jaar later, blijkt de extra opbrengst tegen te vallen,. Daarom wordt het tarief volgend jaar verlaagd tot 45 percent”. [2, 30]. Mogelijk door de haast bij het samenstellen van het rapport is de commissie ontgaan dat dit verhaal toch wat genuanceerder ligt. Aangezien ik niet het voornemen heb mij te specialiseren in UK taxes laat ik het bij een verwijzing naar de literatuur, die de eerste de beste trainee in 10 minuten bij elkaar had kunnen googelen.[9]

2) Ik miste ook een voetnoot van het commissielid Caminada, die eerder met diverse publicaties een warm pleidooi hield voor een toptarief van 55-60 %. Nu vooruit, na de verlaging 55% als toptarief en dan vanaf € 150.000. U schreef toch dat  slechts 8% van de belastingplichtigen aan het toptarief van 52% onderworpen is en dat de helft van deze groep bestaat uit gepensioneerden en hoger ingeschaalde ambtenaren die hun gedrag nauwelijks kunnen aanpassen? [zie hier]

3) Ook het pleidooi om de grens naar de tweede schijf met € 6.500 (2017)  op te schuiven overtuigt niet. “De optimale belastingstructuur dient direct na het modale inkomen een lichte stijging van de marginale tarieven te zien”. aldus Jacobs in zijn essay voor de studiecommissie belastingstelsel. [10] De koppeling van deze grens aan de loonontwikkeling heeft als voordeel dat Marcel van Dam niet meer kan tegenwerpen dat alleen de inflatie wettelijk wordt geïndexeerd als hij de houdbaarheidstekort berekeningen van het CPB weer eens op de korrel neemt. De Minister van Financiën  zal hiervoor wel een oplossing vinden door een andere belasting te verhogen.

VI BTW

1) De commissie heeft het kennelijk niet aangedurfd de lage BTW tarieven volledig af te schaffen en de lage inkomens daarvoor te compenseren.

2) Het gegoochel van de commissie met de toerekening van de BTW naar bruto-inkomen en/of bestedingen per inkomen deciel overtuigt niet. [3, 60&61] Zij en het CPB hadden natuurlijk het effect moeten bepalen van de BTW-verhoging nadat de andere belastingvoorstellen van de commissie waren ingevoerd en niet ervoor op de oude basis me de door de commissie zelf aangegeven onvolkomenheden  Het bruto-netto traject is uitermate complex en het besteedbaar inkomen wordt beïnvloed door aftrekposten met een duidelijk spaarelement zoals pensioenpremie (werknemers- en werkgeversdeel), HRA, FOR en lijfrenteaftrek. Gedetailleerd is dat traject te volgen in de bijdrage Inkomensdecielen en belastingen.

Mijn bezwaar tegen de aanpak van de commissie laat zich het beste in de volgende grafiek samenvatten:

Grafiek 1 BTW hoog en laag in percentage besteedbaar inkomen en besteedbaar inkomen + belastingen en volksverzekeringen per inkomensdeciel.

BTW in perc best en best=bel ink

Toelichting  De grafiek laat het BTW bedrag zien  in percentage van het besteedbaar inkomen (H1, L1 en T1) en in (het lagere) percentage van het besteedbaar inkomen plus belasting en volksverzekeringen (H2, L2 en T2). Hierbij staat de H (blauw) voor BTW hoog, de L (groen) voor BTW laag en T (rood) voor het totaal aan BTW. [11]

De commissie en het CPB willen ons doen geloven dat we naar T1 i.p.v. T2 moeten kijken. Juister is het natuurlijk om te kijken naar het besteedbaar inkomen voor belastingen en volksverzekeringen, omdat dan de belasting trukendoos die de Upper Middle Class altijd zo bevoordeeld nog niet heeft gewerkt.  Als je naar T1 kijkt is de BTW-last per deciel redelijk vlak, voor T2 is dat niet meer het geval en is de BTW-heffing met name voor H2 wel degelijk degressief.

VII CPB

1) Het Pavlov-model van het CPB (hogere nettolonen –> meer werk) geeft aan dat er door deze belastingverlaging er weer € 4 mld extra in het laatje komt door toename van 142.000 arbeidsjaren. [3, 11&13]. Volgens van Wijnbergen zijn de werkgelegenheids- effecten illusoir. [6] Er wordt dus wel degelijk ingeteerd op het houdbaarheidstekort.[3,12&13]

2) Door de fiscalisering van de AOW neemt de belastingclaim op de pensioenreserves groot 1.198 mld (juni 2012)  geleidelijk  jaarlijks toe tot 2032. In de CPB-notitie ben ik deze extra opbrengst niet afzonderlijk tegengekomen. Het zou de tegen zijn pensioen aan zittende burgers en pensionado’s toch moeten interesseren om te weten voor welk bedrag zij met één pennenstreek op voorstel van de commissie onteigend worden? Daar had het CPB best wat meer aandacht aan mogen besteden. (zie IV,4)  In 2040 zou overigens door de bevriezing van de AOW-premie toch al bijna twee derde van de AOW uit rijksschatkist worden betaald.[12]

______________

Laatste bijgewerkt 27 oktober 2012

[1]  Stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de algemene financiële beschouwingen, http://www.parlement.com/9353000/1f/j9vvhy5i95k8zxl/viw2p5mcn2ze en [Rapport, blz 16 voetnoot 1],  Voor inhoud motie Dijkhuis http://www.parlement.com/9353000/1f/j9vvhy5i95k8zxl/viw2p5mcn2ze

[2]  Naar een activerender belastingstelsel interimrapport,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/10/16/interimrapport-commissie-inkomstenbelasting-en-toeslagen.html, Verder in de tekst aan te duiden als R met verwijzing naar bladzijde als [R, blz].

Vergelijk dit freubelwerk met:

http://www.eigenhuis.nl/downloads/nieuws-pers/Wonen_4_0_-_23_mei_2012_versie_def.pdf

De woningmarkteffecten van het plan voor een integrale hervorming van de woningmarkt: Wonen 4.0, ,http://www.eigenhuis.nl/downloads/nieuws-pers/Rapport_OTB_Wonen_40_23052012.pdf

maar vooral met:

SER,”Rapport Naar een integrale hervorming van de woningmarkt”, http://www.ser.nl/nl/publicaties/commissie%20sociaal%20economisch%20beleid/b28704.aspx , juni 2008.

[3] CPB Notitie Belastingcommissie Van Dijkhuizen, http://www.cpb.nl/publicatie/economische-effecten-pakket-commissie-van-dijkhuizen

[4] ] http://www.redjehypotheek.nl/index2.html

[5] DNB, http://www.statistics.dnb.nl/huishoudens/index.jsp

[6] Sweder van Wijnbergen, “Belastingvoorstel is een gemiste kans”,http://digitaleeditie.nrc.nl/digitaleeditie/NH/2012/9/20121019___/1_18/index.html#page19

[7] CVZ, Geldstromenkaart,http://www.cvz.nl/binaries/content/documents/cvzinternet/nl/documenten/rubriek+zorgcijfers/geldstromenkaart-awbz.pdf

[8]Dreesforum, “De vlaktaks. Naar een inkomstenbelasting met een uniform tarief”, http://wimdreesstichting.nl/page/downloads/Dreesforum_2_-_Vlaktaks.pdf , 116

CDA,”Een sociale vlaktaks”, http://www.cda.nl/Upload/wi/2009%20JUN%20Een%20sociale%20vlaktaks6.pdf , 64.

[9] Literatuur met een nadere toelichting op de 50% top rate tax discussie

a) Accountingweb, “HMRC’s case for reducing 50% rate”,  http://www.accountingweb.co.uk/article/hmrc%E2%80%99s-case-reducing-50-rate/526406

http://www.ifs.org.uk/budgets/gb2012/12chap9.pdf

c) Een fraai voorbeeld van naar een conlusie (hfdt 6) toewerken:  http://www.hmrc.gov.uk/budget2012/excheq-income-tax-2042.pdf

d) http://www.bbc.co.uk/news/business-17726084

d) Hoe ging de tax avoidance: http://www.kpmg.co.uk/pubs/Fifty_percent_tax_rate_May09_Accessible.pdf

e) en huilie huilie, dat kan rechts ook: http://www.telegraph.co.uk/comment/letters/9114040/Cut-the-50p-tax-rate-to-help-boost-business-and-encourage-entrepreneurs.html

[10] Bas Jacobs, “Een Economische Analyse van een Optimaal Belastingstelsel voor Nederland”,http://people.few.eur.nl/bjacobs/studiecommissie_belastingstelsel_finaal.pdf , blz 12.

11) Berekend aan de hand van:

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81290ned&D1=4,16-29&D2=0,54-63&D3=l&HDR=G2,G1&STB=T&VW=T en tabel 2 in een eerdere bijdrage.

[12] Raad van State, “Kamerstukken II 2010/2011, 32 767 nr. 4”, http://www.raadvanstate.nl/adviezen/zoeken_in_adviezen/zoekresultaat/?advicepub_id=9699

13)  Rapport studiecommissie belastingstelsel,  http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: