Skip to content

Pluk ze!, oh nee pardon, ontneem ze het voordeel!

25 september 2012

____________________________________________________________________________________________________________________________

De tuchtrechtspraak rond heer Moszkowicz heeft het nodige stof doen opwaaien. Niet juridisch onderlegd, laat ik de juridische merites graag over aan diegenen die door hun tekort aan andere vaardigheden maar rechten zijn gaan studeren. Wel zijn er natuurlijk vanuit economisch perspectief enkele kanttekeningen te plaatsen.

____________________________________________________________________________________________________________________________

Leon de Winter, nooit te beroerd om om een van oorlogsmisdaden verdachte heilstaat te verdedigen, neemt het deze keer op voor zijn boezemvriend de heer Moszkowicz in zijn stuk in de Volkskrant.[1] Dat Bram “onder vuur ligt van de deken” kan geen probleem zijn omdat Bram met zijn, al of niet bij de belasting aangegeven, inkomen zich best een deken van goede kwaliteit kan permitteren die dus wel brandwerend zal zijn.

Het zal eens tijd worden dat de deken, de hete adem in zijn nek voelend van de dreiging van een verdergaande wetgeving,  eindelijk werk maakt van advocaten die habitueel hun beroep maken van het opzettelijk voordeel trekken uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed. [2] Zulke advocaten brengen bovenmatige honoraria in rekening om topcriminelen te verdedigen. De topcriminelen hadden bij een juiste rechtsgang niet de middelen om deze topadvocaten te betalen, maar zouden genoegen moeten nemen met een pro deo advocaat om zich te laten verdedigen voor de eveneens onderbetaalde rechtenklerken die als rechters optreden. Als het openbaar ministerie en de belastingdienst door een betere kwantitatieve en kwalitatieve bezetting zijn werk goed deed, zou de crimineel geen pecunia hebben om die topadvocaat te betalen. [3, 8] Topadvocaten worden herhaaldelijk uitgenodigd bij praatprogramma’s als P&W, waarbij smeuïg over de zaken van topcriminelen wordt verteld en zo nodig selectief gelekt. Door de populariteit van dit soort programma’s stijgen de kijkcijfers en dus de reclame-opbrengsten, hetgeen verdacht veel op het voordeel trekken uit de opbrengst van een misdaad begint te lijken.

De orde van advocaten heeft overigens nog iets goed te maken,  geheel passend in de tijdgeest, was zij recent nog van mening dat

“Nederland er uit oogpunt van concurrentie goed voor moet waken dat onze Wid-verplichtingen niet zwaarder zijn dan die van de andere EU-staten. Dan snijden we ons in eigen vingers en gaan opdrachten niet naar de Nederlandse advocatuur, maar naar die van een ander EU land. Hiervan zijn reeds gevallen bekend. De lat moet overal precies even hoog liggen. De overheid/wetgever zou wat meer moeten doen blijken dat de juridische dienstverlening een belangrijke economische motor is, met veel omzet en werkgelegenheid.”[6]

Een beter pleidooi voor de bevordering van internatioanle criminaliteit onder het mom van marktwerking ben ik nog niet tegengekomen.

Nu zei Proudhon al dat eigendom diefstal is en dat geldt natuurlijk in het bijzonder voor uit misdaad verkregen eigendom. [4] De wetgever heeft dan ook een hele serie wetgeving in het leven geroepen om dat onwettelijk eigendom op te sporen en te confisqueren. [3 en 5] Met de evaluatie van die wetgeving kun je boekenkasten vullen. Aan de uitvoering schort het nog steeds. Rechtszaken nemen door onderbezetting en traineren jaren in beslag en de uitkomsten zijn vaak teleurstellend voor de rechtsstaat. [7]Voorzover de wetgeving ontoereikend is, wordt deze tergend langzaam gerepareerd.

Unger becijfert het bedrag uit Nederlandse criminele activiteiten op ongeveer 3,8 miljard euro en een extra 21 miljard euro dat door of in het land stroomt van buitenlandse criminaliteit. “Het witgewassen geld bedraagt inderdaad 5% van het Nederlandse BBP, wat neerkomt op 18-25 miljard euro en dus ongeveer de helft minder is dan oorspronkelijk voor Nederland was geschat.”[8] Aangezien de informele economie in Nederland op  ca 13% bbp gesteld kan worden, maken de criminele activiteiten dus kennelijk ca. 38% van dit saldo uit met een ruime bandbreedte.

Die criminelen kennen een aantal financiële dienstverleners die, al of niet onderkend, als helpers optreden. Gezien de omvang van dat criminele circuit gaat het om behoorlijke aantallen beroepsbeoefenaren die er op een of andere wijze mee in aanraking komen. Naïviteit, veelal gebaseerd op onkunde, is zeker geen reden een dergelijke financiële dienstverlener in zijn beroep te handhaven. Toezicht op de naleving van de meldingsplicht is er nauwelijks. [9] Van een een terugtredende overheid is in dit opzicht niet veel te verwachten. De Belastingdienst werkt aan veel projecten van criminaliteitsbestrijding niet mee, omdat er weinig evidente fiscale belangen zijn [7 blz.62]. Zij controleert daarnaast te weinig in het kader van een klantvriendelijke overheid. [10]  Banken zijn slechts matig (niet meer dan 30%) in staat het geldverkeer van hun cliënten over de landen heen te volgen en besteden minder aandacht aan witwassen.[11]  Ze moeten ook de maatregelen om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen en de sanctieregelgeving beter naleven. [12]

Als er eens een keer een onderzoek wordt ingesteld naar een grote fraudezaak (Klimop) in opdracht van het Functioneel parket (OM) dan zijn de conclusies mede door een gebrek aan toegang van relevante informatie teleurstellend. “In algemene zin kan worden opgemerkt dat geen van de zakelijke dienstverleners heeft gefunctioneerd als een barrière voor het plegen van fraude, bijvoorbeeld door een kritische en confronterende rol te spelen. De vastgoedfraude is uiteindelijk aan het licht gekomen door de oplettendheid van een controlerend belastingambtenaar.” [13]

Gezien de financiële belangen en het grote goed van bescherming van de rechtsstaat zou een parlementair onderzoek naar de gebreken in de organisatie van de misdaadbestrijding voor de hand liggen. Mogelijk effectiever is een snelle kwalitatieve en kwantitatieve uitbreiding van het opsporings- en justitiële apparaat onder centrale aansturing. Daarvoor moeten dan wel de financiële middelen beschikbaar gesteld worden. Dat de baten de extra kosten verre zullen overtreffen kan een ieder, ook zonder een doorrekening van het CPB,  op zijn klompen aanvoelen.

____________

Laatst bijgewerkt 25 september 2012.

[1] Zie het relnichten opinieblaadje: De Volkskrant, “Leon de Winter: ‘De deken heeft Bram Moszkowicz retorisch verkracht'”,  http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3321713/2012/09/25/Leon-de-Winter-De-deken-heeft-Bram-Moszkowicz-retorisch-verkracht.dhtml

[2] Artikel 461 WvS

1 Als schuldig aan opzetheling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie:
a hij die een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of een zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
b hij die opzettelijk uit winstbejag een door misdrijf verkregen goed voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of zakelijk recht ten aanzien van een door misdrijf verkregen goed overdraagt.

2  Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekt. (vet toegevoegd)

[3] W.v.S. artikel 36e 1e tot 3e lid
1 Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2 De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde strafbare feit of soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan.
3 Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, en tegen wie als verdachte van dat misdrijf een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien gelet op dat onderzoek aannemelijk is dat ook dat feit of andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
[4] Proudhon, “Qu’est-ce que la propriété”, http://kropot.free.fr/Proudhon-propriete.00.htm
[7]  P.A.M. Verrest en Y. Buruma. , “Waarom pakken we het criminele geld niet gewoon af?”, http://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/jv200602-witwassen.aspx , blz 60
[8] B Unger, “De omvang en het effect van witwassen”, http://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/jv200602-witwassen.aspx , blz 27 en 31.
[13]  Verwey Jonker instituut, Erasmus universiteit, “Bestuurlijke rapportage vastgoedfraudezaak ‘Klimop'”,  http://www.ciroc.nl/presentaties/Bestuurlijke-rapportage-vastgoedfraudezaak-Klimop.pdf , blz 11.
Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: