Skip to content

De financiële planning van een babyboomer

19 september 2012

____________________________________________________________________________________________________________________________

We behandelen nu eens de financiële planning van een mogelijk niet geheel representatieve babyboomer die samen met zijn echtgenote net 65 jaar geworden is.  Het voorbeeld laat goed zien hoe men met enige planning en een behoorlijk inkomen goed voor zich zelf kan zorgen. We laten ook zien welke mogelijke ontwikkelingen dit inkomensplaatje kunnen verstoren. Die toekomstige ontwikkelingen zijn in belangrijke mate afhankelijk van de politiek, die echter gewoonlijk niet meer dan enkele maanden vooruit denkt en kijkt.  

____________________________________________________________________________________________________________________________

Ons babyboom echtpaar zijn elk net 65 geworden en hebben in de loop van hun werkzaam leven een aantal vermogenscomponenten bij elkaar gesprokkeld die we afzonderlijk zullen behandelen. Op basis van de levensverwachting heeft hij nog 18,3 jaar en zij  21,3 jaar te leven, waarvan respectievelijk 10,9 en 11,3 jaar in goede gezondheid. Gelukkig hebben beiden een redelijke opleiding zodat hun levensverwachting ca. 4 jaar hoger uitvalt.[1]

Tabel 1  Startvermogen en startinkomen

Wij zullen nu de vermogenscomponenten afzonderlijk bespreken en gaan daar bij uit van een inflatie 2%, een reële (contract-) loonstijging van 1% en een interest van 3%. We nemen aan dat de belastingschijven en de heffingskorting voor de loonstijging geïndexeerd blijven, hoewel in 2013 al weer tegen dit principe wordt gezondigd. De lage tarieven worden veroorzaakt doordat de op 17,9 % gefixeerde AOW-premie niet meer verschuldigd is.

(1) AOW

Hoewel de AOW-regeling een kwestie is van politieke dagkoersen is de AOW nog steeds officieel gekoppeld aan de contractlonen en bedraagt voor 2012 € 9.958 per persoon. [2] De contante waarde van de AOW-uitkering  is gegeven de eerder genoemde veronderstellingen gelijk aan de nominale waarde van de uitkeringen maal het aantal levensjaren. Voor de man dus € 175.000 en voor de vrouw € 204.000, zodat elke echtpaar van staatswege een bruto vermogen van € 379.000 “krijgt” op 65-jarige leeftijd. Hun eigen AOW-premie hebben zij  mede voor hun ouders betaald.  Netto is dit na aftrek van 15,2% belasting € 321.000. Ter vergelijking bij de ING kun je voor een dergelijk bedrag een  bruto niet welvaartsvaste levenslange lijfrente kopen van respectievelijk € 11.036 (m) of € 10.512 (v) of samen € 21.548. [3]

Toekomst

Of de AOW geïndexeerd  blijft op basis van de ontwikkeling van contractlonen is  maar zeer de vraag. Het verleden biedt geen garantie voor de toekomt. In het verleden is indexering overigens wel eens overgeslagen. Over de houdbaarheid van de AOW wordt soms de meest baarlijke nonsens verteld. Door de toenemende fiscalisering van de AOW gaan de ouderen sluiks meebetalen aan hun eigen AOW. In 2040 wordt bijna twee derde van de AOW uit de belastingen betaald. In de periode 1-1-1995 t/m 1-1-2011 steeg de AOW gemiddeld 2,2%. Dit is o,8% minder dan waar de veronderstellingen van uit gaan (2% inflatie +1% reëel).

(2) Lijfrente

Het bedrag van de opgebouwde lijfrentes die vrijkwam bedroeg € 309.350. Hiervoor werd een levenslange lijfrente van € 15.000 gekocht op het leven van beide partners (100%). De lijfrente wordt belast tegen 24,05% terwijl de premies eerder werden afgetrokken van de belastingen tegen 42% en deels zelfs tegen veel hogere percentages (kon destijds tot wel 72% toe). Daar komt nog bij dat over de duur van het contract nooit vermogens- rendementsheffing is betaald over het rendement. Omdat over de lijfrente 24,05% belasting moet worden betaald, is de start vermogenswaarde van de polis  €235.000. Door de uiterst lage rekenrente, die overigens van de AFM nog steeds niet hoeft te worden vermeld in de lijfrenteoffertes, is de uitkering lager dan oorspronkelijk begroot.[4]

Toekomst

De waarde van de lijfrente is sterk afhankelijk van de toekomsige inflatie. Mogelijk gaat het rendement op de lijfrente eens onder de vermogensrendementsheffing vallen. [5] Hopelijk doet de toezichthouder zijn werk en is de verzekeringsmaatschappij in staat om aan zijn verplichtingen te voldoen.

3) Pensioen

Aan het partnerpensioen van € 10.000 wordt om praktische redenen uitgegaan van de vermogenswaarde van een lijfrente, met het lagere belastingtarief, met een waarde van €164.000.  Omdat de indexering bij het pensioenfonds al enkele jaren achterwege is gebleven wordt in de prognose uitgegaan van een nominale uitkering zonder indexering. Ook hier is de premie tegen 42% afgetrokken terwijl de uitkering tegen gemiddeld 15,7% wordt belast. In totaal loopt de staat jaarlijks zo’n 10 miljard mis door dit tariefverschil  en de vrijstelling van vermogensrendementsheffing.[6]

Toekomst

De toekomst van deze uitkering is onzeker, gezien de forse tekorten bij het pensioenfonds. In de prognose is ervan uitgegaan dat het fonds de nominale uitkering kan waarmaken, maar dat de indexering achterwege blijft.

(4) Spaargeld

Het spaargeld bedraagt €100.000, mede dankzij een erfenisje. Ervaringen met de financiële sector (woekerpolissen en pensioenfonds) maken het aantrekkelijk het heft in eigen hand te nemen. Ondanks de door de centrale banken gemanipuleerde huidige lage rentestand en de gebrekkige marktwerking wordt het geld daarom i.v.m. risico-aversie toch bij een bank uitgezet. Gebruik makend van de tarieven van de Rabobank deposito’s,  kiest het echtpaar ervoor jaarlijks 1/20 deel met de uitgekeerde rente te besteden en zo de spaarpot in 20 jaar op te souperen. De afnemende rente-inkomsten sluiten goed aan bij het verwachte bestedingspatroon. Daartoe worden deposito’s van € 5.000 uitgezet met een looptijd van 1-20 jaar. Deze geven een gemiddelde rente van 3,3% (2013) tot 4,2% (vanaf 2026). Eerst vanaf 2020 wordt een rente van 4% genoten, overeenkomend met het forfaitaire vermogensrendementsheffing percentage. Overigens is deze rendementsheffing vanaf 2019 niet meer verschuldigd door intering op het spaarsaldo en de oplopende vrijstelling.

Toekomst

Doordat het spaargeld voor lange tijd is vastgelegd bestaat er een vrij groot risico van een rentestijging door oplopende inflatie.  Als de ECB de gevolgen van quatitative easing niet tijdig kan neutraliseren is dat risico niet denkbeeldig. Ook de Duitse loondumping staat onder druk.

(5) Eigen Huis

Het eigen huis heeft een WOZ-waarde van €300.000 en is vrij van hypotheek.  In 1974 gekocht voor € 39.000 v.o.n. levert dat een onbelaste vermogenswinst van € 261.000  op, terwijl de HRA in de loop der jaren er voor gezorgd heeft dat de staat nog eens ca 25% van de aanschafwaarde gesubsidieerd voor zijn rekening genomen of bijna €10.000. De marktconforme huur bedraagt 4,5% van de WOZ-waarde of  €13.500. De Wet Hillen maakt dat in het kader van eigenwoning-cliëntelisme geen eigenwoningforfait (€ 1.800) verschuldigd is.

Als het echtpaar 15 jaar in goede gezondheid leeft, zal het huis dan een geprognotiseerde waarde hebben van ca € 467.000. en dit bedrag kan dan onbelast worden aangewend voor een verzorgingstehuis. [8]

Toekomst

Volledige afschaffing van van de HRA leidt naar verwachting tot een dalingen van de huizenprijzen met ca 20-25%. Mogelijke is een deel van deze daling al in de huidige huizenprijzen verwerkt. De belastingtarieven kunnen dan echter wel met 5% dalen. Mocht de Wet Hillen worden afgeschaft dan is de bijtelling (€ 1.800) nog steeds een schijntje van de genoten opbrengst. Zou de eigen woning onder de vermogensrendementsheffing komen te vallen dan is jaarlijks 3,600 belasting verschuldigd. Aannemelijk is echter dat dan de vrijstelling vermogensrendementsheffing dan wordt verhoogd. Beide bedragen nemen toe met de stijging van de WOZ-waarde.

Mocht 4.0 wonen door de politiek i.v.m. het gebrek aan denkkracht onverkort zijn beslag krijgen dan zal de waarde van woning in 2028 zo’n € 404.000 bedragen.[6] De vermogensrendementsheffing voor de eigenwoning wordt dan als douceurtje voor de Vereniging Eigen Huis echter niet ingevoerd. Mocht het voorstel van de studiecommissie belastingstelsel het halen dan wordt de huurwaarde zelfs op 5,7% van de WOZ-waarde gesteld. Het resulterende lagere belastingtarief (5%) biedt dan weinig soelaas. [5, blz. 176]

De prognose van het netto besteedbaar inkomen ziet er dan als volgt uit:

Tabel 2 Prognose besteedbaar inkomen

(1) De prognoses zijn gebaseerd op de eerder genoemde veronderstellingen. Koopkracht is gebaseerd op inflatie, van keeping up with the Joneses zal echter steeds minder sprake hoeven zijn.

(2) Alleen de AOW, heffingskortingen [9] en de huurwaarde huis volgen de welvaartsontwikkeling (exclusief incidenteel). De AOW maakt daarom een steeds groter deel van  het besteedbaar inkomen uit. Of de heffingskortingen (algemene heffingskorting en ouderenkorting) deze ontwikkelingen blijven volgen is op grond van bovenstaande opstelling maar de vraag.

(3) De waardeontwikkeling van het huis is sterk afhankelijk van de marktomstandigheden op het moment van verkoop. De financiële markten kennen nauwelijks producten om het risico van een tijdelijk dip in te dekken.  Voor mogelijke constructies zie literatuur [8].

De financiële positie van het echtpaar is dus mede door het gunstige fiscale klimaat redelijk onbezorgd, maar natuurlijk niet representatief voor de oudere bevolking als geheel. Door de netto-netto-koppeling heeft het geen zin belasting toe te rekenen aan de AOW. Het echtpaar bespaart 17,9% van 25.000 of € 4.475 aan AOW-premie. Dat is €124 meer dan de belasting en premies van € 4.351 die zij daar nu over betalen.

Nadere informatie over de vermogenspositie is te vinden in deze bijdrage met verwijzing naar de statline tabellen van het CBS. Over de financiële positie van de ouderen in het algemeen verwijzen we naar deze literatuur[10]

En wilt u zelf met uw planning aan de gang? Raadpleeg dan de pensioenschijf: http://service.nibud.nl/pensioenschijf/ Ik zou alleen niet mijn spaargeld over de periode 65 jaar – 90 jaar uitsmeren zoals het NIBUD doet, tenzij u in het bezit bent van heel aardige bloedjes van kinderen en het geld niet zelf nodig heeft.

______________

Laatst bijgewerkt 19 september 2012

[1] CBS, “65-jarige mannen hebben nog 11 gezonde levensjaren voor de boeg”, http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/gezondheid-welzijn/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2908-wm.htm. Geactualiseerde cijfers 2011: CBS Statline,  http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=71950NED&D1=0-1&D2=a&D3=14&D4=0&D5=0,10,20,28-30&HDR=T&STB=G1,G2,G3,G4&VW=T en voor opleiding: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=71885NED&D1=0-1&D2=a&D3=14&D4=a&D5=0&D6=a&HDR=T,G2,G3&STB=G4,G1,G5&VW=T

[2] http://www.svb.nl/int/nl/aow/hoogte_aow/bedragen/

[3] [6] http://www.mejudice.nl/artikel/602/een-welvaartsvaste-aow-droom-of-werkelijkheid

Dit artikel geeft overigens een vertekend beeld van de ontwikkeling van de AOW-uitkering omdat miskent wordt dat de AOW de eerste jaren ver beneden het bestaansminimum lag.  Voor een discussie over de houdbaarheid van de AOW zie de volgende bijdrage en de daar vermelde literatuur.

[4] ING, https://vz.ing.nl/wp6/myportal/openING/verzekeren/levensverzekeringen/dil?insuranceProductType=DLAP2LI

[5]  Rapport studiecommissie belastingstelsel,  http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html , blz 177.

[6] K.P. Goudswaard, ‘Inspelen op vergrijzing’, AE Consultancy, februari 2009, pp. 1-8.  http://media.leidenuniv.nl/legacy/kpg-2009-02.pdf, , blz 5.

[7] 4.0 wonen komt uit op ca 2,14% per jaar als hun plan wordt geïmplementeerd en ca 3% indien alles zo blijft. Gerekend is met 2% respectievelijk 3%. Voor literatuur zie eerdere bijdrage.

Het enthousiasme voor dit schotschrift vooral van PvdA-zijde is opmerkelijk, terwijl er al sinds 2008 een veel degelijker voorstel van de SER ligt:

http://www.nvm.nl/Actual/Augustus_2012/Samsom_voortbouwen_op_WONEN_4_0.aspx

http://www.aedes.nl/content/artikelen/corporatiestelsel/verkiezingen/gedateerd/debat-open-huis-Aedes.xml

SER,”Rapport Naar een integrale hervorming van de woningmarkt”, http://www.ser.nl/nl/publicaties/commissie%20sociaal%20economisch%20beleid/b28704.aspx , juni 2008.

[8] Frans De Roon, Piet Eichholtz en Kees Koedijk, 2011, “Je eigen huis als pensioen is zo gek nog niet”,Me Judice, jaargang 4, 18 februari 2011, http://www.mejudice.nl/artikel/573/je-eigen-huis-als-pensioen-is-zo-gek-nog-niet

Vereniging Eigen Huis, “Pensioen staat als een huis”, http://www.eigenhuis.nl/downloads/nieuws-pers/Rapport-Pensioen-staat-als-een-huis.pdf

[9]http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/nieuw_in_2012/heffingskortingen/heffingskortingen_65_plussers

[10] Literatuur:

[a] http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/inkomen-bestedingen/publicaties/artikelen/archief/2011/2011-3307-wm.htm

[b] http://docs.szw.nl/pdf/129/2006/129_2006_3_10147.pdf

[c] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/12/02/bijlage-inkomenspositie-ouderen.html

[d] http://www.scp.nl/Onderwerpen/J_t_m_O/Ouderen

[e] http://www.rvz.net/uploads/docs/Achtergrondstudie_Bouwstenen_voor_een_toekomstbestendige_zorg_voor_ouderen.pdf

[f] http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/publicaties/publicaties/archief/2012/2012-babyboomers-pub.htm

[g] En speciaal voor de heer Wilders: http://www.forum.nl/pdf/allochtoneouderen.pdf

Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: