Skip to content

Inkomensdecielen en belastingen

11 juni 2012

___________________________________________________________________________________________________________________________

Update 14/5/2014: Een actuele versie voor het 2011 inkomen is hier beschikbaar.

Het is weer verkiezingstijd. De upper middle class zal dus wel weer druk gaan framen hoeveel belasting zij wel niet betalen. Tijd om dit onderwerp aan de hand van CBS statline eens nader te analyseren. We behandelen daarbij de belastingen in box I – III en de volksverzekeringen. De 20 procent huishoudens met de hoogste inkomens {T20} hebben een aandeel van 44,1% in het bruto-inkomen en betalen 25% van dat inkomen aan belasting en premie volksverzekeringen. Van die 25% is 16,8% belastingen en 8,2% premie volksverzekeringen. De T20 betalen bijna 70% van de totale inkomstenbelasting en 40% van de totale premie volksverzekeringen. In totaal dragen de T20 56% bij aan de belastingen en volksverzekeringen, 11,9% meer dan hun relatieve aandeel in het bruto-inkomen. De sociale lasten zijn daarbij overigens buiten beschouwing gelaten. In tabel 2 en 4 komen deze nader aan de orde. Grafiek 1 laat zien dat er, ondanks het degressieve effect van de aftrekposten, nog wel degelijk een progressie-effect in ons belastingstelsel zit. In tabel 5 en 6 zoomen we in op de verschillen tussen de T20 en de gecombineerde 4e en 5e decielen, die 13,1% van het bruto-inkomen binnenhalen.


Inkomenspolitiek is een sterk gepolitiseerd onderwerp en de discussie over de inkomensverdeling leidt meestal tot verhitte discussies waarbij een flinke portie demagogie niet geschuwd wordt. Veelal wordt daarbij selectief gewinkeld in het cijfermateriaal om het eigen standpunt te onderbouwen. Als men alleen naar de betaalde belasting kijkt, wordt het voortraject van de grondslagversmallers vaak verwaarloosd (totaal 20,1% van het bruto-inkomen). Ook vergeet men dat forse bedragen (37,7% bruto-inkomen) gemoeid zijn met de sociale/private inkomensverzekeringen, volksverzekeringen, ziektekostenverzekeringen en pensioenen. We zullen dit hele traject per deciel in kaart trachten te brengen. Ook moet men niet veronachtzamen dat besparingen in de vorm van pensioenpremies en andere besparingen voor de oude dag in de toekomst nog tot een aanzienlijk belastingheffing zullen leiden. De vergrijzingsstudie geeft daarover nadere informatie. Buiten beschouwing blijven de diverse inkomensoverdrachten zoals de huursubsidie, studietoelagen e.d..

Naast CBS-statline maken we gebruik van het CBS artikel over dit onderwerp en een artikel van Trimp en De Kam. [2, 8] We gaan eerst het traject bruto-inkomen – belastbaar inkomen na. Vervolgens komt het traject bruto-inkomen – Netto heffing aan de beurt. Vervolgens analyseren we het inkomen in box II en III afzonderlijk. Tot slot gaan we nader in op een budgetonderzoek om de lasten verdergaand aan de decielen toe te rekenen. De netto heffing heeft betrekking op de belastingheffing in box  I-III en de volksverzekeringen. We zullen daarbij speciaal aandacht besteden aan de 20 procent huishoudens met de hoogste inkomens die we in het vervolg van deze bijdrage kortheidshalve met de T20 zullen aanduiden. Voor de leesbaarheid hebben we een nadere toelichting op de begrippen in noot [1] opgenomen.

Tabel 1 behandelt het traject bruto-inkomen – belastbaar inkomen en vermeldt tevens de heffingskortingen. Alle vermelde bedragen m.u.z. van de heffingskortingen zijn dus brutobedragen. We gaan niet in op de (arbitraire) splitsing tussen belasting en AOW, Anw en AWBZ  van die heffingskortingen en gaan dus ook voorbij aan het begrip brutoheffing [1], aangezien dit alleen het inzicht vertroebelt.

Tabel 1 Overzicht – Van bruto grondslag naar belastbaar inkomen – vrijstellingen en aftrekposten (VA),  en heffingskorting 2009 (in mln.)

(click op tabel om te vergroten)

Kanttekeningen:

(1) Het aandeel van de T20 is procentueel bijna constant voor bruto-inkomen (44,1%), bruto-grondslag (43,5%) en in mindere mate de VA-posten (40,9%). Voor de T20 is het aandeel in belastbaar inkomen (44,0%) daarmee praktisch gelijk aan het aandeel in het bruto-inkomen (44,1%).

(2) De onbelaste inkomsten bestaat o.a. uit werkgeversdeel pensioenpremie (€ 23,8 mld.) en werkgeversbijdrage sociale wetten (€ 53,4 mld.), de fictieve huurwaarde eigen woning  (€ 10,3 mld.), zoals door het CBS berekend, onder aftrek hypotheekrente  (€ 30,9 mld.).[1, 9(a)] Voor veel eigenwoningbezitters is de bijtelling dus negatief. Het werkgeversdeel pensioenpremies is t.z.t. belast bij uitkering van het pensioen.Voor de T20 is 7% van het bruto-inkomen onbelast (gemiddeld 5,8%), maar dat beeld wordt dus vertekend door de eigen woning behandeling.

(3) In totaal is een bedrag van 81,4 mld (20% bruto-inkomen) vrijgesteld van belasting, €58 mld. aan vrijstellingen en aftrekposten en onbelaste inkomsten van € 23,4 mld.. Het aandeel van de T20 hierin bedraagt € 36,2 mld. of 44% en is daarmee derhalve proportioneel. Uiteraard kan door individueel gebruik van Vrijstelling en Aftrek (VA-posten) de persoonlijke belastingpositie substantieel afwijken van het gemiddelde.

(4) De ondernemersfaciliteiten (€ 8.317 mln) bestaan uit investeringsaftrek (€ 612 mln.), ondernemersaftrek (€ 5.840 mln) en MKB-winstvrijstelling (€ 1.865 mln.). Voor de bevoordeling van de ondernemers in de inkomstenbelasting zie [5, blz 92-105 en 8]. Van deze faciliteiten profiteren overigens de hoogste drie en de  laagste drie inkomensdecielen het meest, de “dwergen en reuzen” van Moonen.[2, blz 19, 16]

(5) De beleggingsfaciliteiten (€ 6.916) bestaan uit de vrijstelling box III (€ 5.852 mln.) en spaarloon (€ 1.064 mln.) Hiervan profiteert de T20 respectievelijk met een 33,2% en 48,4% aandeel. De laagste twee  inkomensdecielen profiteren in het geheel niet van het spaarloon en hun aandeel in de vrijstelling box III is  9,2%. De spaarloonregeling was dus alleen maar een douceurtje voor de upper middle class.

(6) Het hoge aandeel van de T20 in de inkomensvoorzieningen zal ongetwijfeld grotendeels betrekking hebben op de lijfrente-aftrek, welke overigens, m.u.z. van de vermogensrendementsheffing, alleen tot uitstel van belastingheffing leidt.

(7) Hoewel de hogere inkomens relatief minder geld aan wonen uitgeven, is de bruto hypotheekrente aftrek van de T20 bijna proportioneel (43,1%). Door de progressie is het aandeel in de belastingaftrek natuurlijk hoger. Door het 52% tarief wordt door de T20  bijna 1,4 miljard meer HRA genoten dan indien het 42% van toepassing zou zijn.[12] De HRA maakt 56% van het totale bedrag aan VA-posten uit (T20: 59%).

(8) De effecten van de aftrek pensioenpremie komen in dit overzicht niet tot uitdrukking. Enerzijds zijn de pensioenreserves (ca € 935 miljard) vrijgesteld van vermogensrendementsheffing, anderzijds valt het inkomen dat aan premies wordt uitgegeven buiten de heffing door de omkeerregel. Bij uitbetaling van de pensioenen is de uitkering belast. Voor 2010 bedroeg de derving box 1 en box III € 11,7 mld., tot 2016 loopt die op tot 15,6 mld. [4] Van de derving, die voor de hogere inkomens het karakter van vermogensvorming heeft, profiteren de T20 het meest. [5]

(9)  Het 1e deciel, met een aandeel van slechts 4% in de VA, profiteert relatief het meest van de vrijstellingen en aftrekposten (34,2% bruto-inkomen) en de heffingskorting (16,9% bruto-inkomen). Van die VA is overigens zelfs voor deze groep 37% toch nog HRA. Daarbij heeft het 1e deciel te maken met het verzilveringsprobleem van de heffingskortingen waardoor 1,7 mln. huishoudens 2.037 mln. heffingskorting mislopen.  Doordat daarnaast de Vrijstellingen en aftrekposten voor de laagste inkomens relatief laag zijn, moet een groot aantal regelingen in het leven worden geroepen om dit te compenseren. Voor een opsomming van het oerwoud aan regelingen zie de literatuur [2] .

(10)  De T20 profiteert relatief een procent minder in percentage bruto-inkomen van de VA-posten en overeenkomstig drie procent minder van de heffingskortingen. Van de giften 0,19% van het bruto-inkomen of 784 mln, neemt de T20 39,2% voor zijn rekening.

(11)  Bij de heffingskorting maken 7,3 mln. huishoudens gebruik van de algemene heffingskorting van € 23.595 mln. en 5,3 mln. huishoudens van de arbeidskorting van € 9.668 mln.

(12) Salverda e.a. hebben in hun fraaie studie een mooie grafiek gemaakt die ik u van wegen het inzicht, niet wil onthouden [17] :

sALVERDA INKOMENSDECIELEN

Tabel 2 Van bruto-inkomen naar besteedbaar inkomen 2009 (in mln.)

(click op tabel om te vergroten)
 
 Kanttekeningen:

(1) Alle aftrekposten, vrijstellingen, heffingskortingen e.d. worden gerelateerd aan het bruto-inkomen, hoewel er ook kanttekeningen bij dit begrip te plaatsen zijn.[1]

(2)De premie volksverzekeringen bestaan uit AOW € 20.202 mln, Anw € 1.393 mln. en AWBZ € 15.391 mln. De hoogste bijdrage is van het 7e en 8e deciel omdat de grens van belastingschijf 2 in 2009 op  € 32.127 ligt en dus lang doorwerkt. [1a, blz 18]. Niet alleen de AOW-premie maar ook de AWBZ-premie drukt zwaar op de lagere en midden inkomens.

(3) De Overige premies, die gemiddeld 20,3% van het bruto-inkomen uitmaken, betreffen betaalde alimentatie en premies voor inkomensverzekeringen. Onder dit laatste vallen premies voor werknemersverzekeringen, particuliere verzekeringen vanwege werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, ouderdom en verweduwing en premies  ziektekostenverzekeringen. [NB zie ook tabel 4]

(3) Door de toenemende fiscalisering van de AOW, waarvan de premie op 17,9% bevroren is, en het gegoochel met de heffingskorting [1] wordt de AOW-heffing steeds ondoorzichtiger.

(3) De T20 hebben een aandeel van 44,1% in het bruto-inkomen en betalen 25% van dat inkomen aan belasting en premie volksverzekeringen. Van die 25% is 16,8% belastingen en 8,2% premie volksverzekeringen. Zij betalen 69,8% van de totale belastingen en 39,8 % van de totale premie volksverzekeringen. In totaal dragen de T20 56.0% bij aan de belastingen en volksverzekeringen, 11,9% meer dan hun relatieve aandeel in het bruto-inkomen. De top één procent betaalde in 2009 overigens gemiddeld 30% belastingen.[9, blz 701]

Tabel 3 Brutogrondslag vermogen, vrijstellingen en Belasting box III en en belasting box II 2009  (in mln).

Kanttekeningen:

(1) De vermogens zijn herleid uit de te betalen belasting. [5]. Merk op dat de decielindeling is gebaseerd op het bruto-inkomen en niet op het vermogen. De inkomsten box III en de belastingheffing box II en III zijn begrepen in de tabellen 1 en 2 en hier nog eens afzonderlijk weergegeven.

(2) De vrijstelling vermogensrendendementsheffing heeft tot gevolg dat het aandeel in die belasting van de T20 met 6,8% toeneemt (53,5%-46,7%).

(3) De belastingheffing box II en III ( € 4,275 mln.) maakt 9,9% uit van de totale belastingheffing.  In de bijdrage vermogensrendementsheffing is een nadere analyse van de regeling gegeven en met name aandacht besteed aan de inkomsten die buiten de heffing vallen. De bijdrage Vermogens Huishoudens laat zien hoe dit deel van het vermogen in het totale vermogensplaatje past.

(4)  De belastinghefiing op box II inkomen bedraagt 772 mln. en correspondeert derhalve (25%) met een inkomen van € 3.088. Het vermogen in box II bedraagt in 2009  € 142,1 miljard (statline), een forfaitair rendement van 4% had dus 5,7 mld. inkomen opgeleverd. Tegen 30% belasting, conform de vermogensrendementsheffing, was de belasting hierover € 1,7 mld. geweest.

Tot slot kunnen we nog terugvallen op het budgetonderzoek van Trimp en De Kam over de drukverdeling van de collectieve lasten in 2009 [9]. De gele velden in de tabel zijn ontleend aan het artikel, de licht-blauwe velden zijn toegevoegd om de aansluiting met tabel 2 te maken. In de tabel is een tussentelling A+B+C aangebracht, waarop we in het verdere verloop nader grafisch terugkomen.

Tabel 4 Gemiddelde belasting- en premiedruk in procenten van het bruto-inkomen in 2009.

(click op tabel om te vergroten)

Kanttekeningen:

(1) Voor de kleine verschillen met tabel 4 zie [9]]. Tabel 4 – gele velden – geeft de druk in procenten van het bruto-inkomen voor belasting, volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en indirecte belastingen per deciel. Al deze lasten hebben een verplicht karakter.

(2) De blauwe velden bevatten de gegevens uit tabel 2. Van de overige premies totaal 20,3 zijn de gegevens werknemersverzekeringen (4,8%) en ziektekostenverzekeringen (6,9%) van Trimp/De Kam in de kolom tabel 2 overgenomen. Het restant van de overige premies is onder Rest Overige premies opgenomen. Voor alle decielen is op deze manier het restant bepaald. Zoals uit noot 9 blijkt betreft het restant voornamelijk pensioenpremies. De pensioenpremie heeft eerder een spaar- dan een bestedingskarakter en en neemt toe in de hogere decielen.

(3) De bevindingen voor wat betreft de lastenverdeling over de decielen van de indirecte belastingen zijn in lijn met eerder onderzoek en laten zien dat er de nodige kanttekeningen te plaatsen zijn bij de degressief werkende recent voorgestelde BTW-verhoging.. [8, 9 blz 701]. Sommige auteurs betogen dat je niet zoals Trimp en De Kam naar de relatie indirecte belastingen/bruto-inkomen, maar naar de relatie BTW/bestedingen moet kijken, omdat die bestedingen “minder variëren over de levenscyclus dan inkomen”. [10] Het CBS is wel van mening dat “de laagste en hoogste inkomens naar verhouding het minst betalen.”, en wel gerelatterd aan de bestedingen.[11] In elk geval is het zo dat pensioenpremie en een deel van de besparingen uitgesteld inkomen vormen, dat t.z.t. belast zal worden met directe/indirecte belastingen. Het één op één relateren van deze belastingen  aan het huidige bruto-inkomen, zonder de contante waarde van dit effect mee te nemen, geeft dan ook een vertekend beeld van de belastingdruk. Dit geldt in het bijzonder voor de hogere inkomens. Om die reden is een tussentelling ingevoerd voor de som van de lasten belastingdienst, werknemerspremie en ziektekostenverzekering. Op dit niveau is in elk geval nog sprake van een flinke progressie en loopt de totale last op van 18.7% in de laagste inkomensgroep naar 35,1% in de hoogste inkomensgroep.

[4] De gemiddelde totale belasting- en premiedruk vanaf het 5e deciel t/m het 10e deciel varieert van 41,2%  (10e deciel) tot 42,9% (7e deciel). Volgens Trimp en de Kam “draagt het stelsel in zijn totaliteit (vet toegevoegdnauwelijks bij aan de herverdeling van inkomens”. [8, blz 701] Dit is natuurlijk alleen het geval als met de kanttekening in (3) geen rekening wordt gehouden.[10]

Omdat de lastendruk met een grafiek te verduidelijken hebben we de lasten A+B+C uit tabel 4 als volgt in kaart gebracht:

Grafiek 1 Percentage bruto-inkomen – Inkomstenbelasting, volks-, werknemers- en ziektekostenverzekeringen per deciel 2009:

De trendline Lineair geeft goed aan waar de progressie afvlakt. Ook is in de grafiek af te lezen welke componenten deze degressie veroorzaken. In het onderzoek van Trimp en De Kam zijn de decielen 1 en 2 samengevoegd, omdat de laagste tienprocentsgroep te weinig huishoudens bevat om betrouwbare schattingen te maken.[9, 700] Het effect van de zorgtoeslag, die begrepen is in de ziektekostenverzekering wordt hier ook duidelijk.

Na de analyse van de totalen per deciel zoomen we nog eens op detail in door de T20 uitsluitend met het gecombineerde 4e en 5e deciel te vergelijken. Deze laatste groep vertegenwoordigt  het zogenaamde hardwerkende deel van Wakker Nederland. Het modale inkomen bedroeg in 2009  € 32.500 en is redelijk constant. We vergelijken daarom de decielen 4 en 5 met een inkomen in de range van €28.400 – €  44.900 met de T20 met een inkomen van boven de € 81.700. Het 42% box I  tarief begon in 2009 bij € 17.878, het 52% tarief bij € 54.776. Het aandeel in het bruto-inkomen van het 4e en 5e deciel is 13,1% (T20: 44,1%).

Tabel 5 Van Bruto-inkomen naar belastbaar inkomen in percentage bruto-inkomen 2009:

Kanttekeningen:

(1) De vergelijking betreft bruto aftrekposten. De T20 profiteert hiervan in algemeen netto 10% meer dan de 4e-5e decielgroep.

(2) Zoals eerder gesignaleerd profiteert de T20 ook meer van de onbelaste inkomens.

(3) De HRA zal de T20 tegen 52% aftrekken (€13.883 bruto geeft € 7.219 aftrek), het 4e-5e deciel tegen 42% (€ 4.026 geeft € 1.691 aftrek). [kanttekening noot 12] Overigens genieten de 4e en 5e deciel huishoudens nog wel van  214 mln. huursubsidie. Merkwaardiger is dat de T20 huurders ook nog van de Staat als geluksmachine profiteren door 414 mln. aan objectsubsidies op hun huurwoning op te strijken.[link]

Tabel 6 Van Bruto-inkomen naar besteedbaar inkomen in percentage bruto-inkomen 2009:

Kanttekeningen:

(1) De percentages zijn ontleend aan tabel 4. Voor een toelichting zie noot [9]. Onderaan de tabel zijn de lasten volgens Trimp/De Kam weergegeven, zoals eerder besproken zijn de overige premies door hun maar ten dele meegenomen. Ook hier is weer het subtotaal belastingdienst, werkeloosheidsverzekering en ziektekostenverzekering toegevoegd.

(2) De hogere inkomstenbelasting voor de T20 wordt dus in belangrijke mate ongedaan gemaakt door de relatief veel lagere sociale lasten premies. Voor subtelling A+B+C betalen de T20 echter nog altijd 7,4% meer dan het 4e en 5e deciel. Het verschil in box I belasting van 12,7% is dus door de sociale premies met 5,3% teruggebracht.

(3) De pensioenpremies vertekenen het beeld onder overige premies. Enerzijds geven de premies meer aftrek, anderzijds worden de uitkeringen t.z.t. belast. Wel bevatten de premies een van vermogensrendementsheffing vrijgesteld spaarelement. [5]

Het gejammer over het 52% toptarief moet dan ook maar eens afgelopen zijn. [13]  Als we abstraheren van het effect van toekomstige belasting op de besparingen betaalt de T20 gewoon bijna hun evenredig aandeel in de inkomsten- en indirecte belasting en sociale premies. Progressieve belastingen zijn overigens doelmatiger dan veelal wordt verondersteld. [14] De Studiecommissie Belastingstelsel heeft een aantal zinnige voorstellen gedaan om een aantal anomalieën in de huidige belastingwetgeving weg te werken, de politiek zit echter liever op zijn handen.[5 en 15]

Als bijvangst tonen we ook nog even de tabel met de zorg gerelateerde premies in percentage bruto-inkomen:

Tabel 7 Overzicht ziektekostenpremie, AWBZ-premie en aftrek bruto zorgkosten voor belasting per deciel 2009:

Duidelijk is dat het 4e en 5e deciel de zwaarste lasten dragen.

Laatst bijgewerkt 9 november 2012.

[1]  Bronnen:

(a) Tineke de Jonge, CBS, “Belastingdruk en belastinguitgaven”, 14 september 2010,

http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/3225418C-380B-4C03-AC50-73D38EF090B5/0/2010belastingdrukenbelastinguitgavenart.pdf

(b) http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=80840NED&D1=1-2,4,6&D2=a&D3=0-18&D4=l&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T , laatst geraadpleegd[leegd 11 juni 2012.

(c) http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=80838NED&D1=1-2,5&D2=a&D3=0-18&D4=l&HDR=G3,T&STB=G2,G1&VW=T ,  , laatst geraadpleegd[leegd 11 juni 2012.

Toelichting (op basis [1(a)]): 

Voor het onderliggende datamodel zie  http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/methoden/begrippen/default.htm?ConceptID=2950.

Primair inkomen  Mensen verwerven een primair inkomen uit arbeid, winst uit eigen onderneming of vermogen. Behalve de inkomsten uit deze componenten die onder de loon- en inkomstenbelasting vallen, rekent het CBS ook de sociale lasten van werkgevers, de hypotheekrente die eigenwoningbezitters betalen en een fictieve economische huurwaarde voor deze eigen woning tot het primaire inkomen. De sociale lasten van werkgevers bestaan enerzijds uit de verplichte premies voor werknemersverzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid en de inkomens-afhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet (Zvw), die zij afdragen aan de fiscus. Anderzijds bestaan de sociale lasten uit het werkgeversdeel van de premies voor het verplichte aanvullende, arbeidsgerelateeerde ouderdoms- en nabestaandenpensioen, die werkgevers afdragen aan (pensioen)verzekeraars. (cursief toegevoegd)

Uit het feit dat de Jonge stelt dat “het aanbeveling verdient om in de toekomst de verschillen tussen de  economische huurwaarde en het fiscale eigenwoningforfait nader te onderzoeken”,  blijkt het uiterst arbitraire karakter van fictieve economische huurwaarde al. (blz. 10) Dit geldt te meer daar door de excessieve HRA de waarde van een woning ca 25% te hoog is.

Bruto-inkomen :  primair, secundair en tertiar inkomen. Tot het inkomen in de secundaire sfeer behoren de uitkeringen vanwege publieke of private inkomensverzekeringen voor bijvoorbeeld werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdom, uitkeringen vanwege de studiefinanciering en uitkeringen uit sociale voorzieningen, zoals bijstand en kinderbijslag.

Brutogrondslag: het inkomen na aftrek van onbelaste inkomens van het bruto-inkomen. Alle componenten van het bruto-inkomen die niet tot box I,box II of box III behoren, zoals huursubsidie of kinderbijslag, vallen buiten de belastingheffing.

De Persoonsgebonden aftrek (PGA) bestaat uit: Aftrek uitgaven levensonderhoud kinderen (519 mln.), Aftrek uitgaven zorg (1.669 mln.), Aftrek studiekosten en andere scholingsuitgaven  (341 mln.) , Aftrek giften (784 mln.) en Overige persoonsgebonden aftrek. Aftrekpost Inkomensvoorzieningen (2.988 mln.): Premies voor inkomensvoorzieningen, zoals lijfrenten, zijn tot een maximum bedrag aftrekbaar van het inkomen in box I. De afkorting VA staat voor vrijstellingen en aftrekposten.

Heffing brutogrondslag: De totale inkomstenbelasting (inclusief premies volksverzekeringen) die betaald zou moeten worden als geen rekening zou worden gehouden met vrijstellingen, aftrekposten en heffingskortingen. “De premiepercentages voor de volksverzekeringen zijn gelijk voor de eerste en de tweede schijf. In de schijven daarboven is geen premie volksverzekeringen verschuldigd. De heffingskorting gaat daardoor vooral ten koste van de premie-inkomsten voor de AOW en de AWBZ. Hoe meer heffingskortingen, des te groter het deel van de lasten voor de AWBZ en de AOW uit de algemene middelen moet worden voldaan, dus des te groter de fiscalisering. Als een heffingskorting wordt vervangen door een toeslag, dan kan weer een groter deel van de uitkeringen uit volksverzekeringen betaald worden uit de ingelegde premies.”([1a], blz 27). Bij de bruto heffingsgrondslag wordt dus eerst te veel AOW etc. opgevoerd, waarna die ophoging onder heffingskorting ongedaan wordt gemaakt. Gezien het arbitraire karakter van deze post is van verdere behandeling afgezien.

Totaal voordeel vrijstelling en aftrek (VA): Het totale belastingvoordeel van vrijstellingen en aftrekposten. Dit is het verschil tussen het bedrag aan inkomstenbelasting (inclusief premies volksverzekeringen) dat betaald zou moeten worden als geen rekening zou worden gehouden met vrijstellingen en aftrekposten, en het bedrag dat in werkelijkheid moet worden betaald.

Totaal heffingskorting: Het gaat hier om het verzilverbare deel van de heffingskorting: het deel van het totale recht op heffingskorting dat kan worden verrekend met de te betalen inkomstenbelasting. Dit is inclusief de uitbetaalde heffingskorting voor personen die geen of een laag inkomen hebben.

Belastbaar inkomen (BI): De totale inkomstenbelasting (inclusief premies volksverzekeringen) die  betaald zou moeten worden als wel rekening zou worden gehouden met vrijstellingen en aftrekposten, maar niet met heffingskortingen.

(2) Tineke de Jonge, Peter Meeuwissen en Reinder Lok, CBS, “Druk van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen”, Sociaaleconomische trends 4e kwartaal 2010,  http://www.cbs.nl/nr/rdonlyres/00f123b6-27ad-4cf2-9cbf-edf226eaeb3d/0/2010k4v4p15art.pdf .  Deze publicatie komt op pagina 16 met een bruto-inkomen van € 407 mld (€ 406 mld.), inkomstenbelasting/volksverzekeringen € 79 miljard  (€ 80 mld.), overige premies en overdrachten van € 84 mld (€ 83 mld.) en besteedbaar inkomen € 244 mld. (€ 243 mld.). De gemiddelde druk IB/Volksverzekeringen is 19,5% (19,7%) en overige premies en ovedrachten 20,6% (20,3%) of totaal 40,0% (40,1%). De cijfers tussen haakjes zijn de cijfers uit Statline. en de hier opgenomen tabellen.

(3) Koen Caminada en Raymond Gradus, “Verlaag belastingtarieven door vereenvoudiging belastingstelsel”, www.mejudice.nl, 27 november 2011, http://tinyurl.com/83rdh79

(4) Miljoennota 2012, Tweede Kamer vergaderjaar 2011-2012, 33000, nr 2, blz 25. http://www.prinsjesdag2011.nl/pd09_sites/objects/ad7/32k/ff3e1621db717485fa6f540b0e06b/miljoenennota.pdf

[5] Rapport studiecommissie belastingstelsel,  http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html , blz 325. Uiteraard wordt een deel van de derving ongedaan gemaakt bij uitkering, Dit geldt niet voor de vermogensrendementsheffing, welke becijferd kan worden op 1,2% van 935 miljard of 11,2 miljard. De totale pensioenpremie (incl. werkgeversdeel) is zo’n 33 miljard en ook het belastingeffect hiervan zou moeten worden meegenomen. Hoe het Ministerie van Financiën voor 2012 op een inkomstenbeperkende regeling voor box  I en III van €13,6 miljard komt, is voor mij dan ook een raadsel.  Vermoedelijk zijn niet alle effecten meegenomen in tabel 5.3.1. [4, pagina 25].

De werkgeverspremie pensioenen is begrepen in bruto-inkomen en wordt onder Onbelast weer afgetrokken. De pensioenpremies werknemers zijn begrepen onder de rubriek Overige premies. Deze laatste hebben voor de T20 deels een onverplicht karakter en  daarmee is de aard van de rubriek Overige premies ook afwijkend van de wettelijk verplichte regelingen [zie noot 9].

[6] Statline “inkomensongelijkheid; particuliere huishoudens naar diverse kenmerken”, http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=71511ned&D1=0,3-18&D2=a&D3=0&D4=9&HDR=G2,T&STB=G1,G3&VW=T . Aan de hand van aantal huishoudens, gemiddeld besteedbaar inkomen en deciel percentages is het besteedbaar inkomen herleid. Het verschil met bruto-inkomsten minus onbelast, belasting en premie volksverzekering vormt dan per saldo de overige premies.

[7] Statline, brutogrondslag (17.528 +telverschil CBS 55)/0,04; vrijstelling 5.852/0,04 en belastbaar inkomen 11.676/0,04. Het CBS gaat redelijk onzorgvuldig om met telverschillen tussen subtotalen en onderliggende specificaties en valideert die gegevens kennelijk niet altijd in hun database.

[8] C.A. de Kam en C.L.J. Caminada, “Belastingen als instrument voor inkomenspolitiek”, blz 223, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

[9] Rens Trimp, Flip de Kam, “De drukverdeling van collectieve lasten”, ESB, 25 november 2011, http://esbonline.sdu.nl/esb/images/698kam_tcm445-613491.pdf

N.B 9/11/2012 – Dit artikel is niet langer toegankelijk op de site van ESB. Uiteraard wel in de bibliotheek in te zien. Zie nu hier

http://www.overheidsfinancien.noordhoff.nl/sites/7631/_assets/7631d37.pdf

De verschillen tussen tabel 2 en het CBS inkomenspanelonderzoek en het CBS budgetonderzoek van tabel 4 zijn als volgt:

De verschillen zijn derhalve  in percentages marginaal, voornamelijk in de drie laagste decielen. Herrekening van tabel 4 naar bedragen aan de hand van het bruto-inkomen 2009 van € 405.873 geeft het volgende beeld:

Van de 82,6 miljard Overige premies maken de werknemersverzekeringen en de ziektekostenpremies onderdeel uit. Er is dus nog een fors deel buiten de toerekening van Trimp/De Kam gevallen (35,1 mld.), waaronder het werknemersdeel van de pensioenpremies (ca € 33,0 mld.). Omdat de pensioenpremies de facto uitgesteld inkomen zijn is het m.i.z. ook terecht dat de auteurs de pensioenpremies buiten hun analyse houden.

[a] In een andere statline tabel (8-12-2010) komt het bruto inkomen overigens op € 407.063 mln,  http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=0,2-4&D2=a&D3=0&D4=l&HDR=G3,G2,T&STB=G1&VW=T

De € 33,0 mld. aan premies valt volgens dezelfde  tabel (8-12-2010) als volgt te splitsen: premie werkgever € 23,8 mld., premie werknemer € 7,6 mld. en premie particulier verzekerden € 1,6 mld.

(10) Leon Bettendorf, Sijbren Cnossen en Casper van Ewijk,“BTW-verhoging treft hoge en lage inkomens even sterk”, http://www.mejudice.nl, 25 april 2012.http://www.mejudice.nl/artikel/804/btw-verhoging-treft-hoge-en-lage-inkomens-even-sterk ;

[11] CBS, “Van iedere uitgegeven euro belandt 13 cent in de staatskas” , http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/inkomen-bestedingen/publicaties/artikelen/archief/2012/2012-3587-wm.htm en

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81290ned&D1=4,16-29&D2=0,54-63&D3=l&HDR=G2,G1&STB=T&VW=T

[12] In de praktijk zal het de aftrek voor het 9e en 10e deciel door de hoge aftrekposten soms ook deels tegen 42% plaats vinden. Zo geldt voor iets meer dan 80% van de 10 procent huishoudens met het hoogste inkomens dat de HRA tegen 52% wordt afgetrokken. [2, blz 18]

[13] Boumans Blog, “Rijken betalen bijna alle belasting”, http://blogs.z24.nl/boumans_blog/2010/05/rijken-betalen-bijna-alle-belasting.html ; Next checkt: ,,De vijf procent hoogste inkomens betaalt tweederde van alle belastinginkomsten”,

[14] Casper van Ewijk, Bas Jacobs, Ruud de Mooij en Paul Tang, “Tien doelmatigheidsargumenten voor progressieve belastingen”, http://people.few.eur.nl/bjacobs/progressie1.pdf

[15] C.L.J. Caminada, “Bouwstenen van de Studiecommissie Belastingstelsel ”, TvoF, Editie jaargang 42, 2010, nr. 2, 101-117, http://wimdreesstichting.nl/page/downloads/TvOF_editie_jaargang_42_2010_nummer_2.pdf

[16] CBS, “De parade van Pen”, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/D3484C65-0C33-4719-8AD5-AA8DEEAA63F0/0/2009k3v4p40art.pdf

[17] Wiemer Salverda, Christina Haas, Marloes de Graaf-Zijl, Bram Lancee, Natascha Notten, Tahnee Ooms, “Growing inequalities and their impacts in the netherlands”, http://www.gini-research.org/system/uploads/512/original/Netherlands.pdf?1380138293 , 149.

Advertenties

From → 2. Archief

2 reacties
  1. lars permalink

    WOW, wat een werk heb je hier in gestoken! Weet jij ook of ergens te vinden is hoe groot (hoeveel PERSONEN, niet huishoudens) elke inkomensdeciel is? Ik probeer namelijk een overzicht te maken van welke inkomensgroep welk percentage van de totale ZVW premie gaat betalen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: