Skip to content

AEX-league en belastingen

16 augustus 2012

____________________________________________________________________________________

{Er komt geen volgende versie – het aantal raadplegingen rechtvaardigt niet de tijd die het kost om een actuele opstelling te maken. Voor actuele informatie verwijs ik naar “Grote Bedrijven, Kleine Lasten. Een onderzoek naar de effectieve belastingdruk voor grote Nederlandse bedrijven,”, http://www.somo.nl/publications-nl/Publication_4282/ , april 2016}

Het is in linkse kringen nogal gebruikelijk om te suggereren dat onze multinationals op grote schaal belastingen ontgaan c.q. te weinig belasting betalen.[1] Gegeven het feit dat de toelichting bij hun jaarrekening een reconciliatie van de belastinglast dient te tonen valt eenvoudig vast te stellen of die stelling hout snijdt.  We hebben daarom de belastinggegevens voor 2011 voor deze 25 AEX beursondernemingen maar eens aan de hand van de jaarrekening samengevat en tonen aan dat de feiten anders uitwijzen.

Deze bijdrage gaat niet over de rol die Nederlandse tussenholdings spelen bij het ontgaan van buitenlandse belastingen door Multinationals. Zie hiervoor de recente OESO-studie [9] , of het artikel in Die Zeit inzake Google, Apple. Starbuck, etc. [10]. In de volgende  versie voor 2012 zal ook aandacht worden besteed aan het uitstellen van betaling van belastingen. Het feit dat de last wordt genomen wil nog niet zeggen dat de belasting snel wordt afgedragen. 

____________________________________________________________________________________________________________________________

Onze belangstelling gaat met name uit naar de vraag “in hoeverre ondernemingen in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen hun  fair share aan winstbelasting betalen.” [2] De Winstbelasting in Nederland bedroeg voor 2011 25% en dat percentage is onder druk van de globalisering de laatste jaren telkens verlaagd. Dat percentage staat hier niet ter discussie, we gaan alleen na in welke mate dat percentage wordt gerealiseerd. Het gaat hierbij natuurlijk om het wereldinkomen. Het percentage dat daadwerkelijk ten laste van de winst komt wordt mede beïnvloed door tijdelijke verschillen en verliescompensatie van in het verleden gemaakte verliezen. De eerste kunnen bij uitstel rentewinst opleveren, de laatste kunnen renteverlies veroorzaken en deze verliezen kunnen zelfs verdampen indien niet snel winst gemaakt wordt.  De informele economie, die voor Nederland zo’n 13% van het bbp bedraagt speelt door de interne governance bij deze multinationals geen rol. [3] De grote AEX-bedrijven dienen daarnaast veelal te voldoen aan de Foreign Corrupt Practices Act of 1977 (FCPA) .[4]

Om direct maar met de resultaten te beginnen: deze tabel geeft een samenvatting:

Tabel 1 Effectieve belastinglast en belastingpercentage AEX-ondernemingen (€ mln.)

Toelichting:

(1) De volgende ondernemingen zijn uitgelicht:

(a) Shell, omdat diens belastinglast inclusief Upstream levies getoond wordt, vertekend dit het totaal beeld. Schattenderwijs gaat het hier om ca 11 mld. Inzicht in het effectieve vennootschapsbelastingtarief ontbreekt hierdoor.

(b) Arcelor Mittal (AM) is statutair gevestigd in Luxemburg (belastingtarief (28,8%), in de vergelijking normaliseren we dat tarief op 25%, het verschil staat onder aanpassing mix.. AM heeft baat bij belastingtarieven in Oost-Europa en Azie, maar kennelijk ook België [5], die zo bijzonder zijn dat we voor de normalisatie van het overzicht deze onderneming eruit gelicht hebben.

(2) De resterende 23 ondernemingen tonen in zijn totaliteit het gebruikelijke beeld, met een effectief belastingtarief van bijna 23%.

(4) Shell is goed voor 52% van de nettowinst van alle AEX-fondsen. De volgende 5 ondernemingen in de top nettowinst lijst (ING, Unilever, PostNL, Heinekenen  en KPN) nemen nog eens 33% van de nettowinst voor hun rekening. Deze zes ondernemingen hebben dus samen een aandeel van 85% van de nettowinst van alle 25 AEX-ondernemingen. De AEX is daarmee, zoals genoegzaam bekend, volstrekt niet representatief voor het bedrijfsleven. Opmerkelijk is het derhalve dat de radioluisteraar al jaren lang dagelijks lastig gevallen door beursjunkies over een ietsje pietsje stijging of daling van de AEX-index.

De volgende ondernemingen genoten blijkens hun jaarrekening van belastingfaciliteiten:

Tabel 2 Genoten belastingfaciliteiten (€ mln.)

Toelichting:

(1) De innovaties subsidies spelen hierbij een belangrijke rol. “Bij het  Agentschap NL/ NL Innovatie bent u met een (kennelijk gouden – CM) handdruk verwijderd van van de partners die voor het welslagen van uw project van grote waarde kunnen zijn.”[6]

(2) ASML heeft een overeenkomst met de fiscus waarbij inkomsten uit research en development gedeeltelijk vrijgesteld zijn van belastingen (“Innovation Box”). De overeenkomst is aangegaan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007 en loopt tot 31 december 2016. Door de terugwerkende kracht van de overeenkomst haalde ASML € 37,5 mln. extra binnen. De vraag is altijd weer hoeveel investeringen niet gedaan zouden zijn, als de subsidie niet verstrekt was. Vroeger noemde je dat je over je graf heen regeren, maar innovatie is natuurlijk een heilige koe van Verhagen. Het gevolg is dat sommige ondernemingen profiteren, terwijl andere ondernemingen het gelag betalen door een hoger vennootschapsbelastingtarief. De aandeelhouders van de geluksvogels kunnen incasseren door een waardestijging van hun aandelen door de verhoogde contante waarde van de cash flow. De staat treedt weer op als de geluksmachine van Uri Rosenthal.

[4] ArcelorMittal verantwoordt een Belgische notional interest bate van $733 mln, onder aftrek van een recapture van $ 554 mln.. dus netto $ 179 mln (€ 138 mln.). [7]

5) Unibail-Rodamco maakt gebruik van de Franse Sociétés d’Investissements Immobiliers Cotées (SIIC) en bespaart daarmee 22,4% belasting.

(5) De subsidies, exclusief ArcelorMittal bedragen € 1.391 mln., dat is ca 10% van het gezamenlijk belastbaar inkomen van deze negen ondernemingen of 32 % van de door deze ondernemingen te betalen belastingen voor de verleende subsidie.

Tabel 3 Samenvatting reconciliatie statutair belastingtarief naar effectief belastingtarief  AEX -ondernemingen 2011 (€ mln.)

(click op tabel om te vergroten)

Toelichting

(1) De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde jaarrekeningen van de ondernemingen [7] De lijst is verder gesorteerd naar belastbaar inkomen.

(2) Het gemiddelde statutaire belastingtarief is een nogal dubieuze grootheid. Dit gemiddelde kan van jaar tot jaar aanmerkelijk schommelen door fluctuaties van de winst- c.q. verliescijfers die vervolgens de mix beïnvloeden en tariefwijzigingen. Zo had Philips bijvoorbeeld de volgende gemiddelde belastingtarieven: 2009: 18,1%, 2010: 26,6% en 2011: 55,4%.

(3) Naast een voorgaande verklaring van de voor sommige ondernemingen lage effectieve belastingtarieven door belastingfaciliteiten zijn de volgende toelichtingen nog relevant (percentages in % belastbaar inkomen):

(a) Aegon profiteert naast de tax credits (€ 67 mln.) ook van de race to the bottom  voor wat betreft belastingtarieven in Canada, UK en Japan. ( € 51 mln.). Intercompany herverzekeringsactiviteiten tussen Ierland en de VS leverde nog eens 39 miljoen op. Het effect van deze drie posten samen komt hiermee op 17% van het belastbaar inkomen.

(b) Ahold’s belastinglast is inclusief een bate uit voorgaande jaren (2004) van €109 mln. (11%) doordat een voorziening voor financieringstransacties is vrijgevallen.

(c) De volgende ondernemingen profiteren van een laag gemiddeld statutair tarief: Reed Elsevier (6%),  DSM (5%), Boskalis (9%), en Fugro (8%). Dit lagere tarief kan worden veroorzaakt door substantiële bedrijfsactiviteiten in landen met een laag tarief of door winstverschuiving naaar landen met een laag tarief. In het laatste geval is dat te wijten aan nalatigheid van de belastingdienst van het benadeelde land om te beoordelen of transacties wel volgens het arm’s length principle hebben plaats gevonden en om zo nodig de belastingaangifte aan te vechten. Zo de jaarrekening is voorzien van een goedkeurende verklaring zal ook de accountant dit (marginaal) hebben getoetst, een algemene passage over onzekerheden in de belastingheffing volstaat niet.

Een analyse van de jaarrekeningen laat zien dat de ondernemingen een percentage belastingen betalen dat redelijk in de buurt ligt van de statutaire tarieven.  De uitzonderingen zijn terug te voeren op door de politiek kennelijk gewenste belastingfaciliteiten, deels in het buitenland, waarvan de impact zo’n  € 1,6 mld. is. Voor de omvang van het gebruik van Nederlandse Bijzondere Financiële Instellingen (BFI’s) door buitenlandse multinationals en rijke privépersonen zie  een afzonderlijke bijdrage.

________________

Laatst bijgewerkt 27 februari 2013

[1]  http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/11/23/beantwoording-kamervragen-nederland-belastingparadijs-voor-veel-multinationals/beantwoording-kamervragen-nederland-belastingparadijs-voor-veel-multinationals.pdf

[2] PWC, “Winstbelastingen in de jaarrekening: het is tijd voor verandering”, http://www.pwc.nl/nl/spotlight/assets/documents/pwc-spotlight-2012-01-ende-naarding-inkomstenbelasting-06.pdf , blz. 32.

[3] zie bijdrage Informele economie voor literatuur.

[4] The Unites States Department of Justice, Foreign Corrupt Practice Act, http://www.justice.gov/criminal/fraud/fcpa/

[5] Zelfs Wikipedia is de belastingplanning van ArcelorMittal opgevallen http://nl.wikipedia.org/wiki/ArcelorMittal . en http://www.demorgen.be/dm/nl/996/Economie/article/detail/1333771/2011/10/14/Financieel-centrum-ArcelorMittal-betaalde-geen-belastingen-in-2010.dhtml

[6] “Minsterie Economische zaken, landbouw en innovatie, , “Over NL Innovatie”,  http://www.agentschapnl.nl/divisie/over-nl-innovatie

[7] Noot 19 jaarverslag.

[8] Uitgangspunten bij het samenstellen van de tabellen:

(a) De gegevens uit de jaarrekeningen in vreemde valuta zijn pro forma omgerekend tegen de ECB- koersen per 30 december 2011: 1€= $ 1,2939  en 1€= £ 0,83530

(b) Voor de vergelijkbaarheid is een statutair belastingtarief van 25% aangehouden voor alle ondernemingen, indien nodig zijn de cijfers aangepast.

(c) De presentatie in de jaarrekening is gevolgd met samenvoeging van enkele posten. Derhalve komen resultaat deelnemingen, impairment en discontinue operaties zowel in de belastingreconciliatie als in een afzonderlijke kolom voor.

[9] OESO,”Addressing Base erosion and profit shifting”, http://www.oecd.org/ctp/BEPSENG.pdf

[10] Die Zeit, “Gewinne @Oase.com. Große Konzerne aus Amerika vermeiden steuren, wo sie können, jetzt stoßen sie auf Widerstand”, 21 februari 2013, blz 21. Hierin wordt met name de Double Irish with a Dutch sandwich constructie behandeld.

Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: