Skip to content

“Nederlandse” Investeringen in het buitenland

6 augustus 2012

_____________________________________________________________________________________________________________________

De Nederlandse bank heeft recent enkele statistieken gepubliceerd die nadere informatie geven over de outbound en inbound directe investeringen en outbound beleggingen  van Nederland.  De term Nederlandse investeerders in de kop van het persbericht is verwarrend omdat een niet onbelangrijk deel van de investeringen in handen is van in Nederland gevestigde dochtermaatschappijen van buitenlandse moeders (de zgn. Bijzondere Financiële Instellingen – BFI’s). [1] DNB spreekt in haar persbericht om onduidelijke redenen van “sommige gevallen” terwijl het om ca drie kwart van de investeringen gaat.[1a]

Het gaat voor 2011 in het totaal om € 4.191 mld. investeringen (6,9 x bbp 2012), waarvan  € 3.093 mld. directe investeringen (incl. 76% BFI’s) en  € 1.098 mld. beleggingen in het buitenland.  Daar staan  € 2.381 mld. buitenlandse directe investeringen in Nederland tegenover, (incl. 82% BFI’s). We laten de belangrijkste landen in een overzicht zien en besteden daarbij bijzondere aandacht aan de GIIPS-landen en de opkomende economieën.

_____________________________________________________________________________________________________________________

De informatie is ontleend aan de stand van de investeringen in buitenlandse ondernemingen door ondernemingen en beleggers gevestigd in Nederland aan het einde van het jaar. [2] In  de opstelling zijn bijzondere financiële instellingen (BFI’s) inbegrepen. BFI’s zijn in Nederland gevestigde dochtermaatschappijen van buitenlandse moeders die fungeren als financieel intermediair tussen diverse buitenlandse onderdelen van het concern waarvan zij deel uitmaken. Deze BFI’s maken dat Nederland wel als een belastingparadijs wordt gekwalificeerd met zijn veelal alleen voor fiscale doeleinden in het leven geroepen tussenholdings.

In het algemeen moet men zich realiseren dat de BFI’s het beeld nogal verstoren omdat deze instellingen:

(1) Nauwelijks iets met de reële economie van Nederland uit staande hebben;

(2) Het ondernemingsrisico veelal door een buitenlandse partij gedragen wordt die daar bij back-to-back leningen vaak ook nog garanties voor heeft afgegeven.

De gegevens worden door DNB beschikbaar gesteld aan de database van het IMF. “Hierin kan per deelnemend land inzicht worden verkregen in (een deel van) zijn exposures op een groot aantal andere landen, andersom kan voor elk individueel land worden vastgesteld welke landen herin de grootste bedragen hebben uitstaan. ” [2a] Niet in te zien valt hoe de effecten van het opnemen van BFI’s dit inzicht voor Nederland bevordert. Het risico van dit soort posten valt in het moederland van de groepsmaatschappij, die veelal ook nog garanties heeft afgegeven voor de back to back leningen van de tussenholdings.

Des al niet te min krijgt men op deze wijze een enig inzicht hoe deze virtuele economie door onze boeken loopt. Tabel 12.11 op de site van  DNB geeft inzicht in de reconciliatie van de betalingbalans en extern vermogen. [4].  Tabel 12.6. stand jaar geeft een gedetailleerd overzicht per land van de directe investeringen van uit Nederland, maar nu zonder BFI’s.[4]  De kapitaaldeelnemingen en overige investeringen, die aansluiten met de betalingsbalans [4] tellen daar op tot € 756.664 mln. (2010: € 719.605 mln.), een kwart van de outbound in tabel 1.  Tegen marktwaarde komt daar overigens nog eens 209 mld. bij. (tabel 12.10) Evenzo geeft tabel 12.6.1. de directe buitenlandse investeringen in Nederland. Deze bedragen € 449.995 in 2011 (2010: € 443.877 mln.), 18 procent van in inbound in tabel 5. Tegen marktwaarde komt daar 138 mld. bij. (idem) Het persbericht is dus op zijn minst incompleet, zo niet misleidend. [1a] Zie tabel 2 voor een verdere kwantificering.

Achtereenvolgens behandelen we de stand investeringen incl. BFI’s, de eliminatie van de BFI’s standen, de investeringen in de GIIPS-landen en de opkomende economieën  en tot slot een vergelijking van de standen in de periode 2009-2011.

Tabel 1 Stand belangrijkste outbound investeringen en beleggingen 2011 in mln. (incl. BFI’s)

(Click op tabel om te vergroten)

 Toelichting:

(1) De tabel is gesorteerd op grootte van het totaal bedrag aan investeringen.

(2) In de tabellen van DNB is voor  een aantal posten de waarde [C] aangegeven. Deze posten zijn confidentieel hebben betrekking op posten die a) qua aantal te gering zijn of b) dominant zijn als individuele waarneming binnen het totaal en daarom confidentieel gehouden dienen te worden. Er is vaak  een opmerkelijk relatie tussen dit soort C- posten en het feit dat het betreffende land door de OECD als tax haven wordt aangemerkt. [3] De C- posten gezamenlijk zijn onder Totaal vertrouwelijk (C) in tabel 1 opgenomen. Voor 2011 bedroeg het bedrag aan outbound investeringen die vertrouwelijk werden gekwalificeerd totaal € 32.709 mln. (inbound 35.025 mln.), zoals ook uit tabel 4 blijkt. Hoewel er nog genoeg tax havens overblijven waarvan de data wel beschikbaar is (zie b.v. tabel 1), is om die reden toch afgezien van een  afzonderlijke tabel met investeringen in tax havens.

(3)  De bijzondere positie van Luxemburg (beleggingsfondsen), naast enkele notoire tax havens valt op.

[4] In discussies over de omvang van het Nederlandse bankwezen wordt veelal een relatie gelegd met ons bbp. Mogelijk zou men ook eens moeten kijken naar het niveau  van deze investeringen.

Tabel 2 Stand  out- en inbound directe investeringen en beleggingen 2011 in mln met splitsing (incl/excl. BFI’s).

(Click op tabel om te vergroten)

Toelichting

(1)  In deze tabel worden de SFI’s directe investeringen bepaald door de Nederlandse investeringen van het totaal af te trekken. Voor de blanco velden zijn de gegevens vertrouwelijk. Hier zien we dus weer de in tabel 1 al besproken confidentiële investeringen {totaal vertouwelijk (C)} terug en tevens het belang van enkele tax havens.. In de Nederlandse gegevens zijn de vertrouwelijke gegevens met . aangegeven en is de aansluiting dus zoek.[5]

(2)We zien dat de BFI’s een uiterst belangrijke rol spelen in de bruto cijfers. Enkele imaginaire voorbeelden van het gebruik van tussenholding mogen dit verduidelijken: Een Zweedse moeder investeert in Amerikaans onroerend goed; een Italiaanse moeder houdt haar deelnemingen via een Nederlandse tussenholding in b.v. Frankrijk; een Engelse bank haalt obligaties op in de kapitaalmarkt met garantie van de moeder en leent deze terug aan de moeder zelf met een klein spread. In al deze gevallen ligt het financiële risico materieel buiten Nederland en wordt het bedrag aan outbound en inbound investeringen opgeblazen, zonder dat de Nederlandse economie daar substantieel beter van wordt. Het is dan ook meer een werkgelegenheidsproject voor de Amsterdamse Zuidas en faciliteert het ontgaan van belastingheffingen op kapitaal- en dividendstromen., royalties en patentinkomsten.

Tabel 3A  Stand out- en Inbound investeringen en beleggingen GIIPS-landen 2011 in mln. (incl. BFI’s)

(Click op tabel om te vergroten)

 Toelichting:

(1) De daling t.o.v. 2010 komt voor bijna 6 mld. voor rekening Griekenland (waarvan 4,2 mld. beleggingen) en 21,9 mld. Italië (13,8 mld. beleggingen). De directe investeringen in Spanje namen nog met 10,3 mld. toe. Volgens DNB daalde de waarde van de Italiaanse effectenbeleggingen sinds eind 2009 met 28 mld. en die van de Griekse met 13 mld. [2a].

Gezien het belang van de BFI’s volgt hieronder het overzicht directe investeringen zonder BFI’s:

Tabel 3b Stand out- en Inbound  directe investeringen GIIPS-landen 2011 in mln (excl. BFI’s)

(Click op tabel om te vergroten)

Toelichting

(1) De resterende exposure wordt nu een stuk duidelijker. Voor de eigenaar van de beleggingen zie tabel 2.

Tabel 4a Stand outbound investeringen en beleggingen opkomende economieën 2011 in mln (incl. BFI’s).

(Click op tabel om te vergroten)

Toelichting

(1) De OECD-indeling voor “emerging economies” is hierbij aangehouden. [3]

(2) Te constateren valt dat de groei t.o.v. 2010 in directe investeringen (7,6%) en beleggingen (0,3%) in de opkomende economieën nogal laag is. Een gunstige uitzondering vormt Brazilië die 55% van de groei in 2011 van de investeringen in deze economieën voor zijn rekening neemt.

Tabel 4b Stand outbound investeringen en beleggingen opkomende economieën 2011 in mln (excl. BFI’s).

(Click op tabel om te vergroten)

 

Tabel 5a  Overzicht stand directe outbound en inbound investeringen  2009-2011 in mln (incl. BFI’s)

(Click op tabel om te vergroten)

Toelichting:

(1) De tabel is gesorteerd op grootte van het totaal bedrag aan directe investeringen 2011.

(2) Over Kazachstan zie artikel financieel dagblad als typisch voorbeeld. (registratie verplicht) [6] Een startend land kan door tussenholdings gebruik maken van het uitgebreide net van Nederlandse belastingverdragen die het anders tijdrovend eerst zelf moet uit onderhandelen.

Tabel 5b Overzicht stand directe outbound en inbound investeringen  2009-2011 in mln (excl. BFI’s)

(Click op tabel om te vergroten)

Toelichting:

(1) De opgeklopte verhalen over de Nederlandse investeringen in de VS worden ineens een stuk minder indrukwekkend.[1a]

(2) De groei blijft achter bij de investeringen inclusief BFI’s (tabel 5a).

_________________

Laatste bewerkt 7 augustus 2012

[1] Voor algemene achtergondinformatie over BFI’s wordt verwezen naar DNB Statisch bulletin december 2010, “Euro 90 miljard aan inkoimsten doorgesluisd via Nederlandse BFI’s”, http://www.dnb.nl/binaries/DNB%20sb%20dec_tcm46-244974.pdf en http://www.cpb.nl/publicatie/inkomende-directe-investeringen-en-economische-prestaties

[2] Overzicht : http://www.statistics.dnb.nl/index.cgi?lang=nl&todo=Balans  De data zijn ontleend aan:

[a] DNB, “Angelsaksische landen populairst onder Nederlandse investeerders en beleggers”, http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/statistisch-nieuws-2012/dnb276154.jsp

[b] DNB, “T12.6.4 Directe investeringen in het buitenland (standen) per land, inclusief BFI’s”, http://www.statistics.dnb.nl/popup.cgi?/usr/statistics/excel/t12.6.4ny.xls

[c] DNB, “T12.6.3 Directe investeringen in Nederland (standen) per land, inclusief BFI’s”, http://www.statistics.dnb.nl/popup.cgi?/usr/statistics/excel/t12.6.3ny.xls

[d] DNB, “T12.7.4 Effectenbezit naar sector en land, inclusief BFI’s”, http://www.statistics.dnb.nl/popup.cgi?/usr/statistics/excel/t12.7.4ny.xls

[3] OECD, Progress report,  http://www.oecd.org/tax/harmfultaxpractices/42497950.pdf  Voor nadere info over Nederland als tax haven http://www.taxjustice.nl/dialogs/download.aspx?oid=719140d5-6deb-4192-bca0-31cf8247fbd1

Over de omvang van Offshore tax haven vermogens in het algemeen: http://www.taxjustice.net/cms/upload/pdf/The_Price_of_Offshore_Revisited_Presser_120722.pdf

Voor de nietszeggende beantwoording van kamervragen over belastingparadijzen door De Jager zie http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/11/23/beantwoording-kamervragen-nederland-belastingparadijs-voor-veel-multinationals/beantwoording-kamervragen-nederland-belastingparadijs-voor-veel-multinationals.pdf Overigens is die beantwoording mogelijk gemaakt doordat kamerleden hun huiswerk niet doen.  In de meeste internationale jaarverslagen wordt een reconciliatie gegeven van de belastinglast volgens de statutaire tarieven en het werkelijk gerealiseerde tarief.  Een fraai voorbeeld vindt u op pagina F-34 van Form 20F van ASML http://jaarverslag.info/annualreports/asml/$File/ASML_Form20F_2011_EN.pdf , waarin exact vermeld staat waarom ASML 11% belasting betaalde over de winst 2011. (de innovatie box leverde, met terugwerkende kracht, 180 mln. op) Footnote 19 Income taxes van dat jaarverslag neemt dan ook bijna 5 pagina’s in beslag om de belastingpositie uit te leggen. Inmiddels is een afzonderlijke bijdrage aan dit fenomeen geweid.

Het is dus terecht dat de SP (geen aandelen) in haar verkiezingsprogramma heeft opgenomen dat

“De strijd wordt aangegaan met belastingontwijking en belastingontduiking. Er worden korte metten gemaakt met zwartspaarders, brievenbusmaatschappijen en belastingparadijzen. Er komt openheid over hoeveel multinationals in elk land aan belasting betalen en er worden zo snel mogelijk internationale afspraken gemaakt om een einde te maken aan de internationale wedloop om winsten van bedrijven steeds minder te belasten. In Europa komt er een minimumtarief voor de winstbelasting.”

Om te beginnen in Nederland zou ik zeggen voor de vetgedrukte passage, de regelgeving voor de overige landen zal Calimero voorlopig wel niet voor elkaar krijgen.

[4] DNB , “T12.11 Reconciliatie van betalingsbalans en extern vermogen”, http://www.statistics.dnb.nl/popup.cgi?/usr/statistics/excel/t12.11ny.xls

[5] DNB, “T12.6. Directe investeringen (standen)”,  http://www.statistics.dnb.nl/popup.cgi?/usr/statistics/excel/t12.6snk.xls Daar zijn de details inbound en outband gedetailleerd per land te vinden. Voor de marktwaarde van de directe investeringen zie “Extern vermogen van Nederland”,  http://www.statistics.dnb.nl/popup.cgi?/usr/statistics/excel/t12.10nk.xls  Telverschillen worden blijkens mededeling DNB veroorzaakt door vertrouwelijke  (met . in tabel) data die in tegenstelling tot de andere tabellen van rubriek 12.6 niet in totalen worden opgenomen om aansluiting te houden.

[6] FD, “Nederland spil van Kazakse investeringen”,

http://fd.nl/Print/krant/Pagina/Ondernemen___Beleggen/591169-1204/nederland-spil-van-kazakse-investeringen

Advertenties

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: